Blogarchief

Posts tonen met het label Luguber. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Luguber. Alle posts tonen

maandag 18 februari 2013

Herkenning van het kwaad



Herkenning van het kwaad


Ze kreunt en wrijft in haar ogen… barstende hoofdpijn. Het is aardedonker, haar keel voelt gortdroog en het bed onder haar hard en klam. Haar hoofd… wat is er gebeurt? Flarden van herinneringen schieten door haar hoofd. O ja, ze had een lift gekregen, dát was het.

Haar hersenen maken overuren als ze probeert zich het hele gebeuren voor de geest te halen. Rob, ‘haar vriend’ en zij hadden ruzie, eigenlijk om iets onzinnigs. Maar het liep nogal hoog op, en boos had ze haar jas en sjaal gepakt. Buiten had ze nog wat doelloos in de regen gelopen, maar toen? Haar hoofd bonkt. ‘Kom op Camilla, denk na.’ Koplampen die haar verblinden, een auto die stopt, een man. Maar verder zitten er gaten in haar geheugen.

Ze pijnigt haar brein... maar tevergeefs. Waarom kan ze zijn gezicht niet voor zich halen?…Auw… dat hoofd. Haar smaakpapillen registreren een fris scherpe smaak als ze haar droge lippen likt, pepermunt. De scherpe smaak lijkt haar geheugen te activeren en ze ziet zijn handen aan het stuur geklemd, vlak voordat hij een pepermuntje aanpakt. Zijn knokkels schemeren wit door zijn huid en verraden zijn gespannenheid. Alleen de contouren van zijn gezicht krijgt ze duidelijk, maar die bezorgen haar de kriebels. Er was iets vreemds aan hem, maar wat?

Phil Collins. Ach, natuurlijk, hij had de radio aan staan. ”In the air tonight,” ze had het altijd al een goed nummer gevonden. Weer schiet er een stekende pijn door haar slaap. Voorzichtig brengt ze haar hand naar de zijkant van haar hoofd en voelt een flinke buil. Heeft ze zich gestoten… Rob heeft haar toch niet geslagen? Hij was soms een eigenwijze blaaskaak maar slaan… dat nooit. Haar hart bonkt in haar keel én in haar slaap, heeft die vent haar geslagen? Dat gezicht, ze weet zéker dat ze hem had herkend, maar waarvan? Haar hart lijkt nu uit haar borst te springen.

Langzaam maar zeker schuiven de puzzelstukken in elkaar. Beslagen ramen, een stoplicht. Ze had een tijdje rustig naast hem gezeten tot ze voelde hoe hij haar observeerde. Toen ze hem liet weten hem ergens van te kennen werd hij nerveus. En die nervositeit sloeg op haar over. Nadat ze hem de reden van haar late wandeling had onthuld leek het alsof hij zich aan haar begon te ergeren. Hij had de eerstvolgende afslag genomen en iets gemompeld over een lekke band. Nadat hij de auto eindelijk tot stilstand had gebracht stapte hij uit…

Haarscherp ziet ze de krant nu weer op Rob’s tafel liggen. Ze had zich net in het artikel verdiept tot de ruzie met hem tussenbeide kwam. Haar onderbewustzijn heeft de foto en de bijbehorende letters opgezogen. De letters dansen voor haar ogen, tot ze zich vastzetten op haar netvlies. Wegens goed gedrag vrijgekomen. Ophef, omdat de psychiaters het niet eens werden. De één verklaarde hem genezen, de ander vreesde herhaling. In blinde paniek had ze de auto uit willen vluchten, maar het laatste dat haar ogen registreerden was de schep die na een flinke zwaai de zijkant van haar hoofd raakte.

Opstaan, nu… ze wil overeind komen maar stoot haar hoofd. Eindelijk beseft ze dat ze niet in bed ligt. De kilte en de muffe lucht die ze inademt zetten al haar zintuigen op scherp. Dit kan niet waar zijn. Als ze de ruwe harde houten wanden aan weerszijden van haar lichaam voelt realiseert ze zich eindelijk wat er gaande is. Begraven… hij heeft haar levend begraven…als een dolle stier begint ze tegen de wanden en het deksel te trappen en te duwen maar er is geen beweging in te krijgen…

Hij gooit de schep in de achterbak, raapt Camilla’s sjaal van de vochtige grond en drukt hem tegen zijn gezicht. Een zweem van rozen beneemt hem bijna de adem. Jammer, hij had haar willen sparen. Maar tijdens het gezeur over haar vriend wist hij het zeker. Zij was net als Monica uitverkoren. De sjaal zou een ereplaats aan de muur van zijn flat krijgen. Zijn eerste trofee, er zullen er ongetwijfeld nog vele volgen. Dat gapende gat in zijn binnenste moet worden gevuld. Met Monica was hij de fout in gegaan, dat zou hem niet meer overkomen. Hier, diep in dit grote verlaten bos zijn de dieren zijn enige getuigen, en die praten niet. Hij neuriet een dwaas kinderliedje waarna een harde lach zijn auto vult. 

Sinds zijn vrijlating is hij eindelijk tevreden met zichzelf… voorlopig…

© Ingrid Punt


donderdag 11 oktober 2012

Diner voor twee



Diner voor twee


Hoe meer zij hem ziet zitten
des te meer hij haar veracht.
Dat hij haar zou bedriegen
had zij nooit van hem verwacht.

Te vaak vernederd en getergd,
beschaamd was haar vertrouwen.
Als men eens wist hoeveel dat vergt
van frêle, broze vrouwen.

Hij stemde lang niet meer tevree
ze gaf hem eindelijk zijn congé.
Een lijm poging van zijner kant,
'n dinertje in een restaurant.

Tijdens dit etentje voor twee,
slurpt hij gazpacho heel gedwee,
van teaser tot aan het dessert
spiegelt hij zich in het slacouvert.

Zo ijdel en zo arrogant...
schenkt hij haar wijn, gemaakt galant.
Hij maakt haar gek, de valse smiecht
als hij haar wéér ontrouw op biecht.

Het hoofdgerecht wordt geserveerd,
de koude soep viel reeds verkeerd.
Hij ziet wat groen, is uit zijn doen
en wil haar sussen met een zoen.

De entrecôte blijkt bloederig rauw
hij snijd en scheurt, ziet al wat grauw.
'Zal ik je helpen?'vraagt ze lief...
'nou graag' zegt hij 'voel je geen grief?'

De schoft - had haar te lang gepaaid-
schrikt... als zij naar het steak-mes graait.
Voor hem is dit zijn laatste les,
ze rijgt zijn darmen aan het mes.


(c) Copyright Ingrid Punt oktober 2012



donderdag 28 juni 2012

Duistere Signalen...

In dit bericht zijn er een aantal fragmenten geplaatst uit de verhalen van de auteurs in deze bundel. Lees en huiver!
.

Reddende engel..
Ingrid Punt

Na een tijdje naast hem te hebben gezeten merkt ze dat hij steeds verder van de gangbare weg afdwaalt. Hij kijkt schichtig en transpireert hevig. De afslag die hij neemt leidt naar een verlaten parkeerplaats. “Waar gaan we heen?” Ze voelt de paniek door haar lijf schieten als hij de bestelbus tot stilstand brengt en zijn vette bezwete lijf naar haar toe draait. “Er moet wel iets tegenover staan,” lispelt hij in haar oor. Ze kijkt naar de vadsige kop en zijn bruine tanden lachen haar gretig toe. Haar hersenen werken op volle toeren....

Dit is mijn inzending... wil je de fragmenten van mijn medeschrijvers/sters lezen of wil je weten hoe mijn verhaal afloopt? Dat kan door de link aan te klikken en eventueel de bundel te bestellen bij schrijfatelier Alicia.

http://schrijfatelieralicia.wordpress.com/2012/06/08/duistere-signalen-ontvangen-een-bundel-met-bloedstollende-verhalen-bestellen-9/

En dit is de cover en achterflap van de bundel ‘Duistere Signalen’.

maandag 19 maart 2012

Donker gedicht…






Zij zat er écht compleet doorheen 
voordat hij uit het zicht verdween. 
De fles met zoutzuur stond al klaar, 
wat restte was één plukje haar.



© Copyright Ingrid Punt oktober 2011






vrijdag 2 maart 2012

Onkruid deel 13...

Als hij wakker wordt heeft hij een zware kater, althans zo voelt het. Een hoofd vol met watten en een tong van leer. De wekker naast hem op het nachtkastje geeft aan dat hij toch zéker minimaal een uur of zes moet hebben geslapen. Dat gebeurt hem nooit zo midden op de dag. Moeizaam zwaait hij zijn benen over de rand van het bed en steekt een sigaret op. Zijn hoofd bonkt en hij heeft moeite om zijn ogen open te houden. Een koude douche zal hem misschien goed doen. 'Ellen, ik ga nog even douchen hoor…… Ellen?' In de kamer ernaast is niemand aanwezig, vreemd, het laatste wat hij zich kan herinneren is dat ze hem iets te drinken kwam brengen… 'Ellen?!?!' Hij houd even z’n adem in om zijn gehoor optimaal te kunnen benutten, maar al wat hij hoort is doodse stilte, er volgt geen antwoord, mooi dat geeft hem de kans om Chantal even snel te bellen om de boel kort te sluiten. Als hij z’n mobiel pakt ziet hij dat hij drie oproepen van haar heeft gemist, maar als hij haar belt krijgt hij geen gehoor. Oké, dan niet, misschien heeft ze de pest in dat ze hem niet kon bereiken. Hij lacht zachtjes, dat is wat hem het meest in haar aantrekt, haar onvoorspelbaarheid, haar arrogantie, haar koppigheid en wispelturigheid.

Zo anders dan Ellen die hij altijd alles wijs heeft kunnen maken. Ellen, die zijn domme smoezen altijd zonder pardon slikte. Ellen, die altijd alles deed om het hem maar naar de zin te maken. Ellen, die het thuis gezellig probeerde te maken en hij moest daar aan meedoen. Ellen, die wilde geloven dat ze het perfecte gezinnetje had. Doodmoe wordt hij ervan, hij wil vrij zijn, vrij om te gaan en staan waar hij wil. Maar een scheiding is uitgesloten, hij kijkt even naar de gouden Rolex die hij om zijn pols draagt. Het meeste wat hij bezit is eigenlijk van Ellen, het huis is van Ellen, het bedrijf waar hij werkt is in handen van Ellen’s familie. Na een scheiding zullen ze er geen moeite mee hebben om hem glashard aan de kant te zetten aangezien ze toch al niet zo van hem gecharmeerd zijn. Hij heeft een dure smaak en Chantal weet ook van uitgeven.

De dood van Kim heeft hem ongewild geholpen, daarna raakte Ellen totaal de weg kwijt… wat hem weer goed uitkwam. Waarom kon ze niet gewoon in de kliniek blijven, of zichzelf iets aandoen… hij heeft haar toch tot het uiterste getergd. Zijn laatste mislukking is hem opgebroken door schuldgevoelens wat Kim betreft, hij heeft er anders geen andere verklaring voor dat hij Ellen op een haar na miste. Ze is net onkruid… niet uit te roeien. Nu zullen hij en Chantal hun plannen wéér moeten bijstellen. Het gedreun in zijn hoofd lijkt erger te worden en hij begint licht te transpireren, zijn sigaret smaakt hem ook al niet en hij drukt geërgerd zijn peuk uit. Kom maar op met die koude douche, hij doet zijn dure Rolex af en sleept zichzelf moeizaam naar de badkamer.

Als hij een badlaken heeft klaar gelegd en de koude kraan open heeft gedraaid, schopt hij z’n slippers uit maar bij de eerste stap die hij op de natte vloertegels zet schrikt hij van de plotselinge glibberige ondergrond. Hij wil zich nog vastgrijpen maar de douchewanden zijn al net zo spekglad. Zijn handen glijden weg en grijpen nu naar een onzichtbaar houvast in de lucht, die blijkt niet aanwezig en zijn benen schieten onder hem vandaan. Zijn lichaam maakt een vreemde draai en zijn hoofd slaat met een klap achterover tegen de opstaande rand van de doucheruimte, het laatste dat hij voelt is de warmte die zich rond zijn hoofd verspreid. Ergens in het felle licht hoog boven hem dansen de blonde krullen van zijn dochter, ze lacht naar hem. Dan wordt het hem zwart voor de ogen en verliest hij het bewustzijn. De enorme plas bloed die achter zijn hoofd ontstaat vermengt zich met het koude water en verdwijnt traag in het doucheputje. Met een voldaan gezicht zet ze de tas met boodschappen in de keuken. Hangt haar jas aan de kapstok en staart even tevreden in de gangspiegel. Haar spiegelbeeld ziet er gelukkig uit, dit is de laatste tijd wel eens anders geweest. Ze heeft haar leven weer op de rit. Na een knipoog naar haar spiegelbeeld klakt ze even met haar tong. Zo, dat was nummer één op naar nummer twee dan maar. 'Schat… ben je al wakker?' Ze gooit de slaapkamerdeur open maar het bed ligt er verlaten bij.


Ze hoort de kraan in de badkamer lopen en opent voorzichtig de badkamerdeur. 'Schat?' Vanachter het douchemuurtje ziet ze zijn behaarde benen in het roodgekleurde water liggen. Ze loopt voorzichtig de badkamer in en ziet dat de groene zeep zijn dienst heeft gedaan. Hij 'roemde' haar altijd al om haar schoonmaakwoede denkt ze geamuseerd. Ze schopt zijn slippers opzij en draait voorzichtig de kraan dicht. Dan valt haar blik op zijn vreemde verwrongen lichaam. Zou hij zijn rug hebben gebroken? Haar blik dwaalt af naar het gapende gat in zijn achterhoofd waar nog steeds bloed uit sijpelt.

Ze schudt haar hoofd afkeurend… 'Jeetje schat, moest je er nu écht zo’n smeerboel van maken?' Ze knielt naast hem neer, pakt zijn doorweekte pols en legt haar hoofd even op zijn borstkast om daarna glimlachend op te staan. 'En dat was twee… wist jij trouwens …… dat de meeste ongelukken gewoon thuis gebeuren? Het is echt zo, en ik heb je nog wel zo vaak gevraagd om antisliptegels te plaatsen, maar …. wie niet horen wil, moet maar voelen. Maar voordat ik helemaal ondankbaar overkom… de medicijnen die je voor me geregeld hebt hebben me écht goed gedaan, ik voel me herboren.' Ze kijkt op haar horloge, 'nu ik het er toch over heb… tijd voor m’n pilletje. De ambulance kan nog wel even wachten, jij hebt tóch geen haast meer hé lieverd.'

In de gang schopt ze haar schoenen uit, loopt de keuken in en zet een pot thee, zet deze op een dienblad evenals de suikerpot en twee theekopjes. Als ze even later de kamer binnenkomt en het dienblad op tafel heeft gezet, pakt ze de afstandbediening , zet de tv aan en laat zich op de bank vallen. Ze zapt wat van de ene naar de andere zender tot haar aandacht wordt getrokken door een onderwerp op het nieuws. Een autowrak wordt het ravijn uitgetakeld, en die auto herkend ze… 'de 34 jarige bestuurster heeft het niet overleefd' gaat de verslaggever verder. Vermoed wordt dat zij onwel is geworden en de macht over het stuur is verloren. Een getuige beweerde dat hij nog iemand op de achterbank heeft zien zitten vlak voordat de auto het ravijn inreed, mogelijk een kind. Maar tot op heden zijn er geen sporen gevonden die wijzen op een tweede slachtoffer, en dus is de zoekactie gestaakt.' 'Goh… arme Chantal… ik vond die Gin-tonic toch al niet zo’n goed idee. .. maar ja… ze wilde niet luisteren naar een gek.'

Ze schenkt de thee in de kopjes en strijkt even liefdevol door de blonde zijden krullen van het kind naast haar op de bank…… 'Jij bent en blijft mijn engeltje.' Dan pakt ze een pen en het witleren poëziealbum van tafel. Slaat het album open tot waar de bladzijde is weggescheurd en schrijft met sierlijke letters… 'Lieve Kim'…


THE END…………….

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




woensdag 29 februari 2012

Onkruid deel 11...


'Hier schat… en nu niet tegenstribbelen…Opdrinken!' Hij draait zich naar haar toe en kijkt haar nog slaapdronken aan. 'Kom op…. opdrinken, als je zo beroerd bent moet je gewoon héél veel drinken.' 'Ja maar…' 'Niets -ja maar- opdrinken, ik ga niet eerder weg.' Hij sputtert nog even tegen maar ziet inmiddels wel aan haar lichaamshouding dat dit niet echt zal gaan helpen. 'Oké' zucht hij en hij werkt zich moeizaam omhoog uit de kussens.
'Het wordt gewoon weer tijd dat er iemand weer eens goed voor je gaat zorgen' zegt ze ernstig terwijl ze er op toeziet dat hij het glas tot aan de laatste druppel heeft leeg gedronken. 'Zo... geef dat glas maar hier en ga maar weer lekker slapen dan ga ik nog even een paar boodschappen halen. ' 'Waar heb ik dat opeens aan verdient,' vraagt hij haar argwanend, terwijl hij zich kreunend terug laat zakken in de kussens. 'Ach laten we het erop houden dat ik je ontzettend dankbaar ben dat je Kim’s album voor me hebt bewaard.' Ze gaat naast hem op het bed zitten en strijkt een weerbarstige haarlok van zijn voorhoofd.


'Ik heb nog eens nagedacht, en ik denk dat het tijd wordt dat we elkaar weer eens met respect gaan behandelen. Deze ellende heeft nu lang genoeg geduurd, vind je ook niet?' Ze drukt haar lippen op zijn voorhoofd en kijkt hem liefdevol aan. Ze kan maar met moeite haar lachen inhouden als ze zijn ontgoochelde blik ziet en ze vraagt hem wat hij die avond wil eten.

'Ik denk niet dat ik veel binnen kan houden,' zegt hij met zielige stem en een bleek vertrokken gezicht. 'Kippensoep, daar ben je toch zo gek op? Sterk je meteen weer een beetje aan,'ze geeft hem een knipoog en loopt zelfverzekerd de slaapkamer uit. Als ze na een minuut of vijf de deur weer opent ziet ze dat hij diep in slaap is. Ze knijpt hem zachtjes in z’n arm en tikt hem even tegen z’n wang maar er volgt geen reactie. 'Mooi... die is voorlopig nog wel even onder zeil,' zucht ze.



Ze pakt zijn mobiel uit de zak van zijn colbert en zoekt het nummer van Chantal. 'Hallo Chantal… je spreekt met Ellen, zeg heb je misschien even tijd … Kunnen we dan misschien ergens afspreken?' Chantal stribbelt tegen, een gesprek met haar rivale is wel het laatste waar ze behoefte aan heeft. 'Uhhh, ik heb eerlijk gezegd niet zó veel tijd, ik heb vanmiddag een afspraak bij de kapper.' 'O... maar het hoeft niet lang te duren, maak je niet druk. Maar ik heb je gewoon iets belangrijks te melden.' Aan de andere kant valt een stilte…,'ik denk dat je graag wil horen wat ik je te vertellen heb. Het is zeer zeker ook voor jou van belang.' 'Bingo!' Met een tevreden gezicht beëindigd Ellen het gesprek, wist het uit de oproepenlijst en laat het mobieltje weer in zijn zak glijden.
Ze kijkt eerst naar haar snurkende man en dan op haar horloge… Oeps… tijd voor haar medicijnen. Ze pakt zijn glas van het nachtkastje en wast het grondig af alvorens ze het weer met water vult. 'En met een één, twee, drie in godsnaam,' ze stopt een pil in haar mond en spoelt hem weg met een slok water. 'Van sommige medicijnen ga je tóch vreemd doen,' lacht ze nu hardop terwijl ze nog een laatste blik op haar luid ronkende man werpt. 'Tot zo schatje… ik heb een afspraakje met je vriendin, wacht maar niet op me, het kon wel eens laat worden.'

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 12  >>>KLIK<<<

maandag 27 februari 2012

Onkruid deel 9...

Als hij de autosleutels aan de man heeft overhandigd mompelt deze nog wat in een voor hem onverstaanbare taal, geeft hem een aantal biljetten, stapt in de Audi en rijd weg. Wanneer de auto uit zijn gezichtsveld is verdwenen valt er een loodzware last van hem af en steekt hij de biljetten in zijn portefeuille.

Hij loopt het bospad af en ziet vanuit de verte zijn auto al op de parkeerplaats staan. Nu snel naar huis, want ze zal zo thuiskomen en hij wil haar voor zijn. Ze zal willen weten waarom hij haar niet heeft opgehaald. Zijn hersenen draaien weer op volle toeren, en één voor één laat hij de meest geloofwaardige smoezen de revue passeren. Vóór hij thuis is heeft hij de beste voor handen.

Het warme douchewater brengt hem weer enigszins tot bezinning. Wat bezielde hem in godsnaam, alle moeite is voor niets geweest. Hij knijpt de spons uit boven zijn hoofd en de lavendelgeur die dit verspreid kalmeert zijn zenuwen. Hoe heeft hij zo kunnen blunderen… het scheelde slechts een haar. Ze stond midden op straat, hij hoefde alleen maar gas te geven … en dan opeens ziet hij als uit het niets die blonde krullen in zijn achteruitkijkspiegel. De ogen van het meisje kijken hem smekend aan, hij ziet haar mond bewegen, maar hij kan niet horen wat ze zegt. Als verstijft zit hij achter het stuur en zijn blik lijkt gevangen door de lippen van het kind.

Haar mond herhalen de geluidloze woorden keer op keer tot ze het lijkt uit te schreeuwen. De schrik slaat hem om het hart en even raakt hij in paniek. Zou zijn geweten hem parten gaan spelen, een geweten dat de gedaante heeft aangenomen van zijn dochtertje. Hij kijkt naar de achterbank maar tot zijn opluchting is er niets meer te zien, zijn blik verhard en als een bezetene drukt hij het gaspedaal in en rijd recht op de gestalte van Ellen af. Haar verbaasde blik veranderd in ontzetting wanneer ze doorkrijgt dat de auto die op haar afkomt van geen wijken weet. Dan hoort hij vanaf de achterbank een meisje schreeuwen ‘WAT DOE JE PAPA!?!?’ Als hij weer vol afgrijzen in z’n achteruitkijkspiegel kijkt, ziet hij niet de verwachte blonde krullen van zijn dochter, maar Ellen die met een pijnlijk vertokken gezicht op straat ligt.

Hij draait de kraan dicht, slaat een badlaken om zijn heupen, en loopt peinzend de slaapkamer in. Waarom is Ellen ook zo sterk. Het leek er in de eerste instantie toch op dat ze volledig was doorgedraaid en de inrichting niet meer uit zou komen. Ze heeft zijn plannen volledig in de war gegooid en hij zal weer iets nieuws moeten verzinnen. Hij gaat op bed zitten en steekt een sigaret op, een gewoonte die hij sinds kort weer heeft opgepakt. Het geeft hem het gevoel dat hij daar zijn zenuwen mee in toom kan houden . De overvolle asbak op het dressoir geeft weer hoe het met zijn zenuwen gesteld is de laatste dagen. Hij inhaleert diep, sluit zijn ogen en voelt hoe de nicotine zijn longen vult. Het lichte gevoel in zijn hoofd doet hem beseffen dat hij de hele dag nog niets heeft gegeten.

De spiegel tegenover het bed toont een ingevallen gezicht en onder zijn borstkast ziet hij de contouren van zijn uitstekende ribben. Hij heeft er wel eens beter uitgezien en hij heeft zich ook wel eens beter gevoeld… als hij wil slagen zal hij zich meer in acht moeten nemen. De twijfel slaat weer toe… is dit het allemaal wel waard. Zijn twijfel wordt verstoord door het geluid van zijn mobiel. Het display laat het gezicht van Chantal zien, nu even niet. Hij heeft geen zin in een kruisverhoor, hij zal haar moeten uitleggen dat de plannen weer gewijzigd zijn. Als hij zuchtend zijn peuk in de propvolle asbak drukt valt zijn blik op het witleren boekje op het dressoir. Dat is gek, hij had toch alles weggegooid?


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 10  >>>KLIK<<<

vrijdag 24 februari 2012

Onkruid deel 6...

Haar mond voelt droog terwijl ze haar polsen en enkels uit de riemen probeert te worstelen.
Een roep om hulp probeert aan haar keel te ontsnappen… maar er komt geen enkel geluid. Het zweet staat op haar voorhoofd van inspanning, haar lichaam kronkelt in het klamme bed. Met een laatste krachtinspanning weet ze zich voorover te buigen... De riemen trekken zich strak rond haar polsen, maar verder is er geen beweging in te krijgen en uitgeput laat ze haar verkrampte lichaam weer achterover op het bed vallen Even lijkt ze zich over te geven aan haar gedwongen arrest. Ze sluit moedeloos haar ogen tot ze naast zich een zachte stem hoort… 'mama… wat is er met je?' Ze twijfelt even… heeft ze het goed gehoord… na alles wat ze de afgelopen weken heeft meegemaakt vertrouwd ze haar eigen zintuigen niet meer.

En weer klinkt de verbaasde stem van haar dochtertje…'mama, wat is er met je?' Waneer ze haar ogen opent ziet ze de voor haar zo bekende blonde krullen van haar kind. 'Kim, wat doe jij hier… ga hulp halen.' Maar het meisje kijkt haar alleen maar triest aan en achter haar doemen de gezichten van twee witte gestaltes op. 'Rustig maar Ellen… wij zorgen wel voor je' zegt de ene gestalte, zijn gezicht is haar onbekend maar hij kijkt haar geruststellend aan. Het trieste gezicht van haar dochtertje verdwijnt naar de achtergrond om plaats te maken voor de witte gestaltes. Ze buigen zich over haar heen, pakken haar beet en drukken haar in het klamme matras. 'Kim…. haal alsjeblieft hulp… NU!…' hoort ze zichzelf schreeuwen. Maar Kim verdwijnt in een grijze waas zodra ze de stekende pijn in haar arm voelt.
Uit alle macht probeert ze nog iets van een schreeuw uit haar keel te persen… maar er komt helemaal niets. De geluiden om haar heen verstommen, haar blik wordt troebel en ze zakt weg tot in de diepste kraters van haar ziel.

'Was dit wel echt nodig?' Vraagt de ene witte gestalte aan de andere, 'ze lijkt mij niet gevaarlijk.' 'Je hoorde toch dat ze om haar dochter riep, heb jij iemand gezien?' De man schud zijn hoofd, nee dat niet, 'maar om nu meteen zo rigoureus te handelen.' Na de riemen om haar enkels en polsen te hebben gecheckt lopen ze de kamer uit en zodra ze de deur achter zich hebben afgesloten verschijnt er naast de in diepe slaap verkerende vrouw een klein meisje met blonde krullen.
Ze streelt de vrouw over het hoofd…. en zacht fluistert ze in haar oor… 'mama… wat is er met je?'

Copyright © Ingrid Punt februari 2011

Deel 7  >>>KLIK<<<


zondag 19 februari 2012

Onkruid ...deel 1...



Z’n koffers staan zorgvuldig gepakt in de gang... het is nu alleen nog een kwestie van doorzetten. Ze wist het al maanden, maar hij bleef het ontkennen. Een vrouw voelt zoiets intuïtief aan. Druk op het werk, "wacht maar niet op mij, ik slaap wel op de zaak." Uren in de file staan... "ik eet onderweg wel een broodje." Zijn smoesjes werden steeds doorzichtiger, hij tartte haar intelligentie. Dat ging nu al meer dan een jaar zo. Gisteravond kwam het hoge woord er uit, ze heet Chantal en is gewoon een leuke vriendin, en ze moest daar niet zo moeilijk over doen.

En ja, ze brengen veel tijd samen door, squashen, zwemmen, tennissen... so wath... jij hebt toch niets met sport? Hij ook niet... maar dat is hij voor het gemak maar even vergeten. Dat zij voor de zoveelste keer alleen met de kleine thuis zit is toch niet zó erg. Zoek ook een leuke hobby, zegt hij met een sarcastisch toontje als hij weer eens laat thuis komt met een flinke parfumwolk om zich heen, ze herkend het luchtje inmiddels uit duizenden.

Hij kijkt haar nog amper aan... en als hij haar wél aankijkt is het verwijtend. Want niets deugt meer aan haar, haar kapsel, haar kleding, zelfs haar zorgzaamheid irriteert hem. In bed liggen ze tegenwoordig mijlen ver van elkaar verwijdert. Samen hadden ze besloten dat zij haar goedbetaalde baan en carrière op zou geven om voor de kleine te zorgen, nu neemt hij haar kwalijk dat ze zo’n moeke is, en geen vrouw van de wereld zoals Chantal. Zij is slim, leuk in de omgang, welbespraakt, humoristisch en ze heeft alles zo goed voor elkaar. Maar wanneer ze oppert dat hij dan maar bij Chantal in moet trekken, blijkt het ineens toch niet z’n type, om haar vervolgens weer de hemel in te prijzen. Ze is klaar met z’n gedraai en z’n leugens.

Wanneer ze zijn sleutel in het slot hoort, wil ze het liefst wegvluchten, ze kan zijn minachtende blikken niet meer aan... ze voelt zich zó klein. Terwijl ze haar rug strekt, spreekt ze zichzelf streng toe... nog even sterk zijn, dit laat je jezelf niet meer aandoen. Zijn ontgoochelde blik bij binnenkomst verrast haar, en als hij de koffers ziet staan pakt hij haar beet en zegt hij dat hij van haar houd. De grond onder haar voeten voelt als drijfzand. Ze is moe... moe van de eindeloze verwijten over en weer... moe van het sterk zijn... moe van zijn smoesjes... moe van hun leven langs elkaar heen.

Hij pakt de koffers op, loopt er mee naar de slaapkamer en gooit ze leeg op het té grote bed.
Dit wil jij niet echt, zegt hij met een doordringende blik. Gek, op een kritiek moment weet hij haar blik wél te vangen. Ze weet niet meer wat ze wil... gevoel heeft ze al lang niet meer en haar hersens lijken in staking. Hij laat zich echt niet door haar buiten de deur zetten, zo goed kent ze hem wel. Heel even heeft ze overwogen om zelf weg te gaan... “waar wil je naar toe?“ hoort ze hem nog honend zeggen. Collega’s, vrienden en familie ziet ze niet meer, daar heeft hij wel voor gezorgd. Hij heeft haar mentaal gebroken, en zij heeft het niet eens gemerkt.

Blijf dan maar, hoort ze iemand met zachte hese stem zeggen... ze schrikt, kwamen die woorden echt uit haar mond? Hij kijkt haar met een spottend lachje aan voordat hij ruw haar voorhoofd kust. De manier waarop hij haar kust maakt haar niet eens meer uit... zijn kussen komen al héél lang niet meer bij haar binnen, daarvoor heeft hij haar té vaak vernederd. Vanavond eet ik gewoon lekker thuis zegt hij met een zelfverzekerde blik. En schatje, maak iets lekkers klaar, Chantal eet vanavond ook mee. Als hij even later de deur achter zich dicht trekt loopt ze traag richting keuken. Ze draait haar lange haar in een knot, en zet met haar laatste beetje zelfrespect een grote ovenschaal op het aanrecht. Ze slaakt een diepe zucht alvorens ze het gootsteenkastje open trekt.

De fles met onkruidverdelger staat achterin......
vanavond gaat ze maar eens flink culinair uitpakken.


Copyright © Ingrid Punt 2010

Voor Deel 2  >>>KLIK<<<

woensdag 8 februari 2012

Groene vingers...


Groene vingers

Ze kreunt terwijl ze in haar ogen wrijft.... barstende hoofdpijn heeft ze. Het is nog aardedonker dus het zal pas een uur of drie, vier zijn. Haar keel voelt gortdroog en het bed onder haar hard en klam. Auw... dat hoofd... wat is er in godsnaam gebeurt gisteren. Flarden aan herinneringen schieten door haar hoofd. Datingsite... O ja... dát was het, ze had een date.


Alleenstaande man... Trefwoorden;

Romantisch...
Humor...
Gezelligheid...
Handig...
Tuinieren, zoekt dito vrouw.


Na wat heen en weer mailen leek er een klik en hadden ze uiteindelijk een afspraak gemaakt in een druk restaurant. Dat leek haar voor een eerste afspraakje wel zo handig. Mocht het absoluut niet klikken dan konden ze het beiden na één aperitief zonder probleem voor gezien houden. Ze probeert zich het hele gebeuren weer voor de geest te halen. Man... tot zover klopt het. Maar verder zitten er gaten in haar geheugen en het gezicht van de man wil niet tot haar doordringen.

Blond... ja... hij was blond, normaal postuur en casual gekleed.Corduroy... ze herinnert zich zijn bruine corduroy broek. Daar maakte hij indruk mee, een negatieve wel te verstaan. O ja, ze hadden samen geluncht, maar wat ze precies heeft gegeten is ze kwijt. Ze likt haar lippen, het was in elk geval iets met véél knoflook. Thee... ze zouden bij hem thuis nog een kop thee drinken dan kon ze zijn tuin bewonderen. Hij ging prat op zijn groene vingers. Hé, wat vervelend dat ze zijn gezicht niet voor zich kan halen maar ... o, haar hoofd.

Zijn tuin was schitterend, dat weet ze nog. Ze complimenteerde hem ermee dat zijn planten het zo goed deden. "Een kwestie van de juiste mest" hoort ze hem zeggen. Ze ziet zichzelf staan voor een grote kuil. "Dat is de aanleg voor mijn nieuwe vijver,” zei hij met een hese overslaande stem.  Ineens voelde zij zich niet erg op haar gemak en na de thee probeerde ze een uitvlucht te bedenken om weg te komen. “Toe, blijf nog even” ... Alweer die hese trillende stem die haar de haren overeind doen staan. Na veel aandringen van zijn kant weet hij het te rekken tot een tweede kop thee. Maar dan voelt ze zich vreemd in haar hoofd worden. Rob.... ja hij heette Rob, oppert dat ze misschien wel een griepje onder de leden heeft en vraagt haar of ze misschien even wil gaan liggen.

Haar hele wezen zegt haar dat ze moet gaan, naar huis, naar bed, weg van hier... ze vraagt of ze nog even gebruik mag maken van het toilet. Rob knikt naar de eerste deur in de gang en duizelig en onvast op de benen loopt ze de gang door richting toilet. Achter die deur is echter geen toilet te bekennen, maar een kleine kamer die grotendeels gevuld word door een grote ruwhouten kist. De kist is zéker twee meter lang. Dan voelt ze zijn adem in haar nek. Ze draait zich geschrokken om en ziet nog net de schep die na een flinke zwaai de zijkant van haar hoofd raakt.

Donker... auw ... ze brengt haar hand naar de zijkant van haar hoofd en voelt een flinke buil. Opstaan, nu... ze wil overeind komen maar stoot haar hoofd. Het besef dringt bij haar door dat ze niet in bed ligt en als ze de ruwe harde houten wanden aan weerszijden van haar lichaam voelt realiseert ze zich eindelijk wat er gaande is. Begraven... hij heeft haar begraven....als een dolle stier begint ze tegen de wanden en het deksel te trappen en te duwen maar er is geen beweging in te krijgen... Help!!!!!

“Goedemorgen buurman, wat een schitterende vijver is het geworden, en ik sta er elke keer weer versteld van hoe bijzonder goed uw planten het doen.”

“Dank U buurvrouw,” zegt de blonde man met hese overslaande stem, “een kwestie van de juiste mest.”


© Copyright Ingrid Punt december 2012

maandag 6 februari 2012

Voodoo...



Misschien heeft het met de naderende feestdagen te maken want het is ongebruikelijk stil en er hangt een rustige serene sfeer op de afdeling radiologie. Na wat gerommel tussen de damesbladen, trek ik er achteloos één tussenuit. Het blijkt een oude ”Vriendin” en ik neem plaatst naast een oude man die een beetje zit te dommelen. Zijn zachte gesnurk werkt rustgevend en ik geniet van die rust tot hij plots verstoord wordt door de doordringende stem van een oude dame. “Het doet geen pijn hoor, valt reuze mee” ze blijft staan voor een rolstoel waar een vrouw in zit van ongeveer hetzelfde bouwjaar. “Nee hoor.... je voelt er haast niets van, je moet alleen je slip laten zakken want hij moet je in je lies prikken hé... en ik zou mijn das maar om houden want het is daar verrekte koud.”

In de deuropening verschijnt een klein donker ventje half verscholen achter een groot zwaar schort, en een mijnwerkerslamp op zijn voorhoofd. Hij lijkt een beetje op dat kleine zangertje... kom hoe heet hij ook alweer... van Velzen.... dat is ‘m. De van Velzen look-a-like aarzelt even en ik hoop dat hij een swingend nummer ten gehore zal gaan brengen, maar dan vraagt het mannetje olijk... “Wie is het volgende slachtoffer?” De dame in de rolstoel voelt zich geroepen. “Heeft zij U wel verteld dat het verschrikkelijk veel pijn doet?” en hij knikt naar de dame van de das en de slip. Je kan van van Velzen zeggen wat je wil maar hij weet het ijs te breken want beide vrouwen schieten in de lach. Zijn volgende slachtoffer houd voor de zekerheid haar das om, “een gewaarschuwd mens telt voor twee tenslotte.”

Ik blader nog wat in mijn tijdschrift maar al snel komt de rolstoeldame weer naar buiten, waarna van Velzen triomfantelijk met zijn handjes op zijn rug in de deuropening gaat staan. Verlekkerd vraagt hij wie hij nu mag pijnigen. De oude man naast me schrikt wakker en zegt opgelucht dat hij het in elk geval niet kan zijn want hij wacht op zijn vrouw.Van Velzen kijkt mij doordringend aan maar ik duw mijn neus nog iets dieper in mijn “Vriendin” en tot mijn opluchting loopt hij weer weg. Het blijkt een schijnbeweging want even later verschijnt hij weer om mij ditmaal lachend aan te kijken en hard en duidelijk mijn naam te roepen. Ik moet er aan geloven en zuchtend sta ik op en gooi mijn “Vriendin” achter me op de stoel.

” Bent U de slager?” vraag ik hem terwijl ik hem een hand geef... Even is hij van slag, hij is vandaag degene die de grapjes maakt. ”Nee, zegt hij na een korte bedenktijd, “ dat zijn mijn kornuiten in de operatiekamer.” Ik krijg het stille vermoeden dat ik hem maar beter te vriend kan houden. Met op mijn netvlies nog het beeld van de oude dame met das om haar nek en slip op haar enkels loop ik achter hem aan. In de behandelkamer is het inderdaad verrekte koud, ik kom voor mijn schouder dus gelukkig mag ik mijn broek aanhouden. Een man “ook gehuld in een zwaar schort” is druk bezig alle benodigde attributen klaar te leggen. Hallo... ik ben margriet, “ tegenover me staat als vanuit het niets ineens iemand die me in de verste verte niet aan een teer wit bloemetje doet denken. Margriet is groot en flink, schud me daadkrachtig de hand en is van de bediening... van de apparatuur wel te verstaan. Hé... da’s nou jammer, een borrel tegen de zenuwen was er wel ingegaan. Maar ze verdwijnt weer net zo snel als dat ze verscheen. Voor de verdoving ben ik toch écht overgeleverd aan kleinduimpje.

De dwerg blijkt tóch de slager -de smiecht- en nadat hij me op de behandeltafel heeft geholpen en hij op zijn krukje is geklommen draagt hij me op om vooral te ontspannen. Ik doe wat hij zegt, maar volgens mij heb ik een ander beeld van ontspannen dan hij. Na enige aanwijzingen is humptie-dumptie tevreden. Vervolgens smeert hij m’n schouder in met een knalroze goedje... je valt in ieder geval op als je naar de sauna gaat zegt hij. Ik heb een rijke fantasie maar de sauna is wel het laatste waar ik op dit moment aan denk.

Het röntgenapparaat boven mij zwaait op aanwijzingen van de kleine man alle kanten op en het lijkt erop alsof ik naar een verkeersknooppunt -het Prins Clausplein is er niets bij- lig te koekeloeren. Daar komen de prikken roept het kaboutertje plotseling. Ik hoop dat dokter prik er met zijn naalden wijs uit kan worden maar met een beetje gepoer weet hij gelukkig de bewuste plek op de juiste pees te vinden. Er wordt nog wat verdoving en zoutoplossing in de pees gespoten, maar als de naalden elkaar per ongeluk raken spuit het water me om de oren. Dát was niet de bedoeling... hij poert en wurmt nog even verder en als hij eindelijk het gebied te pakken heeft begint hij met zijn naalden als een specht op me in te hakken. Ik voel me net een speldenkussen en mijn wijsvinger danst gezellig mee op het ritme – het blijft een vreemde gewaarwording wanneer je geen controle hebt over je eigen wijsvinger...maar gelukkig is het mijn wijsvinger- Na een tijdje is de voodoodokter dik tevreden en helpt me overeind.

Ik sta nog wat onwennig op de benen en krijg direct een paar flinke pijnstillers toegeschoven. Terwijl ik ze met een glas water achterover sla, hoor ik van Velzen al weer roepen....

“Zo.... en wie wil er nu op de pijnbank?!?!”



© Copyright Ingrid Punt december 2012

 

donderdag 2 februari 2012

Rood...


Vanaf een afstand houdt de lange ambitieuze blondine de kunstschilder Eric Edgar nauwlettend in de gaten… vandaag zal ze erachter komen… hoe dan ook. Haar carrière is een beetje ingedut sinds ze vier jaar geleden als journaliste voor een gerenommeerd kunstblad is begonnen. Een goede primeur kan ze wel gebruiken. Zoals verwacht is het weer gigantisch druk in de galerie. Het loopt ronduit storm, de champagne vloeit rijkelijk en Eric Edgar’s peperdure schilderijen verkopen -zoals gewoonlijk- weer als warme broodjes. De huidige crisis heeft duidelijk zijn weerslag op de kunstwereld maar Eric’s doeken hebben er ondanks de hoge vraagprijzen tot op heden nog niet onder te lijden gehad.

Zelfverzekerd en geamuseerd kijkt hij naar de in een druk geanimeerd gesprek zijnde kunstcritici. Roger Bel -een zeer gewaardeerd kunstkenner - drukt zijn neus nog een keer tot pal bij het doek met de naam ‘Onderhuids’ en keert zich daarna zuchtend en hoofdschuddend tot de andere aanwezige critici. ’Geen flauw idee... ik twijfelde even tussen pompei of vermiljoen of misschien een combinatie van beiden, maar ik kan mijn vinger er niet op leggen.’ Hij friemelt wat aan de boord van zijn overhemd en is duidelijk van zijn stuk omdat zijn kennis van zaken na een jarenlange ervaring door dit doek aan het wankelen is gebracht. Eric besluit hem uit zijn lijden te verlossen en voegt zich lachend bij het gezelschap.

Roger is duidelijk blij met zijn aanwezigheid en legt joviaal een hand op diens schouder… ’Kom op Eric, vertel het en laat ons niet langer in het ongewisse. Hoe kom je aan deze ongekende kleur rood?’ Eric kijkt de man quasi niet begrijpend aan. ’Hoezo, Roger… deze kleur rood… gewoon een kwestie van de juiste kleuren mengen toch?’ Jij met je jarenlange ervaring moet toch in een oogopslag deze combinatie weten te herkennen.’Het gezelschap bestaande uit twee vrouwen en drie mannen schiet in de lach en Roger verschiet van kleur waardoor de kleur van zijn hoofd neigt naar de kleur rood op het bijzondere doek. Hij mompelt nog iets onverstaanbaars om zich daarna snel richting bar te begeven om daar een dubbele whisky te bestellen.

Eric maakt nog een aantal flauwe grappen tegen de rest van het gezelschap als John -zijn manager- hem wenkt. ’Eric, het is weer een succes, werkelijk alles is verkocht dus wat mij betreft kunnen we de tent sluiten. Ik zal de journalisten zeggen dat ze met het interview kunnen beginnen en dan houden we het voor gezien voor vandaag.' Eric knikt instemmend en even later wordt hij door de ingeschakelde journalisten aan een vragenvuur onderworpen.

'Hoe kan het dat de kunstverkoop terug loopt maar dat jouw doeken wel verkopen?’
‘Tsja… dat moet je de kopers vragen, misschien kwaliteit?’
Het publiek lacht en Eric’s ijdelheid groeit.

'Heb je nog doeken op stapel of ben je bezig met nieuw werk?’
’Ik heb wel wat nieuwe ideeën omtrent een aantal doeken maar ik ben er nog mee bezig.’

’Eric, hoe krijg je die wonderlijk rode kleur, de kleur is echt zo bijzonder en niemand kan ons uitleggen welke kleuren je daarvoor gebruikt hebt, misschien kun jij een tipje van de sluier oplichten?’

De lange blondine kijkt hem afwachtend aan duidelijk van plan hem het vuur aan de schenen te leggen. Het publiek houdt de adem in, nu gaat het komen en worden ze deelgenoot van het lang bewaarde geheim van de ongeëvenaarde kunstenaar. Maar Eric lacht schamper ’Mijn kleur rood blijft geheim tot aan mijn dood.’ Hij draait zich om, loopt zonder de verbouwereerde blondine nog een blik waardig te gunnen naar de bar en besteld nog een paar flessen champagne. Er gaat een zucht van teleurstelling door het publiek maar nadat de catering voor de zoveelste keer met de hapjes en drankjes langs is geweest is men het gauw vergeten en laat men zich uiteindelijk voldaan en mak uitgeleide doen.

Eric maakt nog een praatje met zijn manager als hij de lange blondine bij de uitgang ziet staan, geenszins van plan te vertrekken zonder een bevredigend antwoord. ‘Kan ik misschien nog iets voor je doen, vraagt hij haar gemaakt vriendelijk.’ ’Misschien antwoord geven op mijn net gestelde vraag?’ ‘Die heb je gehad, ik heb er verder niets aan toe te voegen.’ De blondine zet nijdig haar champagneglas op een tafeltje maar net iets te hard… het voetje breekt af en het glas snijd in haar hand. Een donkerrode druppel bloed maakt zich traag los van het ontstane wondje en baant zich een weg naar haar pols. Als gebiologeerd staart Eric naar de wond alvorens hij haar snel een servetje aanreikt. 'Weet je wat,’ zegt Eric … terwijl hij het wondje onhandig schoon veegt, 'kom vanavond gezellig een drankje bij me drinken en dan zal ik je mijn geheim letterlijk uit de doeken doen.' Hij geeft haar zijn adres en met een zelfvoldane blik verlaat ze de galerie. ‘Tot vanavond,’ roept hij haar na en hij krijgt een peinzende blik in zijn ogen.

‘He Frits, jongen… ‘ de hond komt hem kwispelend tegemoet. Eric loopt naar de tafel waar zijn schilderspullen liggen en vist er na wat zoeken een aantal tube's met rode verf tussen uit en knijpt deze leeg in een blik. ‘Heb jij je een beetje vermaakt tijdens mijn afwezigheid?’ Frits staart gaat heftig heen en weer en hij loopt naar de koelkast. ‘Heb je honger man… we moeten een beetje opschieten vandaag want we krijgen vanavond bezoek.’ Hij pakt een stuk worst uit de koelkast geeft het aan Frits af die er smakkend mee naar zijn mand loopt. Eric kijkt keurend naar de glazen buisjes met rode vloeistof die in de koelkastdeur staan, tilt er voorzichtig een buisje uit en schud die even. Met ingehouden adem kijkt hij naar het buisje in zijn handen, om de rode vloeistof vervolgens te vermengen met de verf in het blik.

‘De voorraad raakt uitgeput Frits… maar vanavond komt er weer een flinke partij bij.’


© Copyright Ingrid Punt november 2011



vrijdag 27 januari 2012

Spookrijder…



Gelukkig… aan de overkant van de straat brand nog licht. Hoe heeft ze kunnen denken dat ze het wel tot thuis zou redden. Ze heeft een hekel aan tankstations … vooral ’s avonds laat. Maar de laatste aantal kilometers was ze zielsgelukkig geweest als ze er een was tegengekomen. Met het zweet in beide handen heeft ze het tot aan dit dorp weten te redden totdat haar bolide er hortend en stotend de brui aangaf.

Daar zit ze dan, ze heeft twee opties. Bij iemand aanbellen en vragen of ze even mag bellen of lopend op zoek naar een tankstation… ze dacht het niet. De straten zijn hier niet al te best verlicht. Met een kritische blik keurt ze het huis aan de overkant. Zoals altijd laat ze haar gevoel en intuïtie meespreken. Het huis ziet er goed onderhouden uit, met aan weerszijden van de brede roodgeschilderde voordeur donkere marmeren plantenbakken met welig tierende klimop.


Een vriendelijk huis, althans, dat gevoel geeft het haar. Maar wat doorslaggevend is, er piept nog licht tussen de zware overgordijnen door. Ze waagt het erop.

Op de deurmat staat welkom… dat doet het altijd goed. Er is geen bel en ze kijkt twijfelend naar de zware koperen havikskop die dienst moet doen als deurklopper. Na twee keer geklopt te hebben gaat het ganglicht aan en hoort ze voetstappen haar richting uit komen. De deur gaat open en voor haar staat een lange man van een jaar of dertig. Hij oogt niet onvriendelijk als hij haar vragend aankijkt. ''Zeg het eens… wat kan ik voor je doen?''
''Ik wilde vragen of ik even bij u kon bellen, heel dom, maar ik sta zonder benzine en mijn mobiel heeft hier om de een of andere reden geen bereik.''
Hij knikt begrijpend en gaat haar voor de gang in, wat haar in de gelegenheid stelt om hem op veilige afstand wat beter te bekijken. Hij is behoorlijk groot… meer lang en mager, maar toch ook atletisch. Zijn donkere broek en sweater slobberen om zijn lichaam en hij loopt moeizaam, alsof zijn linkerbeen een eigen leven leid.

In de gezellige woonkamer is het behaaglijk warm en ze wrijft zich even in de handen. ''Hallo, ik ben Joe, ga even zitten, wil je misschien iets drinken voor de schrik'' Vraagt hij haar met een licht Amerikaans accent. ''Koffie, thee, een glas fris of iets sterkers?'' '' Een glaasje fris dan maar, als ik tenminste niet stoor'' en ze kijkt onderzoekend de kamer in. De tv staat aan met daarop het late nieuws. '' Nee hoor… je stoort niet.'' Hij loopt moeizaam de kamer uit om even later terug te komen met twee glazen Cola. ''Ik was toch nog niet van plan om naar bed te gaan, ik heb niet zo veel slaap nodig. En op tv is ook niets bijzonders'' zegt hij terwijl hij deze uitdrukt waarna hij zich in de stoel tegenover haar laat vallen.

''Zo … geen benzine meer, tja vrouwen…'' zegt hij schamper lachend. Dan valt haar het litteken op. Naast de linkerkant van zijn mond loopt een dikke rode kabel die tot boven zijn linkeroog door loopt. Hij ziet haar staren… ''Motorongeluk.'' ''Sorry …'' zegt ze. ''Het geeft niet, ik ben het gewend, laten we eerlijk zijn het is niet iets wat je snel over het hoofd ziet.''
Ze neemt snel een slok van haar cola als haar oog op een album valt dat op tafel ligt. Hij vangt haar blik, ''kijk gerust hoor als het je interesseert, het is mijn verzameling honkbalplaatjes. Als kind was ik al bezeten van honkbal en met veel moeite heb ik mijn album vol gekregen met alle bekende spelers uit die tijd. Later ben ikzelf ook gaan honkballen maar na mijn ongeluk zat dat er niet meer in.'' Hij kijkt ongelukkig naar zijn linkerbeen.

Ze pakt het album van tafel en slaat het open… allemaal foto’s van honkbalspelers, sommigen streng en ongemakkelijk poserend voor de camera… anderen vrolijk of geconcentreerd gefotografeerd tijdens hun spel… honkbal. Een ding hebben ze gemeen, ze dragen allemaal petjes met het embleem van hun club. Onder de plaatjes staan hun namen… George Herman Ruth Jr. - alias Babe Ruth- , Mickey Mantle, Joe Dimaggio, Tyrus Raymond alias -Ty Cobb- en Lou Gehrig. ''De beste honkman aller tijden en met een record aan grand slams'' vertrouwt Joe haar toe. Dat album heeft me wat gekost, vooral dat laatste plaatje.

''Sorry, maar ik heb er niet zo veel verstand van maar Lou Gehrig... daar heeft Mike het altijd over.''
''Wie is Mike?''
'' Oh, Mike is mijn neefje van twaalf en sinds een aantal jaren verslaafd aan honkbal… hij staat ermee op en hij gaat ermee naar bed. Als hij zou weten dat ik nu een album zit te bekijken met de beste spelers ooit dan zou hij stik jaloers op me zijn. Hij hoopt ooit net zo’n goede slagman te worden als Lou Gehrig. Hij zou een moord doen voor dit plaatje…
Was jij goed Joe?'' Durft ze hem te vragen.
''Ach, ik was geen topspeler maar het was mijn lust en mijn leven.''
Hij kijkt even twijfelend naar het album voor hij het van haar aanneemt en op een tafeltje naast hem neer legt. Boven het tafeltje hangt een foto van een jongetje met een te grote honkbalpet…''Je zoontje?'' vraagt ze hem aarzelend. Hij kijkt even afwezig naar de foto en zonder haar te antwoorden staat hij plotseling op….

''Oké… benzine, je hoeft niet te bellen, in de garage heb ik nog wel een jerrycan staan.'' Hij neemt haar mee naar de garage en daar ziet ze de motor in de beugels staan. ''Ja, hij heeft net zo een klap gehad als ik dus ik heb er nog wel even werk aan, ik wil je niet weg hebben hoor maar ik denk dat ik er nog maar even aan ga sleutelen. Hij kijkt even triest naar de motor alvorens hij een jerrycan oppakt en samen met haar naar de auto loopt. Hij vult de tank en ze vraagt hem wat hij van haar krijgt. ''Ben je mal, ik ben blij dat ik je kon helpen. Zorg nu maar dat je veilig thuis komt.''
''Bedankt Joe.'' Ze start de auto en rijd de stille donkere straat uit, ze kijkt nog even achterom maar Joe is in geen velden of wegen meer te zien en het huis staat er nu donker en verlaten bij.



De havikskop voelt sinds gisteravond vertrouwd als ze hem twee maal tegen de deur laat vallen. Ze wacht even maar er gebeurt niets. Nog maar eens proberen, ''jajaaa….'' Hoort ze een vrouwenstem roepen en even later gaat de deur open.Voor haar staat een oudere dame die verbaast naar de bloemen kijkt die ze in haar handen heeft. ''Bloemen voor mij?''
''Ik kom eigenlijk even langs om Joe te bedanken voor de hulp gisteravond.''
De lachende mond van de vrouw trekt samen tot een harde streep en haar ogen staan nu somber.''Wat is dit voor morbide grap?'' …'' Grap? Ik begrijp het niet, ik kom alleen maar even bedanken want zonder Joe’s hulp had ik niet geweten wat ik had moeten doen.'' De vrouw tegenover haar kijkt even vertwijfeld, ze kijkt nog even naar de bos bloemen alvorens ze haar uitnodigt om binnen te komen.

''Ik kwam alleen maar even deze bloemen afgeven …'' ze kijkt de kamer rond en vraagt ''is Joe er niet?''
''Nee meisje… Joe is er niet. Kijk, ik weet niet wie of wat je bedoelt en wat je nu eigenlijk komt doen maar Joe is er al een aantal jaren niet meer.''
''Maar ik was hier gisteravond, ik heb met hem gesproken en hij heeft mij aan benzine geholpen omdat ik zonder zat.''
''Luister... ik woon hier alleen en was gisteravond bij mijn zus dus jouw verhaal lijkt me erg onwaarschijnlijk.'' Ze kijkt naar de foto die boven het tafeltje hangt, ''wie is dat?'' De vrouw volgt haar blik, ''dat is Joe toen hij een jaar of acht was.'' Haar blik wordt zacht en haar ogen vochtig als ze vervolgd, ''hij was altijd al gek op honkbal. Na zijn twintigste verjaardag is hij naar Pittsburgh Pennsylvania vertrokken. Hij heeft daar bij zijn favoriete club kunnen spelen en heeft de tijd van zijn leven gehad. Drie jaar geleden kwam daar allemaal een eind aan, hij is verongelukt met zijn motor. Hij vloog uit de bocht, zijn helm vloog af en hij raakte een boom, hij was op slag dood.''
''O … Sorry, wat verschrikkelijk…'' geschrokken kijkt ze de vrouw aan. Dan ziet ze het album op het tafeltje… mag ik… ze slaat het open en kijkt net als gisteren naar de plaatjes van de spelers maar het plaatje van Lou Gehrig, is verdwenen.

De vrouw maakt van de gelegenheid gebruik om haar het leven van Joe in geuren en kleuren uit de doeken te doen. De lieve baby, zijn ondeugende jongensjaren, zijn pubertijd, de band tussen hen beide en vooral hoezeer zij haar zoon mist. Het ijs is nu gebroken en ze verteld de vrouw wat er gisteravond allemaal is gebeurt maar deze kijkt haar aan alsof ze niet goed bij haar hoofd is. Ze kan het zich toch niet allemaal verbeeld hebben…. Iemand moet een vreemde maar nare grap hebben uitgehaald. Na wat een eeuwigheid lijkt neemt ze afscheid van de vrouw. Ze geeft haar de bos bloemen en bied nogmaals haar excuses aan. ''Sorry mevrouw dat ik u zo heb laten schrikken.'' Deze knikt wat afwezig en loopt met haar mee naar de buitendeur. ''Ach, ik vond het eigenlijk wel fijn om weer eens met iemand over Joe te praten, het is alweer zo lang geleden.''

Buitengekomen blijkt het later dan ze had gedacht, de lantaarns zijn al aan. Dan hoort ze een motor de hoek omkomen en ze staart verblind door de koplamp naar de donkere figuur die er op zit. Hij neemt gas terug en stopt vlak naast haar. Zonder iets te zeggen haalt hij iets uit de zak van zijn leren jack en duwt het in haar hand. Ze probeert te achterhalen wat zijn helm verbergt maar net zo snel als hij de hoek omkwam zo snel is hij alweer uit het zicht verdwenen. Ze stapt snel in haar auto, knipt het licht aan en kijkt naar de schat die ze in haar handen heeft.

Ze ziet het gelukkige gezicht van Mike al voor zich als ze hem dit plaatje van Lou Gehrig geeft.

© Copyright Ingrid Punt oktober 2011

donderdag 19 januari 2012

Biefstuk...

Het is een regenachtige zaterdag dus druk in het eetcafé. Vrouwen die met hun volle boodschappentassen nog even binnenlopen voor een lekker broodje of een kop soep. Het meisje achter de bar schenkt een borrel in voor een bejaarde man. Er komt een man binnen die zijn vrouw bij de markt heeft afgezet en snel de benen richting café heeft genomen. Hij heeft z’n hond bij zich die al net zo verveeld naar buiten kijkt als de bejaarde man achter zijn borrel. De serveerster brengt een bakje water voor de hond die er even aan snuffelt om vervolgens zijn neus op te trekken, hij is duidelijk beter gewend.

'Mag ik even bestellen?' vraagt Piet - een man van middelbare leeftijd- aan het meisje, ze hoort hem niet en loopt haastig terug naar de bar. Alleen aan een tafeltje probeert hij al een tijdje haar aandacht te trekken, wat dus niet echt lukt. De regen buiten begint extreme vormen aan te nemen. Piet begint een liedje te fluiten terwijl hij naar de doorweekte mensen kijkt die door de plotselinge wolkbreuk zijn overvallen en zich nu verdringen bij de ingang. Iedereen wil zo snel mogelijk naar binnen en men haast zich om een tafeltje te bemachtigen.

Twee mannen en een vrouw duiken snel op de vrije stoelen af die aan zijn tafeltje staan. De vrouw trekt haar drijfnatte jas uit en doet dit op zo’n dusdanige manier dat Piet net zo goed buiten in de plenzende regen had kunnen zitten. Hij staakt het fluiten, trekt een zakdoek uit zijn broekzak en veegt zijn gezicht droog terwijl hij de vrouw een venijnige blik toewerpt. Ze negeert hem volkomen, hangt haar druipende jas over de stoel naast hem, vraagt aan de mannen tegenover haar wat ze willen drinken en wenkt de serveerster die direct op haar afkomt.

'Twee bier en een cola' zegt ze nors zonder het meisje aan te kijken. 'Zou ik ook meteen even kunnen bestellen?' vraagt Piet vriendelijk aan de serveerster. 'Ik kom zo bij U meneer' zegt deze geïrriteerd en weg is ze alweer. Piet staat op pakt zijn jas van de kapstok, zet zijn pet op en loopt fluitend de regen in. Als hij langs het raam loopt ziet hij dat de oude baas zich nu te goed doet aan een malse biefstuk.

"Biefstuk!!!" schiet hem ineens te binnen … als hij een beetje opschiet is hij misschien nog op tijd. Bij de slager trekt hij braaf een nummertje. In de bijna lege vitrine ziet hij nog vier biefstukken liggen dus dat komt goed. Maar het nummertje blijkt niet te werken want de slager helpt iedereen behalve hem. Als hij voor zijn gevoel aan de beurt is kaapt de dame voor hem alle vier de biefstukken voor zijn neus weg. Verbeeld hij het zich nou of staat ze hem triomfantelijk aan te kijken. Piet zet weer zijn deuntje in. De slager negeert zijn irritante fluitje en vraagt hem eindelijk waar hij hem mee kan helpen. Piet kijkt hem dwaas aan en loopt zonder iets te zeggen de slagerij uit.

De bus rijd net voor zijn neus weg. Het bankje in het bushokje is nat, dus Piet blijft staan en staart als in het niets fluitend naar de alsmaar groter wordende plas voor hem in de goot. De automobilisten schijnen er genoegen in te scheppen om zo dicht mogelijk naast de stoep te rijden en extra gas te geven op het moment dat ze de plas naderen. Als een verzopen kat stapt hij even later fluitend de muffe bus in, die is propvol en Piet wurmt zich tussen de samengeperste mensen naar achteren voor een beetje luchtruimte.

'Hé... kan je niet uitkijken!' Een vrouw kijkt hem met een boze blik aan en begint tegen de vrouw naast haar te klagen over al die asocialen die maar tegen je aanlopen zonder sorry te zeggen. Piet moet nog menige boze blik doorstaan, voelt zich als een haring in een ton en weet zich na vier haltes fluitend een weg naar de vrijheid te persen. Als hij even later weer buiten in de stromende regen staat dringt het tot hem door dat hij vergeten is om uit te checken …… weer vier euro naar de knoppen.

Zodra hij de sleutel in het slot steekt hoort hij haar al schreeuwen. 'Heb je nog aan de biefstukken gedacht…. Piet, heb jij nog biefstukken gehaald?' Terwijl hij zijn druipende pet aan de kapstok hangt kijkt hij haar wazig aan. 'Nee... vergeten!' 'Nee hé... ik kan ook écht niets aan jou overlaten is dat nu zó moeilijk. Het enige dat ik je vraag zijn twee biefstukken en zelfs dat vergeet je nog, wat heb ik nou aan jou. En doe die natte jas uit je ruïneert de loper.' 'Wat eten we vandaag?' vraagt Piet als hij zijn drijfnatte jas in de badkamer heeft gehangen.

'Biefstuk…. tenminste als jij ze had meegenomen, maar die kunnen we nu dus wel op onze buik schrijven. Nu moet ik weer iets anders gaan verzinnen, ik hoop voor jou dat ik nog iets in de vriezer heb liggen anders kun je ze alsnog gaan halen.' Piet tuit zijn mond en fluit nu alsof zijn leven ervan af hangt. 'Stop daar mee Piet, waarom moet je nu altijd zo stompzinnig gaan fluiten als ik je iets duidelijk probeer te maken … stoppen nu, je maakt me razend met dat achterlijke gefluit.'

Ze trekt de vriezer open en haalt er twee karbonades uit. 'We eten dus lekker laat vanavond… dank zei jou… voordat deze ontdooid zijn.' Ze gooit de karbonades op een bord en terwijl ze een koekenpan op het aanrecht zet kijkt ze hem beschuldigend aan. Piet doet alsof zijn neus bloed en begint weer te fluiten. 'Stop met dat deuntje… nu!' Ze staat met gebalde vuisten en vuurspuwende ogen voor hem… Stoppen NU, je lijkt je vader wel, die kon ook niets behalve fluiten!!! Piet pakt de koekenpan van het aanrecht en geeft haar een flinke mep. Als een lappenpop gaat ze onderuit. Hij kijkt even naar de karbonades op het bord… nu heeft hij er twee voor zichzelf… lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan biefstuk. Tevreden fluitend zet hij de pan op het vuur.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

woensdag 23 november 2011

Routineklus...



'Dit vind ik nu écht leuk om te doen,' zegt de grote Arubaan met de stem van Willem Oltmans... Zijn zelfverzekerde uitstraling én witte kleding doen vermoeden dat het hier om de chirurg gaat. In tegenstelling tot de juffertjes in het groen die gejaagd op hun groene klompjes om hem heen drentelen blijft hij uiterst kalm.

Nadat hij één van de assistentes om een knabbeltang heeft gevraagd wrijft hij zich in de grote handen. Met die gladheid van de laatste tijd heeft hij nu wel genoeg kaakfracturen gezien en wordt het nu wel weer eens tijd voor iets leuks. Assistente Lisette overhandigt hem de knabbeltang die ik meen te herkennen als een attribuut uit de betere doe-het-zelfzaak. Dokter Oltmans kijkt verlekkerd naar het ding alsof hij hem voor het eerst mag bewonderen. Boren en andere martelwerktuigen worden intussen door de groene juffertjes in steriele zakken gehesen. Na nog meer steriele potjes en zakjes met verrassende inhoud, injectiespuiten en zusterscharen te hebben klaargelegd, kan hij eindelijk aan de klus beginnen.

'Ja écht leuk...' zegt hij vol enthousiasme terwijl hij de tang in de mond van mijn kind steekt en een knarsend en brekend geluid de ruimte vult. Het zweet breekt me uit, hij zal na al die fracturen toch nog wel weten hoe het moet. 'Er schijnt nu ook een soort van kaasschaaf te zijn waarmee het bot afgeraspt kan worden' volgens dokter Oltmans... 'O ja? ' vraagt Lisette -zijn operatieassistente- verbaast... dat lijkt haar een perfecte uitvinding, om nog even olijk toe te lichten hoe makkelijk een kaasschaaf wel niet is. 'Ahhhh...' klinkt het uit de gehavende mond van mijn kind... 'nog maar even bij verdoven zegt dokter,' en daar gaat weer een injectiespuit.

'Was de taart trouwens nog lekker ...' vraagt Lisette zachtjes door haar groene mondkapje aan dokter Oltmans als deze haar feliciteerd met haar verjaardag van de dag daarvoor ... 'heerlijk,' zegt deze lachend... 'hoewel ik persoonlijk iets meer aardbeien en slagroom had verwacht...... '

Het slangetje slurpt het vrijgekomen bloed en stukjes bot op...... het wordt me zwart voor de ogen......

Copyright © Ingrid Punt Januari 2011

zondag 30 oktober 2011

Klaar...

Klaar...

Op het éne net zijn tientallen dode kinderen te zien, het konvooi met medicijnen en voedsel is te laat... Zap... het andere net laat een soldaat zien die een andere zwaargewonde soldaat uit de vuurlinie probeert te trekken, de paniek is duidelijk van z’n gezicht te lezen... Zap... een moeder zit apathisch met haar dode kind in haar armen terwijl een hulpverlener radeloos toekijkt... Zap... een huilende juwelier verteld de journalist dat dit al de negende overval is in twee jaar tijd, hij kan z’n winkel wel sluiten omdat er geen verzekeraar meer is die de schade nog wil dekken. Hulpeloos blikt hij in de camera...... 'hij is er óók klaar mee,' zegt de man zuchtend voor hij de afstandsbediening pakt en naar wéér een ander net zapt. 'Wat zeg je schat,' klinkt het vanuit de keuken, het geluid van de afzuigkap maakt dat ze de helft niet verstaat. 'We gaan zo eten hoor,' roept ze als de kamerdeur dichtslaat.

De zoldertrap kraakt onder zijn zware gewicht, bovengekomen geeft hij een paar ferme klappen tegen de balk die dwars over de trap loopt. Ondanks zijn niet geringe lengte moet hij toch enigszins op zijn tenen staan om er bij te kunnen. 'Die is tenminste solide, dat mag gezegd' gromt hij. Hij knipt het licht aan en rommelt wat tussen de stapel met oude spullen. Ergens tussen de verzameling oude boeken en platen staat z’n platenspeler. Met zijn mouw veegt hij een laagje stof weg, waarna hij op zoek gaat naar zijn favoriete LP.

Jim kijkt hem vanaf de vergeelde hoes ernstig aan. Roadhouse blues... nee daar is hij niet voor in de stemming. Light my fire... dat lijkt hem niet echt meer nodig... De plaat is behoorlijk grijs gedraaid en zit vol krassen. Hij geeft de naald nog maar eens een zetje... ja, dat moet hem zijn. In de diepe zolderkast ligt het touw al een tijdje op hem te wachten. Als z’n vrouw hem roept voor het eten ziet ze hem hangen in het trapgat... op de achtergrond klinkt de heldere stem van Jim......

The end... the end... the end... the end... the end..........


Copyright © Ingrid Punt 2010