Blogarchief

Posts tonen met het label Onverklaarbaar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onverklaarbaar. Alle posts tonen

dinsdag 20 maart 2012

Vrij...



Vrij


Vannacht zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij. 

Ik kon het niet geloven, 
de dood had je gehaald... 
Jij kon het niet verklaren, 
je had je prijs betaald. 

Je leek me zielsgelukkig. 
Dat was best lang gelee. 
Begrijpen deed je ‘t ook niet, 
je had geen flauw idee. 

Je maakte je wel zorgen, 
of ik wel had gehad 
hetgeen je mij beloofde 
dat ging je aan je hart. 

Ik zei “vergeet het aardse, 
het is van geen belang. 
Zoals jij zit te stralen, 
je bent niet langer bang.” 

Voor mij was het bijzonder, 
ik zag de oude jij. 
Je praatte en je lachte, 
dat stemde me weer blij. 

Je zou een briefje schrijven. 
“Niet doen... dat doet hen zeer, 
want wie zou het geloven... 
je bent hier écht niet meer.” 

Het leek je niet te deren. 
Jij had dit zelf bepaald. 
En tijd zou het me leren, 
de dood was achterhaald. 

En dus zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij...... 


© Copyright Ingrid Punt februari 2012

vrijdag 2 maart 2012

Onkruid deel 13...

Als hij wakker wordt heeft hij een zware kater, althans zo voelt het. Een hoofd vol met watten en een tong van leer. De wekker naast hem op het nachtkastje geeft aan dat hij toch zéker minimaal een uur of zes moet hebben geslapen. Dat gebeurt hem nooit zo midden op de dag. Moeizaam zwaait hij zijn benen over de rand van het bed en steekt een sigaret op. Zijn hoofd bonkt en hij heeft moeite om zijn ogen open te houden. Een koude douche zal hem misschien goed doen. 'Ellen, ik ga nog even douchen hoor…… Ellen?' In de kamer ernaast is niemand aanwezig, vreemd, het laatste wat hij zich kan herinneren is dat ze hem iets te drinken kwam brengen… 'Ellen?!?!' Hij houd even z’n adem in om zijn gehoor optimaal te kunnen benutten, maar al wat hij hoort is doodse stilte, er volgt geen antwoord, mooi dat geeft hem de kans om Chantal even snel te bellen om de boel kort te sluiten. Als hij z’n mobiel pakt ziet hij dat hij drie oproepen van haar heeft gemist, maar als hij haar belt krijgt hij geen gehoor. Oké, dan niet, misschien heeft ze de pest in dat ze hem niet kon bereiken. Hij lacht zachtjes, dat is wat hem het meest in haar aantrekt, haar onvoorspelbaarheid, haar arrogantie, haar koppigheid en wispelturigheid.

Zo anders dan Ellen die hij altijd alles wijs heeft kunnen maken. Ellen, die zijn domme smoezen altijd zonder pardon slikte. Ellen, die altijd alles deed om het hem maar naar de zin te maken. Ellen, die het thuis gezellig probeerde te maken en hij moest daar aan meedoen. Ellen, die wilde geloven dat ze het perfecte gezinnetje had. Doodmoe wordt hij ervan, hij wil vrij zijn, vrij om te gaan en staan waar hij wil. Maar een scheiding is uitgesloten, hij kijkt even naar de gouden Rolex die hij om zijn pols draagt. Het meeste wat hij bezit is eigenlijk van Ellen, het huis is van Ellen, het bedrijf waar hij werkt is in handen van Ellen’s familie. Na een scheiding zullen ze er geen moeite mee hebben om hem glashard aan de kant te zetten aangezien ze toch al niet zo van hem gecharmeerd zijn. Hij heeft een dure smaak en Chantal weet ook van uitgeven.

De dood van Kim heeft hem ongewild geholpen, daarna raakte Ellen totaal de weg kwijt… wat hem weer goed uitkwam. Waarom kon ze niet gewoon in de kliniek blijven, of zichzelf iets aandoen… hij heeft haar toch tot het uiterste getergd. Zijn laatste mislukking is hem opgebroken door schuldgevoelens wat Kim betreft, hij heeft er anders geen andere verklaring voor dat hij Ellen op een haar na miste. Ze is net onkruid… niet uit te roeien. Nu zullen hij en Chantal hun plannen wéér moeten bijstellen. Het gedreun in zijn hoofd lijkt erger te worden en hij begint licht te transpireren, zijn sigaret smaakt hem ook al niet en hij drukt geërgerd zijn peuk uit. Kom maar op met die koude douche, hij doet zijn dure Rolex af en sleept zichzelf moeizaam naar de badkamer.

Als hij een badlaken heeft klaar gelegd en de koude kraan open heeft gedraaid, schopt hij z’n slippers uit maar bij de eerste stap die hij op de natte vloertegels zet schrikt hij van de plotselinge glibberige ondergrond. Hij wil zich nog vastgrijpen maar de douchewanden zijn al net zo spekglad. Zijn handen glijden weg en grijpen nu naar een onzichtbaar houvast in de lucht, die blijkt niet aanwezig en zijn benen schieten onder hem vandaan. Zijn lichaam maakt een vreemde draai en zijn hoofd slaat met een klap achterover tegen de opstaande rand van de doucheruimte, het laatste dat hij voelt is de warmte die zich rond zijn hoofd verspreid. Ergens in het felle licht hoog boven hem dansen de blonde krullen van zijn dochter, ze lacht naar hem. Dan wordt het hem zwart voor de ogen en verliest hij het bewustzijn. De enorme plas bloed die achter zijn hoofd ontstaat vermengt zich met het koude water en verdwijnt traag in het doucheputje. Met een voldaan gezicht zet ze de tas met boodschappen in de keuken. Hangt haar jas aan de kapstok en staart even tevreden in de gangspiegel. Haar spiegelbeeld ziet er gelukkig uit, dit is de laatste tijd wel eens anders geweest. Ze heeft haar leven weer op de rit. Na een knipoog naar haar spiegelbeeld klakt ze even met haar tong. Zo, dat was nummer één op naar nummer twee dan maar. 'Schat… ben je al wakker?' Ze gooit de slaapkamerdeur open maar het bed ligt er verlaten bij.


Ze hoort de kraan in de badkamer lopen en opent voorzichtig de badkamerdeur. 'Schat?' Vanachter het douchemuurtje ziet ze zijn behaarde benen in het roodgekleurde water liggen. Ze loopt voorzichtig de badkamer in en ziet dat de groene zeep zijn dienst heeft gedaan. Hij 'roemde' haar altijd al om haar schoonmaakwoede denkt ze geamuseerd. Ze schopt zijn slippers opzij en draait voorzichtig de kraan dicht. Dan valt haar blik op zijn vreemde verwrongen lichaam. Zou hij zijn rug hebben gebroken? Haar blik dwaalt af naar het gapende gat in zijn achterhoofd waar nog steeds bloed uit sijpelt.

Ze schudt haar hoofd afkeurend… 'Jeetje schat, moest je er nu écht zo’n smeerboel van maken?' Ze knielt naast hem neer, pakt zijn doorweekte pols en legt haar hoofd even op zijn borstkast om daarna glimlachend op te staan. 'En dat was twee… wist jij trouwens …… dat de meeste ongelukken gewoon thuis gebeuren? Het is echt zo, en ik heb je nog wel zo vaak gevraagd om antisliptegels te plaatsen, maar …. wie niet horen wil, moet maar voelen. Maar voordat ik helemaal ondankbaar overkom… de medicijnen die je voor me geregeld hebt hebben me écht goed gedaan, ik voel me herboren.' Ze kijkt op haar horloge, 'nu ik het er toch over heb… tijd voor m’n pilletje. De ambulance kan nog wel even wachten, jij hebt tóch geen haast meer hé lieverd.'

In de gang schopt ze haar schoenen uit, loopt de keuken in en zet een pot thee, zet deze op een dienblad evenals de suikerpot en twee theekopjes. Als ze even later de kamer binnenkomt en het dienblad op tafel heeft gezet, pakt ze de afstandbediening , zet de tv aan en laat zich op de bank vallen. Ze zapt wat van de ene naar de andere zender tot haar aandacht wordt getrokken door een onderwerp op het nieuws. Een autowrak wordt het ravijn uitgetakeld, en die auto herkend ze… 'de 34 jarige bestuurster heeft het niet overleefd' gaat de verslaggever verder. Vermoed wordt dat zij onwel is geworden en de macht over het stuur is verloren. Een getuige beweerde dat hij nog iemand op de achterbank heeft zien zitten vlak voordat de auto het ravijn inreed, mogelijk een kind. Maar tot op heden zijn er geen sporen gevonden die wijzen op een tweede slachtoffer, en dus is de zoekactie gestaakt.' 'Goh… arme Chantal… ik vond die Gin-tonic toch al niet zo’n goed idee. .. maar ja… ze wilde niet luisteren naar een gek.'

Ze schenkt de thee in de kopjes en strijkt even liefdevol door de blonde zijden krullen van het kind naast haar op de bank…… 'Jij bent en blijft mijn engeltje.' Dan pakt ze een pen en het witleren poëziealbum van tafel. Slaat het album open tot waar de bladzijde is weggescheurd en schrijft met sierlijke letters… 'Lieve Kim'…


THE END…………….

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




dinsdag 28 februari 2012

Onkruid deel 10...

Verbijsterd kijkt ze de kamer rond… het warme hoogpolige tapijt is verdwenen waardoor de kale houten vloer zichtbaar is, de lambrisering is verwijderd evenals de lage boekenkast met kinderboeken het hemelbed en de speelgoedkisten. De pastelkleurige wanden zijn strak en wit geschilderd, de vrolijk gekleurde gordijnen zijn vervangen door strakke,kille luxaflex. De grote ingebouwde kledingkast is het enige vertrouwde dat nog doet herinneren aan betere tijden.

Traag en op haar hoede maakt ze de deuren open. Weg… alle kleding en schoenen van haar dochter zijn verdwenen… het voelt alsof haar hart uit haar lijf wordt gerukt, de kast is leeg. Niets in de kamer wijst er nog op dat daar ooit een klein meisje heeft gewoond, daar heeft gespeeld, haar dromen heeft gedroomd, verdrietig en gelukkig is geweest. Hoe heeft hij dit kunnen doen zonder enig overleg met haar, zomaar alles uitgewist alsof hun dochter nooit heeft bestaan. Het voelt als een groot verraad.

Woedend loopt ze naar de huiskamer, die is al net zo stil en verlaten. Trillend van boosheid en onmacht loopt ze door naar de slaapkamer. Aarzelend pakt ze de deurklink, die voelt net zo koud en kil als de rest van het huis. Ze probeert zichzelf onder controle te krijgen, haalt even diep adem om dan uiteindelijk de deur te openen. Haar man zit op de rand van het bed, ze wil hem pijn doen tot op het bot zoals hij haar pijn heeft gedaan. Maar bij de aanblik van zijn trieste ogen en magere ingevallen gezicht verdwijnt deze drang . De scherpe woorden waarmee ze hem neer wilde sabelen blijven steken in haar keel. In plaats daarvan weet ze met een hese stem van emotie uit te brengen, 'waar was je, ze zeiden dat je me om elf uur op zou halen?' 'Sorry Ellen …. Maar ik voel me ontzettend ellendig, ik weet niet wat er aan mankeert maar ik ben hondsberoerd.

Ik wilde je écht ophalen maar ik kon m’n bed niet uitkomen, zó ziek. Ik ben geloof ik weer in slaap gevallen anders had ik je natuurlijk wel even gebeld.' Haar gevoelens nemen weer een loopje met haar, boos omdat hij zo over haar gevoel heen walst, zo bezorgt is ze als ze naar zijn magere lichaam kijkt. Hij heeft het misschien wel nét zo zwaar gehad als zijzelf realiseert ze zich nu. Gevoelens van wantrouwen, ongeloof, haat, liefde,medelijden en verraad wisselen elkaar in snel tempo af, tot een gevoel van medelijden uiteindelijk de overhand krijgt.

Dan ziet ze de volle nog smeulende asbak en ze kijkt hem vragend aan. Gealarmeerd door haar stille argwanende en verwijtende blik probeert hij het gesprek een andere wending te geven… 'Wat is er met je been?' en hij wijst naar haar ingezwachtelde enkel. 'O… niets ernstigs, ik heb me verstapt,' zegt ze zo nonchalant mogelijk terwijl haar ogen de waterdruppel volgen die zich langzaam losmaakt uit zijn donkere borsthaar en zich traag een weg baant via zijn nog steeds gespierde buik naar de handdoek die hij om zijn middel heeft.

Hij is een mooie man, altijd al geweest maar dat was niet de reden dat ze ooit op hem gevallen is. Hij had humor, was intelligent en wist altijd de juiste woorden te vinden om haar aan het lachen te brengen en gelukkig te maken. Nu snijden zijn woorden vaak dwars door haar ziel en valt er niets meer te lachen. Het ongeluk heeft hen beiden zwaar beschadigd en een verwijdering teweeg gebracht die maar met moeite te overbruggen lijkt. Schuldgevoelens en verwijten over en weer waren de oorzaak van de verwijdering. Zij kon niet accepteren dat Kim er niet meer was, ze wilde haar dochter niet loslaten en werd een gevangene in hun huis. Hij ging maar door, wilde zo snel mogelijk vergeten, vluchtte in zijn werk en gaf geen gehoor aan zijn verdriet, en zeker niet aan dat van haar. Ze zijn elkaar ergens in het midden kwijtgeraakt.

De paniek die hij voelt opkomen omdat ze hem niet in vertrouwen neemt over wat er zich voor de kliniek heeft afgespeeld wordt weggenomen door de plotseling tedere blik in haar ogen. 'Heb je koorts, wil je misschien iets drinken?' Vraagt ze als ze bezorgt een hand op zijn voorhoofd legt. Hij voelt dat hij terrein aan het winnen is en hij kan maar met moeite een gevoel van triomf onderdrukken. Snel draait hij zijn smalende gezicht weg om haar meteen daarna weer met een zielige blik aan te staren… 'Nee, ik denk dat ik nog maar even ga liggen, misschien dat ik daar wel van opknap.' Als hij het dekbed openslaat valt het witleren boekje op de grond. Beiden staren ze ernaar alsof dit het enige object van belang in deze slaapkamer is. De stilte die erop volgt is om te snijden. Ellen is de eerste die hem verbreekt, ze bukt zich om het boekje op te rapen en streelt de vlinders die op het witte leer geborduurd zijn. Haar ogen worden vochtig en haar gezicht krijgt een gelukzalige glans. 'Godzijdank,' mompelt ze, 'ik dacht al dat we alles kwijt waren maar je hebt gelukkig het allerbelangrijkste bewaard.'

Een geluk bij een ongeluk denkt hij als hij naar haar intens gelukkige gezicht kijkt, het geeft hem een onverwachte adempauze. Het poëziealbum van haar dochter neemt al haar aandacht in beslag en ze lijkt hem compleet vergeten. Ze slaat het boekje open en met een glimlach rond haar mond loopt ze al lezend de slaapkamer uit hem verbouwereerd achterlatend. Met haar terug gevonden schat loopt ze de huiskamer in en neemt plaats op de bank. Ieder versje of gedichtje leest ze wel twee keer over, en liefdevol slaat ze de bladzijden om. Tot ze bij het versje komt dat hij voor haar heeft geschreven… Lieve kim… ze is weer terug op aarde en de harde realiteit komt nu dubbel en dwars bij haar binnen.

Ze kan en wil de tekst niet lezen en een misselijkmakend gevoel overvalt haar. Snel klapt ze het album dicht en legt het op tafel naast een stapel nog ongeopende post. Het blijken vooral onbetaalde rekeningen, aanmaningen en bankafschriften. De schrik slaat haar om het hart als ze ziet dat haar niet geringe spaarrekening systematisch is geplunderd. Dan ziet ze een brief tussen de stapel uitsteken die haar aandacht trekt. Hij is aan haar man gericht en er staat vertrouwelijk op. Zal ze… het druist tegen al haar normen en waarden in maar haar wantrouwen is niet meer te onderdrukken. Het blijkt een hoge levensverzekering op haar naam en haar man is de begunstigde. Dan hoort ze dat er iets van tafel wordt geschoven en met een klap op de grond terecht komt. Naast de tafel ligt het opengeslagen poëziealbum … de bladzijde met het door haar man geschreven versje is er uitgescheurd en ligt er verfrommelt naast.


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 11  >>>KLIK<<<

zaterdag 25 februari 2012

Onkruid deel 7...


Onrustig loopt hij door de kamer, een grote vuilniszak in z’n handen. Snel haalt hij de kastplanken leeg, poppen, knuffels schriften en potloden…alles propt hij wild in de zak. Totdat zijn blik op een met wit leer bekleed boekje valt, in het leer zijn witte vlinders geborduurd en er hangt een klein goudkleurig slotje aan.
Hé… dat hij dat vergeten was, 'wil jij er ook een verhaaltje inschrijven papa?' Hij ziet haar weer voor zich staan, ze kijkt hem vragend aan met haar grote blauwe ogen…
Hij laat z'n vingers even over de geborduurde vlinders glijden voor hij aarzelend het boekje opent en de bladzijde zoekt waar hij ooit zijn versje heeft neer geschreven… 'Lieve Kim,' staat er met sierlijke letters. Het lijkt alweer zo lang geleden… even van zijn stuk gebracht haalt hij vertwijfeld zijn hand door zijn haar terwijl hij de tranen in zijn ogen voelt prikken.

Ruw klapt hij het boekje dicht en werpt het achteloos bij de rest van het speelgoed. Nu niet week worden… misschien laten ze haar alsnog naar huis gaan en dan moeten alle sporen zijn gewist. Terwijl hij snel de vuilniszak dichtknoopt wordt hij opgeschrikt door zijn mobiel.. zeg 't eens Chantal, ja ik ben bijna klaar.
'Het gaat de goede kant op, ik ben de spullen aan het opruimen, straks weet ze zelf niet meer wat werkelijkheid is en wat niet. Geloof me schatje, het gaat nu niet lang meer duren. Binnenkort zijn we vrij om te gaan en staan waar we willen… én met een flinke smak geld. Nee zeg, begin jij nu ook al… geduld, ik beloof je dat alles met een sisser afloopt.' Geïrriteerd steekt hij zijn mobiel in zijn zak en haalt nog wat foto's van de wand. Terwijl hij naar de deur loopt pakt hij nogmaals zijn mobiel… 'Sorry schat dat ik zo uitviel,' de rest van zijn excuses worden getemperd door de deur die hij achter zich sluit.

Het achteloos neergegooide poëziealbum blijft als stille getuige achter, de witte vlinders lijken zich met moeite los te willen maken van hun witleren ondergrond. Één voor één vliegen ze omhoog om zich in een hoek van de kamer te verzamelen. In het midden staat een klein meisje met blonde krullen… ze kijkt verdrietig, en met de vlinders fladderend om zich heen pakt ze langzaam haar boek van de grond.

'Lieve Kim,' leest ze … waarna de inkt zich vermengt met haar tranen.

Copyright © Ingrid Punt maart 2011

Deel 8  >>>KLIK<<<

vrijdag 24 februari 2012

Onkruid deel 6...

Haar mond voelt droog terwijl ze haar polsen en enkels uit de riemen probeert te worstelen.
Een roep om hulp probeert aan haar keel te ontsnappen… maar er komt geen enkel geluid. Het zweet staat op haar voorhoofd van inspanning, haar lichaam kronkelt in het klamme bed. Met een laatste krachtinspanning weet ze zich voorover te buigen... De riemen trekken zich strak rond haar polsen, maar verder is er geen beweging in te krijgen en uitgeput laat ze haar verkrampte lichaam weer achterover op het bed vallen Even lijkt ze zich over te geven aan haar gedwongen arrest. Ze sluit moedeloos haar ogen tot ze naast zich een zachte stem hoort… 'mama… wat is er met je?' Ze twijfelt even… heeft ze het goed gehoord… na alles wat ze de afgelopen weken heeft meegemaakt vertrouwd ze haar eigen zintuigen niet meer.

En weer klinkt de verbaasde stem van haar dochtertje…'mama, wat is er met je?' Waneer ze haar ogen opent ziet ze de voor haar zo bekende blonde krullen van haar kind. 'Kim, wat doe jij hier… ga hulp halen.' Maar het meisje kijkt haar alleen maar triest aan en achter haar doemen de gezichten van twee witte gestaltes op. 'Rustig maar Ellen… wij zorgen wel voor je' zegt de ene gestalte, zijn gezicht is haar onbekend maar hij kijkt haar geruststellend aan. Het trieste gezicht van haar dochtertje verdwijnt naar de achtergrond om plaats te maken voor de witte gestaltes. Ze buigen zich over haar heen, pakken haar beet en drukken haar in het klamme matras. 'Kim…. haal alsjeblieft hulp… NU!…' hoort ze zichzelf schreeuwen. Maar Kim verdwijnt in een grijze waas zodra ze de stekende pijn in haar arm voelt.
Uit alle macht probeert ze nog iets van een schreeuw uit haar keel te persen… maar er komt helemaal niets. De geluiden om haar heen verstommen, haar blik wordt troebel en ze zakt weg tot in de diepste kraters van haar ziel.

'Was dit wel echt nodig?' Vraagt de ene witte gestalte aan de andere, 'ze lijkt mij niet gevaarlijk.' 'Je hoorde toch dat ze om haar dochter riep, heb jij iemand gezien?' De man schud zijn hoofd, nee dat niet, 'maar om nu meteen zo rigoureus te handelen.' Na de riemen om haar enkels en polsen te hebben gecheckt lopen ze de kamer uit en zodra ze de deur achter zich hebben afgesloten verschijnt er naast de in diepe slaap verkerende vrouw een klein meisje met blonde krullen.
Ze streelt de vrouw over het hoofd…. en zacht fluistert ze in haar oor… 'mama… wat is er met je?'

Copyright © Ingrid Punt februari 2011

Deel 7  >>>KLIK<<<


zondag 12 februari 2012

A Perfect Day...


Hij duwt haar blonde krullen opzij en drukt een kus in haar hals. "Waar zit jij met je gedachten schat?" Ze opent haar ogen en haalt diep adem, "ik zat even te doezelen."Het is één van de laatste lentedagen en de zomer hangt alweer in de lucht. Haar neusgaten vullen zich met de geur van een mengeling gras, zonnebrandmiddel én..... hete koffie.

Ze kijkt hem vragend aan terwijl ze de thermosfles onder zijn neus schuift “wil jij nog?” “Graag, maar je ontwijkt mijn vraag.” Verliefd kijkt ze hem aan alvorens ze met een tevreden zucht over het grasveld tuurt. “Ik bedenk me net hoe gelukkig ik eigenlijk ben, ik heb eigenlijk alles wat een mens maar kan verlangen.”


Hij volgt haar intens tevreden blik, ergens midden op de speelweide schopt een klein jongetje met een blonde krullenkop tegen een grote rode bal. Hij knikt instemmend ,"hij lijkt op je, en dan heb ik het niet alleen over zijn uiterlijk. Misschien wordt het tijd voor een zusje?"

"Daar valt altijd over te discussiëren" zegt ze plagend terwijl ze naar zijn lachende gezicht kijkt. "Maar eerst maar eens een lekker versgebakken broodje."


"Wacht maar... ik haal ze wel, wil je ham of kaas?" Zonder haar antwoord af te wachten veert hij op en loopt naar de grote rieten picknickmand die ze in de schaduw van de grote plataan heeft gezet. "Maakt niet uit, ik vind alles prima," roept ze hem vrolijk na terwijl ze wat grassprietjes van het geblokte kleed veegt.. De eenden trekken haar aandacht met hun luidruchtige gekwetter, ze maken plaats voor twee zwanen die traag en statig over het water lijken te glijden.De zon weerkaatst op het water van de vijver en ze knijpt haar ogen tot spleetjes.

De schaduw die plotseling voor haar staat vraagt..... "Mam... mag ik een ijsje?" Ze knippert even met haar ogen en kijkt in het blozende gezicht van het blonde jongetje, ze strijkt hem over zijn blonde krullen "eerst een broodje en dan een ijsje." De schittering van de zon prikt ineens weer in haar ogen, maakt plaats voor een schaduw en ze hoort haar zoontje nogmaals vragen "Mam... mag ik een ijsje?"ze strijkt hem weer over zijn krullen "Eerst een broodje en dan een ijsje" hoort ze zichzelf zeggen. De schittering wordt heftiger ...gevolgd door een schaduw als ze haar zoontje weer hoort vragen... 'Mam.... mag ik een ijsje?" ze strijkt hem wederom over zijn blonde krullen "Eerst een broodje en dan......"


De luide sirene van het alarm klinkt oorverdovend. "We hebben een error" roept een man in witte overall naar zijn collega’s. Hij drukt op een schakelaar en de capsule opent zich. "Dat ziet er niet best uit," roept hij naar één van de andere mannen. Deze komt direkt de stand van zaken opnemen en schud bedenkelijk zijn hoofd. "Weer één uit de 1960 serie? Ik had er net ook al één, alleen een 46,XY... Ik zeg, loskoppelen... ik vraag vast een 1961 aan en vergeet deze niet af te schrijven." De man knikt, koppelt de draden los, duwt de blonde krullen opzij en scant het nummer achter haar oor. Hij drukt op de knop delete en dan op send. Hij steekt de scanner in het etui dat aan zijn riem bungelt, tilt het bleke lichaam uit de capsule en legt het op de lopende band. Even later wordt het nieuwe exemplaar in de capsule aangesloten. Hij duwt haar blonde krullen opzij en scant het nummer achter haar oor.

Hij duwt haar blonde krullen opzij en drukt een kus in haar hals. "Waar zit jij met je gedachten schat?" Ze opent haar ogen en haalt diep adem, "ik zat even te doezelen." Het is één van de laatste lentedagen en de zomer hangt alweer in de lucht. Haar neusgaten vullen zich met de geur van een mengeling gras, zonnebrandmiddel én..... hete koffie. Ze kijkt hem vragend aan terwijl ze de thermosfles onder zijn neus schuift "wil jij nog?" "Graag, maar je ontwijkt mijn vraag."Verliefd kijkt ze hem aan alvorens ze met een tevreden zucht over het grasveld tuurt. "Ik bedenk me net hoe gelukkig ik eigenlijk ben, ik heb eigenlijk alles wat een mens maar kan verlangen........"


© Copyright Ingrid Punt januari 2012

vrijdag 27 januari 2012

Spookrijder…



Gelukkig… aan de overkant van de straat brand nog licht. Hoe heeft ze kunnen denken dat ze het wel tot thuis zou redden. Ze heeft een hekel aan tankstations … vooral ’s avonds laat. Maar de laatste aantal kilometers was ze zielsgelukkig geweest als ze er een was tegengekomen. Met het zweet in beide handen heeft ze het tot aan dit dorp weten te redden totdat haar bolide er hortend en stotend de brui aangaf.

Daar zit ze dan, ze heeft twee opties. Bij iemand aanbellen en vragen of ze even mag bellen of lopend op zoek naar een tankstation… ze dacht het niet. De straten zijn hier niet al te best verlicht. Met een kritische blik keurt ze het huis aan de overkant. Zoals altijd laat ze haar gevoel en intuïtie meespreken. Het huis ziet er goed onderhouden uit, met aan weerszijden van de brede roodgeschilderde voordeur donkere marmeren plantenbakken met welig tierende klimop.


Een vriendelijk huis, althans, dat gevoel geeft het haar. Maar wat doorslaggevend is, er piept nog licht tussen de zware overgordijnen door. Ze waagt het erop.

Op de deurmat staat welkom… dat doet het altijd goed. Er is geen bel en ze kijkt twijfelend naar de zware koperen havikskop die dienst moet doen als deurklopper. Na twee keer geklopt te hebben gaat het ganglicht aan en hoort ze voetstappen haar richting uit komen. De deur gaat open en voor haar staat een lange man van een jaar of dertig. Hij oogt niet onvriendelijk als hij haar vragend aankijkt. ''Zeg het eens… wat kan ik voor je doen?''
''Ik wilde vragen of ik even bij u kon bellen, heel dom, maar ik sta zonder benzine en mijn mobiel heeft hier om de een of andere reden geen bereik.''
Hij knikt begrijpend en gaat haar voor de gang in, wat haar in de gelegenheid stelt om hem op veilige afstand wat beter te bekijken. Hij is behoorlijk groot… meer lang en mager, maar toch ook atletisch. Zijn donkere broek en sweater slobberen om zijn lichaam en hij loopt moeizaam, alsof zijn linkerbeen een eigen leven leid.

In de gezellige woonkamer is het behaaglijk warm en ze wrijft zich even in de handen. ''Hallo, ik ben Joe, ga even zitten, wil je misschien iets drinken voor de schrik'' Vraagt hij haar met een licht Amerikaans accent. ''Koffie, thee, een glas fris of iets sterkers?'' '' Een glaasje fris dan maar, als ik tenminste niet stoor'' en ze kijkt onderzoekend de kamer in. De tv staat aan met daarop het late nieuws. '' Nee hoor… je stoort niet.'' Hij loopt moeizaam de kamer uit om even later terug te komen met twee glazen Cola. ''Ik was toch nog niet van plan om naar bed te gaan, ik heb niet zo veel slaap nodig. En op tv is ook niets bijzonders'' zegt hij terwijl hij deze uitdrukt waarna hij zich in de stoel tegenover haar laat vallen.

''Zo … geen benzine meer, tja vrouwen…'' zegt hij schamper lachend. Dan valt haar het litteken op. Naast de linkerkant van zijn mond loopt een dikke rode kabel die tot boven zijn linkeroog door loopt. Hij ziet haar staren… ''Motorongeluk.'' ''Sorry …'' zegt ze. ''Het geeft niet, ik ben het gewend, laten we eerlijk zijn het is niet iets wat je snel over het hoofd ziet.''
Ze neemt snel een slok van haar cola als haar oog op een album valt dat op tafel ligt. Hij vangt haar blik, ''kijk gerust hoor als het je interesseert, het is mijn verzameling honkbalplaatjes. Als kind was ik al bezeten van honkbal en met veel moeite heb ik mijn album vol gekregen met alle bekende spelers uit die tijd. Later ben ikzelf ook gaan honkballen maar na mijn ongeluk zat dat er niet meer in.'' Hij kijkt ongelukkig naar zijn linkerbeen.

Ze pakt het album van tafel en slaat het open… allemaal foto’s van honkbalspelers, sommigen streng en ongemakkelijk poserend voor de camera… anderen vrolijk of geconcentreerd gefotografeerd tijdens hun spel… honkbal. Een ding hebben ze gemeen, ze dragen allemaal petjes met het embleem van hun club. Onder de plaatjes staan hun namen… George Herman Ruth Jr. - alias Babe Ruth- , Mickey Mantle, Joe Dimaggio, Tyrus Raymond alias -Ty Cobb- en Lou Gehrig. ''De beste honkman aller tijden en met een record aan grand slams'' vertrouwt Joe haar toe. Dat album heeft me wat gekost, vooral dat laatste plaatje.

''Sorry, maar ik heb er niet zo veel verstand van maar Lou Gehrig... daar heeft Mike het altijd over.''
''Wie is Mike?''
'' Oh, Mike is mijn neefje van twaalf en sinds een aantal jaren verslaafd aan honkbal… hij staat ermee op en hij gaat ermee naar bed. Als hij zou weten dat ik nu een album zit te bekijken met de beste spelers ooit dan zou hij stik jaloers op me zijn. Hij hoopt ooit net zo’n goede slagman te worden als Lou Gehrig. Hij zou een moord doen voor dit plaatje…
Was jij goed Joe?'' Durft ze hem te vragen.
''Ach, ik was geen topspeler maar het was mijn lust en mijn leven.''
Hij kijkt even twijfelend naar het album voor hij het van haar aanneemt en op een tafeltje naast hem neer legt. Boven het tafeltje hangt een foto van een jongetje met een te grote honkbalpet…''Je zoontje?'' vraagt ze hem aarzelend. Hij kijkt even afwezig naar de foto en zonder haar te antwoorden staat hij plotseling op….

''Oké… benzine, je hoeft niet te bellen, in de garage heb ik nog wel een jerrycan staan.'' Hij neemt haar mee naar de garage en daar ziet ze de motor in de beugels staan. ''Ja, hij heeft net zo een klap gehad als ik dus ik heb er nog wel even werk aan, ik wil je niet weg hebben hoor maar ik denk dat ik er nog maar even aan ga sleutelen. Hij kijkt even triest naar de motor alvorens hij een jerrycan oppakt en samen met haar naar de auto loopt. Hij vult de tank en ze vraagt hem wat hij van haar krijgt. ''Ben je mal, ik ben blij dat ik je kon helpen. Zorg nu maar dat je veilig thuis komt.''
''Bedankt Joe.'' Ze start de auto en rijd de stille donkere straat uit, ze kijkt nog even achterom maar Joe is in geen velden of wegen meer te zien en het huis staat er nu donker en verlaten bij.



De havikskop voelt sinds gisteravond vertrouwd als ze hem twee maal tegen de deur laat vallen. Ze wacht even maar er gebeurt niets. Nog maar eens proberen, ''jajaaa….'' Hoort ze een vrouwenstem roepen en even later gaat de deur open.Voor haar staat een oudere dame die verbaast naar de bloemen kijkt die ze in haar handen heeft. ''Bloemen voor mij?''
''Ik kom eigenlijk even langs om Joe te bedanken voor de hulp gisteravond.''
De lachende mond van de vrouw trekt samen tot een harde streep en haar ogen staan nu somber.''Wat is dit voor morbide grap?'' …'' Grap? Ik begrijp het niet, ik kom alleen maar even bedanken want zonder Joe’s hulp had ik niet geweten wat ik had moeten doen.'' De vrouw tegenover haar kijkt even vertwijfeld, ze kijkt nog even naar de bos bloemen alvorens ze haar uitnodigt om binnen te komen.

''Ik kwam alleen maar even deze bloemen afgeven …'' ze kijkt de kamer rond en vraagt ''is Joe er niet?''
''Nee meisje… Joe is er niet. Kijk, ik weet niet wie of wat je bedoelt en wat je nu eigenlijk komt doen maar Joe is er al een aantal jaren niet meer.''
''Maar ik was hier gisteravond, ik heb met hem gesproken en hij heeft mij aan benzine geholpen omdat ik zonder zat.''
''Luister... ik woon hier alleen en was gisteravond bij mijn zus dus jouw verhaal lijkt me erg onwaarschijnlijk.'' Ze kijkt naar de foto die boven het tafeltje hangt, ''wie is dat?'' De vrouw volgt haar blik, ''dat is Joe toen hij een jaar of acht was.'' Haar blik wordt zacht en haar ogen vochtig als ze vervolgd, ''hij was altijd al gek op honkbal. Na zijn twintigste verjaardag is hij naar Pittsburgh Pennsylvania vertrokken. Hij heeft daar bij zijn favoriete club kunnen spelen en heeft de tijd van zijn leven gehad. Drie jaar geleden kwam daar allemaal een eind aan, hij is verongelukt met zijn motor. Hij vloog uit de bocht, zijn helm vloog af en hij raakte een boom, hij was op slag dood.''
''O … Sorry, wat verschrikkelijk…'' geschrokken kijkt ze de vrouw aan. Dan ziet ze het album op het tafeltje… mag ik… ze slaat het open en kijkt net als gisteren naar de plaatjes van de spelers maar het plaatje van Lou Gehrig, is verdwenen.

De vrouw maakt van de gelegenheid gebruik om haar het leven van Joe in geuren en kleuren uit de doeken te doen. De lieve baby, zijn ondeugende jongensjaren, zijn pubertijd, de band tussen hen beide en vooral hoezeer zij haar zoon mist. Het ijs is nu gebroken en ze verteld de vrouw wat er gisteravond allemaal is gebeurt maar deze kijkt haar aan alsof ze niet goed bij haar hoofd is. Ze kan het zich toch niet allemaal verbeeld hebben…. Iemand moet een vreemde maar nare grap hebben uitgehaald. Na wat een eeuwigheid lijkt neemt ze afscheid van de vrouw. Ze geeft haar de bos bloemen en bied nogmaals haar excuses aan. ''Sorry mevrouw dat ik u zo heb laten schrikken.'' Deze knikt wat afwezig en loopt met haar mee naar de buitendeur. ''Ach, ik vond het eigenlijk wel fijn om weer eens met iemand over Joe te praten, het is alweer zo lang geleden.''

Buitengekomen blijkt het later dan ze had gedacht, de lantaarns zijn al aan. Dan hoort ze een motor de hoek omkomen en ze staart verblind door de koplamp naar de donkere figuur die er op zit. Hij neemt gas terug en stopt vlak naast haar. Zonder iets te zeggen haalt hij iets uit de zak van zijn leren jack en duwt het in haar hand. Ze probeert te achterhalen wat zijn helm verbergt maar net zo snel als hij de hoek omkwam zo snel is hij alweer uit het zicht verdwenen. Ze stapt snel in haar auto, knipt het licht aan en kijkt naar de schat die ze in haar handen heeft.

Ze ziet het gelukkige gezicht van Mike al voor zich als ze hem dit plaatje van Lou Gehrig geeft.

© Copyright Ingrid Punt oktober 2011

maandag 16 januari 2012

Vreemd gezelschap…


Hij duwt zijn hoofd nog dieper in het kussen dat veilig en vertrouwd voelt en zijn enige houvast is zodra het donker wordt. 'Ga weg… niet doen, ik ben bang!' Elke avond is het naar bed gaan een drama en probeert hij uit alle macht tijd te winnen om maar niet in die kamer en in dat bed te hoeven. 'Mama… ik wil nog even in bad blijven.' Dat even weet hij vaak te rekken tot er rimpeltjes in zijn vingertopjes verschijnen. Daarna getreuzel met zijn pyjama aantrekken. 'Alsjeblieft papa… mag ik nog even iets drinken?' 'O jee…. Ik ben vergeten mijn tanden te poetsen.' 'Mama…. mag het licht nog even aan blijven?' Papa en mama hebben al van alles geprobeerd om hem op tijd in zijn bed te krijgen. Een verhaaltje voorlezen -een verhaaltje dat ze tientallen keren moeten herhalen- Samen liedjes zingen –hij heeft oneindig veel liedjes uit zijn hoofd geleerd, er komt geen eind aan- Een dromenvanger die nare dromen moet verjagen -net als bij de Indianen- zegt papa.

Een nachtlampje -maar dat maakt de schaduwen nóg groter- Even bij hem blijven tot hij in slaap valt -maar zodra ze de kamer hebben verlaten begint het weer- Zelfs een andere kamer en een nieuw bed -een grotejongens bed, volgens mama- het helpt allemaal niets. De angst voor het slapen gaan blijft. Het waarom durft hij niet uit te spreken, ze zouden hem misschien niet geloven. Hij heeft er de woorden niet eens voor. Want hoe kan hij de angst onder woorden brengen die hij voelt zodra de schaduwen op het behang gaan bewegen,het behang langzaam verlaten om op hem af te komen en hem te belagen.

Sommige schaduwen spreken woorden in een taal die hij niet begrijpt, of ze maken ruzie met elkaar en willen allemaal als eerste zijn volledige aandacht. De lange magere vrouw heeft een schrille stem en schreeuwt vaak. Tegen de anderen maar ook tegen hem, ze heeft een vreemde blik in haar kille ogen. De grote man met zijn zware stem is vast boos... want hij vloekt en zegt nare woorden die hij van papa en mama nooit zou mogen zeggen. Het kleine meisje huilt altijd en kijkt hem verdrietig aan, hij snapt het niet… zou zij soms nét zo bang zijn in het donker als hij? De jongen die hem plaagt en altijd aan zijn haren trekt wil dat hij met hem komt spelen, maar hij is te bang en te moe en wil het liefst gewoon rustig slapen.

Alleen de oude man is aardig, hij heeft een hoed op en een mooie stem en met zachte maar dwingende toon jaagt hij de enge schaduwen weg. Mama heeft een foto van hem op haar nachtkastje staan. Ze heeft hem verteld dat het zijn opa is. Hij loopt ook altijd met hem en mama mee als ze hem naar school brengt. En als mama naar huis gaat blijft hij altijd nog even bij hem zitten en fluistert hem de antwoorden van sommige sommetjes in zijn oor en kijkt glimlachend naar de tekeningen die hij maakt…. dan knikt hij goedkeurend, hij vindt ze vast mooi. Ja, hij is eigenlijk best lief.

Maar ’s nachts is hij er niet altijd om hem te beschermen, dan heeft hij het vast druk met andere dingen en is het best eng met zoveel vreemde, enge schaduwmensen om je heen. Gelukkig zijn er soms ook sterretjes die dansen op het behang, daar kan hij uren naar kijken. Ze brengen hem rust en maken hem blij, ze zorgen ervoor dat hij tevreden in slaap valt. Vaak zijn ze er ook als hij gewoon aan het spelen is. Dan dansen ze boven zijn lego en wijzen hem waar hij de legosteentjes moet plaatsen om het huis te bouwen dat hij in zijn hoofd heeft.

Als hij een leuke dag heeft gehad of als hij blij is komen ze ’s avonds vaak terug, net of ze mee willen delen in zijn vreugde en geen afscheid van hem kunnen nemen. Maar als hij boos of verdrietig is laten ze zich niet zien en komen de boze schaduwen weer om tegen hem te vloeken en te schreeuwen. Eventjes houd hij zijn adem in… hij hoort niets meer… zal hij? Voorzichtig kijkt hij op van zijn kussen… eindelijk is het weer stil om hem heen, hij zucht… de kust is veilig. Het maanlicht wordt verdrongen door het daglicht. De nare schreeuwende vrouw op de stoel naast zijn bed heeft weer plaats gemaakt voor zijn eigen grote bruine knuffelbeer.

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011