Blogarchief

Posts tonen met het label Eng. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eng. Alle posts tonen

vrijdag 2 maart 2012

Onkruid deel 13...

Als hij wakker wordt heeft hij een zware kater, althans zo voelt het. Een hoofd vol met watten en een tong van leer. De wekker naast hem op het nachtkastje geeft aan dat hij toch zéker minimaal een uur of zes moet hebben geslapen. Dat gebeurt hem nooit zo midden op de dag. Moeizaam zwaait hij zijn benen over de rand van het bed en steekt een sigaret op. Zijn hoofd bonkt en hij heeft moeite om zijn ogen open te houden. Een koude douche zal hem misschien goed doen. 'Ellen, ik ga nog even douchen hoor…… Ellen?' In de kamer ernaast is niemand aanwezig, vreemd, het laatste wat hij zich kan herinneren is dat ze hem iets te drinken kwam brengen… 'Ellen?!?!' Hij houd even z’n adem in om zijn gehoor optimaal te kunnen benutten, maar al wat hij hoort is doodse stilte, er volgt geen antwoord, mooi dat geeft hem de kans om Chantal even snel te bellen om de boel kort te sluiten. Als hij z’n mobiel pakt ziet hij dat hij drie oproepen van haar heeft gemist, maar als hij haar belt krijgt hij geen gehoor. Oké, dan niet, misschien heeft ze de pest in dat ze hem niet kon bereiken. Hij lacht zachtjes, dat is wat hem het meest in haar aantrekt, haar onvoorspelbaarheid, haar arrogantie, haar koppigheid en wispelturigheid.

Zo anders dan Ellen die hij altijd alles wijs heeft kunnen maken. Ellen, die zijn domme smoezen altijd zonder pardon slikte. Ellen, die altijd alles deed om het hem maar naar de zin te maken. Ellen, die het thuis gezellig probeerde te maken en hij moest daar aan meedoen. Ellen, die wilde geloven dat ze het perfecte gezinnetje had. Doodmoe wordt hij ervan, hij wil vrij zijn, vrij om te gaan en staan waar hij wil. Maar een scheiding is uitgesloten, hij kijkt even naar de gouden Rolex die hij om zijn pols draagt. Het meeste wat hij bezit is eigenlijk van Ellen, het huis is van Ellen, het bedrijf waar hij werkt is in handen van Ellen’s familie. Na een scheiding zullen ze er geen moeite mee hebben om hem glashard aan de kant te zetten aangezien ze toch al niet zo van hem gecharmeerd zijn. Hij heeft een dure smaak en Chantal weet ook van uitgeven.

De dood van Kim heeft hem ongewild geholpen, daarna raakte Ellen totaal de weg kwijt… wat hem weer goed uitkwam. Waarom kon ze niet gewoon in de kliniek blijven, of zichzelf iets aandoen… hij heeft haar toch tot het uiterste getergd. Zijn laatste mislukking is hem opgebroken door schuldgevoelens wat Kim betreft, hij heeft er anders geen andere verklaring voor dat hij Ellen op een haar na miste. Ze is net onkruid… niet uit te roeien. Nu zullen hij en Chantal hun plannen wéér moeten bijstellen. Het gedreun in zijn hoofd lijkt erger te worden en hij begint licht te transpireren, zijn sigaret smaakt hem ook al niet en hij drukt geërgerd zijn peuk uit. Kom maar op met die koude douche, hij doet zijn dure Rolex af en sleept zichzelf moeizaam naar de badkamer.

Als hij een badlaken heeft klaar gelegd en de koude kraan open heeft gedraaid, schopt hij z’n slippers uit maar bij de eerste stap die hij op de natte vloertegels zet schrikt hij van de plotselinge glibberige ondergrond. Hij wil zich nog vastgrijpen maar de douchewanden zijn al net zo spekglad. Zijn handen glijden weg en grijpen nu naar een onzichtbaar houvast in de lucht, die blijkt niet aanwezig en zijn benen schieten onder hem vandaan. Zijn lichaam maakt een vreemde draai en zijn hoofd slaat met een klap achterover tegen de opstaande rand van de doucheruimte, het laatste dat hij voelt is de warmte die zich rond zijn hoofd verspreid. Ergens in het felle licht hoog boven hem dansen de blonde krullen van zijn dochter, ze lacht naar hem. Dan wordt het hem zwart voor de ogen en verliest hij het bewustzijn. De enorme plas bloed die achter zijn hoofd ontstaat vermengt zich met het koude water en verdwijnt traag in het doucheputje. Met een voldaan gezicht zet ze de tas met boodschappen in de keuken. Hangt haar jas aan de kapstok en staart even tevreden in de gangspiegel. Haar spiegelbeeld ziet er gelukkig uit, dit is de laatste tijd wel eens anders geweest. Ze heeft haar leven weer op de rit. Na een knipoog naar haar spiegelbeeld klakt ze even met haar tong. Zo, dat was nummer één op naar nummer twee dan maar. 'Schat… ben je al wakker?' Ze gooit de slaapkamerdeur open maar het bed ligt er verlaten bij.


Ze hoort de kraan in de badkamer lopen en opent voorzichtig de badkamerdeur. 'Schat?' Vanachter het douchemuurtje ziet ze zijn behaarde benen in het roodgekleurde water liggen. Ze loopt voorzichtig de badkamer in en ziet dat de groene zeep zijn dienst heeft gedaan. Hij 'roemde' haar altijd al om haar schoonmaakwoede denkt ze geamuseerd. Ze schopt zijn slippers opzij en draait voorzichtig de kraan dicht. Dan valt haar blik op zijn vreemde verwrongen lichaam. Zou hij zijn rug hebben gebroken? Haar blik dwaalt af naar het gapende gat in zijn achterhoofd waar nog steeds bloed uit sijpelt.

Ze schudt haar hoofd afkeurend… 'Jeetje schat, moest je er nu écht zo’n smeerboel van maken?' Ze knielt naast hem neer, pakt zijn doorweekte pols en legt haar hoofd even op zijn borstkast om daarna glimlachend op te staan. 'En dat was twee… wist jij trouwens …… dat de meeste ongelukken gewoon thuis gebeuren? Het is echt zo, en ik heb je nog wel zo vaak gevraagd om antisliptegels te plaatsen, maar …. wie niet horen wil, moet maar voelen. Maar voordat ik helemaal ondankbaar overkom… de medicijnen die je voor me geregeld hebt hebben me écht goed gedaan, ik voel me herboren.' Ze kijkt op haar horloge, 'nu ik het er toch over heb… tijd voor m’n pilletje. De ambulance kan nog wel even wachten, jij hebt tóch geen haast meer hé lieverd.'

In de gang schopt ze haar schoenen uit, loopt de keuken in en zet een pot thee, zet deze op een dienblad evenals de suikerpot en twee theekopjes. Als ze even later de kamer binnenkomt en het dienblad op tafel heeft gezet, pakt ze de afstandbediening , zet de tv aan en laat zich op de bank vallen. Ze zapt wat van de ene naar de andere zender tot haar aandacht wordt getrokken door een onderwerp op het nieuws. Een autowrak wordt het ravijn uitgetakeld, en die auto herkend ze… 'de 34 jarige bestuurster heeft het niet overleefd' gaat de verslaggever verder. Vermoed wordt dat zij onwel is geworden en de macht over het stuur is verloren. Een getuige beweerde dat hij nog iemand op de achterbank heeft zien zitten vlak voordat de auto het ravijn inreed, mogelijk een kind. Maar tot op heden zijn er geen sporen gevonden die wijzen op een tweede slachtoffer, en dus is de zoekactie gestaakt.' 'Goh… arme Chantal… ik vond die Gin-tonic toch al niet zo’n goed idee. .. maar ja… ze wilde niet luisteren naar een gek.'

Ze schenkt de thee in de kopjes en strijkt even liefdevol door de blonde zijden krullen van het kind naast haar op de bank…… 'Jij bent en blijft mijn engeltje.' Dan pakt ze een pen en het witleren poëziealbum van tafel. Slaat het album open tot waar de bladzijde is weggescheurd en schrijft met sierlijke letters… 'Lieve Kim'…


THE END…………….

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




donderdag 1 maart 2012

Onkruid deel 12

'Hoezo weet je inmiddels hoe het 'écht' gegaan is?'Chantal kijkt haar geschrokken aan en neemt snel een slok van haar Gin Tonic, haar mond en keel voelen kurkdroog aan. Ze schuift een beetje heen en weer op haar stoel, stampt het schijfje citroen in haar glas tot pulp, laat het laatste restje van de zure substantie in haar mond lopen om vervolgens zenuwachtig aan haar servet te friemelen. Ellen schept er genoegen in om haar rivale van haar troon te stoten en geniet van haar ongemak. 'Ik weet… dat niet 'IK' maar 'JIJ' bij hem in de auto zat tijdens het ongeluk. Wat is er precies gebeurd Chantal? Kregen jullie ruzie… gingen jullie te veel in elkaar op zodat hij niet oplette…. Hadden jullie misschien een ietsepietsie te veel gedronken voor jullie Kim ophaalden?' Chantal kijkt haar met een bleek gezicht aan. 'Ik weet niet waar je het over hebt Ellen, die opname in de kliniek heeft je niet echt geholpen zo te horen.' Ellen kijkt Chantal minachtend aan.

'Mijn psychose daarna kwam jullie natuurlijk ook wel erg goed uit, flink volstoppen met allerlei medicijnen en je hebt er geen omkijken meer naar. Wat heb ik het jullie gemakkelijk gemaakt. Wie zat er eigenlijk achter het stuur Chantal?' 'Ik weet niet hoe je daarop komt, maar je slaat de plank volledig mis,' zegt Chantal, maar haar stem trilt en klinkt onzeker. Ellen kijkt haar doordringend aan als ze zegt… 'kom op Chantal, in de kliniek heb ik behoorlijk veel tijd gehad om na te denken en alles weer op een rijtje te krijgen. Het zal jou ook goeddoen je hart te luchten.'

Chantal staat plotseling op, en er verschijnen pareltjes zweet op haar bovenlip. Ze wankelt even en grijpt naar haar voorhoofd, 'sorry maar ik moet even naar het toilet, ik voel me niet zo goed.' Ellen kijkt haar spottend na, als ze onzeker richting toilet loopt. Zo, dat is één mompelt ze terwijl ze de rekening bekijkt. Twee koffie, één jus en één gin tonic, Chantal weet duidelijk van wanten, ze zal toch wel weten dat je bij die medicijnen niet mag drinken fluistert Ellen glimlachend, alvorens ze het bedrag plus fooi op het schoteltje legt.

Op het toilet probeert Chantal krampachtig zijn nummer in te tikken. Waarom neemt hij nu niet op… ze probeert het nogmaals maar krijgt alleen z’n voice mail, gezien de omstandigheden lijkt het haar niet verstandig om iets in te spreken. Ze voelt zich vreemd en trillerig, ze houd haar polsen even onder de koude kraan, dept de zweetdruppeltjes van haar gezicht met een tissue, pakt haar lipstick uit haar tas maar als ze haar lippen wil tuiten om de lipstick aan te brengen wil haar gezicht niet meewerken en voelt strak en star aan. Plotseling overvallen door vermoeidheid merkt ze dat alles om haar heen wazig wordt. Ze heeft toch maar één gin-tonic op. Duidelijk oververmoeid … het was de laatste tijd ook wel hectisch allemaal.

Nu eerst Ellen even af zien te poeieren. Ze haalt een paar keer diep adem, maar zodra ze twijfelend en ietwat wankel het eetlokaal binnen loopt is Ellen in geen velden of wegen meer te bekennen. Aan het tafeltje waar ze zaten hebben inmiddels twee mannen plaatsgenomen en zitten druk pratend en lachend achter hun biertje. Ze voelt zich misselijk worden en loopt snel naar buiten. Waar heeft ze haar auto staan… ze wil zo snel mogelijk naar huis en naar bed. Waarschijnlijk toch een beginnend griepje. Zodra ze in haar auto heeft plaatsgenomen probeert ze hem nogmaals te bellen, het kost haar moeite want haar zicht lijkt steeds minder scherp te worden. 'Shit… hij neemt nog steeds niet op.' Ze zucht en start trillend de auto. De blonde krullenkop op de achterbank heeft ze nog niet opgemerkt.


Copyright © Ingrid Punt Juni 2011




zondag 26 februari 2012

Onkruid deel 8...

Ze kijkt haar tas nog even na -heeft ze alles- portemonnee, mobiel, toilettas... zo te zien zitten al haar spullen er in. De man in het wit loopt met haar naar de deur en haalt de sleutels uit zijn zak. 'Hier is je recept… hou je goed aan de dosis en van de week nog even bloed laten prikken.Weet je zeker dat je het aankan?' vraagt hij bezorgd, ze knikt, waarop hij de deur opent.
 'Pas goed op jezelf,' 'Zal ik doen… mij krijgen ze niet gek' zegt ze gekscherend. 'Nee' zegt hij… 'dat was je toch al.' Waarop ze beiden in de lach schieten, wat zeer bevrijdend werkt merkt ze.

Heerlijk als mensen je behandelen alsof je niet van een andere planeet komt. 'Dank je,' zegt ze terwijl ze hem de hand drukt, 'ik zal jouw goede zorgen en menselijkheid zéker niet vergeten.' 'Jij bent één van de normaalste mensen die ik hier ooit heb meegemaakt Ellen, dus laat je niets anders wijsmaken, en nu wegwezen jij en ik wil je hier nooit meer zien,' zegt hij terwijl hij haar een knipoog geeft en de deur zacht maar resoluut achter haar sluit.

Wanneer ze buiten komt bemerkt ze dat het een stralende dag is. Ze knijpt haar ogen samen om ze te laten wennen aan de overgang van de donkere hal in de kliniek naar het scherpe zonlicht buiten en haalt diep adem… frisse lucht…heerlijk, wat heeft ze dat gemist. Het is nog vrij rustig in de straat waar de instelling is gelegen. Ze kijkt op haar horloge, het is inmiddels al kwart voor twaalf. Hij zou haar om elf uur oppikken. Niet dat ze ontzettend blij is hem weer onder ogen te moeten komen. In de maanden dat ze in de kliniek verkeerde heeft hij haar welgeteld twee keer bezocht. En dan nog wist hij niet hoe snel hij weer weg moest komen.

'Voor je eigen bestwil schatje, je hebt vooral je rust hard nodig.' De manier waarop hij haar tegenwoordig schatje noemt bezorgt haar kippenvel. Nu ze er over nadenkt is dat niet het enige aan hem wat haar tegenwoordig kippenvel bezorgt. Zijn stilzwijgen als ze naar hun dochter vroeg maakte haar razend. Ze draait zich nog even om en kijkt naar het sombere gebouw achter haar. Dit lijkt haar nu niet de ideale plek en tijd om haar gevoelens te analyseren. Ze haalt nog een keer diep adem en wil zo snel mogelijk van deze kille en deprimerende plek weg zien te komen.

Aan de overkant van de straat schuift een serveerster de vrolijk gekleurde parasols omhoog op het nu nog verlaten maar gezellig uitziende terras. Ze snakt naar een echte kop koffie, het zou een welkome afwisseling zijn op het slappe surrogaat dat ze de afgelopen maanden te drinken kreeg. Vijf voor twaalf inmiddels… als ze dan toch moet wachten. Zodra ze de straat oversteekt ziet ze een donkergrijze Audi de straat inrijden. Even is ze verbaast over de flinke snelheid waarmee hij door de rustige straat rijd, hij zal haar toch wel hebben gezien. Tot de persoon achter de donker getinte autoruiten waarschijnlijk een ruk aan het stuur geeft en de Audi in volle snelheid op haar inrijd. Even staat ze als aan de grond genageld tot haar overlevingsdrang een stoot adrenaline door haar lichaam voert en ze op het laatste moment weet weg te springen. Ze struikelt en haar enkel maakt een vreemde draai waardoor ze op de straat beland.

 De Audi mist haar op een haar na, geeft nog eens flink gas en verdwijnt met piepende banden uit het gezichtsveld. Voor dat ze goed en wel beseft dat ze waarschijnlijk aan de dood is ontsnapt staat de serveerster met een wit vertrokken gezicht over haar heen gebogen. 'Gaat het met je?' Vraagt ze met trillende stem. 'Die gek rijd zo door!' zegt ze nu verontwaardigd. 'Ja … ik … denk het wel, alleen m’n enkel.'Ze wrijft met een pijnlijk vertrokken gezicht over de zwelling boven haar voet. De vrouw helpt haar voorzichtig overeind. 'Zo ga hier maar even zitten' zegt ze als ze bij het terras zijn aangekomen, 'leg je voet maar op de stoel, ik ben zo terug.'

Als de serveerster even later haar gezwollen enkel als een volleerd verpleegster staat in te tapen vraagt deze of ze het kenteken heeft kunnen zien. 'Nee, het ging zo snel, -ze verzwijgt het feit dat er helemaal geen kentekenplaat te zien was- 'Je zou toch bijna denken dat hij het speciaal op jou had gemunt, wat een gek,'en ze schud niet begrijpend haar hoofd. 'Zo, die moet je er voor vandaag maar even om laten zitten' zegt ze als ze trots naar de ingezwachtelde enkel kijkt. 'Kan ik iets voor je doen... wil je misschien iets drinken voor de schrik?' 'Nou... graag een kop koffie, dan bel ik maar even een taxi.' Het is al bij half één en ze verwacht niet meer dat ze nog zal worden opgehaald. En eerlijk gezegd is ze daar ook niet echt rouwig om.

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

Deel 9  >>>KLIK<<<

donderdag 23 februari 2012

Onkruid deel 5...

Met het voor haar onverklaarbare potje in haar hand geklemd loopt ze naar binnen. Het is druk in de wachtkamer en bij het zien van zoveel wachtende mensen breekt het zweet haar uit. Haar hart slaat weer op hol en wanneer het wazig wordt voor haar ogen weet ze nog net de assistente bij haar mouw te pakken voor de duisternis bezit van haar neemt.

Ergens in de verte hoort ze een stem... 'Ellen, gaat het weer een beetje?' Met veel moeite weet ze haar ogen te openen en kijkt ze in het bezorgde gezicht van haar huisarts. Ze is nog steeds verward, misselijk, haar tong voelt droog en belet haar te spreken. Ik denk dat we de dosis maar aan moeten passen hoort ze de arts zeggen, haar ogen proberen zich te focussen op de persoon waar hij mee zit te praten. Haar man fluistert iets terug en de arts knikt zorgelijk.


Hij schrijft iets op een formulier en geeft het aan haar man die het direct in z’n jaszak frommelt.
'Drie maal daags,' zegt de arts als hij haar een glas water aan reikt.
Ze drinkt het gulzig leeg, maar het smaakt bitter en ze vraagt zichzelf af waarom ze niet normaal kan reageren. Het lijkt wel of de woorden niet willen komen en haar stem haar bevelen niet op wil volgen. Haar man kijkt haar geruststellend aan, en fluistert nog iets tegen de arts. 'Als het zo doorgaat zit er inderdaad niets anders op' hoort ze deze zeggen, maar we kijken het nog even aan.

Als ze even later aan de arm van haar man naar buiten strompelt, schiet de reden van haar doktersbezoek haar weer door het hoofd, en haar hand graait in de zak van haar mantel.
Weg... het bewuste potje is verdwenen... haar man duwt haar met zacht dwingende hand in de passagiersstoel en slaat de deur dicht. Trillend van ellende en onbegrip zit ze even later naast hem, zijn gezicht staat ernstig als hij haar vraagt... 'zo en vertel me nu maar eens wat je van plan was te doen?' Haar stem werkt nog steeds niet mee wanneer ze hem het bewuste potje uit zijn zak ziet halen...

'Dit was toch zeker niet de reden van je bezoek hé?' vraagt hij met een strak gezicht......



Copyright © Ingrid Punt 2011


zondag 19 februari 2012

Onkruid ...deel 1...



Z’n koffers staan zorgvuldig gepakt in de gang... het is nu alleen nog een kwestie van doorzetten. Ze wist het al maanden, maar hij bleef het ontkennen. Een vrouw voelt zoiets intuïtief aan. Druk op het werk, "wacht maar niet op mij, ik slaap wel op de zaak." Uren in de file staan... "ik eet onderweg wel een broodje." Zijn smoesjes werden steeds doorzichtiger, hij tartte haar intelligentie. Dat ging nu al meer dan een jaar zo. Gisteravond kwam het hoge woord er uit, ze heet Chantal en is gewoon een leuke vriendin, en ze moest daar niet zo moeilijk over doen.

En ja, ze brengen veel tijd samen door, squashen, zwemmen, tennissen... so wath... jij hebt toch niets met sport? Hij ook niet... maar dat is hij voor het gemak maar even vergeten. Dat zij voor de zoveelste keer alleen met de kleine thuis zit is toch niet zó erg. Zoek ook een leuke hobby, zegt hij met een sarcastisch toontje als hij weer eens laat thuis komt met een flinke parfumwolk om zich heen, ze herkend het luchtje inmiddels uit duizenden.

Hij kijkt haar nog amper aan... en als hij haar wél aankijkt is het verwijtend. Want niets deugt meer aan haar, haar kapsel, haar kleding, zelfs haar zorgzaamheid irriteert hem. In bed liggen ze tegenwoordig mijlen ver van elkaar verwijdert. Samen hadden ze besloten dat zij haar goedbetaalde baan en carrière op zou geven om voor de kleine te zorgen, nu neemt hij haar kwalijk dat ze zo’n moeke is, en geen vrouw van de wereld zoals Chantal. Zij is slim, leuk in de omgang, welbespraakt, humoristisch en ze heeft alles zo goed voor elkaar. Maar wanneer ze oppert dat hij dan maar bij Chantal in moet trekken, blijkt het ineens toch niet z’n type, om haar vervolgens weer de hemel in te prijzen. Ze is klaar met z’n gedraai en z’n leugens.

Wanneer ze zijn sleutel in het slot hoort, wil ze het liefst wegvluchten, ze kan zijn minachtende blikken niet meer aan... ze voelt zich zó klein. Terwijl ze haar rug strekt, spreekt ze zichzelf streng toe... nog even sterk zijn, dit laat je jezelf niet meer aandoen. Zijn ontgoochelde blik bij binnenkomst verrast haar, en als hij de koffers ziet staan pakt hij haar beet en zegt hij dat hij van haar houd. De grond onder haar voeten voelt als drijfzand. Ze is moe... moe van de eindeloze verwijten over en weer... moe van het sterk zijn... moe van zijn smoesjes... moe van hun leven langs elkaar heen.

Hij pakt de koffers op, loopt er mee naar de slaapkamer en gooit ze leeg op het té grote bed.
Dit wil jij niet echt, zegt hij met een doordringende blik. Gek, op een kritiek moment weet hij haar blik wél te vangen. Ze weet niet meer wat ze wil... gevoel heeft ze al lang niet meer en haar hersens lijken in staking. Hij laat zich echt niet door haar buiten de deur zetten, zo goed kent ze hem wel. Heel even heeft ze overwogen om zelf weg te gaan... “waar wil je naar toe?“ hoort ze hem nog honend zeggen. Collega’s, vrienden en familie ziet ze niet meer, daar heeft hij wel voor gezorgd. Hij heeft haar mentaal gebroken, en zij heeft het niet eens gemerkt.

Blijf dan maar, hoort ze iemand met zachte hese stem zeggen... ze schrikt, kwamen die woorden echt uit haar mond? Hij kijkt haar met een spottend lachje aan voordat hij ruw haar voorhoofd kust. De manier waarop hij haar kust maakt haar niet eens meer uit... zijn kussen komen al héél lang niet meer bij haar binnen, daarvoor heeft hij haar té vaak vernederd. Vanavond eet ik gewoon lekker thuis zegt hij met een zelfverzekerde blik. En schatje, maak iets lekkers klaar, Chantal eet vanavond ook mee. Als hij even later de deur achter zich dicht trekt loopt ze traag richting keuken. Ze draait haar lange haar in een knot, en zet met haar laatste beetje zelfrespect een grote ovenschaal op het aanrecht. Ze slaakt een diepe zucht alvorens ze het gootsteenkastje open trekt.

De fles met onkruidverdelger staat achterin......
vanavond gaat ze maar eens flink culinair uitpakken.


Copyright © Ingrid Punt 2010

Voor Deel 2  >>>KLIK<<<

zondag 12 februari 2012

A Perfect Day...


Hij duwt haar blonde krullen opzij en drukt een kus in haar hals. "Waar zit jij met je gedachten schat?" Ze opent haar ogen en haalt diep adem, "ik zat even te doezelen."Het is één van de laatste lentedagen en de zomer hangt alweer in de lucht. Haar neusgaten vullen zich met de geur van een mengeling gras, zonnebrandmiddel én..... hete koffie.

Ze kijkt hem vragend aan terwijl ze de thermosfles onder zijn neus schuift “wil jij nog?” “Graag, maar je ontwijkt mijn vraag.” Verliefd kijkt ze hem aan alvorens ze met een tevreden zucht over het grasveld tuurt. “Ik bedenk me net hoe gelukkig ik eigenlijk ben, ik heb eigenlijk alles wat een mens maar kan verlangen.”


Hij volgt haar intens tevreden blik, ergens midden op de speelweide schopt een klein jongetje met een blonde krullenkop tegen een grote rode bal. Hij knikt instemmend ,"hij lijkt op je, en dan heb ik het niet alleen over zijn uiterlijk. Misschien wordt het tijd voor een zusje?"

"Daar valt altijd over te discussiëren" zegt ze plagend terwijl ze naar zijn lachende gezicht kijkt. "Maar eerst maar eens een lekker versgebakken broodje."


"Wacht maar... ik haal ze wel, wil je ham of kaas?" Zonder haar antwoord af te wachten veert hij op en loopt naar de grote rieten picknickmand die ze in de schaduw van de grote plataan heeft gezet. "Maakt niet uit, ik vind alles prima," roept ze hem vrolijk na terwijl ze wat grassprietjes van het geblokte kleed veegt.. De eenden trekken haar aandacht met hun luidruchtige gekwetter, ze maken plaats voor twee zwanen die traag en statig over het water lijken te glijden.De zon weerkaatst op het water van de vijver en ze knijpt haar ogen tot spleetjes.

De schaduw die plotseling voor haar staat vraagt..... "Mam... mag ik een ijsje?" Ze knippert even met haar ogen en kijkt in het blozende gezicht van het blonde jongetje, ze strijkt hem over zijn blonde krullen "eerst een broodje en dan een ijsje." De schittering van de zon prikt ineens weer in haar ogen, maakt plaats voor een schaduw en ze hoort haar zoontje nogmaals vragen "Mam... mag ik een ijsje?"ze strijkt hem weer over zijn krullen "Eerst een broodje en dan een ijsje" hoort ze zichzelf zeggen. De schittering wordt heftiger ...gevolgd door een schaduw als ze haar zoontje weer hoort vragen... 'Mam.... mag ik een ijsje?" ze strijkt hem wederom over zijn blonde krullen "Eerst een broodje en dan......"


De luide sirene van het alarm klinkt oorverdovend. "We hebben een error" roept een man in witte overall naar zijn collega’s. Hij drukt op een schakelaar en de capsule opent zich. "Dat ziet er niet best uit," roept hij naar één van de andere mannen. Deze komt direkt de stand van zaken opnemen en schud bedenkelijk zijn hoofd. "Weer één uit de 1960 serie? Ik had er net ook al één, alleen een 46,XY... Ik zeg, loskoppelen... ik vraag vast een 1961 aan en vergeet deze niet af te schrijven." De man knikt, koppelt de draden los, duwt de blonde krullen opzij en scant het nummer achter haar oor. Hij drukt op de knop delete en dan op send. Hij steekt de scanner in het etui dat aan zijn riem bungelt, tilt het bleke lichaam uit de capsule en legt het op de lopende band. Even later wordt het nieuwe exemplaar in de capsule aangesloten. Hij duwt haar blonde krullen opzij en scant het nummer achter haar oor.

Hij duwt haar blonde krullen opzij en drukt een kus in haar hals. "Waar zit jij met je gedachten schat?" Ze opent haar ogen en haalt diep adem, "ik zat even te doezelen." Het is één van de laatste lentedagen en de zomer hangt alweer in de lucht. Haar neusgaten vullen zich met de geur van een mengeling gras, zonnebrandmiddel én..... hete koffie. Ze kijkt hem vragend aan terwijl ze de thermosfles onder zijn neus schuift "wil jij nog?" "Graag, maar je ontwijkt mijn vraag."Verliefd kijkt ze hem aan alvorens ze met een tevreden zucht over het grasveld tuurt. "Ik bedenk me net hoe gelukkig ik eigenlijk ben, ik heb eigenlijk alles wat een mens maar kan verlangen........"


© Copyright Ingrid Punt januari 2012

woensdag 8 februari 2012

Groene vingers...


Groene vingers

Ze kreunt terwijl ze in haar ogen wrijft.... barstende hoofdpijn heeft ze. Het is nog aardedonker dus het zal pas een uur of drie, vier zijn. Haar keel voelt gortdroog en het bed onder haar hard en klam. Auw... dat hoofd... wat is er in godsnaam gebeurt gisteren. Flarden aan herinneringen schieten door haar hoofd. Datingsite... O ja... dát was het, ze had een date.


Alleenstaande man... Trefwoorden;

Romantisch...
Humor...
Gezelligheid...
Handig...
Tuinieren, zoekt dito vrouw.


Na wat heen en weer mailen leek er een klik en hadden ze uiteindelijk een afspraak gemaakt in een druk restaurant. Dat leek haar voor een eerste afspraakje wel zo handig. Mocht het absoluut niet klikken dan konden ze het beiden na één aperitief zonder probleem voor gezien houden. Ze probeert zich het hele gebeuren weer voor de geest te halen. Man... tot zover klopt het. Maar verder zitten er gaten in haar geheugen en het gezicht van de man wil niet tot haar doordringen.

Blond... ja... hij was blond, normaal postuur en casual gekleed.Corduroy... ze herinnert zich zijn bruine corduroy broek. Daar maakte hij indruk mee, een negatieve wel te verstaan. O ja, ze hadden samen geluncht, maar wat ze precies heeft gegeten is ze kwijt. Ze likt haar lippen, het was in elk geval iets met véél knoflook. Thee... ze zouden bij hem thuis nog een kop thee drinken dan kon ze zijn tuin bewonderen. Hij ging prat op zijn groene vingers. Hé, wat vervelend dat ze zijn gezicht niet voor zich kan halen maar ... o, haar hoofd.

Zijn tuin was schitterend, dat weet ze nog. Ze complimenteerde hem ermee dat zijn planten het zo goed deden. "Een kwestie van de juiste mest" hoort ze hem zeggen. Ze ziet zichzelf staan voor een grote kuil. "Dat is de aanleg voor mijn nieuwe vijver,” zei hij met een hese overslaande stem.  Ineens voelde zij zich niet erg op haar gemak en na de thee probeerde ze een uitvlucht te bedenken om weg te komen. “Toe, blijf nog even” ... Alweer die hese trillende stem die haar de haren overeind doen staan. Na veel aandringen van zijn kant weet hij het te rekken tot een tweede kop thee. Maar dan voelt ze zich vreemd in haar hoofd worden. Rob.... ja hij heette Rob, oppert dat ze misschien wel een griepje onder de leden heeft en vraagt haar of ze misschien even wil gaan liggen.

Haar hele wezen zegt haar dat ze moet gaan, naar huis, naar bed, weg van hier... ze vraagt of ze nog even gebruik mag maken van het toilet. Rob knikt naar de eerste deur in de gang en duizelig en onvast op de benen loopt ze de gang door richting toilet. Achter die deur is echter geen toilet te bekennen, maar een kleine kamer die grotendeels gevuld word door een grote ruwhouten kist. De kist is zéker twee meter lang. Dan voelt ze zijn adem in haar nek. Ze draait zich geschrokken om en ziet nog net de schep die na een flinke zwaai de zijkant van haar hoofd raakt.

Donker... auw ... ze brengt haar hand naar de zijkant van haar hoofd en voelt een flinke buil. Opstaan, nu... ze wil overeind komen maar stoot haar hoofd. Het besef dringt bij haar door dat ze niet in bed ligt en als ze de ruwe harde houten wanden aan weerszijden van haar lichaam voelt realiseert ze zich eindelijk wat er gaande is. Begraven... hij heeft haar begraven....als een dolle stier begint ze tegen de wanden en het deksel te trappen en te duwen maar er is geen beweging in te krijgen... Help!!!!!

“Goedemorgen buurman, wat een schitterende vijver is het geworden, en ik sta er elke keer weer versteld van hoe bijzonder goed uw planten het doen.”

“Dank U buurvrouw,” zegt de blonde man met hese overslaande stem, “een kwestie van de juiste mest.”


© Copyright Ingrid Punt december 2012

maandag 16 januari 2012

Vreemd gezelschap…


Hij duwt zijn hoofd nog dieper in het kussen dat veilig en vertrouwd voelt en zijn enige houvast is zodra het donker wordt. 'Ga weg… niet doen, ik ben bang!' Elke avond is het naar bed gaan een drama en probeert hij uit alle macht tijd te winnen om maar niet in die kamer en in dat bed te hoeven. 'Mama… ik wil nog even in bad blijven.' Dat even weet hij vaak te rekken tot er rimpeltjes in zijn vingertopjes verschijnen. Daarna getreuzel met zijn pyjama aantrekken. 'Alsjeblieft papa… mag ik nog even iets drinken?' 'O jee…. Ik ben vergeten mijn tanden te poetsen.' 'Mama…. mag het licht nog even aan blijven?' Papa en mama hebben al van alles geprobeerd om hem op tijd in zijn bed te krijgen. Een verhaaltje voorlezen -een verhaaltje dat ze tientallen keren moeten herhalen- Samen liedjes zingen –hij heeft oneindig veel liedjes uit zijn hoofd geleerd, er komt geen eind aan- Een dromenvanger die nare dromen moet verjagen -net als bij de Indianen- zegt papa.

Een nachtlampje -maar dat maakt de schaduwen nóg groter- Even bij hem blijven tot hij in slaap valt -maar zodra ze de kamer hebben verlaten begint het weer- Zelfs een andere kamer en een nieuw bed -een grotejongens bed, volgens mama- het helpt allemaal niets. De angst voor het slapen gaan blijft. Het waarom durft hij niet uit te spreken, ze zouden hem misschien niet geloven. Hij heeft er de woorden niet eens voor. Want hoe kan hij de angst onder woorden brengen die hij voelt zodra de schaduwen op het behang gaan bewegen,het behang langzaam verlaten om op hem af te komen en hem te belagen.

Sommige schaduwen spreken woorden in een taal die hij niet begrijpt, of ze maken ruzie met elkaar en willen allemaal als eerste zijn volledige aandacht. De lange magere vrouw heeft een schrille stem en schreeuwt vaak. Tegen de anderen maar ook tegen hem, ze heeft een vreemde blik in haar kille ogen. De grote man met zijn zware stem is vast boos... want hij vloekt en zegt nare woorden die hij van papa en mama nooit zou mogen zeggen. Het kleine meisje huilt altijd en kijkt hem verdrietig aan, hij snapt het niet… zou zij soms nét zo bang zijn in het donker als hij? De jongen die hem plaagt en altijd aan zijn haren trekt wil dat hij met hem komt spelen, maar hij is te bang en te moe en wil het liefst gewoon rustig slapen.

Alleen de oude man is aardig, hij heeft een hoed op en een mooie stem en met zachte maar dwingende toon jaagt hij de enge schaduwen weg. Mama heeft een foto van hem op haar nachtkastje staan. Ze heeft hem verteld dat het zijn opa is. Hij loopt ook altijd met hem en mama mee als ze hem naar school brengt. En als mama naar huis gaat blijft hij altijd nog even bij hem zitten en fluistert hem de antwoorden van sommige sommetjes in zijn oor en kijkt glimlachend naar de tekeningen die hij maakt…. dan knikt hij goedkeurend, hij vindt ze vast mooi. Ja, hij is eigenlijk best lief.

Maar ’s nachts is hij er niet altijd om hem te beschermen, dan heeft hij het vast druk met andere dingen en is het best eng met zoveel vreemde, enge schaduwmensen om je heen. Gelukkig zijn er soms ook sterretjes die dansen op het behang, daar kan hij uren naar kijken. Ze brengen hem rust en maken hem blij, ze zorgen ervoor dat hij tevreden in slaap valt. Vaak zijn ze er ook als hij gewoon aan het spelen is. Dan dansen ze boven zijn lego en wijzen hem waar hij de legosteentjes moet plaatsen om het huis te bouwen dat hij in zijn hoofd heeft.

Als hij een leuke dag heeft gehad of als hij blij is komen ze ’s avonds vaak terug, net of ze mee willen delen in zijn vreugde en geen afscheid van hem kunnen nemen. Maar als hij boos of verdrietig is laten ze zich niet zien en komen de boze schaduwen weer om tegen hem te vloeken en te schreeuwen. Eventjes houd hij zijn adem in… hij hoort niets meer… zal hij? Voorzichtig kijkt hij op van zijn kussen… eindelijk is het weer stil om hem heen, hij zucht… de kust is veilig. Het maanlicht wordt verdrongen door het daglicht. De nare schreeuwende vrouw op de stoel naast zijn bed heeft weer plaats gemaakt voor zijn eigen grote bruine knuffelbeer.

Copyright © Ingrid Punt Juni 2011

zondag 23 oktober 2011

Schimmen...

Schimmen


Je kijkt me aan en weer zie ik die wilde blik... de schimmen in je hoofd zijn wederom aanwezig.
Ze laten je niet met rust... dag en nacht... rusteloos als opgejaagd wild.
‘Zie jij ze dan niet’, vraag je me wanhopig.

Ergens daar in de diepte verscholen, achter die doffe ogen zit de persoon die ik nog vaag herken... de vrolijke, zorgeloze, standvastige... maar vooral slimme...
En even slaat bij mij de twijfel toe.
Jouw schimmen... je weet ze zó duidelijk te omschrijven dat ik ze bijna aan kan raken.

Eindeloze gesprekken hebben we gevoerd om elkaar te overtuigen van ons gelijk.
Maar wat is gelijk in deze... jouw schimmen... ik wíl ze niet kennen.
Ondanks mijn verwoede pogingen... kan ik jou niet redden uit die poel van ellende en waanzin, en moet ik er voor waken dat je mij niet meesleurt.

Je kijkt plots met afgrijzen langs me heen en ik voel een rilling over mijn rug.
Zie je ze dan écht niet’... vraag je me nu bijna smekend.
Moet ik meegaan in jouw waan... alleen maar om jouw gevoel van eenzaamheid weg te nemen....
'nee... écht niet', hoor ik mezelf zeggen.

En terwijl ik de woorden zo overtuigend uit mijn mond hoor komen, voel ik me een verrader.
Je blik veranderd van verdrietig in apathisch, ’'ik weet niet wat ik erger vindt'... je zakt weer weg in die grenzenloze, voor mij onbereikbare diepte en weigert nog langer met mij te spreken.

Wanneer ik naar de deur loop ben je voor héél even terug, je kijkt me weer aan met die panische en smekende blik... 'echt niet?'
Nee!!!
De zware deur slaat dicht en terwijl de sleutel de deur op slot draait, hoor ik je gillen.

En wéér slaat de tijfel toe......... Stel?

© Ingrid Punt 2010

zaterdag 22 oktober 2011

Mist...



Mist

Welke dag het vandaag is... ik heb geen idee... mist... eerlijk gezegd maakt het me ook niet meer uit of het zondag, maandag of wat voor dag dan ook is, tegenwoordig lijken alle dagen op elkaar... mist... de klok en ik begrijpen elkaar niet meer... mist... de uren kruipen voort zonder dat ik weet wanneer ik op moet staan, moet gaan eten of wanneer het tijd is om te gaan slapen... mist... honger en slaap zijn een vreemd begrip geworden, en zelfs mijn herinneringen zijn vaag... mist...

Soms trekt de mist heel even op en vooral de herinneringen uit mijn jeugd zijn haarscherp, mijn zintuigen werken optimaal als ik mezelf als kleuter aan de hand van mijn oma zie lopen en we stoppen voor een ijsje... ik proef weer de zachte romige vanillesmaak, een ijsje zou daarna nooit meer zo lekker zijn... de geur van mijn vaders after shave, een combinatie van een frisse dag aan zee en vers gemaaid gras... ik voel de zachte gladde zijde van mijn moeder's blouse tegen mijn wang ... de oogverblindende schittering van de zon op het water als ik samen met mijn opa de eendjes voer...

Ik zie, ruik, voel en hoor ze allemaal weer duidelijk voor me, mensen die er allang niet meer schijnen te zijn... tenminste dat wordt me verteld, door een meneer die zegt dat hij m’n zoon is... mist... hij komt me vaag bekend voor... soms vrees ik voor mijn moederhart... mist.
“Zal ik u even naar het toilet helpen”, ik kijk in het gezicht van een vreemde dame en weet niet wat ze bedoelt... mist... maar ze heeft lieve ogen en haar zachte dwingende stem lijkt op die van mijn moeder, dus ik volg haar lijdzaam... mist...

Vaak voel ik me in de war, eenzaam en de schim van de persoon die ik ooit moet zijn geweest... mist... men zegt dat ik trots moet zijn op mijn leeftijd, maar ik voel me alsof ik in een wachtkamer zit... mist... er liggen genoeg tijdschriften om de tijd te doden, maar het lezen gaat me niet meer gemakkelijk af en als ik de woorden al kán lezen begrijp ik ze niet meer... mist... ik zie de mensen langs het raam voorbij lopen... sommigen groeten me, en ondanks dat ik ze niet herken groet ik terug... mist...

Mijn grootste angst is de mist... die steeds dikker wordt, maar tevens omarm ik hem om straks niet meer te hóeven begrijpen dat ik niets meer begrijp... mist.........

Copyright © Ingrid Punt 2010

maandag 17 oktober 2011

Logica...



'Mama ik ben zo bang...'
Nog slaperig kijk ik naar het kleine kereltje naast m’n bed, z’n knuffel stijf in z’n armpjes geklemd. Ik zucht want ik weet wat er komen gaat… 'kom op mannetje, ik breng je weer terug naar je bedje … mama is dicht bij je, dus er is niets om bang voor te zijn, ik zal een lichtje aanlaten... goed?'
'Maar ik ben zo bang… ik vind het daar eng, ik wil daar niet slapen.'
De vorige nacht heeft me geleerd dat ik nu kan praten als brugman en dat het ongetwijfeld weer een gebroken nacht gaat worden… en dat wil zeggen… bed in bed uit.

Het is natuurlijk altijd even wennen, en ook ik heb er last van als ik voor het eerst de nacht doorbreng op een nieuw vakantieadres. Vreemde omgeving… vreemd bed.
Ik kijk nog eens naar dat bange koppie. Bij het vooruitzicht om met z’n drieën in het krappe tweepersoonsbed te moeten liggen voel ik de spieren in m’n rug al verkrampen en zuchtend zeg ik… 'nou vooruit dan maar, ga jij maar lekker bij papa liggen, -die overigens lekker doorsnurkt- dan slaap ik wel in jouw bed.' Ik zie de opluchting in z’n ogen en nadat ik hem met knuffel en al heb ingestopt loop ik slaapdronken naar zijn slaapkamer en laat me uitgeput in zijn bed vallen, waarna ik dan ook direct als een blok in slaap val.

Geen idee hoelang ik heb geslapen als ik wakker wordt van de kat die op het bed springt, zijn voetstappen drukken zwaar in de zijkant van het matras terwijl hij richting mijn kussen loopt … even ben ik blij met het vertouwde thuisgevoel… tot het besef bij me binnendringt dat ik niet thuis ben, het dus niet mijn kat kán zijn, hij niet spint zoals gewoonlijk, deze kat wel érg zwaar is, en op dit vakantieadres helemaal geen kat aanwezig is althans… niet zichtbaar. Mijn haren gaan overeind staan, ik huiver en voel ineens dat het in deze kamer wel erg kil is voor een hete zomernacht… én… ik ben hier blijkbaar niet alleen.

Uit de kuil naast mijn hoofd waar de vermeende kat zou moeten zitten klinkt een zware ademhaling, en deze is niet van een kat. Even blijf ik verstijfd liggen en probeer ik het geluid dat steeds dichterbij mijn gezicht komt te negeren, of op z’n minst te verklaren. Maar het aanzwellende geluid en de steeds dieper wordende kuil naast mij ontnemen me elke logica. Eindelijk neemt mijn instinct het over en spring ik uit bed… en zo snel als mijn benen me kunnen dragen ren ik naar de andere slaapkamer.

Trillend sta ik voor het bed… 'kom mannetje… schuif eens op'... 'ben jij ook bang mama?'… 'nee hoor lieverd, mama heeft het koud en met z’n drietjes in bed is toch véél gezelliger.'


Copyright © Ingrid Punt februari 2011