Blogarchief

Posts tonen met het label Gezellig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gezellig. Alle posts tonen

vrijdag 8 februari 2013

Dialoog in een hemelbed



Dialoog in een hemelbed

Hij:      ‘Zucht’
Zij:      ‘Mmmm…’
Hij:      ‘Zucht, zucht……… zucht’
Zij:       ‘Kan je niet slapen schat?’
Hij:      ‘Nee, niet echt’
Zij:       ‘Wat scheelt er aan?’
Hij:      ‘Vind jij ook dat ik mijn baard 
             moet laten staan?’
Zij:       ‘Hmmm, nou nee’
Hij:      ‘Heb ik echt een, uhhh ...
             blote billen gezicht?’
Zij:       ‘Mmm…  nou nee’
Hij:      ‘Maar, zie ik er wel een 
             beetje mannelijk uit ...
             en niet als een
             bolle boerenpummel?’
Zij:      ‘Neehee…. zucht,’
Hij:     ‘Wat?’
Zij:      ‘Ja, nou kan ik ook niet 
             meer slapen.’
Hij:     ‘Hoezo?’
Zij:      ‘Dat gezeur over die baard.’
Hij:     ‘Sorry’
Zij:      ‘Lex‘
Hij:     ‘Ja schatje’
Zij:      Wat zal ik aantrekken? 
            Ik kan moeilijk in een jurk  aankomen die ik al eerder heb gedragen.’
Hij:     ‘Ach schatje, jou staat toch alles, al doe je een postzak aan. Zolang je maar geen bont draagt hahaha’
Zij:     ‘Ja lach jij maar, jij mag wel 
            bont dragen!’
Hij:     ‘Kom op zeg, die beesten zijn al zó lang dood, een kniesoor die daar nog drukte om maakt.  Dat is trouwens één van de voordelen die mijn toekomstige functie met zich mee brengt. Bont is dan geoorloofd omdat het traditie is. Mensen hangen nu eenmaal aan traditie.'
Zij:    ‘Traditie of niet,  het is gewoon niet eerlijk’
Hij:    ‘Zo leuk is het nu ook weer niet hoor… een bolle boerenpummel met een blote billen gezicht in een bontjas…zie je het voor je?...  Hallo… is het al carnaval? …Ik denk toch dat ik die baard maar laat staan.’
Zij:     ‘Tsss….’
Hij:    ‘Ja?’
Zij:     ‘De kapper, wat moet ik in vredesnaam met mijn haar? Ik wil niet net zo’n helm als je moeder. Maar zoals ik het nu heb, kan natuurlijk niet meer. Alhoewel, ik kom niet op een postzegel, toch?  Maar ik laat er echt de schaar niet in zetten, dat kunnen ze mooi vergeten. Zal ik het anders gewoon opsteken? Of nog beter, gewoon een leuke knot.”
Hij:     Ja, jij een knot, ik een baard.’
Zij:      ‘O nee hé!‘
Hij:     ‘Wat nu weer?’
Zij:     ‘Moeten we geen feestje of zo organiseren voor je moeder?’
Hij:    ‘Hallo, dat hoeven wij toch niet te doen, Wie moeten we dan wel niet allemaal uitnodigen?’ De hele Zweedse meute, zij met die schepkin, dat spul uit Engeland… op de dag zelf moet ik misschien ook al tegen die pruillip van Charlie aankijken. Dan krijg ik steeds zo’n blik van -waarom jij wel en ik niet- En dan z’n moeder,  die ouwe zeikteil.Of die smiecht van een Albert en z’n slome zoontje Flip?  Nee hoor, totaal geen zin in. En besef je wel hoeveel  tijd daar in gaat zitten om dat allemaal te organiseren? En dan heb ik het er nog niet eens over wat dat allemaal gaat kosten. Bezuinigen schatje, we moeten natuurlijk wel het goede voorbeeld gaan geven.’
Zij:     ‘Maar we kunnen het toch ook niet zo maar voorbij laten gaan? Da’s ook zo lullig voor je moeder. Wat zal zo’n feestje nou nog kosten…  en anders verkopen we toch gewoon de boot?’
Hij:     ‘De Groene Draak verkopen… ben je gek, na al die verplichtingen en linten door knippen heb ik in de weekenden wel zin in een verzetje. Dan wil ik zo af en toe wel een beetje spelevaren. Zie je me al staan aan het roer met een baard? Over water gesproken, ik moet mijn baan nog opzeggen.’
Zij:     ‘Zucht’
Hij:     ‘Wat?!’
Zij:     ‘Denk je dat ik ook mijn baantjes op moet zeggen, ik bedoel,  mijn voorzitterschap van de P. C. leerstoel, adviseuse bij het Nederlandse comité voor Ondernemerschap en Financiering  mijn baantje bij de VN, etc. etc…  al die functies, en dan dit er ook nog eens bij. En dat met drie kinderen, wordt dat niet een beetje te veel van het goede? ‘
Hij:    ‘Dit is geen echte functie schatje, dat kroontje is alleen voor zon en feestdagen, dus blijf  jij lekker doen waar je goed in bent… lief glimlachen.’
Zij:     ‘Pssst!’’
Hij:     ‘Jahaaa?!’
Zij:     ‘… Ik heb ineens zo’n zin.’
Hij:     ‘Kom op nou Max, ik ben moe.’
Zij:     ‘Ahhh…?’
Hij:     ‘Nou vooruit, kom op met die doos.’
Zij:     ‘Oké, dan mag jij beginnen’
Hij:    ‘En ik gooi… vier. Één, twee, drie, vier…ja hoor, ik sta op bruin, laat maar horen die vraag’
Zij:     ‘Oké, daar komt ie… wat was de bijnaam van Grigori Raspoetin?’
Hij;    ‘Uhhh, jeetje, was dat niet die rare monnik aan het Russische hof? ‘
Zij:     ‘Ja hoor, nog één keer en nu gewoon antwoorden graag… wat was de bijnaam van Grigori Raspoetin?!!!’
Hij:    ‘Heb je geen andere vraag?’
Zij:     ‘Lex!!!’
Hij;     ‘Hé, hij had toch ook een baard? Ja toch, en volgens mij liep het met hem én met die hele Russische kliek niet zo best af. Dat moet een voorteken zijn. Nee hoor, vergeet die baard.’
Zij:      ‘Lex! Ik stop er mee, zo is er niets aan, jij ook met die stomme baard.’
Hij;     ‘Goed, wat jij wil, laten we d’r maar weer mee stoppen, ik heb mijn hoofd er toch niet echt bij. Weet je wat het is Max, ik weet eigenlijk niet of ik het nog wel zie zitten. Het is een geweldige baan, daar niet van… maar nu het dan eindelijk zover is heb ik er eigenlijk geen zin meer in. Ik bedoel, leuk,  maar totaal geen doorgroeimogelijkheden.’Wat denk je trouwens van een snor?’
Zij:      ‘Truste Lex’
Hij:      ‘Zo waarlijk helpe mij
             god almachtig’
Zij:      ‘Trusteee Lex!!!'

Hij:       ‘Hoezee!
Zij:        'Hoezo, hoezee?!'
Hij:        'Hoezee, hoezee, hoezee! ' 
Zij:         'Truste Lex!!!'
Hij:        ‘Truste Max, slaap lekker.’


© Ingrid Punt februari 2013






zaterdag 8 december 2012

Kerstversiering

Kerstversiering...

'Klaas ... wat doen we met moeder dit jaar?'
Klaas kijkt zijn vrouw verbaast aan 'Wat doen we met moeder dit jaar?' 
Als hij eerlijk antwoord zou geven zouden ze hem waarschijnlijk direct opsluiten. De kerstdagen én oud en nieuw inbegrepen, bivakkeert zijn schoonmoeder - al sinds hij zich kan heugen - een volle week bij hen. Dit jaar zal dat niet anders zijn. Bij de gedachte zakt zijn humeur naar het nulpunt. Want je kan alles van zijn schoonmoeder zeggen, maar een gezellig mens, makkelijk in de omgang en subtiel, horen geen van drieën in het rijtje thuis.

Vanaf het moment dat hij bij haar een stap over de drempel waagde was het hem al duidelijk, hij viel niet in de smaak, en dat is nog zachtjes uitgedrukt.
Sterker nog, er deugde eigenlijk helemaal niets aan hem. Zijn uiterlijk, zijn loopje, zijn kleding, zijn baan, zijn afkomst, hij kon gewoon geen goed doen. Deed hij in het begin nog zijn uiterste best om het beeld dat ze van hem had in positieve zin te veranderen, inmiddels heeft hij de moed allang opgegeven. Hij zit zijn tijd met haar wel uit.

'Hallo ma, alles goed ma, wil je iets drinken ma, zit je lekker ma, zal ik je zo naar huis brengen ma?' 
Vooral dat laatste gaat hem ontzettend makkelijk af en bij de gedachte dat hij haar op de terugweg flink kan laten schrikken door zo nu en dan flink gas te geven om vervolgens op de rem te trappen doet hem grijnzen. Dat moet hij haar nageven, ze weet het beste in hem naar boven te halen.

Het is nieuwjaarsdag en z’n schoonma kijkt hem na een volle week getreiter vanaf haar troon hooghartig aan. 'Hoe is het nu op je werk, al promotie gemaakt of hang je daar nog steeds de loopjongen uit?' ze werpt een veelzeggende blik op haar dochter. Maar die doet zoals gewoonlijk of haar neus bloed. Hij begrijpt eens te meer waarom zijn nimmer gekende schoonvader ooit met de noorderzon is vertrokken. Verbolgen kijkt hij toe hoe zijn vrouw suikerzoet de klontjes aangeeft en de angst dat ze ooit op haar moeder zal gaan lijken slaat hem om het hart.

Wanneer z’n vrouw de lege kopjes naar de keuken brengt, sist z’n schoonmoeder hem toe dat hij een klein miezerig mannetje is en dat in haar ogen altijd zal blijven. Ze slaakt een diepe zucht en vraagt zichzelf hardop af wat haar dochter ooit in hem heeft gezien. Ze had zo veel beter kunnen krijgen. Hij haalt zijn schouders op en met een vaag lachje rond zijn mond helpt hij zijn venijnig mopperende schoonmoeder in haar jas.
'Schat, ik breng je moeder even naar huis en ik breng meteen de kerstversiering even naar de schuur.'

Als hij een paar uur later fluitend met een volgeladen steekwagen richting schuur loopt, vraagt hij zich af wat hij volgend jaar met kerst zal gaan doen. Twee weken Bahama’s lijkt hem wel wat. Met een vette erfenis moet dat zeker lukken. Hij zet de zware, bijna onhandelbare doos achter in de schuur, waarna hij de deur sluit om die voorlopig niet meer te openen.

Copyright © Ingrid Punt 2010

vrijdag 23 november 2012

Co-ouderschap


Co-ouderschap

Verveeld kijk ik naar de regen die met bakken naar beneden komt. Onder de luifel van een eetcafé wacht ik tot de ergste hoosbui achter de rug is.
‘Wat een weer hé?' De man naast me heeft van de nood een deugd gemaakt en heeft zich geïnstalleerd met een wijntje en een dikke sigaar, alleen de open haard ontbreekt. Hij is van middelbare leeftijd en heeft een smal gezicht en een grote haviksneus waar een zwaar beslagen bril op leunt. Voorzichtig haalt hij de bril van zijn immense gok, poetst deze droog met zijn zakdoek en zet hem weer op zijn gigantische voorgevel. Zijn ogen, die nu zichtbaar zijn, staan vriendelijk.

‘Tja, maar gelukkig zitten we droog.’ Zeg ik, terwijl ik hem zo onopvallend mogelijk probeer op te nemen. Buiten een bril en een grote neus heeft hij ook een spitse kin en dun grijzend haar. Hij draagt een vale spijkerbroek en halfhoge leren laarzen. Ondanks zijn niet geringe postuur lijkt hij in zijn grote donkere regencape te verdrinken. Hij ziet mijn verbaasde blik en lacht even, ‘dat ding heb ik zeker vier maten te groot gekocht voor als ik Roosje ophaal met de scooter. Dan zit ze tenminste lekker droog.’
’Oh,’ knik ik begrijpend, hoewel ik geen idee heb wie Roosje is. Maar dat hij me dat nog gaat vertellen is wel duidelijk.

‘Mijn ex en ik hebben co-ouderschap en om de twee dagen haal ik Roos met de scooter op. Prachtig vind ze het.’ Hij begint te glunderen als hij haar naam uitspreekt. Ja, Roosje is gezegend met een trotse pa.
‘Het is een schatje hoor, ze was vijf toen we uit elkaar gingen en ik zei meteen; alles goed en wel, maar ik moet haar minstens om de twee dagen zien anders word ik stapelgek. Nu ruim twee jaar later haal ik haar nog steeds om de twee dagen op om samen leuke dingen te gaan doen. Met mooi weer gaan we lekker naar het strand – ze is gek op de zee, of we gaan lekker naar het bos. Ik betaal netjes alimentatie en eventuele dokterskosten zijn ook voor mijn rekening.’
‘Wat een geweldige oplossing’ zeg ik en hij knikt tevreden.
Zijn smalle gezicht begint te stralen als hij vraagt of ik misschien wat foto’s van haar wil zien. Hij slaat zijn natte cape opzij en haalt zijn mobiel uit zijn zak.

‘Kijk, dit is Roosje.'
Ik krijg een foto onder mijn neus gedrukt van een ontzettend, lelijk, klein scharminkel. Roosje blijkt een harig klein monstertje met loensende uitpuilende ogen en de uitstraling van een natte dweil. Er volgen nog veel meer foto’s… Roosje op de bank, Roosje op het strand, Roosje in het bos. Roosje bij mama op schoot, Roosje bij papa op schoot. Hé ja, gezellig, Roosje met haar pootje omhoog. De foto’s hebben buiten Roosje nog één ding gemeen, ze zijn allemaal wazig. Alsof zelfs de camera even moest slikken voor hij haar op de gevoelige plaat vast legde. Roosje is de meest lelijke hond die ik ooit heb gezien… en dan overdrijf ik niet.


De ogen van de man naast me staan inmiddels verdacht waterig – en dat heeft niets met de regen te maken. Sterk spul hé?… hij neemt een slok van zijn wijntje en met een verliefde blik gaat hij verder.
’Wat een loeder hé, kijk dan, hoe vind je deze?’ Hij toont me een foto van Roosje die haar achterwerk schoon likt en ik beaam dat ik dit veruit de mooiste foto vind. Ik lieg er niets aan, want het is in elk geval de scherpste. Ik hoop dat mijn enthousiasme hem doet besluiten de rest van de foto’s maar achterwege te laten.
Gelukkig, het werkt. We zitten samen nog een paar – voor mijn gevoel- eindeloze minuten naar haar roze, kale achterwerk te koekeloeren als hij plotseling op zijn horloge kijkt en gehaast zijn mobiel weer in zijn broekzak steekt. Ja hoor, het licht staat op groen om Roosje op te halen bij mama. Zijn harige oogappel mag niet langer wachten dan nodig is, want dan wordt ze nerveus. Hij neemt nog een laatste slok wijn, dooft zijn sigaar en trekt de capuchon van zijn cape diep over zijn voorhoofd en geeft me een hand.’

’Het Was me een waar genoegen, en misschien tot ziens,’
’Ja wie weet, en doe de groeten aan Roosje.’
Ja… Roosje heeft het getroffen met zo’n trouw baasje… lang leve het co-ouderschap.

© Ingrid Punt oktober 2012






zondag 5 februari 2012

Goed Kauwe...




Ik wordt gestalkt… door ene Maja. Elke dag vind ik wel een berichtje van haar in mijn mailbox, met termen als…. Levenslang, dit is je laatste kans, de laatste dag en laatste waarschuwing. Het klinkt als de dag des oordeels en telkens schrik ik me te pletter. Tot ik zie dat de dreiging van Maja afkomstig is en ik weer rustig kan ademhalen. Maja is een goede vriendin…. Tenminste, dat was ze. Maar de mailtjes stapelen zich op en ik lees ze niet eens meer, eerlijk gezegd begint ze me knap te vervelen. Het is mijn eigen schuld hoor, zoals gewoonlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid weer eens niet bedwingen en nu zit ik met de gebakken peren.

In het begin mocht ik Maja wel want ze leek erg begaan met mijn gezondheid en bood me haar hulp aan. Nou is een beetje hulp met wat dan ook natuurlijk altijd welkom. Haar vrienden “en dat zijn er velen” zijn vol lof over haar en hebben qua gezondheid veel aan haar te danken zeggen ze. Maja weet wel raad met die overtollige kilo’s. Nu heb ik niet zoveel overtollige kilo’s,”hooguit een stuk of twee, drie” maar dat zijn er altijd nog twee, drie teveel en als vrouw moet je natuurlijk wel op de hoogte blijven van elk nieuw dieet. En dit dieet blijkt het neusje van de zalm. Dat klinkt goed, ik ben gek op zalm… niet die bleke Noorse nee, die mooie rooie schotse…. maar dit even terzijde. Sorry, maar bij diëten denk ik meteen aan eten.

Maja gaat me dus helpen, ik hoef alleen maar haar link aan te klikken waarop ik in de lachende gezichten kijk van een aantal slanke dames met een veel te wijde broek. Ondertussen laat Maja me weten dat al die overtollige kilo’s gewoon tussen mijn oren zitten. Fraai is dat… zelf dacht ik altijd meer rond de heuppartij maar dit blijkt volgens Maja niet het geval. Nee, gewoon tussen mijn oren dus en ik schijn daar zelf ook nog eens iets aan te kunnen doen. Volgens Maja hoef ik niet meer naar de sportschool en hoef ik niet minder te gaan eten. Dat klinkt geweldig… lang leve Maja.

Dus gewoon… mezelf slank denken, niet storen aan de weegschaal, niet te hard van stapel lopen, haalbare doelen stellen, goed voor mezelf zorgen, het juiste voedsel eten, mijn mondje goed leeg eten, niet proppen, genieten van elke hap en goed kauwen. Vooral dat laatste schijnt van noodzakelijk belang. Van Kooten en de Bie zeiden het jaren geleden ook al. Goed kauwe…. Zodat het gelijkmatig in je bloed "komp." Blijken ze toch gelijk te hebben gehad.
Ik lees Maja’s geboden, Wilhelmus en gebruiksaanwijzing achter elkaar door - wat alles bij elkaar toch gauw zo’n half uur in beslag neemt- maar wordt geen spat wijzer. Nee, daarvoor moet ik natuurlijk eerst haar geheim bestellen…. Tsja en daar begint het gesodemieter en wantrouwen. Maar ik heb weer eens mazzel want ik krijg uiteraard een berg korting waar je u tegen zegt.

Maar als ik uiteindelijk het bedrag onder ogen krijg dat ik moet neertellen voor Maja’s grote geheim begint het me vanzelf te dagen. De enige die er weer wijzer van wordt is Maja zelf, daar gaat onze mooie vriendschap. Ik zal haar binnenkort van mijn lijst moeten verwijderen. Dag Maja… het enige dat ze me heeft geleerd is wat ik eigenlijk al lang wist omdat van Kooten en de Bie me dat ooit vertelden.

Gewoon goed kauwe!

© Copyright Ingrid Punt november 2011

zondag 22 januari 2012

Nekhernia...


Nekhernia

Ik had even niets beters te doen dus ik stortte me op de allerhande.
Nee, niet die koekje’s... nee ... doe me een lol zeg. Ik probeer een beetje te matigen sinds ik er achter ben dat een zomer die toch voornamelijk bestaat uit het bezetten van gezellige terrasjes "ook overdekte" ooit zijn tol eist. Nee... niet die koekjes dus, maar dat blad dat A.H. ééns in de maand "gratis en voor niets" uitgeeft. Alhoewel... gratis en voor niets valt nog te bezien, het is natuurlijk wel de bedoeling dat de lezers zodra ze het blad dichtslaan direct naar de dichtstbijzijnde winkel rennen om al die gezonde en goedbedoelde "troep" in te slaan.

Nu wil het geval dus dat ik wilde gaan matigen en ik kan je verzekeren dat de allerhande "zowel de koekjes áls het bewuste blad" dan niet zo’n goed idee is. Na ongeveer een recept of zes van indiase aardappelen langs Citroentaart tot en met biefstuk met rode wijnsaus en ham... liep me het water in de bakkes. In mijn geval heeft dit niet tot gevolg dat ik naar de winkel ren... nee zo’n keukenprinses ben ik nu ook weer niet dus ik laat de recepten gewoon voor wat ze zijn. Nee, in mijn geval heeft dat tot gevolg dat ik de koelkast ga plunderen.

Net op het moment dat ik aanstalten wilde gaan maken om me richting koelkast te begeven... "ik zat op het balkon" werd ik gestoord door een hard getik... of eigenlijk was het meer geklop. In de veronderstelling dat er ergens een timmerman aan het werk moest zijn liet ik me er niet door belemmeren. Maar het geklop kwam van het dak van de flat die haaks op mijn flat staat, en mijn nieuwsgierigheid kreeg uiteindelijk tóch de overhand.

Het bleek geen timmerman maar een kraai. Het beest was me daar toch ijverig aan het hameren... menig timmerman zou er jaloers op zijn. De reden? Géén idee... misschien was hij een noot aan het kraken of een schelp of weet ik veel wat... hij had er in ieder geval een zware dobber aan. Misschien had hij ruzie met z’n vriendin en moest hij zich even afreageren. Of misschien had hij net als ik wel de pest in dat het nu... "eind september" pas begint te zomeren, want waar blijft de houvast en onze zekerheden. Hoe dan ook... het ging minstens een minuut of twintig door met mij als bewonderende toeschouwster.

Zodra hij door kreeg dat ik hem in het vizier had begon hij zich geweldig uit te sloven en het tromgeroffel werd nog vele malen heftiger "voor zover mogelijk."
Phil Collins was er niets bij… het halve dak kreeg een beurt.
De aanblik van al dat geweld bezorgde mij pijn in mijn nek. En had ik eerst nog het idee dat hij naar me zat te knipogen zoals een megaster naar zijn publiek, nu begon ik toch te twijfelen... hij keek gewoon scheel en ik zag de sterretjes al rond zijn kop verschijnen.

Het drumgeweld ging nog even door en ik wilde al bijna ingrijpen door te roepen.... kijk uit je nek... GEK!!!... tot er nog een laatste drumsolo volgde en de vogel was gevlogen. Mij achterlatend met de prangende vraag ... waarom?
Ach... misschien had hij net als ik even niets beters te doen en geen allerhande voorhande...

Mochten de buren binnenkort tijdens een eventuele fikse herfstbui last krijgen van een gigantische lekkage... ik weet van niets......

Copyright © Ingrid Punt september 2011

dinsdag 15 november 2011

Zaterdagavond...


We leven in een gejaagd tijdperk… alles wordt sneller, de tv programma's dus ook. Het kan aan mij liggen maar ik kan het niet meer bij houden. Wil ik er net even rustig voor gaan zitten is het desbetreffende programma al weer afgelopen. Ik word er ook zo nerveus van. Alle programma's lijken op elkaar en het gaat eigenlijk nergens meer over. Hebben ze eindelijk een superstar of iemand met de X factor -wat dat dan ook mag wezen- gevonden... is die superstar mét X factor en al na een paar maanden alweer van de aardbodem verdwenen. Dan denk ik... waarom zoveel moeite. Zit je een spannende... nou ja spannende... film te kijken, krijg je er om het kwartier tien minuten schreeuwende reclame tussendoor… tegen de tijd dat de film verder gaat, denk ik dat ik nog steeds naar de reclame zit te kijken... zijn ze mij dus al lang kwijt, want waar zat ik in godsnaam ook al weer naar te kijken.

Ik ben nog uit de tijd dat swiebertje superspannend was. Als Saartje vroeg of swiebertje een kopjen kofjen wilde duurde het toch minimaal tien volle minuten voor onze swieb z'n kopjen kofjen voorgeschoteld kreeg -kwam er een koekje bij hup, nog eens vijf minuten- en dan zag je het beeld trillen omdat de cameraman moest lachen, voor de kijker niets te zien maar het gewiebel van de camera zei genoeg. Maar dan zat je wél op het puntje van je stoel, en lachte je mee met de cameraman. En op zaterdagavond kreeg je een echte Coyboyserie zoals mijn opa dat noemde, waarmee hij Rawhide bedoelde. Niks actie... de spanning zat hem vooral in... gaaaaaap... de dialogen die tussen de baas en de voorman werden gevoerd, met daar tussendoor een kudde op hol geslagen koeien. Maar het was allemaal lekker overzichtelijk... Nederland 1 en 2 en verder was er niets.

Overdag tv... ben je gek jongens en meisjes... we zaten ons te verkneukelen tot de klok zeven sloeg... jahaa... die sloeg nog gewoon. Bim, bam weet je wel. En in mijn kleutertijd hadden we zelfs helemáál geen tv, dan zat je aan de radio gekluisterd want kleutertje luister kwam en later op de dag eventueel nog een spannend hoorspel.
Vooral de grintpaden en piepende deuren deden je de haren te bergen rijzen… en ging het in het hoorspel regenen dan stond er gewoon iemand met een gieter voor de luidspreker, en deed je het bijna in je broek...... Zo spannend! Daar kon geen Crime Scene Infestication tegenop.

Nu wil ik natuurlijk niet beweren dat het vroeger allemaal beter was, want als ik nu naar een uitzending van Swiebertje zou moeten kijken zou ik in slaap sukkelen. En bij grintpaden en piepende deuren schiet ik nu in een lachstuip. Maar ik denk er met weemoed aan terug. Vooral de Zaterdagavonden waren dus een kompleet feest… de hele dag in spanning en dan 's avonds fris gewassen en met gekamde haartjes in je pyjamaatje mét een glaasje limonade voor de tv, wachten op wat komen ging.

Nou......... niet veel dus, maar we vonden het állemaal geweldig.

Copyright © Ingrid Punt 2010