Blogarchief

Posts tonen met het label Gevoel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gevoel. Alle posts tonen

donderdag 27 juni 2013

Schrijven



Schrijven

Elk verhaal al eens geschreven,
ieder vraagstuk aangeboord,
elk gedicht reeds voorgedragen,
't mooiste lied al eens gehoord.

Een nieuw idee vandaag besproken
dat vooralsnog het nieuws bepaalt,
elk relaas dat ooit verteld is
wordt tenslotte achterhaald.

Wat is dan de zin van schrijven
als al het schrijfwerk is gedaan,
velen zullen me nog volgen,
velen zijn me voorgegaan.

Al blijft mijn schrijven uiterst 
zinloos, loop ik achter feiten aan,
mijn verhalen onbeduidend,
het is de zin van mijn bestaan.

Niemand die me kan vertellen
wat de spil is die mij drijft,
schrijven is mijn overleven,
al wat rest en overblijft.



© Ingrid Punt juni 2013




zondag 12 mei 2013

Kinderstemmen




Kinderstemmen


Kinderstemmen in de gang
het lijkt zo kort geleden
gekke clowntjes op ’t behang.
als spoken zijn bestreden.

Knikkers, bal en kinderfietsjes,
groot verdriet, pijn duurt nooit lang,
snottebellen, pleisters plakken,
een knuffel, dan weer spelen.

Teddyberen, toverkollen …
mag het licht aan, ik ben bang,
indianen, paardje rijden,
lachen zonder reden.

Papa stoeien, lekker dollen,
mama, kusjes op je wang,
ridders die hun zwaarden smeden.
‘t behoort tot het verleden.

© Ingrid Punt mei 2013

Pamperen




Pamperen

Een moeder ben je voor altijd
dat kun je niet verleren,
al zijn ze nu volwassen
hebben ze een leuk gezin.

Je hebt ze maar een korte tijd
dat moet je accepteren,
je blijft toch op hen passen,
dat zit er nu eenmaal in.

Probeer het maar te temperen,
wellicht zal het niet lukken,
de zorgen om haar kinderen
zit moeders in het bloed.

Ze zal hen blijven pamperen
hun fouten en hun nukken,
die kunnen haar niet hinderen
ze zijn haar grootste goed.


© Ingrid Punt mei 2013



donderdag 9 mei 2013

Illusie



Illusie


Nu je mij niet meer kunt raken
en ik eindelijk ben verlost,
zie ik klaar …  en o zo helder
wat een tijd het heeft gekost.

Raadselachtig, onbetrouwbaar,
fictie, wazig, nooit paraat,
onbestemd en twijfelachtig
droombeeld … zonder ruggengraat.

Hersenschim kwam tot bedaren
waar hij lang en breed regeerde,
bleek na veel verspilde jaren
die illusie… de verkeerde.

Door dat vage zelfbedrog
-veel geleerd, ik ben er nog-
kwam dan eindelijk de conclusie ...
er is meer dan een illusie.


© Ingrid Punt mei 2013


donderdag 4 april 2013

Zelfbehoud




Zelfbehoud

Jij stelt beleefde vragen
ook al wil je het niet weten,
ik lees het in jouw ogen,
't is de manier waar op je kijkt.

het begint plots weer te dagen
bijna was ik het vergeten…
het laat je onbewogen,
dus het is niet wat het lijkt.

dan vraag je hoe het met me gaat,
wat wil je van me horen?
een leugen… of de waarheid
die je eigenlijk niets doet.

Ik breng je in verlegenheid
met... “ik voel me zo verloren,”
dus lieg ik trots, uit zelfbehoud
“het gaat ontzettend goed.”

© Ingrid Punt april 2013

zaterdag 2 maart 2013

Weemoedig







Weemoedig

Geschater… spelend in je badje
met bal en eendje, een festijn,
nog even onder moeders hoede
waar jij altijd beschermd zal zijn.

Je houdt je handjes voor je oogjes
-Want shampoo prikt  en dat doet pijn-
voorzichtig spoel ik blonde haartjes
ze voelen zacht ... je bent zo klein.

Snuif gulzig weer die zoete geur op,
van fris en blozend peuterhoofd
gewikkeld in een zachte handdoek,
nog één verhaaltje, ’t was beloofd.

Van toverfeeën en kabouters
maar aan het eind kom jij niet toe,
ik zie je rozig knikkebollen,
mijn pluizig mannetje is moe.

Daar stil en vredig in je bedje,
gehuld in warme veiligheid,
ver van de grote boze wereld,
klein bundeltje tevredenheid.

Nu ben je groot, trotseert de wereld
met vast veel moois in het verschiet,
jij moet je eigen fouten maken,
want zonder fouten leer je niet.

Dus laat ik los ... al is het moeilijk.
ik zal er altijd voor je zijn,
maar kan jou niet altijd behoeden
voor tegenslag, verdriet en pijn.

Heel even was ik weer je haartjes,
een kindje hulpeloos en klein,
nog even onder moeders vleugels,
waar jij altijd beschermd zal zijn.


© Ingrid Punt maart 2013






dinsdag 26 februari 2013

Debuutroman




Debuutroman


Hij schreef al zeker honderd jaar
-een oude man met grijzend haar-
al zat het schrijven in zijn bloed
zijn passie deed hem nauwelijks goed.

Schrappen van woorden en van zinnen,
veelal te drastisch... té intens,
dan telkens weer opnieuw beginnen,
zijn woordenspel kende geen grens.

Zo bleef hij keer op keer herhalen
maar nooit was hij ermee content...
hoe moest hij zijn gevoel vertalen.
aan zijn roman kwam nooit een end.

Nu … eindelijk na jaren zwoegen,
raakt ieder woord de juiste snaar.
tevreden leunt hij achterover,
is zijn debuutroman toch klaar.

Die borrel mag -om het te vieren-
een tweede, derde, "waarom niet?"
slaat nog een vierde achterover,
drukt dan per ongeluk op delete.


© Ingrid Punt februari 2013







vrijdag 11 januari 2013

Buiten gebruik




Buiten gebruik

De verleiding  je te bellen is
soms moeilijk te weerstaan.
Een korte snelle babbel,
gewoon, vertellen hoe het gaat.

Jouw stem nog even horen,
‘k weet, dat zal echt nooit meer gaan.
Wie neem ik in de maling,
daar is niemand bij gebaat.

Het wordt een anticlimax
maar toch blijf ik het proberen,
jouw nummer een herinnering
die wil ik nog niet kwijt.

Wat ik ook doe, er is die drang
zo moeilijk te bezweren,
je wissen is me veel te cru,
gun me nog even tijd.

Soms geef ik er gewoon aan toe,
dan moet ik je echt bellen,
het voelt ook zó belangrijk,
blind loop ik weer in die fuik.

De juffrouw aan de andere kant
zal mij dan weer vertellen,
het nummer dat U heeft gebeld
is niet meer in gebruik.


© Copyright Ingrid Punt Januari 2013

donderdag 11 oktober 2012

Diner voor twee



Diner voor twee


Hoe meer zij hem ziet zitten
des te meer hij haar veracht.
Dat hij haar zou bedriegen
had zij nooit van hem verwacht.

Te vaak vernederd en getergd,
beschaamd was haar vertrouwen.
Als men eens wist hoeveel dat vergt
van frêle, broze vrouwen.

Hij stemde lang niet meer tevree
ze gaf hem eindelijk zijn congé.
Een lijm poging van zijner kant,
'n dinertje in een restaurant.

Tijdens dit etentje voor twee,
slurpt hij gazpacho heel gedwee,
van teaser tot aan het dessert
spiegelt hij zich in het slacouvert.

Zo ijdel en zo arrogant...
schenkt hij haar wijn, gemaakt galant.
Hij maakt haar gek, de valse smiecht
als hij haar wéér ontrouw op biecht.

Het hoofdgerecht wordt geserveerd,
de koude soep viel reeds verkeerd.
Hij ziet wat groen, is uit zijn doen
en wil haar sussen met een zoen.

De entrecôte blijkt bloederig rauw
hij snijd en scheurt, ziet al wat grauw.
'Zal ik je helpen?'vraagt ze lief...
'nou graag' zegt hij 'voel je geen grief?'

De schoft - had haar te lang gepaaid-
schrikt... als zij naar het steak-mes graait.
Voor hem is dit zijn laatste les,
ze rijgt zijn darmen aan het mes.


(c) Copyright Ingrid Punt oktober 2012



woensdag 19 september 2012

Ontluistering

Er gebeuren steeds vaker van dit soort drama's.
Is het een voortvloeisel van onze huidige maatschappij?
Terecht staan we stil bij de slachtoffers,
maar hoe zit het met de nabestaanden van de dader?


Ontluistering

“Hoeveel ouders zijn er niet, die hun kinderen verwaarlozen of zelfs mishandelen. Vaak komen diezelfde kinderen toch nog goed terecht.Het lijkt niet eerlijk, want waar ligt het uiteindelijk aan? Aan de opvoeding? De genen? Kunnen kinderen zomaar ontsporen, ondanks al de liefde en aandacht die je ze als ouders geeft? Wat geef je aan je kinderen door, buiten normen en waarden en al je goede bedoelingen?  Soms blijkt dat alles wat je ooit voor ze in gedachten had, niet meer dan één grote zeepbel… “

De dreigbrief, de zoveelste, voelt als lood in haar handen. “Dood moeten jullie, allebei.” Haar ogen vullen zich met tranen zodat de rest van de letters met elkaar lijken te versmelten. Maar zonder het te lezen weet ze wat er staat. De deurklink voelt koud in haar hand. Ze aarzelt even eer ze zijn kamer binnenstapt. Bang voor de gevoelens die zich als een lawine over haar uit zullen storten. Schaamte, teleurstelling, wroeging, haat, liefde, woede, verdriet en angst. Allerlei heftige tegenstrijdigheden passeren de revue. Ze verfrommelt de brief, waarna ze alles van zich af huilt en schreeuwt. Vervolgens laat ze zich uitgeput op zijn bed vallen. Daar zit ze, verdooft met haar handen slap in haar lege schoot. Niet alleen haar eigen verlies maar ook de pijn van alle andere betrokkenen zeult ze met zich mee. Ze heeft het écht wel geprobeerd  want wat hij heeft gedaan is verschrikkelijk.  Maar ze kan hem niet haten, dat mogen ze nooit van haar verlangen.

Ze denkt terug aan de dag dat hij geboren werd. Het was een moeilijke en pijnlijke bevalling geweest. Maar alle pijn en ellende waren snel verdwenen toen ze hem in haar armen hadden gelegd. Dat kleine, rimpelige, hulpeloze roze wezentje met zijn oogjes stijf dichtgeknepen. Hij had het op een brullen gezet, maar toen ze zachtjes tegen hem begon te praten opende hij zijn oogjes en had haar intens verbaast aangekeken. “Zo kleine man, ben je daar eindelijk?” Er was een blik van herkenning geweest, aan beide kanten. In de wolken was ze, vanaf het eerste moment dat ze hem in zijn ogen keek. Het was een gemakkelijk baby en vrolijke kleuter geweest. Snel tevreden, en huilen deed hij zelden. Op school deed hij het erg goed en de leerkrachten waren zeer tevreden over hem. Kortom, een model-leerling.

Toch was er bij haar een gevoel van onbehagen ontstaan. Ze kon haar vinger er niet op leggen. Soms maakte hij een gesloten en eenzame indruk. Hij speelde het liefst alleen, en zonderde zich vaak af. Volgens familie en vrienden was ze overbezorgd. Je eerste en enige kind, logisch dat je als moeder al je onzekerheden op dat kind projecteert. Maar het zat haar niet lekker. Ze nodigde vaak kinderen uit om te komen spelen. Het resulteerde evenzo vaak in een compleet fiasco. De kinderen speelden in de tuin, terwijl haar zoon schitterde door afwezigheid. Later vond ze hem dan op zijn kamer, verdiept in zijn boek. Dan keek hij haar aan met zijn grote dromerige ogen, “Ik heb geen zin in die drukte ma.”  Natuurlijk zag ze spoken, hun zoon was gewoon erg op zichzelf. Op den duur had ze zich er bij neergelegd dat haar kind een eenling was. Het was zijn natuur.

Voor haar en haar man was hij een liefhebbende zoon. Voor zijn grootouders een voorbeeldige kleinzoon en op school ontpopte hij zich tot een uitermate intelligente leerling. Het was dan ook een logisch gevolg dat hij ging studeren, en op kamers ging in de stad waar hij zijn studie volgde. Was hij eerst nog dolenthousiast geweest, gaandeweg werd hij steeds stiller. Ze had geprobeerd er met hem over te praten, maar hij wist haar telkens gerust te stellen. Er was niets aan de hand. Ze slaat haar handen vertwijfeld voor haar gezicht en een droge snik schiet uit haar keel omhoog. Zijn laatste telefoontje, zij, als moeder had moeten weten dat er iets scheelde. Hij klonk zo mat, zo gelaten… alsof niets hem meer interesseerde. Zij had maar door gerateld om de stilte te doorbreken en wéér wist hij haar gerust te stellen. Ze had iets moeten doen, naar hem toe moeten gaan, hem moeten troosten en niet meer uit het oog moeten verliezen. Hem moeten dwingen te praten. Moeten, moeten…  Het is allemaal haar schuld!

De volgende dag hoorden ze dat er zich een drama had afgespeeld op zijn school, een leerling had in het wilde weg op alles wat bewoog geschoten. Er waren talloze slachtoffers gevallen en wellicht ook hun zoon.  Zij en haar man hadden geprobeerd hem te bellen maar ze kregen alleen zijn voicemail.  Uren, zonder enige vorm van informatie kropen voorbij. Door een hel waren ze gegaan, tot er eindelijk aangebeld werd en er en aantal agenten voor de deur stonden. Terwijl ze de deur open deed had ze het geweten. Ze had het gevoel buiten zichzelf  te treden toen ze één van de agenten hoorde zeggen;

“Uw zoon is één van de slachtoffers mevrouw, maar dat is niet het enige. Zou U misschien eerst even willen gaan zitten?” In trance had ze aan zijn vraag gevolg gegeven… “Hij is niet alleen één van de slachtoffers, maar ook de dader. “ 

Sindsdien was alles in een stroomversnelling gegaan. De media viel over hen heen en maakte hun het normale leven onmogelijk. Mensen stonden snel klaar met hun oordeel; “slechte ouders, afstraffen “ Ze werden letterlijk aan de schandpaal genageld, konden zich nergens meer vertonen en moesten zelfs uit veiligheidsoverwegingen enige tijd onderduiken. Er was geen tijd om te rouwen vanwege hun verlies, ze moesten zich aan alle kanten zien te verdedigen. Haar man kon niet meer naar zijn werk, durfde de straat niet meer op, en ging er geestelijk aan onderdoor. Ze vonden geen troost bij elkaar, er was teveel verdriet en schaamte. en hun huwelijk liep stuk. Hoe kon hun zachtmoedige kind tot zoiets in staat zijn geweest? Antwoorden hadden ze nooit gekregen en zouden er waarschijnlijk ook nooit meer komen.


“Hoeveel ouders zijn er niet, die hun kinderen verwaarlozen of zelfs mishandelen. Vaak komen diezelfde kinderen toch nog goed terecht. Het lijkt niet eerlijk, want waar ligt het uiteindelijk aan? Aan de opvoeding? De genen? Kunnen kinderen zomaar ontsporen, ondanks al de liefde en aandacht die je ze als ouders geeft? Wat geef je aan je kinderen door, buiten normen en waarden en al je goede bedoelingen? Soms blijkt dat alles wat je ooit voor ze in gedachten had, niet meer dan één grote zeepbel…”
Hij was haar kind, hoe kan ze hem haten, dat mogen ze nooit van haar verlangen…

© Copyright Ingrid Punt september 2012

















donderdag 12 april 2012

Bed time story "Wat te doen als je puber op stap gaat"


Bed time story ..."Wat te doen als je puber op stap gaat"


“Hallo lieve moeder” zoon kijkt me aan op een manier waarmee hij me als klein jongetje al om zijn vinger wist te draaien. Een blik die tegenwoordig alleen nog maar voor zijn vriendinnetjes bestemd is dus ik voel me voor even vereerd. Normaal gesproken noemt hij me gewoon bij mijn voornaam dus wanneer het woordje moeder valt voel ik sowieso al nattigheid. Maar ik speel het spel –want dat is het – gewoon mee en vraag “zeg het eens zoon.” “heb je misschien een paar euries voor me?”

Ja hoor, als ik het niet dacht. Er is die avond een feest en de entree is drie euro. Dat valt me op zich nog mee maar als ik hoor tot hoe laat het feest gaat duren krijg ik alweer vlekken in mijn nek. “Vijf uur, zo laat “Ja, maar het is zaterdagavond, kom op… en ik heb vakantie.” Is zijn tegenargument. Zijn vrienden die inmiddels gearriveerd zijn hebben zich tot nu toe wijselijk op de vlakte gehouden en staan er een beetje schaapachtig bij te lachen. Tot de grootste oppert, “ ik let wel op hem hoor mevrouw, ik ben de oudste hé.” Ik kijk naar zijn ondeugende gezicht en zucht “tsja dat is een hele geruststelling.” De vrienden beloven mee terug te komen en blijven slapen, dat scheelt.

“Nou vooruit dan maar… wel bij elkaar blijven en geen domme dingen doen. Vooral dat laatste klinkt behoorlijk idioot want wat zijn domme dingen? De preek die ik er normaal gesproken aan toevoeg laat ik dus ook maar achterwege omdat ik nu al weet dat ik wordt onderbroken met een ja ja, natuurlijk niet, we zijn niet dom. Zijn vader die tot nu toe gniffelend achter zijn krant zat verscholen doet nu ook even een duit in het zakje door ze na te roepen “geen dingen doen die ik ook niet zou doen! “ en na mijn venijnige blik… “wat?! Ach laat die jongen toch, hij loopt niet in zeven sloten tegelijk. ” Het wordt voor mij weer een onrustige nacht, maar dat mag uiteraard geen argument zijn om hem thuis te houden en ik weet het naar bed gaan uit te stellen tot een uur of één.

Als er naast me al een heel bos is weggevaagd lig ik nog steeds klaarwakker met twee waakzame oren en één oog op de wekker gericht. Half twee, dat schiet lekker op. Vaders hebben het toch maar gemakkelijk. Terwijl ik me nog maar eens omdraai probeer ik niet te denken aan alle rampen die er over de hele wereld gebeuren. Ik probeer me te concentreren op het gesnurk naast me en doezel zelfs even weg. Dan schrik ik wakker van de buitendeur en het zachte gefluister in de gang. Ik kijk op de wekker – halfdrie- schiet snel in mijn duster en vind het stel in de keuken.

“Wat is er gebeurt?” vraag ik geschrokken. “oh niets, er was niet zoveel aan en we hadden honger.”
“Hij heeft zich keurig gedragen hoor mevrouw” zegt de grootste met het ondeugende gezicht en zet zijn tanden in een broodje pindakaas met hagelslag –volgens pubers een perfecte combinatie-. Ik kijk naar zoonlief die met een glimlach rond zijn mond een eitje staat te bakken. Jajaaaaa…. natuurlijk. “Oké jongens, maak het niet te laat en denk aan de buren dus het geluid een beetje dempen alsjeblieft. “Ja moeder,” klinkt het nu in koor en gerust stap ik weer in bed. Manlief is aan het volgende bos bezig en voordat ik door slaap overmand wordt denk ik lachend aan een stukje dat ik van de week ergens las.

© Copyright Ingrid Punt April 2012


~~~~
“Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training… Jonge mensen staan niet meer op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen, houden niet hun mond in gezelschap, en tiranniseren hun leraren.”

Socrates (ca. 470 – 399 v. Chr.)
~~~~






maandag 2 april 2012

Idee...


Idee



Soms krijg ik een idee...
soms zijn het er zelfs twee
die zich nestelen in mijn brein, 
en daar zoet zitten te zijn.



Rustig wachtend op besluit,
want dan mogen ze eruit.
Aan gehoor is vaak gebrek, 
dus ze raken in gesprek.

Dat gesprek wordt discussiëren,
wie mag zich manifesteren...
idee één, of idee twee.
Maar wat moet een mens ermee?

Een idee hangt naar verluidt
heel nauw samen met besluit.
Eindelijk een besluit genomen 
mogen de ideeën komen.

 Even mixen tot besluit en ‘t verhaal is er weer uit.

© Copyright Ingrid Punt maart 2012

vrijdag 30 maart 2012

Jonge aanplant...


Jonge aanplant


Een mooie riante bungalow in een keurige buurt. De makelaar had hem snel weten te overtuigen, alle voorzieningen bij de hand en een gigantische tuin op het zuiden. Vooral dat laatste sprak hem erg aan want na zijn pensioen had hij zich op het tuinieren willen storten. Het zou een klein paradijs worden en hij keek nu al uit naar de gezellige etentjes die hij in die tuin zou geven voor zijn vrienden en kennissen. Ze zouden hem roemen vanwege zijn exclusieve planten en prachtig aangelegde vijver met koi karpers. Een groot gedeelte van de tuin wilde hij gaan gebruiken als moestuin.

Ja, hij zag het buitenleven al helemaal zitten. Na jarenlang in een flat gewoond te hebben zou zijn ultieme droom nu eindelijk uitkomen. Ergens in januari had hij het koopcontract getekend en er toen niet bij stil gestaan dat de grote oude eik van de buurvrouw zijn droom zomers compleet in de schaduw zou leggen. Ondanks al zijn gezwoeg lieten door gebrek aan zonlicht zijn mooie exclusieve planten het snel afweten. Daar gingen zijn gezellige etentjes buiten. Niemand had zin om op een mooie zonnige dag in een donkere kille kale tuin te gaan zitten, om over zijn moestuin maar te zwijgen. Alleen zijn vijver tierde welig en zijn dure karpers groeiden als kool onder zijn verzorgende handen.

Voorzichtig had hij getracht zijn buurvrouw over te halen de boom te laten verplaatsen. Zo een klein dementerend fragiel oud vrouwtje moest geen al te groot obstakel vormen. Hij had zelfs royaal aangeboden voor de kosten op te draaien. Compleet hysterisch was ze geworden. “Oude bomen mocht je niet verplaatsen” schreeuwde ze hem venijnig toe. De andere buren hadden hem verwijtend aangekeken en voor de goede verstandhouding had hij er verder het zwijgen toegedaan.Gerechtelijke stappen ondernemen zag hij niet zitten, dat ging hem veel te lang duren en de gealarmeerde buren zouden hem dan helemaal met de nek aankijken.

Nee… hij moest het recht maar in eigen hand nemen en slim en onopvallend te werk gaan. Buurvrouw is zo doof als een kwartel, dus ’s nachts is het een fluitje van een cent om een paar gaatjes in die oude eik te boren. Vol laten lopen met wat gif en het leed is geleden. Voorzichtigheid was wel geboden, want de buurman van de overkant -vanwege zijn bemoeizucht ook wel de buurtconciërge genaamd- hield alles en iedereen vanachter zijn gordijnen nauwlettend in de gaten.

Als de schemer die avond goed en wel heeft ingezet klimt hij over de schutting en legt zijn oor even tegen buurvrouw’s slaapkamerraam. En ja hoor, in haar slaap weet ze zelfs een heel bos om te leggen. Hij klopt even bemoedigend tegen de bewuste boom. “Zo ouwe jongen, daar ga je… tot in de pruimentijd.” Hij zet zijn handboor in de bast, draait een paar flinke gaten, laat het gif erin lopen en dekt de gaten weer af met een paar stukken schors. Dit herhaalt zich een aantal nachten, tot hij op een keer bijna betrapt wordt door de buurtconciërge die zijn hondje uitlaat.

“Zo buurman, nog laat op pad, ga je klussen?” de buurtconciërge kijkt geammuseerd naar het plastic tasje van de Praxis waarin hij zijn moordwapens heeft verstopt. Het verzinnen van een zinnige verklaring blijft hem gelukkig bespaart want het scharminkel dat buurman aan zijn hondenriem heeft gekoppeld begint te rillen en te piepen. “Jaja… je hebt ’t koud he, even snel een plasje en dan gaan we weer naar het vrouwtje.” Hij knikt en loopt snel terug naar de overkant met het piepende scharminkel voor zich uit. Poeh…. Dat scheelde niet veel.

Na een aantal weken gaat de boom zienderogen achteruit, de buurvrouw klaagt over zure regen en hij lacht in zijn vuistje. Wanneer hij op een dag zijn vette karpers in de eeuwige schaduw staat te voeren hoort hij de buurvrouw gillen “van onderen” De schaduw verplaatst zich alvorens geheel te verdwijnen en onder luid gekraak stort de grote oude eik ineen. In zijn ondergang neemt de reus de hoge schutting met zich mee en hij weet nog net het vege lijf te redden door er als een haas vandoor te gaan en zich te verschansen achter de keukendeur. Zuchtend en kreunend eindigt de gigant in zijn vijver. De karpers liggen her en der verspreid op het gras en terrastegels en happen naar zuurstof. Zijn tuin is één grote ravage, de vijver verwoest en de karpers leggen één voor één het loodje.

De verzekering weigert de schade te dekken en beroept zich op overmacht en buurvrouw zegt haar spaarcentjes nu hard nodig te hebben voor jonge aanplant. Als na een aantal weken hard werken de laatste resten van de boom uiteindelijk zijn verwijdert en zijn tuin weer een klein beetje toonbaar is rijd er een vrachtwagen van het tuincentrum voor. Buurvrouw is zo blij als een kind als de jonge aanplant -wat een grote notenboom blijkt te zijn- geplaatst word.

“Geweldig hé buurman, deze kan maar zo’n twaalf meter hoog worden dus het zal mijn tijd wel duren “ en met een triomfantelijk lachje trekt ze de tuindeur achter zich dicht terwijl zijn laatste koi karper het loodje legt.


© Copyright Ingrid Punt maart 2012





woensdag 21 maart 2012

Ruis...



Ruis


De schimmen in jouw hoofd zijn taai 
je kunt hen niet verbannen. 
Ze pijnigen je dag én nacht 
maar jij blijft je vermannen. 

De stemmen doen vaak met hen mee 
het blijft een zwaar gevecht. 
Jouw rust wordt je nog niet gegund, 
de strijd nog niet beslecht. 

De bodem van de put is hier, 
je wordt het strijden moe. 
Jij loopt dit rondje al zo lang 
maar niemand vraagt je hoe... 

Dit is jouw eindeloze strijd, 
begrijpen doet geen één. 
Jouw onrust maakt je radeloos 
je voelt je zielsalleen. 

Je heft het glas een laatste maal 
de dood mag jou nu halen, 
de prijs die jij daarvoor betaald 
geen mens mag daar naar talen. 

Het leven is niet altijd goed 
en soms een blauwe ruis.... 
Je krijgt de rust die je verdient.... 
jij bent nu eindelijk thuis.




© Copyright Ingrid Punt 10 december 2011


dinsdag 20 maart 2012

Vrij...



Vrij


Vannacht zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij. 

Ik kon het niet geloven, 
de dood had je gehaald... 
Jij kon het niet verklaren, 
je had je prijs betaald. 

Je leek me zielsgelukkig. 
Dat was best lang gelee. 
Begrijpen deed je ‘t ook niet, 
je had geen flauw idee. 

Je maakte je wel zorgen, 
of ik wel had gehad 
hetgeen je mij beloofde 
dat ging je aan je hart. 

Ik zei “vergeet het aardse, 
het is van geen belang. 
Zoals jij zit te stralen, 
je bent niet langer bang.” 

Voor mij was het bijzonder, 
ik zag de oude jij. 
Je praatte en je lachte, 
dat stemde me weer blij. 

Je zou een briefje schrijven. 
“Niet doen... dat doet hen zeer, 
want wie zou het geloven... 
je bent hier écht niet meer.” 

Het leek je niet te deren. 
Jij had dit zelf bepaald. 
En tijd zou het me leren, 
de dood was achterhaald. 

En dus zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij...... 


© Copyright Ingrid Punt februari 2012

maandag 19 maart 2012

Donker gedicht…






Zij zat er écht compleet doorheen 
voordat hij uit het zicht verdween. 
De fles met zoutzuur stond al klaar, 
wat restte was één plukje haar.



© Copyright Ingrid Punt oktober 2011






zondag 18 maart 2012

Chaos…



Chaos

Hij walste in en uit haar hart, 
het deed hem echt geen sier. 
Want hoeveel pijn hij haar ook deed, 
de deur bleef op een kier. 

Het interesseerde hem geen biet, 
minachtte haar gevoel. 
De puinhoop die hij achterliet, 
hij miste nooit zijn doel. 

Zonder pardon, zonder excuus, 
hij denderde naar binnen.… 
zette haar wereld op zijn kop 
zij kon hem slechts beminnen. 

Totdat haar hart in opstand kwam, 
hij bleef zich maar misdragen. 
Zelfs toen liet zij hem nog begaan 
al bleef het aan haar knagen. 

Haar hart zei… stop dit trek ik niet, 
we gaan hier aan kapot. 
Ze zag het licht, gaf hem de bons 
en deed de deur op slot.



©copyright Ingrid Punt oktober 2011

zaterdag 17 maart 2012

Helder moment...


Met mijn blik op oneindig, verstand op nul maar met alle zintuigen op scherp,
registreer ik jouw laatste gang...




Hout... witte bloemen en één rode roos,
zwarte schoenen op glimmende tegels,
een briesje... ruisende bomen,
een glanzend hek.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
knarsende kiezelstenen onder autobanden,
hoge ramen... weerkaatsend zonlicht,
auto’s die stoppen.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos,
twee pratende monden, een schaterlach,
een man met een pet in zijn handen…
zijn hoofd gebogen, broeierige warmte.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos.
een toerist die een kaart leest,
een optrekkende brommer...
een stoplicht op rood, tramhalte.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
een jonge moeder, twee blote babyvoetjes...
dood én leven in één blik gevangen,
een helder moment.


© Ingrid Punt augustus 2011

vrijdag 16 maart 2012

Einde......




Vannacht kon ik niet slapen, 
Jij spookte door mijn hoofd. 
Zoals ik jou zag liggen, 
van alle eer beroofd. 

Het maakt me boos... verdrietig 
als ik zie hoe jij lijd. 
Toe... geef je nu maar over 
dan ben je snel bevrijd. 

Jouw hand ligt in de mijne, 
de dood er tussen in. 
Voor jou is dit het einde, 
voor mij slechts het begin.


© Ingrid Punt augustus 2011

donderdag 15 maart 2012

Niets om het lijf...


Niets om het lijf

Ze staarde wat naar buiten 

het had niets om het lijf. 
het leek niets voor te stellen, 
wat zinloos tijdverdrijf. 

Maar keek je in haar ogen, 
dan zag je zoveel meer. 
haar jeugd, haar lief, haar leven, 
de dagen van weleer.



Copyright © Ingrid Punt augustus 2011