Blogarchief

Posts tonen met het label Politie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politie. Alle posts tonen

vrijdag 16 december 2011

Die pet past ons allemaal...

Die pet past ons allemaal



'Het stoplicht staat op rood hoor...' voor me staat een klein jochie, met een gigantisch grote pet me met een licht verontwaardigde blik aan te kijken... mij niet helemaal duidelijk wat hij bedoeld loop ik glimlachend op hem af, nu ben ikzelf niet één van de grootste maar ik moet iets door de knieën zakken wil ik onder z’n klep kunnen kijken... 'wat is er man...' vraag ik hem met een vertederde blik -even heb ik spijt dat ik die rol pepermuntjes vanmorgen niet in m’n zak heb gestoken- maar het knaapje werpt me nu zo’n boze blik toe dat een pepermuntje er waarschijnlijk geen goed aan had gedaan.


'Het stoplicht staat op rood hoor,' zegt hij nogmaals met de handen op de rug, nu iets harder en duidelijk gearticuleerd  Achter hem zie ik twee agenten druk met elkaar in gesprek. Het wordt me nu duidelijk dat het ventje erbij hoort... misschien mocht hij een dagje met z’n pa mee, vraag ik me nog even af. Maar aan het boze jongenskoppie te zien is het hem menens, en ik realiseer me nu dat het daadwerkelijk om een rasechte agent gaat.

De politie-campagne van 'die pet past ons allemaal' schiet me ineens door het hoofd, en ik vermoed dat deze leus voor dit jochie niet opgaat. Het is meer pet dan hoofd en met ingehouden lach weet ik nog uit te brengen... 'sorry meneer agent... ik lette even niet op!' 'Laat het niet weer gebeuren...' zegt het kwade agentje ernstig, en terwijl hij zijn wenkbrauwen fronst zakt de grote pet nog verder over z’n oren. Wanneer ik m’n weg gniffelend vervolg voel ik z’n vermanende blik nog in m’n rug prikken. Zo... denk ik nog... zijn dag ook weer goed... hij moet op zijn minst een goede indruk bij z’n collega agenten hebben gemaakt.

Ach... waar is de tijd gebleven dat agenten nog agenten waren......


Copyright © Ingrid Punt Januari 2011

zaterdag 5 november 2011

Burgerlijke ongehoorzaamheid...


Op een druilerige zondagmiddag besluit ik even richting binnenstad te lopen, want ja... wat doe je anders op een druilerige zondagmiddag.

Terwijl ik zo’n beetje langs de grachten loop te slenteren vallen me opeens de dranghekken op die op sommige plekken langs de weg staan.
Nu is dat niet zo bijzonder in Amsterdam, want er staan regelmatig wel érgens dranghekken… en niemand die zich nog verdiept in het hoe en waarom.

Ik bedoel maar, in Amsterdam is altijd wel wat te doen... stoplicht rood, stoplicht groen.
Normaal gesproken heb ik er dus ook totaal geen moeite mee, houd ik me netjes aan de regels en heb ik alle begrip voor alle aangekondigde en spontane festiviteiten ware het niet dat ik nu dus nét wilde oversteken want ik moest dus aan de andere kant van de straat zijn.

En ja hoor, na een minuutje of tien zag ik een opening waar diverse mensen doorheen liepen... let wel... zonder problemen. Dus ik sluit heel naïef achter in de rij aan... ‘kijk eerst netjes naar links, dan netjes naar rechts en dan weer keurig naar links... er komt niets aan ’ dus er achteraan hobbelen maar.

FOUT!!!
Nooit doen... eerst nog even stiekem achterom kijken of er geen vrouwelijke agente in de buurt is, die zijn me toch een partij fanatiek, vooral als ze nog in opleiding zijn. Het lijkt wel of ze nog duidelijk moeten maken dat ze ook hun mannetje staan.
Nét op het moment dat ik de overkant heb bereikt word ik ruw bij m’n schouder gegrepen.
Dus niet zachtzinnig... nee het leek wel een bankschroef waar ik in was beland.

"Waar gaan wij naar toe?"
"Auw... nou waar jij naar toe gaat, geen idee... maar ik wilde graag naar deze kant van de weg ",
‘Fout geantwoord’

"Dat gaat dus niet gebeuren!"
"Nee, hoezo?"
"Je hebt de dranghekken toch wel gezien... die staan er niet voor niets."
"Volgens mij staan ze open, en liep er net een hele kudde doorheen... maar vertel," zeg ik terwijl de bankschroef om mijn schouder steeds strakker wordt aangedraaid,
'deze greep heeft ze waarschijnlijk nét geleerd, en dat zal ik weten ook.'
"Je ziet toch wel dat er hier een Marathon aan de gang is?"

In geen velden of wegen een fietser, loper, zwemmer of triatleet te bekennen, dus ik zeg met
een onschuldig gezicht... waar dan... ik zie niets. En dat had ik nu nét niet moeten zeggen, want de bankschroef sleurt me nu van de ene kant van de weg tot aan de andere kant van de weg en in een flits zie ik nu de lopers de hoek omkomen.
Beter gezegd, ik was al hoog en breed veilig aan de overkant zonder dat er nog maar één loper te zien was maar door de onbesuisde agressie van de bankschroef, liepen zowel de lopers als ik nu gevaar.
Met veel pijn en moeite weet ik m’n gehavende schouder uit haar klauwen te wringen en nadat ik hem weer in de kom heb weten te klikken kan ik nog net opzij springen terwijl de horde langs me heen schiet.

Inmiddels is er nog een kordate tante agent 'formaat klerenkast' bijgekomen die het nodig lijkt om haar collega assistentie te verlenen, ik heb tenslotte nog een schouder.
Met z’n tweeën geven ze me de wind van voren, opzij,
'en van achteren trouwens ook.'

Ik laat het gelaten over me heen komen, verdedigen tegenover twee van die opgefokte uniformen lijkt me op dat moment volkomen zinloos.
Prima... fout is fout, maar om nu meteen een schouder tot pulp te knijpen...
Zodra de geiten uitgemekkerd zijn en alweer druk met andere 'belangrijke' zaken, loop ik dóór de nog steeds geopende dranghekken richting overkant.
Geen haan die er nog naar kraait.
Die schouder heeft me nog wekenlang herinnerd aan mijn burgerlijke ongehoorzaamheid.

En dranghekken... ik kan ze niet meer zien, politieagente’s in opleiding trouwens ook niet!


© Ingrid Punt 2010