Blogarchief

Posts tonen met het label Hilarisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hilarisch. Alle posts tonen

dinsdag 26 februari 2013

Debuutroman




Debuutroman


Hij schreef al zeker honderd jaar
-een oude man met grijzend haar-
al zat het schrijven in zijn bloed
zijn passie deed hem nauwelijks goed.

Schrappen van woorden en van zinnen,
veelal te drastisch... té intens,
dan telkens weer opnieuw beginnen,
zijn woordenspel kende geen grens.

Zo bleef hij keer op keer herhalen
maar nooit was hij ermee content...
hoe moest hij zijn gevoel vertalen.
aan zijn roman kwam nooit een end.

Nu … eindelijk na jaren zwoegen,
raakt ieder woord de juiste snaar.
tevreden leunt hij achterover,
is zijn debuutroman toch klaar.

Die borrel mag -om het te vieren-
een tweede, derde, "waarom niet?"
slaat nog een vierde achterover,
drukt dan per ongeluk op delete.


© Ingrid Punt februari 2013







dinsdag 29 januari 2013

Wilde haren




Wilde haren

Zijn wilde haren is hij kwijt,
maar soms ook even niet,
dan steken ze de kop weer op,
dit tot zijn vrouw’ s verdriet.

Dan gooit hij alle remmen los
en klimt hij op zijn stalen ros,
ook zwaait hij naar zijn eigen soort
omdat hij daarmee punten scoort.

Testosteron viert dan hoogtij,
veel leven in de brouwerij
hij gokt en drinkt –veelwijverij-
en voelt zich even geen zacht ei.

In het gareel? Hij draait en zwenkt,
geen wilde haar die daar aan denkt.
Een stoere motor, weet je wel
die haren willen … vrijgezel.

De branie kijkt weer om de hoek
volwassenheid al weken zoek.
Totdat de griep hem plotseling velt,
dan is hij weer pantoffelheld.

Zijn vrouw vraagt ‘schat, een kopje thee?’
hij niest en hoest, maar knikt gedwee.
Dan streelt ze door zijn  ‘wilde’ haar
hij zucht tevree, het is weer klaar.

© Copyright Ingrid Punt januari 2013



donderdag 11 oktober 2012

Diner voor twee



Diner voor twee


Hoe meer zij hem ziet zitten
des te meer hij haar veracht.
Dat hij haar zou bedriegen
had zij nooit van hem verwacht.

Te vaak vernederd en getergd,
beschaamd was haar vertrouwen.
Als men eens wist hoeveel dat vergt
van frêle, broze vrouwen.

Hij stemde lang niet meer tevree
ze gaf hem eindelijk zijn congé.
Een lijm poging van zijner kant,
'n dinertje in een restaurant.

Tijdens dit etentje voor twee,
slurpt hij gazpacho heel gedwee,
van teaser tot aan het dessert
spiegelt hij zich in het slacouvert.

Zo ijdel en zo arrogant...
schenkt hij haar wijn, gemaakt galant.
Hij maakt haar gek, de valse smiecht
als hij haar wéér ontrouw op biecht.

Het hoofdgerecht wordt geserveerd,
de koude soep viel reeds verkeerd.
Hij ziet wat groen, is uit zijn doen
en wil haar sussen met een zoen.

De entrecôte blijkt bloederig rauw
hij snijd en scheurt, ziet al wat grauw.
'Zal ik je helpen?'vraagt ze lief...
'nou graag' zegt hij 'voel je geen grief?'

De schoft - had haar te lang gepaaid-
schrikt... als zij naar het steak-mes graait.
Voor hem is dit zijn laatste les,
ze rijgt zijn darmen aan het mes.


(c) Copyright Ingrid Punt oktober 2012



vrijdag 28 september 2012

Chat

Soms wil je iemand niet direct voor het hoofd stoten, en denk je het op te kunnen lossen door iemand op een beleefde manier af te poeieren. Wat weer kan resulteren in  een bizar gesprek.


Chat

  • Hij:   'Hallo'
  • Zij:    'O, hallo'
  • Hij:    'Hoe oud ben je?'
  • Zij:    'Hoe oud zie ik er uit?'
  • Hij:    'Jong'
  • Zij:    'Jong?'
  • Hij:    'Maar hoe oud ben je?'
  • Zij:    'pfff, dik in de zestig'
  • Hij:    'Je lijkt veel jonger'
  • Zij:    'Ja hoor'
  • Hij:   'Ik schatte je een jaar of dertig'
  • Zij:    'Tuurlijk'
  • Hij:    'Nee, écht'
  • Zij:    'Oké'
  • Hij    'Heb je kinderen?'  
  • Zij:    'Hoezo, wil je ze adopteren?'
  • Hij:    'Hoeveel?' 
  • Zij:    'Veel!'
  • Hij:    'O, dus je bent vruchtbaar?!
  • Zij:    'Sorry?!
  • Hij:    'Dus je bent ervaren?'
  • Zij:    'Ervaren?... met wat... luiers, lolly's of Lego?'
  • Hij:    'Met mannen'
  • Zij:    'Gaap'
  • Hij:    'You look hot!'
  • Zij:    'Oh, gaan we over op Engels?'
  • Hij:    'Nou ja...'
  • Zij:    'What?'
  • Hij:    'Je ziet er lekker uit'
  • Zij:    'Lekker?'
  • Hij:    'Weet je wat het verschil is tussen een oudere vrouw en één van een jaar of 20,30?'
  • Zij:     'Geen idee, een jaar of 20, 30?'
  • Hij:    'Rijpheid!'
  • Zij:    'Rijpheid... alsof je het over een banaan hebt.'
  • Hij:    'Hé ja, een banaan.'
  • Zij:    'Sorry?'
  • Hij:    'Wat heb je aan?'
  • Zij:    'Hé, dat rijmt'
  • Hij:    'Maar wat heb je nu aan?'
  • Zij:    'Nu? waar moet ik beginnen?'
  • Hij:    'Van onderen!!!'
  • Zij:    'Heb je even?'
  • Hij:    'Jahaaa!!!'
  • Zij:    'Oké, geitenwollen sokken, mijn bruin geruite pantoffels, molton pyjama en daarover heen mijn warme badstof badjas. Oh, ik vergeet bijna mijn jagerwollen borstrok, want ik had het verrekte koud.
  • Hij:    'Ohhh"
  • Zij:    'Ohhh'
  • Hij:    'Borst... hot!'
  • Zij:    'Nee... Borst-ROK... Smeerpijp!'
  • Hij:    'Ohhhhhh'
  • Zij:    'Ohhhhhh?'
  • Hij:    'Pijp... hot!'
  • Zij:    'Nee... SMEERpijp... Smeerpijp!!'
  • Hij:    'Ohhh... jaaa ... ahhh!!!'
  • ..........
  • ..............
  • ..................
  • Zij:    'Hallo?'

(c) Ingrid Punt september 2012


zaterdag 18 februari 2012

Liefdesspel...



Liefdesspel



De buren zijn nog steeds verliefd, 
echt waar…ik kan het weten 

Want gisteren rond een uur of twaalf 

werd zij op bed gesmeten. 


Gehijg, gekreun wat een kabaal 
’t geluid was niet te harden 
Hij… tweeennegentig en kaal 
scheurde haar pon aan flarden. 

Als beesten… gingen ze tekeer, 
ik kon er niet van slapen. 
Vanmiddag in de supermarkt 
liep ik nog steeds te gapen. 

Een buurvrouw fluisterde me toe, 
“heb je het al gehoord? 
die ouwe vent die naast jou woont 
heeft mooi z’n vrouw vermoord.” 

’t Arme mens… een hartaanval, 
mijn god wat een ravage. 
In plaats dat hij alarm slaat 
geeft hij haar hartmassage. 

De ambulance kwam veel te laat 
ze was al kassie wijle. 
Snap jij dat nou… die ouwe baas 
dat is toch niet te peile? 

Dat ouwetje was veel te broos, 
haar man kon haar niet helpen. 
De broeders waren machteloos, 
zijn tranen niet te stelpen. 

Wat leren we van dit verhaal? 
Al zijn het creaturen, 
blijf altijd kritisch en alert. 
het blijven wel je buren. 

Sla snel alarm, bel 112 
wanneer de buren hijgen… 
de kans bestaat als jij niet belt 
ze eeuwig zullen zwijgen.



 © Copyright Ingrid Punt februari 2012

vrijdag 10 februari 2012

Naar de Filistijnen...


Albert Alexandre Paul Raffio
Samson and Delilah 1874


Naar de Filistijnen


Ruim vijf jaar waren ze nu samen en vanaf het moment dat ze hem zag staan was ze compleet verloren geweest. Eigenlijk was hij verre van bijzonder, niet bijzonder knap... eerder een beetje pokdalig en grof... Niet bijzonder atletisch... eerder een beetje klein en gedrongen. Hij moest het hebben van zijn babbels, zijn zelfverzekerdheid én zijn schitterende zwarte krullenkop –waar hij apetrots op was- en ze viel als een blok voor hem. Én... het was wederzijds. Ze konden samen lachen, huilen, praten, hadden behoorlijk wat raakvlakken en in bed was het ook niet vervelend. Ja hun relatie had behoorlijk wat potentie... op welk gebied dan ook. Nee, ze had het niet beter kunnen treffen...... dacht ze. Maar na een jaar of drie begon het gedonder al. De eerste scheurtjes melden zich aan. Zijn ijdelheid begon hem parten te spelen en niet alleen hem, zij werd stapelgek van zijn aandachttrekkerij. Altijd maar bevestiging willen hebben op zijn ”knappe” uiterlijk. En die bevestiging zocht hij niet alleen bij haar.

Artemisia Gentileschi (1593-1653)



Had ze in de eerste instantie zijn geflirt nog wel grappig gevonden, later had ze het min of meer door de vingers gezien. Maar nu irriteerde het haar mateloos. En ook al was ze verre van jaloers, zijn gedrag begon behoorlijk extreme vormen aan te nemen. Ze konden niet over straat lopen of het was raak. Zodra hij een vrouw in het vizier had haalde hij allerlei capriolen uit om de aandacht op zichzelf te vestigen. Fluiten, roepen, knipogen, terwijl zij nota bene pal naast hem liep. Ze ergerde zich dood als hij weer eens bijna zijn nek verdraaide en niet alleen zijn zwarte krullen maar ook zijn ego streelde door het object van zijn fantasie na te fluiten. En maar hopen op een reactie, die vaak ook volgde maar meestal in negatieve zin.


Gerard van Honthorst (1590-1656)


Een gevoel van plaatsvervangende schaamte maakte zich van haar meester en hoewel ze probeerde zijn zielige gedrag te negeren was het al menig maal tot een uitbarsting gekomen van haar kant. Ze kreeg een hekel aan zijn... en nu ook aan haar eigen gedrag. Hij dreef haar tot wanhoop. Tot ze hem een keer ’s avonds in de badkamer betrapte en zag hoe hij zijn zwarte krullen stond te verven. Hij had haar niet gezien en stilletjes had ze de badkamerdeur weer gesloten. ’t Moest toch écht niet gekker worden. Ze lachte stilletjes in haar vuistje... kon ze... zou ze... ja, ze kon én ze zou haar snode plannetje ten uitvoer brengen als hij nog één keer......

Anthony van Dyck (1599-1641) ~Samson and Delilah~


Lang hoefde ze niet te wachten want de volgende avond was het al raak. Op het verjaardagsfeestje van haar vriendin was hij weer aardig op dreef. Elke vrouw die binnen kwam werd door haar echtgenoot gekeurd en goed genoeg bevonden om lijdend voorwerp te zijn van zijn overdreven geflirt. Haar vriendin schoot haar aan in de keuken. “zeg, word je dat nou nooit eens zat, dat ziekelijke geflirt van hem? ” Ze haalde alleen glimlachend haar schouders op, de tijd was rijp. Haar plannetje zou een kortstondig effect hebben, maar wellicht nét lang genoeg duren om hem tot inkeer te brengen. De avond na het feestje sloot hij zichzelf weer op in de badkamer en zij wist inmiddels waarom. Met moeite wist ze de grimas van haar gezicht te weren toen hij eindelijk de badkamer uitkwam. De volgende morgen werd ze wakker van het hevige gevloek van haar man. “Wat is er schat?” riep ze richting badkamer terwijl ze zijn ravenzwarte krullen van zijn hoofdkussen veegde.

"De zwarte haarverf belande in de vuilnisbak, naast zijn grote ego en de lege verpakkingen van haar ontharingsmiddel."



© Copyright Ingrid Punt december 2012

~Samson and Deliliah~   

Alexandre Cabanel (1823-1889)

 

zondag 5 februari 2012

Goed Kauwe...




Ik wordt gestalkt… door ene Maja. Elke dag vind ik wel een berichtje van haar in mijn mailbox, met termen als…. Levenslang, dit is je laatste kans, de laatste dag en laatste waarschuwing. Het klinkt als de dag des oordeels en telkens schrik ik me te pletter. Tot ik zie dat de dreiging van Maja afkomstig is en ik weer rustig kan ademhalen. Maja is een goede vriendin…. Tenminste, dat was ze. Maar de mailtjes stapelen zich op en ik lees ze niet eens meer, eerlijk gezegd begint ze me knap te vervelen. Het is mijn eigen schuld hoor, zoals gewoonlijk kon ik mijn nieuwsgierigheid weer eens niet bedwingen en nu zit ik met de gebakken peren.

In het begin mocht ik Maja wel want ze leek erg begaan met mijn gezondheid en bood me haar hulp aan. Nou is een beetje hulp met wat dan ook natuurlijk altijd welkom. Haar vrienden “en dat zijn er velen” zijn vol lof over haar en hebben qua gezondheid veel aan haar te danken zeggen ze. Maja weet wel raad met die overtollige kilo’s. Nu heb ik niet zoveel overtollige kilo’s,”hooguit een stuk of twee, drie” maar dat zijn er altijd nog twee, drie teveel en als vrouw moet je natuurlijk wel op de hoogte blijven van elk nieuw dieet. En dit dieet blijkt het neusje van de zalm. Dat klinkt goed, ik ben gek op zalm… niet die bleke Noorse nee, die mooie rooie schotse…. maar dit even terzijde. Sorry, maar bij diëten denk ik meteen aan eten.

Maja gaat me dus helpen, ik hoef alleen maar haar link aan te klikken waarop ik in de lachende gezichten kijk van een aantal slanke dames met een veel te wijde broek. Ondertussen laat Maja me weten dat al die overtollige kilo’s gewoon tussen mijn oren zitten. Fraai is dat… zelf dacht ik altijd meer rond de heuppartij maar dit blijkt volgens Maja niet het geval. Nee, gewoon tussen mijn oren dus en ik schijn daar zelf ook nog eens iets aan te kunnen doen. Volgens Maja hoef ik niet meer naar de sportschool en hoef ik niet minder te gaan eten. Dat klinkt geweldig… lang leve Maja.

Dus gewoon… mezelf slank denken, niet storen aan de weegschaal, niet te hard van stapel lopen, haalbare doelen stellen, goed voor mezelf zorgen, het juiste voedsel eten, mijn mondje goed leeg eten, niet proppen, genieten van elke hap en goed kauwen. Vooral dat laatste schijnt van noodzakelijk belang. Van Kooten en de Bie zeiden het jaren geleden ook al. Goed kauwe…. Zodat het gelijkmatig in je bloed "komp." Blijken ze toch gelijk te hebben gehad.
Ik lees Maja’s geboden, Wilhelmus en gebruiksaanwijzing achter elkaar door - wat alles bij elkaar toch gauw zo’n half uur in beslag neemt- maar wordt geen spat wijzer. Nee, daarvoor moet ik natuurlijk eerst haar geheim bestellen…. Tsja en daar begint het gesodemieter en wantrouwen. Maar ik heb weer eens mazzel want ik krijg uiteraard een berg korting waar je u tegen zegt.

Maar als ik uiteindelijk het bedrag onder ogen krijg dat ik moet neertellen voor Maja’s grote geheim begint het me vanzelf te dagen. De enige die er weer wijzer van wordt is Maja zelf, daar gaat onze mooie vriendschap. Ik zal haar binnenkort van mijn lijst moeten verwijderen. Dag Maja… het enige dat ze me heeft geleerd is wat ik eigenlijk al lang wist omdat van Kooten en de Bie me dat ooit vertelden.

Gewoon goed kauwe!

© Copyright Ingrid Punt november 2011

zaterdag 28 januari 2012

Gluren…



Gluren

Reddeloos verloren was hij… vanaf het moment dat hij zag hoe elegant ze de sleutel in het slot stak van het appartement naast hem. Ze knikte even en lachte haar volmaakte tanden bloot, waarna ze hem een slanke perfect gemanicuurde hand toestak en met een donkere hese stem zei ‘Hallo…. Ik ben Brenda, ik heb het appartement naast je gehuurd.' Waarna ze haar lange ravenzwarte haar verleidelijk over haar ranke schouders gooide. In een oogwenk en een knipoog van haar donker omfloerste ogen stapte ze met haar lange in donkere nylons gehulde benen op haar hooggehakte pumps haar nieuw verworven appartement binnen. Hem achterlatend met een hevig gevoel van verlangen. Vanaf dat moment hield hij de deur naast hem en de buitendeur nauwlettend in de gaten.

Ed… zijn magere slungelige buurman was dus eindelijk met de noorderzon vertrokken. Niet dat hij erg veel last van de beste man had gehad. Ed was erg op zichzelf geweest. Afscheid nemen zat er dus waarschijnlijk niet in... hij haalt zijn schouders op, wat kan het hem ook schelen. Dit was uiteraard een hele verbetering. Gelukkig waren de appartementen niet al te best geïsoleerd waardoor de geluiden van de medehuurders nog wel eens doordrongen. Normaal gesproken kon hij zich hier nog wel eens aan ergeren. De buurman boven hem was pianoleraar en ze hadden afgesproken dat hij alleen op de uren dat hij naar zijn werk was les zou geven maar dat lukte helaas niet altijd. Zijn andere buurvrouw was een dame op leeftijd en slecht van gehoor waardoor haar tv nog wel eens iets te hard stond. Maar van Brenda probeerde hij elk geluidje op te vangen. Hoezeer hij ook zijn best deed … je kon een speld horen vallen.
Hij had ’s avonds al eens geprobeerd een glas tegen de muur aan te drukken... Niets. Terwijl hij zeker wist dat ze thuis was, want hij had het getik van haar hakken op de trap gehoord. Maar helemaal niets dus.

Hij weet inmiddels hoe laat ze ’s morgens de deur uitgaat, hoe laat ze weer thuis komt en dat ze van Chardonnay houd... hij had eens pal achter haar gestaan bij de slijter, waar hij een bijna onbedwingbare drang voelde om zijn gezicht in haar donkere haren te drukken… zijn neusgaten vulden zich met Narciso Rodriguez. Na menig uurtje in de parfumerie te hebben doorgebracht op zoek naar de lievelingsgeur van ‘zijn’ Brenda had hij die weten te achterhalen. Hij had haar al een paar keer aangesproken wanneer zij hem in haar strakke mantelpakje passeerde op de trap. Het appartement beviel haar prima wist hij nu en ja … het is vandaag heerlijk weer. Verder dan de nodige koetjes en kalfjes had hij nog niet durven gaan. Smoorverliefd was hij op haar en die verliefdheid had zulke vormen aangenomen dat hij zelfs zijn bank had verplaatst zodat deze tegen haar slaapkamermuur aanstond. Lange avonden op de bank met een glas in zijn handen … maar niets te horen. Dus ook geen herenbezoek…. dat stemde hem hoopvol.

Nadat hij haar ’s morgens weer heupwiegend naar haar auto heeft zien lopen weet hij plotseling wat hem te doen staat. Hij pakt zijn boor en stofzuiger en gaat aan de slag. Net boven de plint valt het vast niet op en met een spiegeltje kom je een heel end. Eindelijk... het gat is nu groot genoeg maar op het eerste gezicht niet echt opvallend. Even vraagt hij zich nog af waar hij mee bezig is als hij languit op de vloer ligt te klungelen met een scheerspiegel. Hij lijkt wel stapelgek. Maar als hij haar bed en nachtkasje in het vizier krijgt is de opwinding over wat hij vanavond kan verwachten te groot. Hij ruimt de rotzooi op, stoort zich nog even aan de piano van de bovenbuurman, maar verheugd zich tevens op de thuiskomst van zijn lief.

Hij kijkt op zijn horloge… ja hoor hij hoort haar auto de straat al in rijden, hij herkend het geluid uit duizenden. Wat ziet ze er weer sexy uit in haar dunne gebloemde niemendalletje, het jurkje verhult nauwelijks de contouren van haar volle borsten. Ze kijkt hem uitdagend aan met haar grote donkere ogen als ze hem ‘toevallig’ in de deuropening ziet staan ‘Hallo buurman,’ fluistert ze zachtjes met haar donkere hese stem en zijn hart maakt een sprongetje.
‘Hallo Brenda’ weet hij net zo hees uit te stoten, en hij wacht totdat ze de deur achter haar bevallige figuurtje heeft gesloten alvorens hij zich met zijn scheerspiegel naar de bank snelt.

Eerst maar eens luisteren… hij drukt het glas tegen de muur, maar zoals altijd niets te horen. Dan maar vast languit op de grond en afwachten maar. Hij draait de spiegel in een bepaalde ongemakkelijke stand evenals zijn hoofd en ja hoor daar doemt het bed plus nachtkastje op. Na wat voelt als een eeuwigheid -hij krijgt al kramp in zijn armen- ziet hij plots haar rode pumps naast het bed verschijnen. Zijn hart maakt een sprongetje als hij ziet hoe ze met de punt van haar ene schoen de andere schoen van haar voet trapt. Het zweet breekt hem uit. Haar voeten lijken zonder haar rode pumps een stuk groter. Ach, het past bij haar. Dan ziet hij hoe ze haar nylons laat zakken en die met haar lange slanke vingers van de vloer raapt. Zijn hart danst nu bijna uit zijn borst en na wat gestoei met de spiegel weet hij die zo te draaien dat hij haar gestalte in zijn totaliteit kan aanschouwen. Ze ritst haar jurk open en hij ziet haar stevige ronde billen. Zijn ogen raken vermoeid van het ongemakkelijke gestaar, maar hij durft zich niet te bewegen, bang voor ontdekking. Tergend langzaam maakt ze haar bh los en legt die voor zich op het nachtkastje. Vol verrukking kijkt hij naar de bh… toch zeker een volle cup E… dan ziet hij de wattenbolletjes die ernaast opgestapeld worden...... het zijn er veel.

Nou ja, een klein beetje smokkelen mag… met ingehouden adem draait hij de spiegel iets hoger… hij ziet behalve de ronde billen nu ook haar gespierde rug. Ze pakt de voorkant van haar lange weelderige zwarte lokken en trekt de hele haardos in een keer van haar hoofd. Kaal!! .........Ze is zo kaal als een biljartbal. Verstijfd van verbazing maar ook omdat hij al een tijdje in een vrij ongemakkelijke houding heeft gelegen ziet hij hoe Brenda zich lachend omdraait.


Ed!!!!!

© Copyright Ingrid Punt november 2011

donderdag 19 januari 2012

Biefstuk...

Het is een regenachtige zaterdag dus druk in het eetcafé. Vrouwen die met hun volle boodschappentassen nog even binnenlopen voor een lekker broodje of een kop soep. Het meisje achter de bar schenkt een borrel in voor een bejaarde man. Er komt een man binnen die zijn vrouw bij de markt heeft afgezet en snel de benen richting café heeft genomen. Hij heeft z’n hond bij zich die al net zo verveeld naar buiten kijkt als de bejaarde man achter zijn borrel. De serveerster brengt een bakje water voor de hond die er even aan snuffelt om vervolgens zijn neus op te trekken, hij is duidelijk beter gewend.

'Mag ik even bestellen?' vraagt Piet - een man van middelbare leeftijd- aan het meisje, ze hoort hem niet en loopt haastig terug naar de bar. Alleen aan een tafeltje probeert hij al een tijdje haar aandacht te trekken, wat dus niet echt lukt. De regen buiten begint extreme vormen aan te nemen. Piet begint een liedje te fluiten terwijl hij naar de doorweekte mensen kijkt die door de plotselinge wolkbreuk zijn overvallen en zich nu verdringen bij de ingang. Iedereen wil zo snel mogelijk naar binnen en men haast zich om een tafeltje te bemachtigen.

Twee mannen en een vrouw duiken snel op de vrije stoelen af die aan zijn tafeltje staan. De vrouw trekt haar drijfnatte jas uit en doet dit op zo’n dusdanige manier dat Piet net zo goed buiten in de plenzende regen had kunnen zitten. Hij staakt het fluiten, trekt een zakdoek uit zijn broekzak en veegt zijn gezicht droog terwijl hij de vrouw een venijnige blik toewerpt. Ze negeert hem volkomen, hangt haar druipende jas over de stoel naast hem, vraagt aan de mannen tegenover haar wat ze willen drinken en wenkt de serveerster die direct op haar afkomt.

'Twee bier en een cola' zegt ze nors zonder het meisje aan te kijken. 'Zou ik ook meteen even kunnen bestellen?' vraagt Piet vriendelijk aan de serveerster. 'Ik kom zo bij U meneer' zegt deze geïrriteerd en weg is ze alweer. Piet staat op pakt zijn jas van de kapstok, zet zijn pet op en loopt fluitend de regen in. Als hij langs het raam loopt ziet hij dat de oude baas zich nu te goed doet aan een malse biefstuk.

"Biefstuk!!!" schiet hem ineens te binnen … als hij een beetje opschiet is hij misschien nog op tijd. Bij de slager trekt hij braaf een nummertje. In de bijna lege vitrine ziet hij nog vier biefstukken liggen dus dat komt goed. Maar het nummertje blijkt niet te werken want de slager helpt iedereen behalve hem. Als hij voor zijn gevoel aan de beurt is kaapt de dame voor hem alle vier de biefstukken voor zijn neus weg. Verbeeld hij het zich nou of staat ze hem triomfantelijk aan te kijken. Piet zet weer zijn deuntje in. De slager negeert zijn irritante fluitje en vraagt hem eindelijk waar hij hem mee kan helpen. Piet kijkt hem dwaas aan en loopt zonder iets te zeggen de slagerij uit.

De bus rijd net voor zijn neus weg. Het bankje in het bushokje is nat, dus Piet blijft staan en staart als in het niets fluitend naar de alsmaar groter wordende plas voor hem in de goot. De automobilisten schijnen er genoegen in te scheppen om zo dicht mogelijk naast de stoep te rijden en extra gas te geven op het moment dat ze de plas naderen. Als een verzopen kat stapt hij even later fluitend de muffe bus in, die is propvol en Piet wurmt zich tussen de samengeperste mensen naar achteren voor een beetje luchtruimte.

'Hé... kan je niet uitkijken!' Een vrouw kijkt hem met een boze blik aan en begint tegen de vrouw naast haar te klagen over al die asocialen die maar tegen je aanlopen zonder sorry te zeggen. Piet moet nog menige boze blik doorstaan, voelt zich als een haring in een ton en weet zich na vier haltes fluitend een weg naar de vrijheid te persen. Als hij even later weer buiten in de stromende regen staat dringt het tot hem door dat hij vergeten is om uit te checken …… weer vier euro naar de knoppen.

Zodra hij de sleutel in het slot steekt hoort hij haar al schreeuwen. 'Heb je nog aan de biefstukken gedacht…. Piet, heb jij nog biefstukken gehaald?' Terwijl hij zijn druipende pet aan de kapstok hangt kijkt hij haar wazig aan. 'Nee... vergeten!' 'Nee hé... ik kan ook écht niets aan jou overlaten is dat nu zó moeilijk. Het enige dat ik je vraag zijn twee biefstukken en zelfs dat vergeet je nog, wat heb ik nou aan jou. En doe die natte jas uit je ruïneert de loper.' 'Wat eten we vandaag?' vraagt Piet als hij zijn drijfnatte jas in de badkamer heeft gehangen.

'Biefstuk…. tenminste als jij ze had meegenomen, maar die kunnen we nu dus wel op onze buik schrijven. Nu moet ik weer iets anders gaan verzinnen, ik hoop voor jou dat ik nog iets in de vriezer heb liggen anders kun je ze alsnog gaan halen.' Piet tuit zijn mond en fluit nu alsof zijn leven ervan af hangt. 'Stop daar mee Piet, waarom moet je nu altijd zo stompzinnig gaan fluiten als ik je iets duidelijk probeer te maken … stoppen nu, je maakt me razend met dat achterlijke gefluit.'

Ze trekt de vriezer open en haalt er twee karbonades uit. 'We eten dus lekker laat vanavond… dank zei jou… voordat deze ontdooid zijn.' Ze gooit de karbonades op een bord en terwijl ze een koekenpan op het aanrecht zet kijkt ze hem beschuldigend aan. Piet doet alsof zijn neus bloed en begint weer te fluiten. 'Stop met dat deuntje… nu!' Ze staat met gebalde vuisten en vuurspuwende ogen voor hem… Stoppen NU, je lijkt je vader wel, die kon ook niets behalve fluiten!!! Piet pakt de koekenpan van het aanrecht en geeft haar een flinke mep. Als een lappenpop gaat ze onderuit. Hij kijkt even naar de karbonades op het bord… nu heeft hij er twee voor zichzelf… lekker. Eigenlijk nog lekkerder dan biefstuk. Tevreden fluitend zet hij de pan op het vuur.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

dinsdag 17 januari 2012

'n Steekje los…



'n Steekje los

Jeee…. waar blijft hij nou… ze wenkt naar de ober die het tafeltje voor haar staat af te nemen. 'Doet u mij maar vast iets te drinken' zegt ze verveeld terwijl ze geïrriteerd naar buiten tuurt. Ze heeft zich als een gek moeten haasten om op tijd te zijn maar zelf is hij nog in geen velden of wegen te bekennen. Zou dit de verrassing zijn…. hij laat haar gewoon zitten. Ze kijkt op haar horloge en besluit om het hooguit nog een kwartier aan te zien en dan kan hij mooi de pot op met zijn verrassing.

Aan de overkant stopt dan eindelijk zijn auto. Hij stapt uit, loopt naar de andere kant van de auto en opent het portier. Twee lange slanke vrouwenbenen stappen uit, gevolgd door een dure bontjas, een zonnebril en een bos hoog geblondeerd haar. Wat zullen we nu krijgen. Hij helpt de sloerie met uitstappen en stijf gearmd lopen ze haar richting uit, om vervolgens lachend het restaurant voorbij te lopen. Gehaast wenkt ze de ober 'laat dat drankje maar zitten, ik moet plotseling weg.' Ze grijpt haar tas, snelt naar de uitgang en ziet ze het restaurant ernaast naar binnen gaan.

Ze praten even met de ober die ze vervolgens een tafeltje wijst op een rustig intiem plekje. De sloerie is duidelijk in haar sas want haar kirrende lachje is tot in de wijde omtrek te horen. De ober helpt haar uit haar dure nerts en hangt hem zorgvuldig aan de kapstok in de garderobe waar zij mistroostig in haar H&M 'etje naast staat. 'Heeft U gereserveerd?'de ober kijkt haar vragend aan. 'Ik wilde graag een tafeltje maar nee… ik heb niet gereserveerd.' Hij wijst naar het tafeltje waar haar man met sloerie net hebben plaats genomen. 'Daar in dat nisje heb ik nog wel een tafeltje vrij,'zegt hij vriendelijk. 'Nou eerlijk gezegd had ik gehoopt dat ik hier kon zitten' en ze wijst naar het tafeltje pal naast de garderobe waar ze een mooi uitzicht heeft op het nisje en tóch niet opvalt. De ober kijkt even verbaast naar het plekje dat ze net heeft aangewezen duidelijk niet begrijpend dat iemand vrijwillig kiest voor zo’n ongezellige plek. 'Nou vooruit,' zegt hij aarzelend en hij laat haar plaats nemen.

Vanachter de menukaart houd ze het stel nauwlettend in de gaten. Vol afgrijzen ziet ze hoe de sloerie haar tanden bloot lacht, haar lange roodgelakte nagels in de revers van de man haakt, hem naar zich toe trekt en hem vol op de mond kust. Een golf van misselijkheid overspoelt haar. Gadverdamme, hij gaat vreemd… en dan nog wel met zoiets. Haar bloed begint te koken als ze weer dat stomme gekir moet aanhoren. Een verrassing hé… dan heeft zij er ook nog wel één. Ze staat op en loopt kalm naar de garderobe… de kapstok hangt behoorlijk vol, maar de dure nerts springt er hooghartig tussenuit. Ze laat haar handen even over het zachte bont glijden en haar neusgaten vullen zich met de overvloed aan parfum die het dode dier verspreid. Chanel nr. 5… kan niet missen.

Terwijl ze nijdig naar de twee tortelduifjes kijkt glijden haar handen verder over de jas om plotseling een los draadje op de schouder te vinden. En onder dat losse draadje voelt ze een kleine opening. Haar blik valt op een keurig gedekt tafeltje aan de andere kant van de garderobe. Het mes naast het bord ligt te glimmen, alsof het het haar wenkt. Er is niemand die haar opmerkt. De ober is in gesprek met een paar zakenlui en het grote luidruchtige gezelschap aan de lange tafel heeft duidelijk iets te vieren. De champagne op tafel eist al hun aandacht en haar man met sloerie gaan geheel in elkaar op. Het gekir dat nu nogmaals vanuit de nis klinkt doet haar in een opwelling het mes van tafel grijpen. Als een geroutineerde coupeuse maakt ze de opening onder de schouder groter en groter om even later met alleen een harige mouw in haar handen te staan. Ze kijkt nog even rond, de zakenlui zijn nog steeds druk in discussie met de ober over het menu en het grote gezelschap kijkt aandachtig naar het feestvarken dat een veelvoud aan kaarsjes op de taart probeert uit te blazen.

Het onderdeel van de nerts hangt slap en verdrietig in haar handen. Waar moet ze dat kreng nu laten? Naast de garderobe ziet ze een grote koperen paraplubak. Snel propt ze de mouw in de bak en kijkt geamuseerd naar de gehavende jas. Tevreden over haar daad neemt ze weer plaats aan haar tafeltje. Ze overweegt nét om ook een flesje bubbels te bestellen als ze een knalrode sportwagen voor het raam ziet stoppen. Er stapt een man uit… en die man herkend ze. Hij lacht en zwaait naar haar. Verstijfd kijkt ze nogmaals naar het stel in de nis. Het gekir wordt luider als de man zich omdraait en de ober roept. Ze ziet hem nu vol in het gezicht en het is niet het gezicht dat bij haar man hoort en de harde zware stem zéker niet.

'Hoe vind je hem?' haar liefhebbende echtgenoot staat naast haar te glunderen en wijst naar de rode sportwagen. 'Waar is onze oude auto?' vraagt ze terwijl ze hem verbijsterd aankijkt. Die heb ik gisteren ingeruild en nu zie ik hem ineens aan de overkant staan, over toeval gesproken. Maar volgens mij hadden we toch hiernaast afgesproken.?'
Als ze de dubbelganger van haar man ziet afrekenen zegt ze snel, 'Ik heb je vast verkeerd begrepen, er zit soms een steekje los. Maar als je het niet erg vindt kunnen we alsnog naar hiernaast verkassen?'
Wanneer ze gehaast de deur van het restaurant achter zich sluit hoort ze het gekir bij de garderobe verstommen… en even later een ijzingwekkende gil.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

woensdag 11 januari 2012

Speelgoed...


’Henk, kom ’s kijken... énig idee wat dit voor moet stellen? Henk - een man van middelbare leeftijd- loopt traag op de vrouw af. ‘Zeg ’t is Bep, wát moet wát voorstellen?’ vraagt hij, duidelijk meer uit gewoonte dan uit interesse.‘Ik heb mijn leesbril niet bij me, toe… kijk jij ’s ff voor me.’ Bep - de veertig reeds lang gepasseerd en een gezicht waarop de cosmetica welig tiert- zet haar tas met boodschappen op de grond en duwt een vrolijk gekleurd plastic doosje onder Henk zijn neus. ‘Leuk hé, die pastelkleurtjes en ze zijn er ook nog in het zwart met diamantjes aan de bovenkant.

Ze zijn écht mooi, maar ik heb geen idee wat het is.’ Bep staat te glunderen als een kind in een speelgoedwinkel duidelijk niet van plan om al dat moois zomaar te laten voor wat het is. Kijk en deze moet je op je tandenborstel zetten. Haar enthousiasme en nieuwsgierigheid lijken groter dan haar kippigheid. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en probeert het nog maar ’s zonder leesbril. ‘Waarom maken ze die lettertjes ook zo klein. Fluisterstil en toch krachtig…… lees ik dat nou goed?’

Henk schiet in de lach.’ Bep krijgt zienderogen de pest in. Wat sta je nou dom te lachen?’ Henk schud zijn hoofd. ‘Denk ’s ff na Bep, je bent toch niet uit de poppenkast gevallen hoop ik….Elektrische tandenborstel…. Weet je wel?’ En hij kijkt haar met een samenzwerende blik aan alsof ze net samen een bank hebben beroofd. Met een glazige blik staart Bep verbaast naar de doosjes in haar handen. ‘Je bedoelt toch niet…?’ Haar ogen worden groot en haar mond valt open…. ‘Dat meen je niet!

Ze lijkt te schrikken van haar eigen stemgeluid en vervolgt op fluistertoon ‘zomaar hier bij de drogist en iedereen kan ze… zien… en vast pakken?’ Ze krijgt een kleur en kijkt met een zenuwachtig lachje om zich heen in de hoop dat niemand haar heeft betrapt en de doosjes in haar handen lijken nu te branden. Snel probeert ze haar pas ontdekte schatten terug te zetten, maar haar haast breekt haar op en de hele rij valt om. De vloer ligt bezaait met de doosjes. Verdomme... sist Bep en de kleur van haar hoofd misstaat niet bij de kleurrijke doosjes op de grond.

‘Ruim jij de boel even op schat, dan reken ik vast de scheermesjes af zegt Henk luid terwijl hij lachend richting kassa loopt. Als Bep met een rood hoofd en veel gepruts en gemopper alle doosjes weer netjes op zijn plaats heeft gezet, kijkt ze nog even vuil naar Henk die staat af te rekenen. Ze zal hem leren, en beledigd wil ze naar buiten lopen, maar zodra ze door de poortjes loopt gaat het alarm af. Zou ik even in Uw tas mogen kijken mevrouw? De verkoopster kijkt haar vriendelijk maar dwingend aan.

Bep, geschrokken van het alarm maar zich van geen kwaad bewust overhandigd haar de boodschappentas. Na de tas grondig geïnspecteerd te hebben houdt het meisje twee pastelkleurige doosjes omhoog. Mevrouw...… ik kan me voorstellen dat U zich een beetje geneerd, maar ze moeten toch écht betaald worden. Het zweet breekt Bep uit maar Henk blijkt de beroerdste niet en bied zich aan als redder in nood.’ Kom maar schat, niet zo verlegen, ik betaal ze wel voor je’…… om er nog luid aan toe te voegen als ze even later snel de winkel uit loopt…’Had je nog batterijen genoeg Bep?’

Copyright © Ingrid Punt april 2011

vrijdag 23 december 2011

Kerstengel...




Dag voor kerst 2009...

Drukte, stress, iedereen geïrriteerd, chagrijnige klanten die boos worden omdat er één dag voor kerst geen kerstboomhaakjes of bussen met spuitsneeuw meer te krijgen zijn, dan is het een verademing als je een klant als ‘Willem’ in de winkel krijgt.

Willem... een rijzige oude man van achter in de zeventig, grijs haar, dito snor en baardje, grote zwarte hoed, lange zwarte jas, en tegenwoordig gewapend met een mooie zilvergrijze scootmobiel...
En met diezelfde scootmobiel kwam Willem dus de laatste dag voor kerst de winkel binnen.

Met veel gedoe want het valt nog niet mee om zo’n scootmobiel tussen de winkelpoortjes door te wringen. Niet gehinderd door valse bescheidenheid of puberale verlegenheid gooide hij zijn "wie maakt mij nog wat op mijn leeftijd" in de strijd. Luidkeels zingend "komt allen tezaaaamen, onder 't sterrenblinken". Z’n grote zwarte hoed had hij voor de gelegenheid verruild voor grote oorwarmers met rode knipperlichten. De mensen waren zo druk met hun laatste snelle aankopen dat ze hem in de eerste instantie niet eens opmerkten en waren al helemaal niet van plan om tezamen te komen, en zéker niet onder het sterrenblinken. Willem zette z’n repertoire voort..."O Denneboommm", sommige klanten raakten nog meer geïrriteerd omdat hij met z’n scootmobiel min of meer de in/uitgang blokkeerde. "Ja... je moet toch iets doen om je publiek te blijven boeien".

Vervolgens lagen de herdertjes bij nachten... en dat zouden we weten ook, de volumeknop werd flink opengedraaid.
Als blikken konden doden was Willem op dat moment veranderd in een zingend lijk, "mét knipperende oorwarmers". De kerstgedachte was bij zijn potentiële publiek in ieder geval ver te zoeken. Willem werd er niet warm of koud van en ging onverstoorbaar verder... "Nu zijt wellekooome" schalde het door de winkel, toch enigszins gehinderd door de oorwarmers want het klonk niet helemaal loepzuiver, met als gevolg dat z‘n publiek nog meer afstand nam. Er liepen op dat moment genoeg opgeruimde dames "Willem zijn doelgroep" in de winkel, maar die hadden op dat moment meer interesse in de restantenbak met kerstballen dan in Il Divo met z’n knipperlichten.
Kling, klokje klingelingelinggggg... zong hij met een hemelse blik en ik dacht dat hij nu toch wel aan het eind van z’n Latijn zou zijn, maar niets was minder waar... "er issss een kindeke geboren op aarddd".

Ondanks de drukte droomde ik langzaam weg en kreeg visioenen van een gigantische kerstboom midden op de dam, met in de top van de boom Willem als kerstengel compleet met harp en lichtgevende oorwarmers, die de in grote getale toegestroomde mensenmassa toezong. Het leek mij een schitterende kerstgedachte maar mijn droom werd ruw verstoord want Willem zijn zangkwaliteiten lieten het plotseling afweten, hij was z’n tekst kwijt en wist even niet meer hoe het met het kindeke afliep. De batterijen in z’n oorwarmers waren nu ook de uitputting nabij want de rode knipperlichten stierven in schoonheid.

Maar Willem was niet voor één gat te vangen, en met vernieuwde energie gooide hij z’n Engelse repertoire in de strijd.
Jingle Bells... jingle bells... een jochie dat als enige een belletje hoorde rinkelen en hem met grote ogen stond aan te gapen moest opeens opschieten van z’n moeder omdat de oppas zo zou komen, jammer, weer een fan minder.
Het was wonderlijk om te zien, een oude man die zo stoïcijns zijn best deed om iedereen te vermaken, "voornamelijk zichzelf denk ik nu," maar niemand die er daadwerkelijk op reageerde, iedereen zat en bleef in z’n eigen kerst-schulp.

Toen hij dan eindelijk uitgezongen was bleek ik de enige enthousiaste fan in het publiek. Na een staande ovatie in ontvangst genomen te hebben, maakte Pavarotti een diepe buiging in z’n scootmobiel en de kerstlichtjes in z’n ogen begonnen te twinkelen. Ondanks de opgeluchte blikken van enkele klanten bedankte ik hem voor het optreden, en ik ontving een uitnodiging voor de Opera, ik voelde me opeens zó opgeruimd, en was ook zeer vereerd.
Na de nodige kerstwensen uitgewisseld te hebben wurmde Willem z’n scootmobiel weer de winterkou in.

Bedankt Willem... tenminste iémand die de kerstgedachte heeft begrepen...... ik zal je missen dit jaar.

© Ingrid Punt 2010


woensdag 14 december 2011

Dokter Wie?!?!...


Dokter wie?!?!

Niets vermoedend loop ik een drogist binnen voor een fles shampoo.
Pal achter de klaphekjes staat een dame te leuren met potjes antirimpelcrème, nu weet ik heus wel dat ik de achttien reeds lang gepasseerd ben, maar om nu bij elke drogist die ik binnen wandel direct een pot antirimpelcrème onder m'n neus gewreven te krijgen is toch best wel confronterend.
Gelukkig blijk ik niet het enige slachtoffer want achter mij is het een behoorlijk gedrang, misschien ook omdat ik nét achter de klaphekjes staande werd gehouden, en de klanten achter mij -rimpels of geen rimpels- als vanzelf in de rij aan moeten sluiten.

Of ik wel eens van het merk gehoord heb, vraagt het rimpelloze hoofd.
'Ja, wel van gehoord, maar nog nooit gebruikt'... eerlijk gezegd hebben verder zo’n beetje alle merken al eens de revue gepasseerd, en allemaal zonder het effect dat was beloofd, ach... hoe naïef kun je als vrouw soms zijn.
Maar volgens de rimpelvrije dame is deze crème uniek en ontwikkeld door ene Dr. Uhhhhh... de dame in kwestie moet even spieken... uhhhhhh... en ondanks dat ze haar rimpelverhaal die dag al ettelijke keren heeft verteld wil de naam van de dokter maar niet blijven hangen. Uhhhhhh... ene Dr. Casparie... een Duitse plastisch chirurg. Zo, dát klinkt interessant, hoewel ik na het horen van de naam eerder iemand voor me zie met een leren schort, een eng masker en een kettingzaag.
'Misschien heb ik toch te veel enge films gezien.'

Deze enge dokter heeft zich gespecialiseerd in rimpeltjes en dan vooral in het voorkomen en het laten verdwijnen daarvan.
Geweldig, want hoewel ik best trots ben op m’n rimpeltjes, ik heb er tenslotte heel wat jaren over gedaan om ze te krijgen, vraag ik me nog wel eens af hoe dat hoofd er ook al weer uitzag zonder craquelé.
Als de antirimpeldame ook nog eens met een pak krasloten met eventuele korting begint te wapperen ben ik om. Ik blijk niet eens zélf te hoeven krassen, de open gekraste loten met maar liefst 50% korting liggen toevallig al klaar.
Zo, dat scheelt maar liefst de helft. Wat aardig van die enge dokter uhhhhhh... Casparie, dat hij mijn Shar-Pei hoofd goedkoop kennis wil laten maken met zijn wonderzalfje.

Met krasloten én twee potjes wondercrème, -één voor de nacht en één voor overdag- 'zou mijn craquelé zelf het verschil weten?' Huppel ik naar de kassa.

En natuurlijk weet ik ook wel dat een potje vaseline = kosten... hooguit zo’n 3 euro- net zoveel effect heeft als het wonder smeerseltje van dokter uhhh... Casparie, maar als een mak schaap betaal ik de 15 euro, en heb dan nog het gevoel dat ik een koopje heb geslagen,en mooi met m'n neus in de antirimpel crème ben gevallen.
Volgens de gebruiksaanwijzing zie je na zo'n zes weken al het verschil... wedden dat er in die potjes nét genoeg zit voor krap vijf weken?
Zal je altijd zien... zijn die krasloten na vijf weken nét op... kost me dus weer 30 euro voor nét die laatste week......Kassa!!!

Dus als er over een week of zes iemand met een uitgestoken bedelende hand en een eng krap gezicht op je afloopt, niet schrikken... ik ben het.
Jullie zijn dus gewaarschuwd.........

© Ingrid Punt 2010

zondag 4 december 2011

Het wapen van Amsterdam...


Ze heeft het weer voor elkaar… ik herken haar stem uit duizenden als ik haar over het Damrak hoor schreeuwen. 'Schavuit, je moest je schamen!' Ik schiet in de lach omdat dit nog vriendelijk klinkt wetende welke krachttermen er nog zullen volgen. 'Proleet!' De man kijkt het kleine oude vrouwtje tegenover hem verschrikt aan … verbaast omdat hij zich van geen kwaad bewust is. 'Vuilak!' Bijt ze hem met een hoog schril stemmetje toe, terwijl haar grijze dotje alle kanten opwiebelt. Beschamend kijkt de man om zich heen, nog steeds niet wetend wat hij fout deed, maar hij voelt de beschuldigende blikken van de voorbijgangers, 'zo'n zielig oud mensje, kan je wel!!!' ziet hij ze denken. De schaamte gaat over in een verontschuldigende blik, in de hoop enige bijval van voorbijgangers te krijgen, maar die lopen, -sommige gniffelend- met een grote boog om hem en het keffende vrouwtje heen die geen tegenspraak duld en gewoon doorkeft.

Twee mannen die naast het slachtoffer staan en bij hem schijnen te horen schieten zenuwachtig in de lach, waarop ook zij de volle laag krijgen. 'Stelletje viezeriken !' gooit ze er overheen terwijl ze nog een driftige stap naar voren maakt als een klein keffertje dat door een onzichtbare lijn door haar baasje wordt strak getrokken. De drie grote kerels deinzen achteruit, staan nog een beetje aangeslagen te kijken niet wetende wat ze er mee aan moeten om zich vervolgens om te draaien en af te druipen. Als drie geslagen honden vervolgen ze hun weg… het zal ongetwijfeld het gesprek van de dag worden op hun saaie kantoor.

Het oude dametje loopt met driftige pasjes verder alsof er niets gebeurt is, en hoewel een sjiek mantelpakje haar niet zou misstaan, heeft ze een lange regenjas aan die door middel van een brede riem strak om haar tengere lijfje wordt getrokken - alleen een zwaard ontbreekt- en met haar voetjes gestoken in grote moonboots baant ze zich een weg door de binnenstad op zoek naar een willekeurig slachtoffer. Nieuwsgierig als ik ben probeer ik haar op veilige afstand te volgen, wat niet gemakkelijk is want ze heeft de pas er flink in. Ik heb voor een veilige afstand gekozen omdat ik zelf tot één van haar slachtoffers behoor, er is namelijk niet veel nodig om haar in woede te laten uitbarsten. Jong, oud, mannelijk, vrouwelijk, geel, blank, zwart of groen, je kan haar van alles betichten maar ze discrimineert niet. Lachen, niet lachen, aankijken, niet aankijken, groeten, niet groeten, te dichtbij komen, te veraf blijven, alles kan een reden zijn om door haar bliksemschicht getroffen te worden.

Een ieder die haar passeert heeft bij voorbaat al mijn medelijden. Enkele toeristen, een paar giechelende meiden, een oude man met aktetas, een paar kwebbelende vrouwen die een dagje komen winkelen in Amsterdam. Maar het gaat wonderlijk genoeg een tijdje goed totdat er een jongen met rugtas en koptelefoon aan komt lopen… Bingo …'Viezerik!' schreeuwt ze de nietsvermoedende knaap toe, 'Vuilak…schavuit, schooier die je bent!… je moest je schamen!' De jongen enigszins gehinderd door zijn harde muziek trekt de dopjes uit zijn oren en staat haar vriendelijk verbaast aan te kijken…'Sorry'...… 'Je moest je schamen!'… Bijt ze hem venijnig toe terwijl ze alweer verder beent op zoek naar een volgende pispaal, de jongen en enkele toeschouwers verbijstert achterlatend.

Terwijl ik nog een tijdje in haar voetsporen treed vraag ik me af wat er daar in die bovenkamer omgaat en waar die plotseling opkomende woede toch steeds vandaan komt. Natuurlijk kan ik van alles bedenken, maar ik sla de plank waarschijnlijk volledig mis. Misschien moeten we niet alles willen verklaren en iedereen willen begrijpen maar gewoon genieten van het feit dat er kleurrijke figuren rondlopen die de wereld een beetje minder saai maken, op wat voor manier dan ook. Wat mij betreft verdient ze een standbeeld, al is het alleen maar omdat ze de ingedutte massa heel even wakker weet te schudden. De mensen die ze te grazen heeft gehad kijken weer even om zich heen, maken oogcontact met andere voorbijgangers, lachen even samen, hier en daar een begrijpende en meelevende knipoog en hebben even een saamhorigheidsgevoel zo onder het mom van…
'Die is gek en wij zijn gelukkig normaal.'

De kleine feeks wandelt driftig verder door de binnenstad, waarheen… ik zal het nooit weten, en misschien weet ze het zelf ook niet. Onderweg verslaat ze op haar manier nog diverse windmolens, een spoor van verwarring achter zich latend......

Copyright © Ingrid Punt februari 2011

zaterdag 3 december 2011

Keirofobie...


Keirofobie


Ga nooit, maar dan ook nóóit in een 'opwelling' naar de kapper.

Nu heb ik sowieso al iets tegen kappers, waarschijnlijk heeft het te maken met een traumatische ervaring uit m’n jeugd. M’n moeder vond vlechtjes leuk, en aangezien mijn vader in het 'plastic zat', hadden we plastic linten in alle kleuren en maten in overvloed, en het was zonde om die zo maar te laten liggen. Elke ochtend draaide m’n moeder twee afzichtelijke vlechten met plastic linten in m’n haar, en daarna kreeg ik ook nog een ‘leuke’ plastic haarband in om de crisis kompleet te maken.

En een crisis was het, ik kon niet stil staan, en omdat ik niet stil kon staan deed het zeer, en omdat het zeer deed liep ik steeds weg, en omdat ik steeds weg liep kregen we ruzie... tot we het beiden echt goed zat waren en de dichtstbijzijnde kapper er de schaar in mocht zetten.

Leuk, zon' rattenkop met scheve pony... de kinderen uit de buurt hadden allemaal dezelfde rattenkop mét scheve pony, en waarschijnlijk dus dezelfde kapper... Ja, ik heb wat geleden als kind.

Nu jaren later denk ik er nog steeds met afgrijzen aan terug, maar mijn kapperfobie is dus te verklaren, ik dacht dat ik uniek was met m'n fobie, maar het schijnt nog écht te bestaan ook... Keirofobie wordt het ook wel genoemd -klinkt best sjiek- al zeg ik het zelf.

Maar je moet zo nu en dan die struik toch echt een keertje laten fatsoeneren.
Meestal dus ook maar weer bij de dichtstbijzijnde kapper, lekker gemakkelijk, je kent de kapsters, maakt een praatje en door dat praatje vergeet je je angst. Want dat is het... niet dat ik het niet prettig vind, nee het is gewoon pure angst.
Een enkele keer liet ik me ook wel eens verleiden tot een coupe soleil -komt geen schaar aan te pas- in een zaak van een bekende kappersketen.

De eerste keer was ik dik tevreden, dus toen ik een keertje door de stad liep en daar een kapperszaak van diezelfde keten zag, dacht ik,
'wat kan me gebeuren' en ik stapte... 'Let op' ...in een 'opwelling' naar binnen.

Het meisje duwde me een soort menukaart onder m'n neus waaruit ik een keus mocht maken….nou uhhh... coupe soleil dus. Maar toen ik de prijs zag schrok ik me een ongeluk... Sorry, maar dat is me te duur, je zou dáár alleen al een kapperfobie van krijgen.

Ik wilde m'n jas pakken want ik voelde de keirofobie al weer opkomen. Of ik even wilde wachten, vroeg het meisje me met een onzekere blik. De manager moest namelijk weten waarom ik geen gebruik wilde maken van hun diensten.
'Nou gewoon, omdat ik het te duur vind'... Of ik dat zelf even aan hem uit wilde leggen.
Aan de onheilspellende blik van het meisje te oordelen was de manager niet écht aardig.

Omdat ik niet wilde dat ze door mijn toedoen in de problemen zou komen, wachtte ik dus netjes op de niet écht aardige manager.
En ja hoor, daar kwam meneer al aan op hoge poten én z'n bokkenpruik op. Hij keek het meisje aan alsof haar laatste uur geslagen had en vroeg me venijnig waarom ik geen coupe soleil wilde... Ik legde hem uit dat ik het te duur vond en bij een andere zaak van dezelfde keten de helft betaal. 'Ja... maar dan werd het vást niet gespateld.'
'Sorry,' vroeg ik, 'gewat?'...... 'Ge-spa-teld!!!'...... Zei hij nu geïrriteerd en keek me daarbij aan alsof ik van een andere planeet kwam, en zeker niet de zijne.
Nou wél of niet gespateld, wat dat dan ook is, dat maakte mij niet zoveel uit, ik vond het gewoon te duur.

Ik pakte m'n jas en maakte aanstalten om de zaak uit te lopen waarop de bokkepruik wijdbeens en met gekruiste armen voor me bleef staan.
'Daar werd het vást niet gespateld,' zei hij weer met overslaande stem, en het leek wel of hij elk moment in huilen uit kon barsten... het jarenlange inademen van diverse verfdampen was hem waarschijnlijk in z'n bol geslagen, de werkdruk van al dat gespatel eiste nu zijn tol, óf er wilde niemand maar dan ook niémand door hem gespateld worden.
Ik vroeg hem vriendelijk maar dwingend of ik er even langs mocht, en hij maakte een hupsje opzij.

Buitengekomen hoorde ik hem nog luidkeels roepen......


'Maar het werd vást niet GE-SPA-TELD!'

schaar Pictures, Images and Photos

M'n kappersfobie ben ik sindsdien te boven... ik heb nu alleen nog last van een spatelfobie - nog geen idee wat het is- maar er is vast wel weer een sjiek woord voor.

© Ingrid Punt 2010


zondag 27 november 2011

Pinnen...


Pinnen

Onderweg naar mijn werk realiseer ik me dat ik nog geld moest pinnen. Maar ik ben al behoorlijk laat. De twijfel slaat toe, nu nog even snel, of wachten tot vanmiddag als er waarschijnlijk weer een gigabtische rij staat. Hartje binnenstad... tegen de tijd dat ik klaar ben met werken bulkt het nog van de toeristen en die hebben alle tijd. Nu, dan toch maar even snel.

Ik heb er maar twee voor me dus dat scheelt. De voorste pinner is net zo gehaast als ik, dus snel, maar de dame pal voor me is een behoorlijke treuzel. Waarschijnlijk een dagje vrij want ze neemt er alle tijd voor. 
Gejaagd kijk ik op m'n horloge, nog vijf minuten. Als treuzel voor me nu een beetje op wil schieten red ik het nog net. Treuzel strijkt het net gepinde geld goed glad voor ze het netjes sorteerd en op haar dooie akkertje in haar portomonee opbergt. Zo nog even wachten op het briefje. Ook dat word keurig opvouwen eer ze het achter het briefgeld steekt. O nee, toch maar liever in de jaszak, of nee,  toch maar in de portemonnee. Ach, neem je tijd... 
Ik haal nog maar eens diep adem en lach vriendelijk naar treuzel, maar god hoort me brommen. Ik kijk nogmaals op m'n horloge. Nog maar twee minuten. De race tegen de klok is begonnen.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Ik doe m'n tas open om mijn portemonnee te pakken, maar die blijkt dus niet op zijn vaste plek te zitten. Gek, ik rommel nu wat paniekerig in mijn tas. Maar al wat ik vind -en dat is een hoop- géén portemonnee.
Verd.... ze zullen me in de bus toch niet gerold hebben. De adrenaline schiet nu door mijn lichaam. Denk na, waar heb je hem voor het laatst gebruikt. Gisteren in de supermarkt... heb ik hem misschien op tafel laten liggen?
Nee, vanmorgen heb ik hem toch écht nog in m'n tas gezien.

Nog steeds in paniek kijk ik weer op m'n horloge, inmiddels vijf minuten te laat. Ik denk aan wat ik allemaal in die portemonnee heb zitten, niet veel, hooguit wat klein geld... en een verzameling onbelangrijke kassabonnetjes, dus dat is het punt niet. Maar wel behoorlijk wat pasjes die ik nu dus allemaal moet laten blokkeren. Eerst maar eens m'n werk bellen dat ik later kom, want ik moet natuurlijk ook aangifte doen, en dat gaat waarschijnlijk ook weer uren duren, de moed zakt me in m'n schoenen. Ik zie mezelf daar al zitten met uiteraard weer rijen mensen voor me......de nodige instanties die ik moet bellen, pasjes die opnieuw aangevraagd moeten worden...... vermoeiend...... kom ik straks gebroken op m'n werk...... hier heb ik écht geen zin in...... ik besluit om toch maar wakker te worden.

Nog slaperig maar opgelucht -dat scheelt me weer een hoop werk- doe ik traag m'n ogen open en kijk op de wekker...
Ik heb nog een uur voor ik er uit moet... straks toch maar liever met de fiets zucht ik voor ik me omdraai en lekker verder droom.

© Ingrid Punt 2010

maandag 24 oktober 2011

'n Bossie...


'n Bossie


Het is redelijk bedroevend weer, en ik word overvallen door het idee om mezelf eens te verwennen met een fris en gezellig boeketje. Je moet jezelf tenslotte zo af en toe eens kietelen, want als je op een ander moet wachten. Afijn... op naar de bloemmist op de hoek dan maar, de hond van de bloemist staat me al kwispelend op te wachten waarbij hij een verveelde hap van een bos bloemen neemt, "ik vat het niet persoonlijk op".
Er staan nog meer mensen bij de kraam die allemaal op dezelfde gedachte kwamen bij het zien van het deprimerende weer.

De bloemist is druk in de weer met een meneer die niet helemaal uit z’n woorden kan komen, ik volg het gesprek een tijdje... voor zover mogelijk... want een echt gesprek kun je het niet noemen. De Bloemist is hoofdzakelijk aan het woord en probeert er achter te komen wat de man tegenover hem nu precies bedoeld. Een bossie tulpen? Waarop de man voor me heftig met z’n hoofd schud en met een briefje van twintig euro staat te zwaaien... ’n bossie rozen dan? De beste man probeert nogmaals duidelijk te maken wat hij nu eigenlijk wil... hhhhhh... kkkkk... uuuu... een vrouw met gigantische klapkuiten bemoeid zich nu ook met het gesprek. Volgens mij bedoelt ie een bossie hyacinte... Waarop de man een zucht slaat en het nogmaals probeert... ppp... pppp...ppp... pioenrozen... roept een oud vrouwtje naast me, en ze kijkt de man hoopvol aan. De man laat z’n schouders moedeloos zakken en ik krijg nu echt medelijden met hem, je zal toch maar een stotterprobleem hebben en iedereen probeert voor jou te denken. De beste man doet nog een verwoede poging... gggg... ggg... hij wil gewoon 'n bossie gerbera’s doet een andere man verveeld een duit in het zakje.

Het begint nu wel erg op een spelletje hints te lijken en ik begin er bijna plezier in te krijgen.
De vrouw met de klapkuiten kijkt me met een geërgerde blik aan alsof ze bijval zoekt voor het feit dat er niet erg veel schot in de zaak zit, maar ik heb een vrije dag, geen haast, dus negeer ik haar geïrriteerde blik en probeer me te concentreren op de klanken die de stotteraar uit z’n mond weet te persen. De hond van de bloemist maakt van de gelegenheid gebruik om nog maar eens een flinke hap van de koopwaar van z’n baas te nemen. Waar eerst nog een flinke bos asters stond staat nu een bosje zielige takken, ík ben de enige die het ziet en de lobbes geeft me een vette knipoog, tenminste... dat maak ik ervan.

Het gesprek gaat intussen verder... wwww...wwww...wwwwiiii... weet de stotteraar nogmaals uit te brengen, het wordt de vrouw met de klapkuiten schijnbaar teveel want ze loopt weg.
Volgens mij wil ie gewoon een bossie witte bloemen, roept het oude vrouwtje nogmaals behulpzaam. Gelukkig komt er een caissière van de supermarkt voorbij lopen. Hij wil wisselen voor de parkeerautomaat, brengt ze met een zelfverzekerde blik tussenbeide, ze kent hem schijnbaar. De stotteraar kijkt haar dankbaar aan. Na z’n wisselgeld in ontvangst te hebben genomen haast de stotteraar zich weg, en het zou mij verbazen als hij inmiddels geen bon heeft. Ik werp nog een blik op de lobbes die inmiddels zwaar aan de hik is... de asters liggen hem zo te zien zwaar op de maag, en z'n baasje zal er vannacht wel een paar keer uit moeten ben ik bang.

Zeg het maar, zegt de bloemist... doe mij maar een bossie kale takken...

© Copyright Ingrid Punt 2010

zaterdag 15 oktober 2011

Storm...


Storm

'Ik zit toch liever in de schaduw hoor,' hoor ik haar zeggen terwijl ze koket met haar gloednieuwe pumps het terras op loopt… een modieus mantelpakje met daaronder een kraakwitte blouse, een toonbeeld van goede manieren en elegantie. De chihuahua die aan een dun riempje parmantig achter haar aantrippelt komt waarschijnlijk uit net zo’n goed nest als zijn vrouwtje. Haar vriendin sjokt er een beetje onhandig achteraan. 'Dit lijkt me een uitstekend plekje' beslist het mantelpakje. Ze strijkt neer aan een tafeltje onder de luifel en zet haar hondje op de stoel naast zich. 'Zo Storm, nu even netjes naast het vrouwtje blijven zitten.'zegt ze gedecideerd.

'Storm'...... ik probeer me voor te stellen hoe zo’n schriel hondje aan zo’n stoere naam komt, maar er wil me zo snel niets te binnen schieten. Misschien vernoemd naar een vriendje, een driftig karakter, of een vriendje met een driftig karakter… ik kom er zo snel niet uit. Hooghartig kijkt de kleine aristocraat om zich heen. 'Wat neem jij Gerda?' vraagt de onhandige vriendin onzeker. 'Ik neem alleen een espresso en jij?' vraagt Gerda zo te zien meer uit fatsoen dan uit interesse. ' Een cappuccino met een lekkere appelpunt.' Als de bestelling eindelijk op hun tafeltje prijkt zegt Gerda ..
' Dat jij nog cappuccino drinkt?'
' Hoezo?'
' Er zit melk in!'
' Is dat erg dan?'
' Schat daar word je dik van, dat weet toch iedereen? Om over de appelpunt nog maar te zwijgen' gaat Gerda fijntjes verder. Terwijl ze met een keurig gemanicuurde pink in de lucht aan haar espresso nipt. Haar vriendin werpt een teleurgestelde blik op haar kopje cappuccino en schoteltje met appelgebak, en ik maak van de gelegenheid gebruik om mijn melkschuimkraag eens flink uit mijn kopje te lepelen.

'Heb je gehoord wat er in dat lege pand om de hoek komt?'
'Nee?'
'Een Zeeman!!!… Vreselijk toch?'En ze kijkt erbij alsof de derde wereldoorlog is uitgebroken.
'Och, ze schijnen er goedkope maar schitterende lingerie te verkopen.' Zegt haar vriendin terwijl ze een flinke slurp uit haar kopje neemt.
'Neeee… dat meen je toch zeker niet serieus hé?' vraagt het mantelpakje nu met stemverhef en een gezicht dat op onweer staat. Storm’ voelt inmiddels nattigheid want hij begint een beetje zenuwachtig te grommen en laat z’n venijnige tandjes even zien.
'De buurt gaat nu toch wel ontzettend achteruit, nu een Zeeman, straks een coffeeshop, voor je het weet zitten we in een getto.'
'Ach, zo’n vaart zal het vast niet lopen,' Gerda’s vriendin prikt haar vork stevig in een flink stuk appeltaart.

'Wat eet jij vanavond? 'Probeert vriendin het gesprek een luchtiger wending te geven.
'Ach schat, daar heb ik mijn hoofd toch nog niet over gebroken, ik haal wel iets bij de traiteur.'
'Zullen we een wijntje nemen?' Vraagt vriendin vastbesloten om Gerda‘s humeur positief om te buigen. Gerda werpt een blik op haar dure horloge, kijkt even naar Storm die druk bezig is om op een beschaafde manier haar schoteltje te ontdoen van de druppels gemorste espresso. ’Ach waarom ook niet, ik moet over een uur pas bij de manicure zijn,’ en ze knikt naar de ober die direct haar bestelling opneemt. ‘Wat wil jij schat? Ze kijkt haar vriendin verveeld aan, 'doe mij maar een rode wijn,'… 'Rode wijn... weet je het zeker? Kind, daar verkleuren je tanden van.' Verkleurde tanden of niet, haar inmiddels geïrriteerde vriendin blijft standvastig.
'Nou vooruit … een rode en een droge witte dan maar' zucht Gerda.

Als de ober even later met zijn dienblad aan komt lopen ziet hij het riempje van Storm over het hoofd en struikelt waarbij de gevulde glazen van zijn dienblad stuiteren. De inhoud van de glazen heeft gekozen voor de kraakheldere witte blouse van Gerda, en een donkerrode vlek verspreid zich tussen haar borsten.
‘VUILE LUL!!!’ Gerda vergeet even haar goede komaf en springt op van haar stoel. Het donkerrood trekt nu als een waas voor haar ogen. En er volgt nog een opsomming van kennis van vleeswaren waar haar traiteur nog een puntje aan kan zuigen. Storm doet zijn naam nu eindelijk eer aan, want hij begint te grommen op een manier zoals alleen een grote Rottweiler dat zou kunnen en eindelijk begrijp ik zijn naamkeuze. De ober stamelt iets over een doekje halen, en alle ogen op het terras zijn nu gericht op Gerda, die inmiddels begint te beseffen dat ze kompleet uit haar rol valt. En na een beetje onsamenhangend gebrabbel richting ober neemt ze weer plaats en zegt tegen haar vriendin én de rest van het goedgevulde terras….

'Had ik je trouwens al verteld dat ik sinds kort acteerlessen volg?'

Copyright © Ingrid Punt maart 2011