Blogarchief

Posts tonen met het label humor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label humor. Alle posts tonen

maandag 29 april 2013

Hartstocht



Hartstocht

Jouw woorden doen teder
mijn zinnen verdwalen,
hartstochtelijk druk je
een kus in mijn hals.

Jouw vingers verkennen
de heuvels, de dalen,
weet ze te vertalen
tot in de details.

Jouw kus doet vervoeren
als nimmer tevoren
en dreigt te ontsporen
verloren in lust.

Jouw lippen beroeren
zwoel, zachtjes m’n oren
waanzinnig verlangen
wanneer je ze kust.

Je zucht voor je fluistert
"De lamp nog vervangen
en morgen behangen…
dus nu even rust."


© Ingrid Punt april 2013



zaterdag 27 april 2013

Vernieuwing




Vernieuwing

‘Mevrouw, is dit een gewone gloeilamp?’ 

Het oude heertje – ik schat hem achter in de zeventig... begin tachtig, keurig in het pak, compleet met hoed en zondagse jas- duwt me een lamp onder mijn neus. 

‘Ja hoor meneer, dit is een gewone gloeilamp. 60 watt en met een kleine fitting.’ 

’60 watt kleine fitting,' herhaald hij afwezig, duidelijk elders met zijn gedachten. Hij schuift zijn hoed iets naar achteren en krabt zich even achter zijn oor. 

‘Die moet ik hebben… maar weet u echt zeker dat het geen spaarlamp is?’ 
‘Nee meneer, dit is echt een gewone gloeilamp.’
'En uh, ook geen ledlamp?'
'Nee hoor, dit is écht een gewone ouderwetse gloeilamp.' Verzeker ik hem.
’Dus deze gaat gewoon kapot en niet pas na een jaar of tien?’ 

Ik kijk hem even verbaast aan. 
‘Nee meneer, deze gaat zeker geen tien jaar mee,'  niet goed wetend of dit een goede of slechte mededeling is. Het wordt me al snel duidelijk. Hij schuift zijn hoed weer terug op zijn voorhoofd en kijkt tevreden. 

‘O, gelukkig, een lamp die me zal gaan overleven lijkt me namelijk een erg deprimerende gedachte.’

Tja, in die gedachte kan ik me wel vinden… niet elke vernieuwing blijkt een verbetering.

© Ingrid Punt april 2013



donderdag 21 maart 2013

Schurisme




Schurisme


Hij zat al jaren in de schuur
ze kon er niet meer tegen
hij timmerde en schuurde wat
zij kon de boel aanvegen.

Een schroevendraaier en een zaag,
het was gewoon bezopen,
wat hij daar maakte was nog vaag,
geen touw aan vast te knopen.

Sinds zijn pensioen zag zij haar man
alleen tijdens het eten,
vooruit… nog een kop koffie
en dan was hij haar vergeten.

De muren kwamen op haar af…
als hij zich naar de schuur begaf
ze was aan het verzuren,
wanneer hij weer ging schuren.

Tot op een dag, ze weet nog goed
zijn galsteen op ging spelen.
Hij lag gekluisterd aan het bed
bevelen uit te delen.

Al spoedig werd ze stapelgek
van zijn bemoeizucht en gekwek
na weken riep ze overstuur
ga alsjeblieft terug naar je schuur.


© Ingrid Punt maart 2013

woensdag 20 maart 2013

Kort verhaal - De seriemoordenaar-




Voorwoord:
Een kort verhaal mag zeker niet te lang zijn, zéker niet bij gebrek aan inspiratie.
Voor je het weet zit je met een berg overbodige informatie.
Schrijven is schrappen, het gaat om de kern.




Kort verhaal -De seriemoordenaar-

Hoofdstuk 1




De seriemoordenaar pleegde voortijdig zelfmoord.

~Einde~



Nawoord:
Bedankt voor het lezen…



zondag 10 maart 2013

Vmbo-trui




Vmbo-trui


‘Meld jij je vast aan bij de balie? dan zoek ik een plaatsje.’
Na het vinden van drie vrije stoelen –één voor haar, één voor haar eega, en één voor de bagage- trekt de vrouw haar jas uit, vouwt deze binnenstebuiten en legt deze zorgvuldig op de stoel naast zich. Haar slungelige wederhelft  knijpt zijn ogen achter zijn dikke montuur tot spleetjes en loopt naar de Balie waar een bordje met vetgedrukte letters -oogheelkunde – aangeeft.

‘Pssst… Joost’
‘Ja wat?’ vraagt de slungel geiiriteerd.
‘Dat is oogheelkunde, je staat bij de verkeerde balie.’
Hij gluurt nog even over zijn bril naar het bordje en sjokt dan met zijn lange benen naar de Urologie-balie, waar de rij helaas aanzienlijk langer is.

Na eindelijk zijn verfrommelde verwijsbrief af te hebben gegeven, neemt hij plaats naast zijn vrouw.
‘Ik zou mijn jas maar uittrekken, als je straks buiten komt heb je er niets meer aan’
Joost zucht, maar volgt met enige tegenzin haar raad op.
‘Heb je nu alweer die vmbo-trui aan?’ vraagt ze geschrokken.
Joost vertrekt geen spier en blijft – alsof hij de vraag voelde aankomen- stoïcijns voor zich uitkijken.
‘Op dat feestje had je hem ook al aan.’
‘Nou en?’
‘Het is toch geen gezicht?!’
‘Hij zit gewoon lekker!’
‘Je had toch wel even een net jasje aan kunnen doen?!’
‘ik zou niet weten waarom’
‘Waarom? omdat dit er niet uitziet!’

Joost slaat zijn lange benen over elkaar, haakt zijn linkervoet achter zijn rechterkuit en besluit er verder het zwijgen toe te doen.
‘Heb je nog steeds zo’n pijn?’ verbreekt de vrouw na enige minuten de stilte.
‘Waaraan?’
‘Tja, waarom zitten we hier? ... je plasbuis!’
‘Alleen als ik plas.’
‘Nierstenen!’
‘Hoe weet jij dat nou?’
‘Gewoon logisch nadenken, ik garandeer je dat het nierstenen zijn.’
‘Laat maar dokter, mijn vrouw Magda heeft zojuist de diagnose gesteld, dus wat mij betreft kunnen we wel weer naar huis.’
‘Hé Joost, doe niet zo flauw. ’

Er verschijnt een vlotte vrouwelijke verpleegkundige in de deuropening en Joost kijkt haar verwachtingsvol aan. ‘Mevrouw Weltevree?’ Ze kijkt de wachtkamer rond, maar mevrouw Weltevree blijkt niet aanwezig. 
De verpleegkundige weet wel raad met dit soort incidenten en loopt met een zelfverzekerd gezicht terug naar de balie om even later meneer Swinkels om te roepen. Deze staat - duidelijk niet op zijn gemak- op, en loopt gedwee achter haar aan de spreekkamer  in.
‘Hé, dat kan toch niet kloppen, die man kwam veel  later binnen.’
‘Dat zegt toch niets Magda, wij zijn gewoon veel te vroeg.’

Maar wanneer er na meneer Swinkels, nog een mevrouw Dekker en ook nog een meneer Lodder naar binnen worden geroepen, is uiteindelijk voor Magda de maat vol.
‘Wij hadden toch een afspraak om tien over tien? Het is nu al vijf voor half elf, dat kan toch niet. Wat hebben die afspraken dan voor zin? Ik wacht nog héél even, maar als jij niet de eerstvolgende bent stap ik naar de balie.’

Joost zijn voet –maatje 46- schiet van achter zijn kuit vandaan en begint zenuwachtig te wiebelen.
’Stop daar eens mee,’ zegt Magda na het gewiebel enige tijd met een hoog irritatie-gehalte te hebben gadegeslagen.
‘Ik moet naar het toilet’ zegt Joost benepen.
‘Duidelijk nierstenen, of een blaasontsteking’
'Oh, Magda, alsjeblieft.’
‘Ga dan!’
‘Ja, zal je altijd zien, ben ik nét weg, word ik omgeroepen.’
‘Ga gewoon naar het toilet Joost, het duurt zo te zien nog wel even, ik let wel op.’

Joost staat zuchtend op en sjokt de bordjes "toilet" achterna.
Magda haalt een papieren zakdoekje uit haar tas en spreidt deze in haar met geruite plooirok bedekte schoot. Voor dit soort noodgevallen heeft ze altijd een appeltje en een mesje bij zich. Het appeltje wordt geschilt met een precisie, waardoor een bezoek aan de afdeling Urologie overbodig lijkt. Nierstenen, of een blaasontsteking, ze gaat ze eigenhandig te lijf. Dan komt Joost met een van pijn verhit gezicht aansjokken.

‘Alle Jezus , ik dacht dat ik dood ging, branden… niet normaal.’
‘Blaasontsteking… of nierstenen. Het tocht hier trouwens!’
‘Wat?’
‘Je gulp!’
‘Ik heb pijn Magda en jij maakt je druk om mijn gulp?'
Magda knikt tevreden, ‘Ja, ik denk toch eerder nierstenen. Hier, neem  een stukje appel, want als het zo doorgaat zitten we hier tegen etenstijd nog steeds op een houtje te bijten.’
'Appel, ik moet er even niet aan denken... ik heb pijn Magda!!!'

De vlotte verpleegkundige verschijnt weer in de deuropening, kijkt nog even naar de brief in haar handen en roept dan duidelijk articulerend  ‘me-neer Scheursss’
‘Ja Joost, jij bent aan de beurt’
Joost veert –zijn pijn vergetend- op als een jonge god bij het zien van de leuke verpleegster, maar vergeet dat zijn gulp nog steeds te wensen overlaat. Magda vat de koe bij de horens en ritst hem snel dicht. En passant, propt ze ook nog even snel zijn overhemd onder zijn "vmbo-trui."

‘O Joost, zeg meteen tegen die arts dat je vrouw vermoedt dat het nierstenen zijn!’ roept ze hem luid na. Joost kleurt nu net zo rood als het appeltje dat zijn vrouw net in haar ééntje heeft weggewerkt.

Met zijn slungelige ledematen weet hij zich nu helemaal geen raad meer. ’Zeikwijf!' sist hij meer tegen de deur, dan naar Magda, wanneer hij deze achter zich sluit.

Nierstenen, blaasonsteking of zeikwijf, ze zijn hier aan het juiste adres.

© Ingrid Punt maart 2013

woensdag 27 februari 2013

Flatliner



Flatliner

Hij voelde zich 
echt zwaar bedrogen
wat een stomme fout van 
de Cardiologen.

Zij beweerden dat 
zijn hart hem fopte,
dus wilden ze kijken
 of het nog klopte.

... Er klopte niets...
van hun diagnose,
hoe konden ze 
- die harteloze-

Glashard was hij 
dus voorgelogen
en nu tot tranen toe 
bewogen.

Moesten ze hem wel 
defibrilleren?
te laat om nog het 
tij te keren…

zijn grootste angst 
was ongegrond,
bij stilstand bleek 
het hart gezond_
__,\/\ _,\/\___,\/\___,\/\___,\/\____________________

 Oeps!!!


© Ingrid Punt februari 2013

vrijdag 15 februari 2013

Begrip



Begrip…

Hij parkeert zijn auto op de lege parkeerplaats. De regen van de afgelopen dagen heeft deze veranderd in een drassige modderpoel. Het bos ligt er dan ook verlaten bij en er is geen levende ziel te bekennen. Mooi, dat maakt het allemaal net iets makkelijker. Hij stapt uit zijn auto en zijn suède schoenen zakken diep in de drassige grond. Misschien had hij toch zijn kaplaarzen aan moeten doen… ach wat… die schoenen heeft hij toch niet meer nodig. Hij opent de kofferbak en pakt een klein klapstoeltje en een plastic tas van de plaatselijke supermarkt. Gisteren gaf de kassière van diezelfde supermarkt hem nét dat zetje dat nodig was. Hij had een diepvriesmaaltijd, een pak melk en een paar tompoezen betaald met vijftig euro. Ze gaf hem wisselgeld terug van twintig euro. Toen hij er een opmerking over maakte begon ze te huilen. 
“Nee meneer, u gaf me echt 20 euro…. géén 50." 
De discussie die er op volgde maakte de klanten achter hem ongeduldig en ze begonnen te mopperen.
Hij begreep de kassière wel, Jennifer – want zo heette ze volgens haar naamplaatje- zat er waarschijnlijk ook doorheen. De hele dag belaagd door lastige klanten, en als ze vanavond eindelijk thuis kwam na een lange werkdag hing haar man natuurlijk op de bank met de afstandsbediening en een biertje. En maar zeuren hoe zwaar hij het die dag heeft gehad. Wellicht nog een paar ruzie makende kinderen die jengelden dat ze honger hadden en een moeder die direct aan de telefoon hing om te klagen over haar stramme lijf. Nee, Jennifer had het zéker niet gemakkelijk. Zelfs de mopperende klanten begreep hij … ze wilden in tegenstelling tot hem natuurlijk allemaal naar huis, snel eten en dan nog even sporten voor de ontspanning. Of naar vrienden… misschien wel naar een leuke voorstelling in één of ander theater. En dan kon en mocht je natuurlijk niet te laat komen. Ach, het kon er ook allemaal nog wel bij. 
“Het is goed Jennifer, ik lette waarschijnlijk niet goed op” hoorde hij zichzelf troostend zeggen en hij knikte vriendelijk sussend naar de klanten achter hem. Maar vanaf dat moment stond zijn besluit vast.
Het begon allemaal met zijn ontslag twee jaar geleden. Inkrimpen…. een mooi woord en hij was er de dupe van geworden. Ondanks de vierentwintig jaar die hij bij het bedrijf werkzaam was geweest hadden ze hem zonder pardon op straat gezet. Hij had het gelaten over zich heen laten komen. Het was hij… of die ander. Die ander was een jongere collega geweest die net vader was geworden. Hij lag goed in de markt bij zijn baas omdat hij altijd nét een tandje extra bijzette. Een goede knul en nog vol energie en enthousiasme. Hijzelf had zijn beste tijd gehad. Zijn leeftijd begon hem parten te spelen en aan het einde van de week was hij doodop. Hij had tijdens het laatste gesprek met zijn baas van zijn stoel moeten springen en met zijn vuist op diens bureau moeten slaan, voor zichzelf op moeten komen, hem moeten overtuigen van zijn ongelijk.
Maar niets van dat alles had hij gedaan… hij had alleen maar stilletjes zitten kijken naar de foto op het bureau van zijn baas. Een foto van diens vrouw, zo te zien behoorlijk veeleisend aan haar dure kleding en sieraden te zien en god wat keek ze streng. Zijn baas had het thuis dus ook niet lekker. Zodra hij thuis kwam begon ze natuurlijk te zeiken waarom hij zo laat was en over de klusjes die nog gedaan moesten worden. En of hij eerst even de vuilnis buiten wilde zetten, en daarna moest hij de dure vakantiefolders nog doornemen,” hoewel zij haar keus natuurlijk al láng had gemaakt.” De helft van het gesprek was langs hem heengegaan en hij begreep pas wat zijn baas bedoelde toen deze opstond om hem te bedanken voor al die jaren trouwe dienst. Zijn baas had het er duidelijk moeilijk mee en was ook maar een pion in het grote geheel. Hij keek nog even naar de zelfvoldane grijns van de vrouw op de foto en hij kon alleen maar medelijden met hem voelen.
Het begint te regenen…. Mooi, hij had het waarschijnlijk niet gekund als het een zonnige dag was geweest. Hoelang was het nu al niet geleden dat hij de zon op zijn huid had voelen branden.. Vakanties naar de zon zaten er voor hem en zijn vrouw niet meer in toen bleek dat hij in zijn expertise niet zo snel meer aan de bak kon komen. Zijn humeur was er in elk geval niet zonniger op geworden. Misschien had de zon hier ook wel geschenen maar was het hem niet opgevallen of kon hij er niet meer écht van genieten. Op een dag kon zijn vrouw niet meer tegen zijn sombere buien. De rekeningen stapelden zich op en na bijna negentien jaar huwelijk vertrok ze. Ach… hij begreep het wel. Eigen schuld, dikke bult, wat moest ze met een vent die de hele dag liep te mokken als een klein kind en alleen maar medelijden met zichzelf had. Stapelgek was hij op haar geweest. Ze was een schat, maar verdiende beter. Dus veel moeite had hij niet meer gedaan om haar tegen te houden. Hij is moe… doodmoe.
Daar, die boom bij die vijver, dat lijkt hem wel een geschikte plek. De eenden in de vijver kwaken luid en het begint harder te regenen. Hij klapt het stoeltje open, zet het tegen de boom en haalt het touw uit de plastic tas. Met een flinke worp slingert hij het touw om een dikke tak, trekt zijn bemodderde schoenen uit en zet die keurig naast de stoel. Hij stapt op de stoel, legt de strop rustig om zijn nek, sluit zijn ogen en luistert. Het ruisen van de wind door de bomen wordt overstemt door het tikken van de regen op de bladeren en het klotsen van het  water tegen de wallenkant. 
“Idioot!” Lijkt iemand luid te roepen… 
Hij opent zijn ogen. De eend kijkt hem minachtend aan. 
”Ksssst… wegwezen jij” sist hij tegen het beest, maar die weet van geen wijken. 
“Oké, ik had het liever zonder publiek gedaan maar blijf vooral rustig zitten waar je zit. Ik begrijp het wel… jij wil natuurlijk schuilen voor de regen.”
Het moet niet veel gekker worden, nu had hij zelfs begrip voor die stomme eend. Begrip… dat is dus al die jaren zijn zwakke plek geweest. Dat eeuwige begrip voor anderen en hij schoot er zelf altijd bij in. Maar vandaag heeft hij voor het eerst in zijn leven eens begrip voor zichzelf. Met één oog op de eend gericht trekt hij de strop strak om zijn nek, nu niet gaan twijfelen. Eén, twee… en hij geeft de stoel een trap. Onder luid gekwaak en gekraak breekt de tak af en beland hij in het zachte vochtige mos. Hij wist het, die tompouce van gisteren gaf de doorslag. Daar ligt hij dan, zonder schoenen, een touw om zijn nek en gadegeslagen door een nieuwsgierige eend. Nee hé, de zon piept ook ineens door de wolken en hij voelt de warme stralen tussen de bladeren door op zijn gezicht. Dat voelt eigenlijk best lekker.
Zuchtend staat hij op en veegt de de blaadjes en takjes van zijn broek. 
"Hé… eend… het schijnt mijn tijd nog niet te zijn."
Het beest kijkt hem stom aan, draait zich om en waggelt –tevreden lijkt het wel- terug naar het water. Hij stopt het touw netjes terug in de tas, trekt zijn schoenen aan, klapt het stoeltje in en loopt terug naar de parkeerplaats. Misschien moest ik mijn begrip maar eens beter benutten. Een baan in de maatschappelijke sector misschien.
Terwijl hij de warme zonnestralen in zijn nek voelt branden kijkt hij naar zijn verpeste suède schoenen…… doodzonde……
© Copyright Ingrid Punt februari 2012

Brief aan een Ornitholoog...


Per ongeluk, onbedoeld en ongewild kun je soms iemand zijn dag verpesten.
Je kunt het helaas niet altijd terug draaien.
Al wat rest is dan een welgemeend excuus...






Brief aan een Ornitholoog…

Geachte meneer de Ornit…. Uhhh…Vogelaar,

Hierbij bied ik U mijn welgemeende excuses aan voor het verknallen van Uw levenswerk. Het heeft U waarschijnlijk talloze slapeloze nachten en maanden voorbereidend werk gekost. Uiteindelijk had U hem dan toch nog in het vizier, de tjiftjaf –althans, dat hoop ik-

Tijdens het voorbij fietsen heb ik echt geprobeerd Uw filmpje niet te verpesten. Iets wat me bewonderenswaardig genoeg aardig moet zijn gelukt. Helaas kon ik het niet nalaten om tijdens mijn omslachtige capriolen ‘kijk, een tjiftjaf’ te roepen. Iets te laat bemerkte ik dat u niet alleen aan het filmen was, maar tevens een geluidsopname maakte. Nogmaals mijn welgemeende excuses voor mijn ongewenste toevoeging daar aan.

Er zijn weliswaar verzachtende omstandigheden; Voorafgaande aan mijn blunder moet U weten, had ik namelijk al menig schaap weten te ontwijken. Het waren er velen. Variërend van grote room-witte tot kleine donkerbruine en zelfs een enkel zwart schaap. Ik heb behoorlijk moeten slalommen om niet over al die wollige tapijtjes heen te scheren. Het fietspad lag werkelijk bezaaid. Om over hun her en der achtergelaten mesthopen nog maar te zwijgen.

Wist U trouwens dat die beesten gewoon op de weg blijven liggen, of is Uw expertise wellicht alleen op onze gevleugelde vrienden gericht? Het vergde namelijk ontzettend veel energie en stuurkunst om die suffe schapen en hun stinkende uitwerpselen te ontwijken. Het is geen excuus, ik weet het, maar het verklaard misschien een beetje mijn euforie bij het zien van het object van Uw interesse. En nu maar hopen dat het ook daadwerkelijk de tjiftjaf betrof. Mijn vogelkennis is niet optimaal moet U weten, en reikt niet veel verder dan de mus, de kraai, de ekster en niet te vergeten de vliegende rat, ook wel de duif genaamd. Al met al, toch best wel een behoorlijk arsenaal voor een stadsmens.

Maar desalniettemin… mochten uw vrienden Ornith…. Uhhh… Vogelaars, tijdens het bekijken van uw filmpje, op de achtergrond tussen het getjilp en Uw deskundig commentaar ineens onverhoopt een opgewonden vrouwenstem ‘kijk een tjiftjaf’ horen roepen, geeft U dan vooral gewoon die vreemde fietsster de schuld.

Hoogachtend,

een vreemde fietsster…

© Copyright Ingrid Punt september 2012

woensdag 13 februari 2013

Falen-tijn


Het moest een gevoelig, mooi en romantisch Valentijnsgedicht worden… maar kan je een koe leren vliegen? Helaas, het gevoelige wilde nog wel lukken… Maar laten we nu eerlijk zijn, de enige die er wel bij vaart is de winkelier.  Dus ik hoef niets hoor… of… misschien een leuke kaart?


Falen-tijn

Het is al bijna Valentijn, 
wat zou ze van hem krijgen…
die Appenzeller armband past 
wel erg mooi bij haar ring.

Hij doet zo slinks, mysterieus, 
maar kan verdomd goed zwijgen
als hij maar niet met rozen komt, 
dat is niet echt haar ding.

Misschien krijgt ze die leren tas, 
of toch die stoere laarzen.
een weekendje Parijs 
of zelfs een weekje naar de zon.

Hij is een echte lieverd, 
weet haar altijd te verbazen
verleden jaar verraste hij haar 
met een bruidsjapon.

Maar dit jaar doet hij er niets aan, 
is tegen die commercie en zij... 
ze speelt het spel maar mee 
en knikt berustend braaf.

Ze moeten beiden zuinig zijn
 vanwege de regressie,
maar ach, die mooie armband 
lijkt haar wel ontzettend gaaf.

‘Jij houd toch zo van blinkend, 
schitter… glans?’ vroeg hij haar gister,
ze knikte heftig ja, en bloost 
wanneer de spanning stijgt.

da’s mooi zei hij, gaf haar een kus 
en lachte wat sinister
zie je nu wel, ze hoopt 
-weet bijna zéker wat ze krijgt-

Daar mocht iets tegenover staan 
dus zou ze hem verrassen,
een leuke, puike boekenbon, 
dan was ze er vanaf.

Het hoefde niet zo duur te zijn, 
wilde niets meer verbrassen,
al wist zij nu al jaren dat 
hij niets om lezen gaf.

Dan rukt ze lint en strikken los 
en is haast niet te stuiten,
wanneer hij arriveert, haar schat 
met doos van groot formaat.

Maar naar haar armband,tas of 
weekje zon kan ze wel fluiten,
als ze gilt naar haar Valentijn…  
"Een afwasautomaat?!!!"


© Ingrid Punt 13 februari  2013 


vrijdag 8 februari 2013

Dialoog in een hemelbed



Dialoog in een hemelbed

Hij:      ‘Zucht’
Zij:      ‘Mmmm…’
Hij:      ‘Zucht, zucht……… zucht’
Zij:       ‘Kan je niet slapen schat?’
Hij:      ‘Nee, niet echt’
Zij:       ‘Wat scheelt er aan?’
Hij:      ‘Vind jij ook dat ik mijn baard 
             moet laten staan?’
Zij:       ‘Hmmm, nou nee’
Hij:      ‘Heb ik echt een, uhhh ...
             blote billen gezicht?’
Zij:       ‘Mmm…  nou nee’
Hij:      ‘Maar, zie ik er wel een 
             beetje mannelijk uit ...
             en niet als een
             bolle boerenpummel?’
Zij:      ‘Neehee…. zucht,’
Hij:     ‘Wat?’
Zij:      ‘Ja, nou kan ik ook niet 
             meer slapen.’
Hij:     ‘Hoezo?’
Zij:      ‘Dat gezeur over die baard.’
Hij:     ‘Sorry’
Zij:      ‘Lex‘
Hij:     ‘Ja schatje’
Zij:      Wat zal ik aantrekken? 
            Ik kan moeilijk in een jurk  aankomen die ik al eerder heb gedragen.’
Hij:     ‘Ach schatje, jou staat toch alles, al doe je een postzak aan. Zolang je maar geen bont draagt hahaha’
Zij:     ‘Ja lach jij maar, jij mag wel 
            bont dragen!’
Hij:     ‘Kom op zeg, die beesten zijn al zó lang dood, een kniesoor die daar nog drukte om maakt.  Dat is trouwens één van de voordelen die mijn toekomstige functie met zich mee brengt. Bont is dan geoorloofd omdat het traditie is. Mensen hangen nu eenmaal aan traditie.'
Zij:    ‘Traditie of niet,  het is gewoon niet eerlijk’
Hij:    ‘Zo leuk is het nu ook weer niet hoor… een bolle boerenpummel met een blote billen gezicht in een bontjas…zie je het voor je?...  Hallo… is het al carnaval? …Ik denk toch dat ik die baard maar laat staan.’
Zij:     ‘Tsss….’
Hij:    ‘Ja?’
Zij:     ‘De kapper, wat moet ik in vredesnaam met mijn haar? Ik wil niet net zo’n helm als je moeder. Maar zoals ik het nu heb, kan natuurlijk niet meer. Alhoewel, ik kom niet op een postzegel, toch?  Maar ik laat er echt de schaar niet in zetten, dat kunnen ze mooi vergeten. Zal ik het anders gewoon opsteken? Of nog beter, gewoon een leuke knot.”
Hij:     Ja, jij een knot, ik een baard.’
Zij:      ‘O nee hé!‘
Hij:     ‘Wat nu weer?’
Zij:     ‘Moeten we geen feestje of zo organiseren voor je moeder?’
Hij:    ‘Hallo, dat hoeven wij toch niet te doen, Wie moeten we dan wel niet allemaal uitnodigen?’ De hele Zweedse meute, zij met die schepkin, dat spul uit Engeland… op de dag zelf moet ik misschien ook al tegen die pruillip van Charlie aankijken. Dan krijg ik steeds zo’n blik van -waarom jij wel en ik niet- En dan z’n moeder,  die ouwe zeikteil.Of die smiecht van een Albert en z’n slome zoontje Flip?  Nee hoor, totaal geen zin in. En besef je wel hoeveel  tijd daar in gaat zitten om dat allemaal te organiseren? En dan heb ik het er nog niet eens over wat dat allemaal gaat kosten. Bezuinigen schatje, we moeten natuurlijk wel het goede voorbeeld gaan geven.’
Zij:     ‘Maar we kunnen het toch ook niet zo maar voorbij laten gaan? Da’s ook zo lullig voor je moeder. Wat zal zo’n feestje nou nog kosten…  en anders verkopen we toch gewoon de boot?’
Hij:     ‘De Groene Draak verkopen… ben je gek, na al die verplichtingen en linten door knippen heb ik in de weekenden wel zin in een verzetje. Dan wil ik zo af en toe wel een beetje spelevaren. Zie je me al staan aan het roer met een baard? Over water gesproken, ik moet mijn baan nog opzeggen.’
Zij:     ‘Zucht’
Hij:     ‘Wat?!’
Zij:     ‘Denk je dat ik ook mijn baantjes op moet zeggen, ik bedoel,  mijn voorzitterschap van de P. C. leerstoel, adviseuse bij het Nederlandse comité voor Ondernemerschap en Financiering  mijn baantje bij de VN, etc. etc…  al die functies, en dan dit er ook nog eens bij. En dat met drie kinderen, wordt dat niet een beetje te veel van het goede? ‘
Hij:    ‘Dit is geen echte functie schatje, dat kroontje is alleen voor zon en feestdagen, dus blijf  jij lekker doen waar je goed in bent… lief glimlachen.’
Zij:     ‘Pssst!’’
Hij:     ‘Jahaaa?!’
Zij:     ‘… Ik heb ineens zo’n zin.’
Hij:     ‘Kom op nou Max, ik ben moe.’
Zij:     ‘Ahhh…?’
Hij:     ‘Nou vooruit, kom op met die doos.’
Zij:     ‘Oké, dan mag jij beginnen’
Hij:    ‘En ik gooi… vier. Één, twee, drie, vier…ja hoor, ik sta op bruin, laat maar horen die vraag’
Zij:     ‘Oké, daar komt ie… wat was de bijnaam van Grigori Raspoetin?’
Hij;    ‘Uhhh, jeetje, was dat niet die rare monnik aan het Russische hof? ‘
Zij:     ‘Ja hoor, nog één keer en nu gewoon antwoorden graag… wat was de bijnaam van Grigori Raspoetin?!!!’
Hij:    ‘Heb je geen andere vraag?’
Zij:     ‘Lex!!!’
Hij;     ‘Hé, hij had toch ook een baard? Ja toch, en volgens mij liep het met hem én met die hele Russische kliek niet zo best af. Dat moet een voorteken zijn. Nee hoor, vergeet die baard.’
Zij:      ‘Lex! Ik stop er mee, zo is er niets aan, jij ook met die stomme baard.’
Hij;     ‘Goed, wat jij wil, laten we d’r maar weer mee stoppen, ik heb mijn hoofd er toch niet echt bij. Weet je wat het is Max, ik weet eigenlijk niet of ik het nog wel zie zitten. Het is een geweldige baan, daar niet van… maar nu het dan eindelijk zover is heb ik er eigenlijk geen zin meer in. Ik bedoel, leuk,  maar totaal geen doorgroeimogelijkheden.’Wat denk je trouwens van een snor?’
Zij:      ‘Truste Lex’
Hij:      ‘Zo waarlijk helpe mij
             god almachtig’
Zij:      ‘Trusteee Lex!!!'

Hij:       ‘Hoezee!
Zij:        'Hoezo, hoezee?!'
Hij:        'Hoezee, hoezee, hoezee! ' 
Zij:         'Truste Lex!!!'
Hij:        ‘Truste Max, slaap lekker.’


© Ingrid Punt februari 2013






woensdag 6 februari 2013

Fluitje van een cent




Fluitje van een cent

Het was een fluitje van een cent,
hij maakte vaardig wat zij zag.
Zijn Silvie was dit zo gewend,
maar nu had hij niet echt zijn dag.

Zijn hamer die de spijker zoekt
raakt vol zijn duim, hij schreeuwt en vloekt
als zij komt vragen wat er is
slaat hij de plank volledig mis.

 "Verdammt nochmal… du bist ein oen!"
"laat het dan ook een ander doen."
door haar bemoeizucht en gebral
kleurt bloed royaal zijn overall.

Zijn handen waren competent,
wat dacht ze wel, zo’n stoere vent.
Dit flikt ze hem niet nog een keer,
mijn god, wat doet die duim nu zeer.

Hij timmerde nog snel een kist,
zo mooi op maat ziet men niet vaak.
zijn hamerslag de plank gemist...?
Die op haar schedel was goed raak.


©Copyright Ingrid Punt februari 2013





zondag 27 januari 2013

Nietszeggende vlek



Nietszeggende vlek


Ik zag een vlek op een nare plek,
dacht nog, 
verrek  dat is gek, 
wat een rare vlek.

Zou je hem nog zien, 
als ik hem goed bedek…
met zo’n tuttige broche? 
Ik denk niet dat ik dat trek.

Wat zou het zijn? 
Het lijkt wel kattendrek,
misschien toch die 
kwijlende hondenbek.

Dat roestig paaltje 
bij het fietsenrek,
die lekkende fles 
of die vette snack.

Over een uur naar 
een sollicitatiegesprek.
Hoe kom ik er af, 
in zo’n kort tijdsbestek?

Ik boen, schrob  en check 
als een bezeten gek,
maar ik blijf hem zien, 
't is een karaktertrek.

Dan denk ik, 
‘och… een sollicitatiegesprek,’
wat maak ik me druk, 
bindt de kat op het spek.

Laat men me gaan 
om die nietszeggende vlek?
Zijn ze stapelgek, 
en dat is hun gebrek.


© Copyright  Ingrid Punt januari 2013