Blogarchief

Posts tonen met het label Tragisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tragisch. Alle posts tonen

dinsdag 12 februari 2013

Onmacht



Onmacht

Zo bang je te verliezen,
maar ik heb je nooit gehad,
ik had zelfs kunnen weten
dat jij ‘t vermogen niet bezat,

om iemand lief te hebben,
dat ligt ver boven jouw macht
en is niet te bevatten voor
 de vrouw die op jou wacht.

Getracht je te ontwijken
maar ik wilde je niet kwijt,
ik bleef voor jou bezwijken,
al wat nu nog rest is spijt.

Het is geen kwade opzet,
wellicht gaat het langs je heen
en kun jij jezelf niet geven
blijft het liefst gewoon alleen.

Soms zoek je even warmte
en de zachtheid van een vrouw,
maar gaat het langer duren
krijg jij toch al snel berouw.

Dan steekt de angst de kop op,
en kruip je in je schulp.
toe speel niet meer harten…
of zoek mentale hulp.



© Copyright Ingrid Punt

dinsdag 29 januari 2013

Kant



Kant

Wat was ze blij toen hij haar vroeg
-leerde hem kennen in een kroeg-
haar meisjesdroom, een witte bruid
met lange sleep, komt eindelijk uit.

Als dochter van mevrouw van Eert
-die haar het klossen heeft geleerd-
maakt ze een jurk  van eigen hand,
geheel van kant, de nieuwste trant.

Kantklossen zit haar in het bloed
-alleen haar meetlint werkt niet goed-
al is haar kloswerk een begrip
bij ’t altaar staat ze in haar slip.

Haar tante fluistert in haar oor…
-zelf heeft ze het nog niet zo door-
Ze gilt nu brand, ze schreeuwt nu moord,
haar zedeloosheid overboord.

‘Nu weet ik dus wat er aan schort’
-de kanten  trouwjurk veel te kort-
haar bruidegom, niet erg galant
verlaat gehaast het kerkelijk pand.

Vertrekt zelfs naar het buitenland
-laat haar mooi zitten in haar kant-
Een mooi jong ding werd naar verluid
zijn nieuwe kant en klare bruid.

 Verstoten bruid was radeloos
-dat hij zomaar een ander koos-
ze kloste en ze kloste door,
totdat ze haar verstand verloor.

Nu was zij zelf dus zwaar de klos
-en gooide alle klossen los-
Ze had zich niet meer in de hand,
dus maakte zij zichzelf van kant.

©Copyright Ingrid Punt januari 2013 



Geschreven voor de scrijfopdracht "Laat je inspireren" en tot mijn grote verbazing gewonnen.

woensdag 14 november 2012

Vergissing




Vergissing

Reeds lang geleden vormden zij al een paar,
maar een trouwring kan knellen, er loerde gevaar.
De klad zat er in, hij kreeg het benauwd.
Zijn vrouw was gelukkig en hij was getrouwd.

Hij raakte op leeftijd en zat daar zo mee,
na heel  veel  gepieker kocht hij een pc,
voor een spelletje poker, vaak tot ’s avonds laat
een klein beetje surfen, je weet hoe dat gaat.

Het aanbod van vrouwelijk schoon bleek zeer groot,
dik, dun, donker,blond, schaars gekleed en zelfs bloot.
De dames leken plots naar hem  te smachten,
zij knipoogden schalks, ze konden niet wachten.

Zijn vrouw zag niet wat er in hem was gevaren,
en dacht, die pc brengt hem vast tot bedaren.
Maar één  dame raakte gevoelige snaren,
‘n rondborstige diva met donkere haren.

Hij raakte verslingerd, hij was van de kaart,
en koos voor rondborstig, ze was hem niet waard.
Zijn vrouw nam hem terug… zij kon hem niet missen,
en zei, ‘een man mag zich voor één keer vergissen.’

Daarna kwam een tweede, een derde en vierde,
nu was ze het zat dat hij alles versierde.
Hij deed nu écht alles wat god maar verbood,
toen was ze er klaar mee en schoot ze hem dood.


© Copyright Ingrid Punt november 2012


woensdag 12 september 2012

11 September


 Gewoon een dag als alle andere dagen.
 Mensen gingen naar hun werk, kinderen naar school.
 Niemand had enig benul dat de haat zou regeren die dag
 en het leven daarna nooit meer hetzelfde zou zijn.




11 September



Ze is al zo laat,
heeft geen tijd voor ontbijt,
alleen een slok koffie,
nog niet voorbereid.

Haar sleutels, haar tas,
een knipoog, een kus
met haren nog warrig
springt zij in de bus

Met ogen timide
kijkt zij nog eens om,
haar hart voelt zo triest
maar ze weet niet waarom.

De lift naar kantoor,
gehaast naar haar plek,
collega’s negerend
vandaag geen gesprek.

Ze was al zo laat,
had geen tijd voor ontbijt,
nog maar een slok koffie,
was niet voorbereid

op een té vroeg afscheid,
voor niemand bestaat
er een zinnige reden
voor grillige haat.



© Copyright 11 september 2012

woensdag 21 maart 2012

Ruis...



Ruis


De schimmen in jouw hoofd zijn taai 
je kunt hen niet verbannen. 
Ze pijnigen je dag én nacht 
maar jij blijft je vermannen. 

De stemmen doen vaak met hen mee 
het blijft een zwaar gevecht. 
Jouw rust wordt je nog niet gegund, 
de strijd nog niet beslecht. 

De bodem van de put is hier, 
je wordt het strijden moe. 
Jij loopt dit rondje al zo lang 
maar niemand vraagt je hoe... 

Dit is jouw eindeloze strijd, 
begrijpen doet geen één. 
Jouw onrust maakt je radeloos 
je voelt je zielsalleen. 

Je heft het glas een laatste maal 
de dood mag jou nu halen, 
de prijs die jij daarvoor betaald 
geen mens mag daar naar talen. 

Het leven is niet altijd goed 
en soms een blauwe ruis.... 
Je krijgt de rust die je verdient.... 
jij bent nu eindelijk thuis.




© Copyright Ingrid Punt 10 december 2011


zondag 18 maart 2012

Chaos…



Chaos

Hij walste in en uit haar hart, 
het deed hem echt geen sier. 
Want hoeveel pijn hij haar ook deed, 
de deur bleef op een kier. 

Het interesseerde hem geen biet, 
minachtte haar gevoel. 
De puinhoop die hij achterliet, 
hij miste nooit zijn doel. 

Zonder pardon, zonder excuus, 
hij denderde naar binnen.… 
zette haar wereld op zijn kop 
zij kon hem slechts beminnen. 

Totdat haar hart in opstand kwam, 
hij bleef zich maar misdragen. 
Zelfs toen liet zij hem nog begaan 
al bleef het aan haar knagen. 

Haar hart zei… stop dit trek ik niet, 
we gaan hier aan kapot. 
Ze zag het licht, gaf hem de bons 
en deed de deur op slot.



©copyright Ingrid Punt oktober 2011

zaterdag 17 maart 2012

Helder moment...


Met mijn blik op oneindig, verstand op nul maar met alle zintuigen op scherp,
registreer ik jouw laatste gang...




Hout... witte bloemen en één rode roos,
zwarte schoenen op glimmende tegels,
een briesje... ruisende bomen,
een glanzend hek.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
knarsende kiezelstenen onder autobanden,
hoge ramen... weerkaatsend zonlicht,
auto’s die stoppen.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos,
twee pratende monden, een schaterlach,
een man met een pet in zijn handen…
zijn hoofd gebogen, broeierige warmte.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos.
een toerist die een kaart leest,
een optrekkende brommer...
een stoplicht op rood, tramhalte.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
een jonge moeder, twee blote babyvoetjes...
dood én leven in één blik gevangen,
een helder moment.


© Ingrid Punt augustus 2011

vrijdag 16 maart 2012

Einde......




Vannacht kon ik niet slapen, 
Jij spookte door mijn hoofd. 
Zoals ik jou zag liggen, 
van alle eer beroofd. 

Het maakt me boos... verdrietig 
als ik zie hoe jij lijd. 
Toe... geef je nu maar over 
dan ben je snel bevrijd. 

Jouw hand ligt in de mijne, 
de dood er tussen in. 
Voor jou is dit het einde, 
voor mij slechts het begin.


© Ingrid Punt augustus 2011

zaterdag 10 maart 2012

Wanneer het leven lastig wordt...



Wanneer het leven lastig wordt … 
de dood begint te knagen, 

je lichaam als een strak korset 
te zwaar om mee te dragen. 

Jouw wereld alsmaar kleiner wordt ... 
het voelt als het gevang, 
je aan je stoel gekluisterd bent 
met uitzicht op ’t behang. 

De pil die men je ’s morgens gaf 
ligt ’s avonds in je hand, 
je kijkt me angstig aan en vraagt 
'waar is toch mijn verstand?' 

Wanneer het leven eenzaam wordt … 
gezichten zijn je vreemd, 
en overal waar je nu bent 
voel je jezelf ontheemd. 

Je kinderen komen elke dag 
om goed voor je te zorgen, 
maar kunnen niet voorkomen dat 
je bang bent voor de morgen. 

Een knop voor dit een knop voor dat, 
je hoeft alleen te drukken, 
maar hoe wanhopig moet je zijn 
als dit niet meer gaat lukken. 

Wanneer het leven lijden wordt … 
en alles ben je kwijt, 
de mensen om je heen zijn lief 
maar hebben weinig tijd. 

Je hoeft niets meer, 
je kan niets meer, 
en alles doet je zeer. 
en jij ... die nooit gelovig was zegt, 
'Onze Lieve Heer...

De weg is lang, de weg is zwaar, 
maar ach het zijn god’s wegen. 
maar als het leven lastig wordt… 
dan is de dood een zegen.'



Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

dinsdag 6 maart 2012

Lieve Juf deel 2...

Dat het een zwaar jaar zou worden, dat was duidelijk, maar zo zwaar? Bij vlagen was de sfeer in de klas niet te harden. De kinderen pasten zich allen aan op hun eigen manier. Sommige kinderen deden uitermate hun best om alles in juf’s ogen maar goed te doen en maar niet uit de toon te vallen. Ze namen bonbon’s en snoepjes voor juf mee en als ze tóch iets "fout" deden gaven ze gewoon een ander de schuld uit angst voor Juf's woede. De rest van de dag liepen ze strak in het gareel om 's middags uitgeput naar huis te kunnen gaan. Sommigen deden er letterlijk alles aan om vooral maar niet op te vallen en werden één met de wit gekalkte muren .Sommige kinderen waren uit veiligheidsoverwegingen op hand van de juf en vormden een muur tegen de kinderen die niet zo bij juf in de smaak vielen.

Pestgedrag werdt orde van de dag, maar dan vooral tegen de kinderen die het toch al moeilijk hadden om zichzelf in deze klas te kunnen zijn. Het waren vooral de kinderen die juf's valse trekjes zagen en Juf’s "goede bedoelingen" in twijfel durfden trekken. Mick was daar een goed voorbeeld van. Juf’s aversie tegen zijn doordringende en vooruitziende blik werd hem fataal en maakte van een zelfverzekerd, blijmoedig en opgewekt kind een onzeker, angstig, zielig hoopje ellende. Als Mick niet direct snapte wat juf bedoelde werd hij voor de hele klas belachelijk gemaakt. Was er iets gebeurd in de klas wat niet door de beugel kon, Mick had het gedaan, ook volgens de kinderen die op Juf’s hand waren. Het onderdeel van de witgekalkte muur hield wijselijk de mond. Met als gevolg dat Mick werd gezien als een stoorzender in de klas.

Er moesten volgens juf maatregelen tegen Mick worden getroffen door middel van muurtjes die om Mick heen geplaatst zouden worden want dan stoorde hij de klas niet zo en kon hij zich beter concentreren. "Met andere woorden… het was voor Mick’s eigen bestwil." Een bezoek aan een audioloog werd al snel geadviseerd want Mick luisterde niet of slecht. Mick bleek inderdaad doof... maar Oost-Indisch zoals de audioloog de moeder lachend gerust stelde. Mick’s moeder had al snel het spel van Juf door en verzette zich met hand en tand. Op oudergesprekken werd haar gevraagd hoe met Mick om te gaan. Haar advies om niet zo tegen Mick te schreeuwen omdat je als volwassene dan ook niet meer zou luisteren, werd afgedaan met het antwoord van juf, dat ze nóóit tegen de kinderen schreeuwde.

Hoe bizar is het dan als je als moeder bij toeval een paar dagen later op de gang loopt en vanuit de klas diezelfde perfecte juf als een viswijf tegen je kind tekeer hoort gaan, hij belachelijk wordt gemaakt tegenover zijn klasgenootjes en hij met de vloer gelijk wordt gemaakt op een manier die je je ergste vijand nog niet gunt.

De gesprekken met juf werden een regelrechte hel. Juf’s jarenlange ervaring stonden elk advies in de weg. Op brutaliteit kon ze hem niet betrappen maar Mick kon de dingen op zo’n duidelijke en volwassen manier formuleren dat Juf geen weerwoord had en dus letterlijk met een mond vol tanden voor de klas stond. Iets wat uiteraard niet handig is tegenover een klas met kinderen die de luiers net ontgroeid zijn. Buiten de lijntjes kleuren was in haar ogen geen vorm van eventuele creativiteit maar een duidelijke afwijking. Drukke kinderen zaten al snel aan de Ritalin, kinderen die het verschil tussen een "D" en een "T" niet snel genoeg doorhadden moesten naar speciaal onderwijs, en het witte plamuurwerk mocht fijn nog een jaartje overdoen.

Zo creëerde juf al snel haar perfecte klas, een klas die zij begreep. Een klas die bestond uit jaknikkers, verraders en angsthazen. Hoe het Mick verging? Het eerste jaar met zijn nieuwe juf had hij elke dag buikpijn. Kon hij ’s avonds niet in slaap komen, wilde hij ’s morgens zijn bed niet uit, ging huilend naar school, wilde hij haast niet eten, was misselijk, angstig en zelfs depressief. Toen bleek dat hij Juf Mia nog een jaar kreeg heeft hij gehuild alsof hij nooit meer zou stoppen. Maar toen kwam de ommekeer.

Hij was een jaar ouder, wijzer en had geleerd om zijn vooruitziende en doorgrondende blik ten volle te benutten. Hij heeft dat jaar overleefd en kwam er sterker uit. Hij heeft geleerd om op zijn gevoel te vertrouwen en dat mensen die hij instinctief al niet vertrouwd ook niet te vertrouwen zijn. Hij heeft zich verbaal goed weten te verweren. Dus juf Mia… bedankt, niet omdat je Mick het rekenen en lezen zo goed hebt bijgebracht maar vanwege het feit dat je hem hebt geleerd dat het met zijn mensenkennis wel goed zit!!!

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

maandag 5 maart 2012

Lieve Juf...

Overmoedig en blij stapt hij de klas binnen, de meeste kinderen kent hij nog van vorig jaar. Joost, Martijn, Lisa, Jasmijn en Geert… ze zijn er nog. Dat maakt het voor hem vertrouwd en de overgang van de kleutergroep naar groep drie nét iets makkelijker. De juf staat iedereen al op te wachten en ze lacht vriendelijk naar de ouders. Met uitgestoken hand stapt ze op zijn moeder af. 'Hallo, ik ben Mia Versluis, de juffrouw van groep drie.' Juf Mia Versluis staat bekend als een goede juffrouw. Een keurig geklede oudere dame en uiterst lief en vriendelijk. Het is een juffrouw die het klappen van de zweep duidelijk onder de knie heeft en haar zelfverzekerde blik verraad een jarenlange ervaring.


Ja… Juf Mia maakt een geweldige indruk. Hartelijk schud ze de binnen gekomen ouders de hand en beantwoord geduldig en vriendelijk hun vragen. Ze zakt door de knieën om de kinderen te begroeten en hun naam te vragen om ze vervolgens na een aai over hun bol een tafeltje te laten kiezen. Dan kijkt ze naar de kleine blonde jongen met de doordringende grijze ogen.

Vanaf het moment dat hij zijn wieg ontgroeid was -en misschien al ver daarvoor- wisten die ogen iedereen te doorgronden die op zijn pad kwam. Ongeacht iemands uiterlijk, hij "las" het karakter, goed of slecht en wist feilloos de zwakke plekken te vinden.

Juf hurkt naast hem neer en zegt vriendelijk, 'zo, en jij moet Mick zijn.' De heldere ogen van de jongen zien iets totaal anders dan die van zijn moeder. Deze juf kijkt streng en haar strakke mond forceert een glimlach die niet uit haar hart maar uit berekening voortvloeit. Haar hoogpolige truitje reikt tot haar kin, de keurige pliché-rok tot ver over de knie. Het lijkt alsof ze iets te verbergen heeft en Mick weet allang wat. Haar grijze haar is strak naar achteren samengebonden in een strenge staart. Zo’n wereld van verschil met de lieve kleuterjuffen die hij tot nu toe heeft gehad. Deze juf is overduidelijk vastberaden het rekenen en de Nederlandse taal er in te stampen bij deze kleine stukken onbenul.

Welkom Mick… ik ben Juf Mia, ze steekt lachend haar hand uit die Mick resoluut weigert. Mick staart haar doordringend aan. Hij kijkt diep in haar ziel en ziet dingen die hem én haar in elkaar doen krimpen. Juf is even van haar stuk gebracht en de glimlach rond haar mond bevriest… de aai over zijn bol vergeet ze… 'zoek maar vast een tafeltje waar je wil zitten Mick' zegt ze verward. Haar glimlach hersteld zich snel als ze zich omdraait en de andere ouders en kinderen welkom heet. De doordringende ogen van de kleine jongen prikken in haar rug, lijken dwars door haar heen te gaan en bezorgen haar kippenvel.

Ze worden opgeschrikt door de schoolbel. De ouders nemen afscheid en staan nog even lachend voor het raam te zwaaien. Mick kijkt zijn moeder even hulpeloos aan, 'ik wil hier niet blijven mam.' 'Doe niet zo gek Mick, het is gewoon weer even wennen... geloof me maar, straks vind je het hartstikke leuk.' 'Maar ze is niet aardig mam!' 'Ach, natuurlijk is ze aardig… iedereen zegt dat het zo’n lieve juf is. Jullie moeten gewoon even aan elkaar wennen.'

Ze knuffelt hem even en loopt als laatste de klas uit. Juf Mia sluit de deur achter haar. De blik in haar ogen wordt hard en met een venijnige stem zegt ze…. Zo… stelletje nietsnutten, het spelen is vanaf vandaag voorbij, we zullen wel eens zien wie hier de baas is. Ze kijkt Mick met een zelfgenoegzame blik aan… de toon is gezet, het wordt een zwaar jaar.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

Voor deel 2... >>>KLIK<<<

vrijdag 2 maart 2012

Onkruid deel 13...

Als hij wakker wordt heeft hij een zware kater, althans zo voelt het. Een hoofd vol met watten en een tong van leer. De wekker naast hem op het nachtkastje geeft aan dat hij toch zéker minimaal een uur of zes moet hebben geslapen. Dat gebeurt hem nooit zo midden op de dag. Moeizaam zwaait hij zijn benen over de rand van het bed en steekt een sigaret op. Zijn hoofd bonkt en hij heeft moeite om zijn ogen open te houden. Een koude douche zal hem misschien goed doen. 'Ellen, ik ga nog even douchen hoor…… Ellen?' In de kamer ernaast is niemand aanwezig, vreemd, het laatste wat hij zich kan herinneren is dat ze hem iets te drinken kwam brengen… 'Ellen?!?!' Hij houd even z’n adem in om zijn gehoor optimaal te kunnen benutten, maar al wat hij hoort is doodse stilte, er volgt geen antwoord, mooi dat geeft hem de kans om Chantal even snel te bellen om de boel kort te sluiten. Als hij z’n mobiel pakt ziet hij dat hij drie oproepen van haar heeft gemist, maar als hij haar belt krijgt hij geen gehoor. Oké, dan niet, misschien heeft ze de pest in dat ze hem niet kon bereiken. Hij lacht zachtjes, dat is wat hem het meest in haar aantrekt, haar onvoorspelbaarheid, haar arrogantie, haar koppigheid en wispelturigheid.

Zo anders dan Ellen die hij altijd alles wijs heeft kunnen maken. Ellen, die zijn domme smoezen altijd zonder pardon slikte. Ellen, die altijd alles deed om het hem maar naar de zin te maken. Ellen, die het thuis gezellig probeerde te maken en hij moest daar aan meedoen. Ellen, die wilde geloven dat ze het perfecte gezinnetje had. Doodmoe wordt hij ervan, hij wil vrij zijn, vrij om te gaan en staan waar hij wil. Maar een scheiding is uitgesloten, hij kijkt even naar de gouden Rolex die hij om zijn pols draagt. Het meeste wat hij bezit is eigenlijk van Ellen, het huis is van Ellen, het bedrijf waar hij werkt is in handen van Ellen’s familie. Na een scheiding zullen ze er geen moeite mee hebben om hem glashard aan de kant te zetten aangezien ze toch al niet zo van hem gecharmeerd zijn. Hij heeft een dure smaak en Chantal weet ook van uitgeven.

De dood van Kim heeft hem ongewild geholpen, daarna raakte Ellen totaal de weg kwijt… wat hem weer goed uitkwam. Waarom kon ze niet gewoon in de kliniek blijven, of zichzelf iets aandoen… hij heeft haar toch tot het uiterste getergd. Zijn laatste mislukking is hem opgebroken door schuldgevoelens wat Kim betreft, hij heeft er anders geen andere verklaring voor dat hij Ellen op een haar na miste. Ze is net onkruid… niet uit te roeien. Nu zullen hij en Chantal hun plannen wéér moeten bijstellen. Het gedreun in zijn hoofd lijkt erger te worden en hij begint licht te transpireren, zijn sigaret smaakt hem ook al niet en hij drukt geërgerd zijn peuk uit. Kom maar op met die koude douche, hij doet zijn dure Rolex af en sleept zichzelf moeizaam naar de badkamer.

Als hij een badlaken heeft klaar gelegd en de koude kraan open heeft gedraaid, schopt hij z’n slippers uit maar bij de eerste stap die hij op de natte vloertegels zet schrikt hij van de plotselinge glibberige ondergrond. Hij wil zich nog vastgrijpen maar de douchewanden zijn al net zo spekglad. Zijn handen glijden weg en grijpen nu naar een onzichtbaar houvast in de lucht, die blijkt niet aanwezig en zijn benen schieten onder hem vandaan. Zijn lichaam maakt een vreemde draai en zijn hoofd slaat met een klap achterover tegen de opstaande rand van de doucheruimte, het laatste dat hij voelt is de warmte die zich rond zijn hoofd verspreid. Ergens in het felle licht hoog boven hem dansen de blonde krullen van zijn dochter, ze lacht naar hem. Dan wordt het hem zwart voor de ogen en verliest hij het bewustzijn. De enorme plas bloed die achter zijn hoofd ontstaat vermengt zich met het koude water en verdwijnt traag in het doucheputje. Met een voldaan gezicht zet ze de tas met boodschappen in de keuken. Hangt haar jas aan de kapstok en staart even tevreden in de gangspiegel. Haar spiegelbeeld ziet er gelukkig uit, dit is de laatste tijd wel eens anders geweest. Ze heeft haar leven weer op de rit. Na een knipoog naar haar spiegelbeeld klakt ze even met haar tong. Zo, dat was nummer één op naar nummer twee dan maar. 'Schat… ben je al wakker?' Ze gooit de slaapkamerdeur open maar het bed ligt er verlaten bij.


Ze hoort de kraan in de badkamer lopen en opent voorzichtig de badkamerdeur. 'Schat?' Vanachter het douchemuurtje ziet ze zijn behaarde benen in het roodgekleurde water liggen. Ze loopt voorzichtig de badkamer in en ziet dat de groene zeep zijn dienst heeft gedaan. Hij 'roemde' haar altijd al om haar schoonmaakwoede denkt ze geamuseerd. Ze schopt zijn slippers opzij en draait voorzichtig de kraan dicht. Dan valt haar blik op zijn vreemde verwrongen lichaam. Zou hij zijn rug hebben gebroken? Haar blik dwaalt af naar het gapende gat in zijn achterhoofd waar nog steeds bloed uit sijpelt.

Ze schudt haar hoofd afkeurend… 'Jeetje schat, moest je er nu écht zo’n smeerboel van maken?' Ze knielt naast hem neer, pakt zijn doorweekte pols en legt haar hoofd even op zijn borstkast om daarna glimlachend op te staan. 'En dat was twee… wist jij trouwens …… dat de meeste ongelukken gewoon thuis gebeuren? Het is echt zo, en ik heb je nog wel zo vaak gevraagd om antisliptegels te plaatsen, maar …. wie niet horen wil, moet maar voelen. Maar voordat ik helemaal ondankbaar overkom… de medicijnen die je voor me geregeld hebt hebben me écht goed gedaan, ik voel me herboren.' Ze kijkt op haar horloge, 'nu ik het er toch over heb… tijd voor m’n pilletje. De ambulance kan nog wel even wachten, jij hebt tóch geen haast meer hé lieverd.'

In de gang schopt ze haar schoenen uit, loopt de keuken in en zet een pot thee, zet deze op een dienblad evenals de suikerpot en twee theekopjes. Als ze even later de kamer binnenkomt en het dienblad op tafel heeft gezet, pakt ze de afstandbediening , zet de tv aan en laat zich op de bank vallen. Ze zapt wat van de ene naar de andere zender tot haar aandacht wordt getrokken door een onderwerp op het nieuws. Een autowrak wordt het ravijn uitgetakeld, en die auto herkend ze… 'de 34 jarige bestuurster heeft het niet overleefd' gaat de verslaggever verder. Vermoed wordt dat zij onwel is geworden en de macht over het stuur is verloren. Een getuige beweerde dat hij nog iemand op de achterbank heeft zien zitten vlak voordat de auto het ravijn inreed, mogelijk een kind. Maar tot op heden zijn er geen sporen gevonden die wijzen op een tweede slachtoffer, en dus is de zoekactie gestaakt.' 'Goh… arme Chantal… ik vond die Gin-tonic toch al niet zo’n goed idee. .. maar ja… ze wilde niet luisteren naar een gek.'

Ze schenkt de thee in de kopjes en strijkt even liefdevol door de blonde zijden krullen van het kind naast haar op de bank…… 'Jij bent en blijft mijn engeltje.' Dan pakt ze een pen en het witleren poëziealbum van tafel. Slaat het album open tot waar de bladzijde is weggescheurd en schrijft met sierlijke letters… 'Lieve Kim'…


THE END…………….

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




donderdag 1 maart 2012

Onkruid deel 12

'Hoezo weet je inmiddels hoe het 'écht' gegaan is?'Chantal kijkt haar geschrokken aan en neemt snel een slok van haar Gin Tonic, haar mond en keel voelen kurkdroog aan. Ze schuift een beetje heen en weer op haar stoel, stampt het schijfje citroen in haar glas tot pulp, laat het laatste restje van de zure substantie in haar mond lopen om vervolgens zenuwachtig aan haar servet te friemelen. Ellen schept er genoegen in om haar rivale van haar troon te stoten en geniet van haar ongemak. 'Ik weet… dat niet 'IK' maar 'JIJ' bij hem in de auto zat tijdens het ongeluk. Wat is er precies gebeurd Chantal? Kregen jullie ruzie… gingen jullie te veel in elkaar op zodat hij niet oplette…. Hadden jullie misschien een ietsepietsie te veel gedronken voor jullie Kim ophaalden?' Chantal kijkt haar met een bleek gezicht aan. 'Ik weet niet waar je het over hebt Ellen, die opname in de kliniek heeft je niet echt geholpen zo te horen.' Ellen kijkt Chantal minachtend aan.

'Mijn psychose daarna kwam jullie natuurlijk ook wel erg goed uit, flink volstoppen met allerlei medicijnen en je hebt er geen omkijken meer naar. Wat heb ik het jullie gemakkelijk gemaakt. Wie zat er eigenlijk achter het stuur Chantal?' 'Ik weet niet hoe je daarop komt, maar je slaat de plank volledig mis,' zegt Chantal, maar haar stem trilt en klinkt onzeker. Ellen kijkt haar doordringend aan als ze zegt… 'kom op Chantal, in de kliniek heb ik behoorlijk veel tijd gehad om na te denken en alles weer op een rijtje te krijgen. Het zal jou ook goeddoen je hart te luchten.'

Chantal staat plotseling op, en er verschijnen pareltjes zweet op haar bovenlip. Ze wankelt even en grijpt naar haar voorhoofd, 'sorry maar ik moet even naar het toilet, ik voel me niet zo goed.' Ellen kijkt haar spottend na, als ze onzeker richting toilet loopt. Zo, dat is één mompelt ze terwijl ze de rekening bekijkt. Twee koffie, één jus en één gin tonic, Chantal weet duidelijk van wanten, ze zal toch wel weten dat je bij die medicijnen niet mag drinken fluistert Ellen glimlachend, alvorens ze het bedrag plus fooi op het schoteltje legt.

Op het toilet probeert Chantal krampachtig zijn nummer in te tikken. Waarom neemt hij nu niet op… ze probeert het nogmaals maar krijgt alleen z’n voice mail, gezien de omstandigheden lijkt het haar niet verstandig om iets in te spreken. Ze voelt zich vreemd en trillerig, ze houd haar polsen even onder de koude kraan, dept de zweetdruppeltjes van haar gezicht met een tissue, pakt haar lipstick uit haar tas maar als ze haar lippen wil tuiten om de lipstick aan te brengen wil haar gezicht niet meewerken en voelt strak en star aan. Plotseling overvallen door vermoeidheid merkt ze dat alles om haar heen wazig wordt. Ze heeft toch maar één gin-tonic op. Duidelijk oververmoeid … het was de laatste tijd ook wel hectisch allemaal.

Nu eerst Ellen even af zien te poeieren. Ze haalt een paar keer diep adem, maar zodra ze twijfelend en ietwat wankel het eetlokaal binnen loopt is Ellen in geen velden of wegen meer te bekennen. Aan het tafeltje waar ze zaten hebben inmiddels twee mannen plaatsgenomen en zitten druk pratend en lachend achter hun biertje. Ze voelt zich misselijk worden en loopt snel naar buiten. Waar heeft ze haar auto staan… ze wil zo snel mogelijk naar huis en naar bed. Waarschijnlijk toch een beginnend griepje. Zodra ze in haar auto heeft plaatsgenomen probeert ze hem nogmaals te bellen, het kost haar moeite want haar zicht lijkt steeds minder scherp te worden. 'Shit… hij neemt nog steeds niet op.' Ze zucht en start trillend de auto. De blonde krullenkop op de achterbank heeft ze nog niet opgemerkt.


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




woensdag 29 februari 2012

Onkruid deel 11...


'Hier schat… en nu niet tegenstribbelen…Opdrinken!' Hij draait zich naar haar toe en kijkt haar nog slaapdronken aan. 'Kom op…. opdrinken, als je zo beroerd bent moet je gewoon héél veel drinken.' 'Ja maar…' 'Niets -ja maar- opdrinken, ik ga niet eerder weg.' Hij sputtert nog even tegen maar ziet inmiddels wel aan haar lichaamshouding dat dit niet echt zal gaan helpen. 'Oké' zucht hij en hij werkt zich moeizaam omhoog uit de kussens.
'Het wordt gewoon weer tijd dat er iemand weer eens goed voor je gaat zorgen' zegt ze ernstig terwijl ze er op toeziet dat hij het glas tot aan de laatste druppel heeft leeg gedronken. 'Zo... geef dat glas maar hier en ga maar weer lekker slapen dan ga ik nog even een paar boodschappen halen. ' 'Waar heb ik dat opeens aan verdient,' vraagt hij haar argwanend, terwijl hij zich kreunend terug laat zakken in de kussens. 'Ach laten we het erop houden dat ik je ontzettend dankbaar ben dat je Kim’s album voor me hebt bewaard.' Ze gaat naast hem op het bed zitten en strijkt een weerbarstige haarlok van zijn voorhoofd.


'Ik heb nog eens nagedacht, en ik denk dat het tijd wordt dat we elkaar weer eens met respect gaan behandelen. Deze ellende heeft nu lang genoeg geduurd, vind je ook niet?' Ze drukt haar lippen op zijn voorhoofd en kijkt hem liefdevol aan. Ze kan maar met moeite haar lachen inhouden als ze zijn ontgoochelde blik ziet en ze vraagt hem wat hij die avond wil eten.

'Ik denk niet dat ik veel binnen kan houden,' zegt hij met zielige stem en een bleek vertrokken gezicht. 'Kippensoep, daar ben je toch zo gek op? Sterk je meteen weer een beetje aan,'ze geeft hem een knipoog en loopt zelfverzekerd de slaapkamer uit. Als ze na een minuut of vijf de deur weer opent ziet ze dat hij diep in slaap is. Ze knijpt hem zachtjes in z’n arm en tikt hem even tegen z’n wang maar er volgt geen reactie. 'Mooi... die is voorlopig nog wel even onder zeil,' zucht ze.



Ze pakt zijn mobiel uit de zak van zijn colbert en zoekt het nummer van Chantal. 'Hallo Chantal… je spreekt met Ellen, zeg heb je misschien even tijd … Kunnen we dan misschien ergens afspreken?' Chantal stribbelt tegen, een gesprek met haar rivale is wel het laatste waar ze behoefte aan heeft. 'Uhhh, ik heb eerlijk gezegd niet zó veel tijd, ik heb vanmiddag een afspraak bij de kapper.' 'O... maar het hoeft niet lang te duren, maak je niet druk. Maar ik heb je gewoon iets belangrijks te melden.' Aan de andere kant valt een stilte…,'ik denk dat je graag wil horen wat ik je te vertellen heb. Het is zeer zeker ook voor jou van belang.' 'Bingo!' Met een tevreden gezicht beëindigd Ellen het gesprek, wist het uit de oproepenlijst en laat het mobieltje weer in zijn zak glijden.
Ze kijkt eerst naar haar snurkende man en dan op haar horloge… Oeps… tijd voor haar medicijnen. Ze pakt zijn glas van het nachtkastje en wast het grondig af alvorens ze het weer met water vult. 'En met een één, twee, drie in godsnaam,' ze stopt een pil in haar mond en spoelt hem weg met een slok water. 'Van sommige medicijnen ga je tóch vreemd doen,' lacht ze nu hardop terwijl ze nog een laatste blik op haar luid ronkende man werpt. 'Tot zo schatje… ik heb een afspraakje met je vriendin, wacht maar niet op me, het kon wel eens laat worden.'

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 12  >>>KLIK<<<

dinsdag 28 februari 2012

Onkruid deel 10...

Verbijsterd kijkt ze de kamer rond… het warme hoogpolige tapijt is verdwenen waardoor de kale houten vloer zichtbaar is, de lambrisering is verwijderd evenals de lage boekenkast met kinderboeken het hemelbed en de speelgoedkisten. De pastelkleurige wanden zijn strak en wit geschilderd, de vrolijk gekleurde gordijnen zijn vervangen door strakke,kille luxaflex. De grote ingebouwde kledingkast is het enige vertrouwde dat nog doet herinneren aan betere tijden.

Traag en op haar hoede maakt ze de deuren open. Weg… alle kleding en schoenen van haar dochter zijn verdwenen… het voelt alsof haar hart uit haar lijf wordt gerukt, de kast is leeg. Niets in de kamer wijst er nog op dat daar ooit een klein meisje heeft gewoond, daar heeft gespeeld, haar dromen heeft gedroomd, verdrietig en gelukkig is geweest. Hoe heeft hij dit kunnen doen zonder enig overleg met haar, zomaar alles uitgewist alsof hun dochter nooit heeft bestaan. Het voelt als een groot verraad.

Woedend loopt ze naar de huiskamer, die is al net zo stil en verlaten. Trillend van boosheid en onmacht loopt ze door naar de slaapkamer. Aarzelend pakt ze de deurklink, die voelt net zo koud en kil als de rest van het huis. Ze probeert zichzelf onder controle te krijgen, haalt even diep adem om dan uiteindelijk de deur te openen. Haar man zit op de rand van het bed, ze wil hem pijn doen tot op het bot zoals hij haar pijn heeft gedaan. Maar bij de aanblik van zijn trieste ogen en magere ingevallen gezicht verdwijnt deze drang . De scherpe woorden waarmee ze hem neer wilde sabelen blijven steken in haar keel. In plaats daarvan weet ze met een hese stem van emotie uit te brengen, 'waar was je, ze zeiden dat je me om elf uur op zou halen?' 'Sorry Ellen …. Maar ik voel me ontzettend ellendig, ik weet niet wat er aan mankeert maar ik ben hondsberoerd.

Ik wilde je écht ophalen maar ik kon m’n bed niet uitkomen, zó ziek. Ik ben geloof ik weer in slaap gevallen anders had ik je natuurlijk wel even gebeld.' Haar gevoelens nemen weer een loopje met haar, boos omdat hij zo over haar gevoel heen walst, zo bezorgt is ze als ze naar zijn magere lichaam kijkt. Hij heeft het misschien wel nét zo zwaar gehad als zijzelf realiseert ze zich nu. Gevoelens van wantrouwen, ongeloof, haat, liefde,medelijden en verraad wisselen elkaar in snel tempo af, tot een gevoel van medelijden uiteindelijk de overhand krijgt.

Dan ziet ze de volle nog smeulende asbak en ze kijkt hem vragend aan. Gealarmeerd door haar stille argwanende en verwijtende blik probeert hij het gesprek een andere wending te geven… 'Wat is er met je been?' en hij wijst naar haar ingezwachtelde enkel. 'O… niets ernstigs, ik heb me verstapt,' zegt ze zo nonchalant mogelijk terwijl haar ogen de waterdruppel volgen die zich langzaam losmaakt uit zijn donkere borsthaar en zich traag een weg baant via zijn nog steeds gespierde buik naar de handdoek die hij om zijn middel heeft.

Hij is een mooie man, altijd al geweest maar dat was niet de reden dat ze ooit op hem gevallen is. Hij had humor, was intelligent en wist altijd de juiste woorden te vinden om haar aan het lachen te brengen en gelukkig te maken. Nu snijden zijn woorden vaak dwars door haar ziel en valt er niets meer te lachen. Het ongeluk heeft hen beiden zwaar beschadigd en een verwijdering teweeg gebracht die maar met moeite te overbruggen lijkt. Schuldgevoelens en verwijten over en weer waren de oorzaak van de verwijdering. Zij kon niet accepteren dat Kim er niet meer was, ze wilde haar dochter niet loslaten en werd een gevangene in hun huis. Hij ging maar door, wilde zo snel mogelijk vergeten, vluchtte in zijn werk en gaf geen gehoor aan zijn verdriet, en zeker niet aan dat van haar. Ze zijn elkaar ergens in het midden kwijtgeraakt.

De paniek die hij voelt opkomen omdat ze hem niet in vertrouwen neemt over wat er zich voor de kliniek heeft afgespeeld wordt weggenomen door de plotseling tedere blik in haar ogen. 'Heb je koorts, wil je misschien iets drinken?' Vraagt ze als ze bezorgt een hand op zijn voorhoofd legt. Hij voelt dat hij terrein aan het winnen is en hij kan maar met moeite een gevoel van triomf onderdrukken. Snel draait hij zijn smalende gezicht weg om haar meteen daarna weer met een zielige blik aan te staren… 'Nee, ik denk dat ik nog maar even ga liggen, misschien dat ik daar wel van opknap.' Als hij het dekbed openslaat valt het witleren boekje op de grond. Beiden staren ze ernaar alsof dit het enige object van belang in deze slaapkamer is. De stilte die erop volgt is om te snijden. Ellen is de eerste die hem verbreekt, ze bukt zich om het boekje op te rapen en streelt de vlinders die op het witte leer geborduurd zijn. Haar ogen worden vochtig en haar gezicht krijgt een gelukzalige glans. 'Godzijdank,' mompelt ze, 'ik dacht al dat we alles kwijt waren maar je hebt gelukkig het allerbelangrijkste bewaard.'

Een geluk bij een ongeluk denkt hij als hij naar haar intens gelukkige gezicht kijkt, het geeft hem een onverwachte adempauze. Het poëziealbum van haar dochter neemt al haar aandacht in beslag en ze lijkt hem compleet vergeten. Ze slaat het boekje open en met een glimlach rond haar mond loopt ze al lezend de slaapkamer uit hem verbouwereerd achterlatend. Met haar terug gevonden schat loopt ze de huiskamer in en neemt plaats op de bank. Ieder versje of gedichtje leest ze wel twee keer over, en liefdevol slaat ze de bladzijden om. Tot ze bij het versje komt dat hij voor haar heeft geschreven… Lieve kim… ze is weer terug op aarde en de harde realiteit komt nu dubbel en dwars bij haar binnen.

Ze kan en wil de tekst niet lezen en een misselijkmakend gevoel overvalt haar. Snel klapt ze het album dicht en legt het op tafel naast een stapel nog ongeopende post. Het blijken vooral onbetaalde rekeningen, aanmaningen en bankafschriften. De schrik slaat haar om het hart als ze ziet dat haar niet geringe spaarrekening systematisch is geplunderd. Dan ziet ze een brief tussen de stapel uitsteken die haar aandacht trekt. Hij is aan haar man gericht en er staat vertrouwelijk op. Zal ze… het druist tegen al haar normen en waarden in maar haar wantrouwen is niet meer te onderdrukken. Het blijkt een hoge levensverzekering op haar naam en haar man is de begunstigde. Dan hoort ze dat er iets van tafel wordt geschoven en met een klap op de grond terecht komt. Naast de tafel ligt het opengeslagen poëziealbum … de bladzijde met het door haar man geschreven versje is er uitgescheurd en ligt er verfrommelt naast.


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 11  >>>KLIK<<<

maandag 27 februari 2012

Onkruid deel 9...

Als hij de autosleutels aan de man heeft overhandigd mompelt deze nog wat in een voor hem onverstaanbare taal, geeft hem een aantal biljetten, stapt in de Audi en rijd weg. Wanneer de auto uit zijn gezichtsveld is verdwenen valt er een loodzware last van hem af en steekt hij de biljetten in zijn portefeuille.

Hij loopt het bospad af en ziet vanuit de verte zijn auto al op de parkeerplaats staan. Nu snel naar huis, want ze zal zo thuiskomen en hij wil haar voor zijn. Ze zal willen weten waarom hij haar niet heeft opgehaald. Zijn hersenen draaien weer op volle toeren, en één voor één laat hij de meest geloofwaardige smoezen de revue passeren. Vóór hij thuis is heeft hij de beste voor handen.

Het warme douchewater brengt hem weer enigszins tot bezinning. Wat bezielde hem in godsnaam, alle moeite is voor niets geweest. Hij knijpt de spons uit boven zijn hoofd en de lavendelgeur die dit verspreid kalmeert zijn zenuwen. Hoe heeft hij zo kunnen blunderen… het scheelde slechts een haar. Ze stond midden op straat, hij hoefde alleen maar gas te geven … en dan opeens ziet hij als uit het niets die blonde krullen in zijn achteruitkijkspiegel. De ogen van het meisje kijken hem smekend aan, hij ziet haar mond bewegen, maar hij kan niet horen wat ze zegt. Als verstijft zit hij achter het stuur en zijn blik lijkt gevangen door de lippen van het kind.

Haar mond herhalen de geluidloze woorden keer op keer tot ze het lijkt uit te schreeuwen. De schrik slaat hem om het hart en even raakt hij in paniek. Zou zijn geweten hem parten gaan spelen, een geweten dat de gedaante heeft aangenomen van zijn dochtertje. Hij kijkt naar de achterbank maar tot zijn opluchting is er niets meer te zien, zijn blik verhard en als een bezetene drukt hij het gaspedaal in en rijd recht op de gestalte van Ellen af. Haar verbaasde blik veranderd in ontzetting wanneer ze doorkrijgt dat de auto die op haar afkomt van geen wijken weet. Dan hoort hij vanaf de achterbank een meisje schreeuwen ‘WAT DOE JE PAPA!?!?’ Als hij weer vol afgrijzen in z’n achteruitkijkspiegel kijkt, ziet hij niet de verwachte blonde krullen van zijn dochter, maar Ellen die met een pijnlijk vertokken gezicht op straat ligt.

Hij draait de kraan dicht, slaat een badlaken om zijn heupen, en loopt peinzend de slaapkamer in. Waarom is Ellen ook zo sterk. Het leek er in de eerste instantie toch op dat ze volledig was doorgedraaid en de inrichting niet meer uit zou komen. Ze heeft zijn plannen volledig in de war gegooid en hij zal weer iets nieuws moeten verzinnen. Hij gaat op bed zitten en steekt een sigaret op, een gewoonte die hij sinds kort weer heeft opgepakt. Het geeft hem het gevoel dat hij daar zijn zenuwen mee in toom kan houden . De overvolle asbak op het dressoir geeft weer hoe het met zijn zenuwen gesteld is de laatste dagen. Hij inhaleert diep, sluit zijn ogen en voelt hoe de nicotine zijn longen vult. Het lichte gevoel in zijn hoofd doet hem beseffen dat hij de hele dag nog niets heeft gegeten.

De spiegel tegenover het bed toont een ingevallen gezicht en onder zijn borstkast ziet hij de contouren van zijn uitstekende ribben. Hij heeft er wel eens beter uitgezien en hij heeft zich ook wel eens beter gevoeld… als hij wil slagen zal hij zich meer in acht moeten nemen. De twijfel slaat weer toe… is dit het allemaal wel waard. Zijn twijfel wordt verstoord door het geluid van zijn mobiel. Het display laat het gezicht van Chantal zien, nu even niet. Hij heeft geen zin in een kruisverhoor, hij zal haar moeten uitleggen dat de plannen weer gewijzigd zijn. Als hij zuchtend zijn peuk in de propvolle asbak drukt valt zijn blik op het witleren boekje op het dressoir. Dat is gek, hij had toch alles weggegooid?


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 10  >>>KLIK<<<

zondag 26 februari 2012

Onkruid deel 8...

Ze kijkt haar tas nog even na -heeft ze alles- portemonnee, mobiel, toilettas... zo te zien zitten al haar spullen er in. De man in het wit loopt met haar naar de deur en haalt de sleutels uit zijn zak. 'Hier is je recept… hou je goed aan de dosis en van de week nog even bloed laten prikken.Weet je zeker dat je het aankan?' vraagt hij bezorgd, ze knikt, waarop hij de deur opent.
 'Pas goed op jezelf,' 'Zal ik doen… mij krijgen ze niet gek' zegt ze gekscherend. 'Nee' zegt hij… 'dat was je toch al.' Waarop ze beiden in de lach schieten, wat zeer bevrijdend werkt merkt ze.

Heerlijk als mensen je behandelen alsof je niet van een andere planeet komt. 'Dank je,' zegt ze terwijl ze hem de hand drukt, 'ik zal jouw goede zorgen en menselijkheid zéker niet vergeten.' 'Jij bent één van de normaalste mensen die ik hier ooit heb meegemaakt Ellen, dus laat je niets anders wijsmaken, en nu wegwezen jij en ik wil je hier nooit meer zien,' zegt hij terwijl hij haar een knipoog geeft en de deur zacht maar resoluut achter haar sluit.

Wanneer ze buiten komt bemerkt ze dat het een stralende dag is. Ze knijpt haar ogen samen om ze te laten wennen aan de overgang van de donkere hal in de kliniek naar het scherpe zonlicht buiten en haalt diep adem… frisse lucht…heerlijk, wat heeft ze dat gemist. Het is nog vrij rustig in de straat waar de instelling is gelegen. Ze kijkt op haar horloge, het is inmiddels al kwart voor twaalf. Hij zou haar om elf uur oppikken. Niet dat ze ontzettend blij is hem weer onder ogen te moeten komen. In de maanden dat ze in de kliniek verkeerde heeft hij haar welgeteld twee keer bezocht. En dan nog wist hij niet hoe snel hij weer weg moest komen.

'Voor je eigen bestwil schatje, je hebt vooral je rust hard nodig.' De manier waarop hij haar tegenwoordig schatje noemt bezorgt haar kippenvel. Nu ze er over nadenkt is dat niet het enige aan hem wat haar tegenwoordig kippenvel bezorgt. Zijn stilzwijgen als ze naar hun dochter vroeg maakte haar razend. Ze draait zich nog even om en kijkt naar het sombere gebouw achter haar. Dit lijkt haar nu niet de ideale plek en tijd om haar gevoelens te analyseren. Ze haalt nog een keer diep adem en wil zo snel mogelijk van deze kille en deprimerende plek weg zien te komen.

Aan de overkant van de straat schuift een serveerster de vrolijk gekleurde parasols omhoog op het nu nog verlaten maar gezellig uitziende terras. Ze snakt naar een echte kop koffie, het zou een welkome afwisseling zijn op het slappe surrogaat dat ze de afgelopen maanden te drinken kreeg. Vijf voor twaalf inmiddels… als ze dan toch moet wachten. Zodra ze de straat oversteekt ziet ze een donkergrijze Audi de straat inrijden. Even is ze verbaast over de flinke snelheid waarmee hij door de rustige straat rijd, hij zal haar toch wel hebben gezien. Tot de persoon achter de donker getinte autoruiten waarschijnlijk een ruk aan het stuur geeft en de Audi in volle snelheid op haar inrijd. Even staat ze als aan de grond genageld tot haar overlevingsdrang een stoot adrenaline door haar lichaam voert en ze op het laatste moment weet weg te springen. Ze struikelt en haar enkel maakt een vreemde draai waardoor ze op de straat beland.

 De Audi mist haar op een haar na, geeft nog eens flink gas en verdwijnt met piepende banden uit het gezichtsveld. Voor dat ze goed en wel beseft dat ze waarschijnlijk aan de dood is ontsnapt staat de serveerster met een wit vertrokken gezicht over haar heen gebogen. 'Gaat het met je?' Vraagt ze met trillende stem. 'Die gek rijd zo door!' zegt ze nu verontwaardigd. 'Ja … ik … denk het wel, alleen m’n enkel.'Ze wrijft met een pijnlijk vertrokken gezicht over de zwelling boven haar voet. De vrouw helpt haar voorzichtig overeind. 'Zo ga hier maar even zitten' zegt ze als ze bij het terras zijn aangekomen, 'leg je voet maar op de stoel, ik ben zo terug.'

Als de serveerster even later haar gezwollen enkel als een volleerd verpleegster staat in te tapen vraagt deze of ze het kenteken heeft kunnen zien. 'Nee, het ging zo snel, -ze verzwijgt het feit dat er helemaal geen kentekenplaat te zien was- 'Je zou toch bijna denken dat hij het speciaal op jou had gemunt, wat een gek,'en ze schud niet begrijpend haar hoofd. 'Zo, die moet je er voor vandaag maar even om laten zitten' zegt ze als ze trots naar de ingezwachtelde enkel kijkt. 'Kan ik iets voor je doen... wil je misschien iets drinken voor de schrik?' 'Nou... graag een kop koffie, dan bel ik maar even een taxi.' Het is al bij half één en ze verwacht niet meer dat ze nog zal worden opgehaald. En eerlijk gezegd is ze daar ook niet echt rouwig om.

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 9  >>>KLIK<<<

zaterdag 25 februari 2012

Onkruid deel 7...


Onrustig loopt hij door de kamer, een grote vuilniszak in z’n handen. Snel haalt hij de kastplanken leeg, poppen, knuffels schriften en potloden…alles propt hij wild in de zak. Totdat zijn blik op een met wit leer bekleed boekje valt, in het leer zijn witte vlinders geborduurd en er hangt een klein goudkleurig slotje aan.
Hé… dat hij dat vergeten was, 'wil jij er ook een verhaaltje inschrijven papa?' Hij ziet haar weer voor zich staan, ze kijkt hem vragend aan met haar grote blauwe ogen…
Hij laat z'n vingers even over de geborduurde vlinders glijden voor hij aarzelend het boekje opent en de bladzijde zoekt waar hij ooit zijn versje heeft neer geschreven… 'Lieve Kim,' staat er met sierlijke letters. Het lijkt alweer zo lang geleden… even van zijn stuk gebracht haalt hij vertwijfeld zijn hand door zijn haar terwijl hij de tranen in zijn ogen voelt prikken.

Ruw klapt hij het boekje dicht en werpt het achteloos bij de rest van het speelgoed. Nu niet week worden… misschien laten ze haar alsnog naar huis gaan en dan moeten alle sporen zijn gewist. Terwijl hij snel de vuilniszak dichtknoopt wordt hij opgeschrikt door zijn mobiel.. zeg 't eens Chantal, ja ik ben bijna klaar.
'Het gaat de goede kant op, ik ben de spullen aan het opruimen, straks weet ze zelf niet meer wat werkelijkheid is en wat niet. Geloof me schatje, het gaat nu niet lang meer duren. Binnenkort zijn we vrij om te gaan en staan waar we willen… én met een flinke smak geld. Nee zeg, begin jij nu ook al… geduld, ik beloof je dat alles met een sisser afloopt.' Geïrriteerd steekt hij zijn mobiel in zijn zak en haalt nog wat foto's van de wand. Terwijl hij naar de deur loopt pakt hij nogmaals zijn mobiel… 'Sorry schat dat ik zo uitviel,' de rest van zijn excuses worden getemperd door de deur die hij achter zich sluit.

Het achteloos neergegooide poëziealbum blijft als stille getuige achter, de witte vlinders lijken zich met moeite los te willen maken van hun witleren ondergrond. Één voor één vliegen ze omhoog om zich in een hoek van de kamer te verzamelen. In het midden staat een klein meisje met blonde krullen… ze kijkt verdrietig, en met de vlinders fladderend om zich heen pakt ze langzaam haar boek van de grond.

'Lieve Kim,' leest ze … waarna de inkt zich vermengt met haar tranen.

Copyright © Ingrid Punt maart 2011

Deel 8  >>>KLIK<<<

maandag 20 februari 2012

Onkruid deel 2...

De tafel staat netjes gedekt met haar mooiste damast, het antieke servies van oma - voor speciale gelegenheden- en haar mooie kristallen glazen. De ovenschotel staat te pruttelen, wat haar betreft kunnen ze nu wel komen. Ze heeft de jurk aangetrokken die haar het meest flatteert, haar kapsel weer een beetje gefatsoeneerd, ze wil vanavond geen modderfiguur slaan... ze kijkt in de spiegel en brengt nog een beetje lipstick aan. Het is bijna zeven uur… hij zal het toch niet in z’n hoofd halen om op het laatste nippertje weer af te bellen. Ze schenkt zichzelf maar vast een wijntje in want de zenuwen gieren door haar keel. Waar heeft ze haar sigaretten gelaten… tegenwoordig rookt ze alleen nog als ze erg gestrest is, en dit is duidelijk een noodgeval. Hoe zou ze zijn… 'Chantal,' als ze zijn verhalen moet geloven moet ze perfect zijn. Waarschijnlijk lang, slank en mooi, goed gekleed… wat haar haarkleur betreft tast ze in het duister. Zenuwachtig plukt ze aan de zoom van haar jurk, heb ik wel de juiste kleur kousen aan … Shit, wat voelt ze zich onzeker… Als ze nog een slok wijn neemt hoort ze zijn auto al voor de deur. Haar hart klopt in haar keel… niet voor het raam gaan staan, neemt ze zichzelf voor, dat staat zo onbeholpen. Ze probeert relaxed in de stoel te blijven zitten en slaat haar benen over elkaar, De zwarte pumps, die ze normaal nooit draagt omdat ze verrekte pijn doen steken aanvallend naar voren. Ze hoort ze lachend de gang binnen komen.

Als de deur eindelijk open zwaait kijkt ze in het vrolijke gezicht van een kleine gezette vrouw van middelbare leeftijd. Donkerbruin haar met hier en daar een grijs streepje. Spijkerbroek, stevige stappers en een foeilelijke rode slobberpullover. 'Hai, ik ben Chantal 'zegt ze terwijl ze haar stevige hand lachend onder haar neus duwt. 'O… hai Chantal,' zegt ze verward terwijl haar hand de stevige knuist van Chantal probeert te trotseren. 'Zo, uhhh, dus jij bent Chantal…' weet ze nog net dom uit te kramen. Ze moet zichzelf bedwingen om niet in een hysterisch gelach uit te barsten. Maar tegelijkertijd draaien haar hersens op volle toeren.
Hier klopt iets niet… heeft hij iemand anders zo ver kunnen krijgen om voor Chantal door te gaan. Ze werpt een blik op haar man, maar die is druk doende om een wijntje voor Chantal in te schenken, 'Zo,' zegt hij lachend, 'eindelijk kunnen jullie eens kennis met elkaar maken.'

De 'overspelige' echtgenoot neemt naast haar plaats terwijl hij haar een kus geeft.
'Zo schat… én… wat staat er op het menu?'

Copyright © Ingrid Punt 2010


Deel 3 >>>KLIK<<<

zondag 19 februari 2012

Onkruid ...deel 1...



Z’n koffers staan zorgvuldig gepakt in de gang... het is nu alleen nog een kwestie van doorzetten. Ze wist het al maanden, maar hij bleef het ontkennen. Een vrouw voelt zoiets intuïtief aan. Druk op het werk, "wacht maar niet op mij, ik slaap wel op de zaak." Uren in de file staan... "ik eet onderweg wel een broodje." Zijn smoesjes werden steeds doorzichtiger, hij tartte haar intelligentie. Dat ging nu al meer dan een jaar zo. Gisteravond kwam het hoge woord er uit, ze heet Chantal en is gewoon een leuke vriendin, en ze moest daar niet zo moeilijk over doen.

En ja, ze brengen veel tijd samen door, squashen, zwemmen, tennissen... so wath... jij hebt toch niets met sport? Hij ook niet... maar dat is hij voor het gemak maar even vergeten. Dat zij voor de zoveelste keer alleen met de kleine thuis zit is toch niet zó erg. Zoek ook een leuke hobby, zegt hij met een sarcastisch toontje als hij weer eens laat thuis komt met een flinke parfumwolk om zich heen, ze herkend het luchtje inmiddels uit duizenden.

Hij kijkt haar nog amper aan... en als hij haar wél aankijkt is het verwijtend. Want niets deugt meer aan haar, haar kapsel, haar kleding, zelfs haar zorgzaamheid irriteert hem. In bed liggen ze tegenwoordig mijlen ver van elkaar verwijdert. Samen hadden ze besloten dat zij haar goedbetaalde baan en carrière op zou geven om voor de kleine te zorgen, nu neemt hij haar kwalijk dat ze zo’n moeke is, en geen vrouw van de wereld zoals Chantal. Zij is slim, leuk in de omgang, welbespraakt, humoristisch en ze heeft alles zo goed voor elkaar. Maar wanneer ze oppert dat hij dan maar bij Chantal in moet trekken, blijkt het ineens toch niet z’n type, om haar vervolgens weer de hemel in te prijzen. Ze is klaar met z’n gedraai en z’n leugens.

Wanneer ze zijn sleutel in het slot hoort, wil ze het liefst wegvluchten, ze kan zijn minachtende blikken niet meer aan... ze voelt zich zó klein. Terwijl ze haar rug strekt, spreekt ze zichzelf streng toe... nog even sterk zijn, dit laat je jezelf niet meer aandoen. Zijn ontgoochelde blik bij binnenkomst verrast haar, en als hij de koffers ziet staan pakt hij haar beet en zegt hij dat hij van haar houd. De grond onder haar voeten voelt als drijfzand. Ze is moe... moe van de eindeloze verwijten over en weer... moe van het sterk zijn... moe van zijn smoesjes... moe van hun leven langs elkaar heen.

Hij pakt de koffers op, loopt er mee naar de slaapkamer en gooit ze leeg op het té grote bed.
Dit wil jij niet echt, zegt hij met een doordringende blik. Gek, op een kritiek moment weet hij haar blik wél te vangen. Ze weet niet meer wat ze wil... gevoel heeft ze al lang niet meer en haar hersens lijken in staking. Hij laat zich echt niet door haar buiten de deur zetten, zo goed kent ze hem wel. Heel even heeft ze overwogen om zelf weg te gaan... “waar wil je naar toe?“ hoort ze hem nog honend zeggen. Collega’s, vrienden en familie ziet ze niet meer, daar heeft hij wel voor gezorgd. Hij heeft haar mentaal gebroken, en zij heeft het niet eens gemerkt.

Blijf dan maar, hoort ze iemand met zachte hese stem zeggen... ze schrikt, kwamen die woorden echt uit haar mond? Hij kijkt haar met een spottend lachje aan voordat hij ruw haar voorhoofd kust. De manier waarop hij haar kust maakt haar niet eens meer uit... zijn kussen komen al héél lang niet meer bij haar binnen, daarvoor heeft hij haar té vaak vernederd. Vanavond eet ik gewoon lekker thuis zegt hij met een zelfverzekerde blik. En schatje, maak iets lekkers klaar, Chantal eet vanavond ook mee. Als hij even later de deur achter zich dicht trekt loopt ze traag richting keuken. Ze draait haar lange haar in een knot, en zet met haar laatste beetje zelfrespect een grote ovenschaal op het aanrecht. Ze slaakt een diepe zucht alvorens ze het gootsteenkastje open trekt.

De fles met onkruidverdelger staat achterin......
vanavond gaat ze maar eens flink culinair uitpakken.


Copyright © Ingrid Punt 2010

Voor Deel 2  >>>KLIK<<<