Blogarchief

Posts tonen met het label Drama. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Drama. Alle posts tonen

woensdag 30 april 2014

Lintje


Lintje




Ach Petra, als je een schouder zoekt om op uit te huilen ... ik ben er voor je.

Werd je eerst nog de huid vol gescholden door onbehouwen vaders, omdat je hun zoon of dochter geen sterke drank of sigaretten wilde verkopen ... nu moet je weer opboksen tegen al die klanten die niets hebben begrepen van het Jokers plakken.

Na één dag jokeren wil je al gillend gek naar huis.

Klanten plakken de stickers op artikelen waar ze niet thuis horen.
- dit is een Joker voor de excellent artikelen en dit is geen excellent artikel ... het moet wel matchen mevrouw-

Klanten plakken de stickers op een plek waar jij ze met de beste wil van de wereld niet terug kunt vinden
- nooit jokers aan de onderkant plakken meneer -

Klanten komen bij jou aan de snel/Pin-kassa
- nou ja snel, er is altijd wel een klant die zijn hele winkelwagentje op de band kiepert om er vervolgens, zonder pinpas achter te komen dat je hier alleen kunt PINNEN! -

Klanten gaan dan ook nog eens zeuren waar ze verd.... die verd.... Jokers vandaan moeten halen.

Kind, ik zou er ook gek van worden.
Het huilen staat je inmiddels nader dan het lachen.
Nee heus, jij zit niet voor joker.
Gelukkig is het eindelijk tijd om naar huis te gaan.
Voor even verlost van de klanten en de Jokers dacht je. Niets is minder waar, want buiten word je op een stukje stoep van nauwelijks anderhalve meter wel zes keer aangeklampt door klanten die willen weten wat er deze week in de bonus is.

Tot overmaat van ramp wil één of andere Joker je een "gratis" parool aansmeren, of een andere energie-leverancier ... en of je misschien een bijdrage wil leveren voor een goed doel.

Snapt nu écht niemand dat jij die bijdrage de hele dag al leverde?

Van mij krijg jij de gouden Joker ... en als die niet bestaat... dan draag ik je de eerstvolgende Koningsdag voor - en zie ik er persoonlijk op toe dat jij een lintje krijgt.


© Ingrid Punt april 2014




dinsdag 8 april 2014

Paskamerleed

Paskamerleed


'Lukt het?'
'uhhh...jaja!' ... zucht ik.
'Kan ik u misschien helpen?'
'uhhh, nee, dank u.'

Het leek een goed idee, even rondneuzen bij de nieuwe winkel in tweedehandskleding.
Nou ja, tweedehands, onder het mom van Vintage of Retro -Whats in a name- geeft het de overwegend oubollige kleding net dat klein beetje Joie de vivre en is de vraagprijs voor oude meuk tegenwoordig zo goed als verdubbeld.

Hier gaat de prijs per kilo, en dat maakt het toch ineens een stuk interessanter. Vooral als ik na wat gerommel en gegraai tussen de kledingrekken, een leuk, vlot, maar vooral lichtgewicht zomerjurkje tegenkom. Na mijn H & M 'etjes eindelijk weer eens een jurkje waar niet de hele stad in loopt.

'Wat kost dit jurkje nu?' vraag ik tussen neus en lippen door aan het Vintage-meisje achter de kassa.
Ze legt het jurkje zorgvuldig op de weegschaal en legt uit dat het gewicht van het veiligheidslabel ongeveer 60 gram bedraagt en dat dit nog van het totale gewicht af gaat.
Boeien! Ik wil weten wat die jurk kost ?!

Het jurkje blijkt - zoals ik al had verwacht, haast niets te wegen en kost daardoor maar vier euro. Daar krijg ik een intens warm, nostalgisch gevoel van. Op naar de paskamer, want ruilen zit er hier natuurlijk niet in. Na me in het jurkje gewurmd te hebben -geen elastische stof en een wel érg korte rits- bewonder ik het resultaat in de spiegel. Hij zit als gegoten en hij flatteert me ook nog eens. Hierin zie ik mezelf deze zomer wel langs het strand flaneren. Na een kritische blik op mijn witte, in foeilelijke sportkousen gehulde benen, slaat de twijfel toe. Géén gezicht, maar na een paar zonnige dagen zullen diezelfde benen straks al snel bijkleuren en die stomme sokken denk ik maar even weg. Nog een paar leuke slippers er onder ... laat de zomer maar komen ... verkocht!

Als ik mijn droomjurkje uit wil trekken, glijdt de -té korte- rits soepeltjes naar beneden, maar dat is dan ook het enige dat soepeltjes glijdt. Daarna gaat de jurk ter hoogte van mijn schouders in protest en klampt zich stevig vast rond mijn schouderbladen. Met ingehouden adem probeer ik het nogmaals. In een laatste wanhopige poging om mezelf van de jurk te bevrijden, geef ik nog een paar harde, moeizame rukken, maar het jurkje blijft halsstarrig ter hoogte van mijn schouders steken. Over de heupen laten zakken lukt ook niet, het enige dat zakt is mijn slip.

In de spiegel daalt mijn blik via mijn verhitte hoofd, langs het eigenwijze jurkje, naar mijn melkflessen met monsterlijke sportkousen. De verkoopster om hulp vragen lijkt me in dit geval dus geen optie. Dit is toch te gek voor woorden, wat aan kan, moet ook uit kunnen. Dus nog maar eens proberen. Maar het jurkje is vastbesloten en heeft nu ook mijn bh opgehitst. Na wat heen en weer gedraai schiet deze los en zet zich strak om mijn keel. Met mijn slip op mijn knieën, mijn bh om mijn nek en het zweet op mijn voorhoofd zie ik de krantenkop al voor me...

"Dode vrouw gevonden in pashokje, een zedenmisdrijf wordt niet uitgesloten."


'Kan ik vast iets van u aanpakken?' klinkt de ongeduldige stem van het retromeisje opnieuw achter het gordijn.
'Neeee, ik ben nog héél even bezig,' kreun ik benauwd, terwijl ik met één hand mijn slip ophijs en met de ander krampachtig het gordijn dicht probeer te houden. Straks zie ik mezelf nog in vol ornaat op You-tube terug, omdat een giechelende bakvis het nodig vond om mij in deze benarde positie te filmen.

De jurk heeft me nog steeds in de houtgreep.Nu is het genoeg! Voordat ik in dat kreng dreig te stikken, pak ik de zoom en scheur de halsstarrige  jurk met één ruk in tweeën. Of het door mijn paniek komt of door de bejaarde stof, maar dit verloopt wonderlijk genoeg ineens zeer soepel. Opgelucht wrijf ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd ... gered, maar wat nu?

'Wat is dit?' de tweedehandsjuffrouw achter de kassa kijkt verbaast naar de twee gerafelde stroken stof op haar weegschaal.
'O, dit? ... dit is voor een project' stamel ik.
'Een project?' ze kijkt me vol ongeloof aan.
Achter haar hangt een vreselijk lelijk schilderij van één of andere gesjeesde retrokunstenaar en dit brengt me op een idee.
'Het is voor een nieuw kunstproject' ... iets met stof en verf.
Het gaat me om het bijzondere printje,' hoor ik mezelf  nonchalant mompelen.
Tot mijn opperste verbazing schijnt het te werken want aan haar gezicht te zien klonk het overtuigend.
'O... nou ja, mij maakt het niet uit, het klinkt erg spannend.
Dat is dan vier euro. '

Met een rood hoofd reken ik af en na de vodden in mijn tas te hebben gepropt loop ik beschaamd de winkel uit. De eerstvolgende afvalbak is snel een gehavende jurk rijker.
Van de zomer toch maar weer gewoon in mijn  H & M'etje.

© Ingrid Punt april 2014




dinsdag 20 augustus 2013

Spanbroek



Spanbroek

Sientje Salden uit Spanbroek
was al vele jaren zoek.
vriend Sieb had haar het laatst gezien ...
’s morgens rond een uur of tien.

Hij gaf haar een laatste zoen,
ze moest nog snel een boodschap doen.
zoende hij misschien verkeerd?
nooit is zij terug gekeerd.

Het zoeken werd al snel gestaakt,
behoorlijk van de weg geraakt,
want haar oude B.M.W.,
vond men terug in Wijk aan Zee.

Vage geruchten gingen snel …
een nieuwe vriend, dan weet je ‘t wel.
hij was al oud maar ook getrouwd.
Sientje was wel vaker stout.

De verhalen - ’t waren er velen-
ze sloot zich aan bij criminelen.
een sterk verhaal was zo verzonnen …
van kruimeldief tot drugsbaronnen.

De geruchten werden gruwelijk,
blanke slavin, gedwongen huwelijk,
Sien kwam vast om door bruut geweld,
Sieb heeft alsnog de Vries gebeld.

R. de Vries wel zeer vermaard … doch,
Spanbroek stond niet op zijn kaart.
daar moest heel Spanbroek het mee doen,
kwam het wellicht toch door die zoen?

Spanbroek mag mooi verder dromen
van Sientje … nooit meer iets vernomen.



©Ingrid Punt augustus 2013


dinsdag 16 juli 2013

Relativeren




Relativeren

Hoor de lijster toch eens zingen,
het gras is groener dan tevoor,
bloemen geuren zoet, bedwelmend,
in een wonderschoon decor.

Kikkers kwaken luid en dwingend
in het hoge dichte riet,
door hun kleur en door hun snelheid
wanen zij zich onbespied.

Door de bladeren van de bomen
ziet zij hoe rups vlinder wordt,
de natuur adembenemend
maar haar salaris niet gestort.


© Ingrid Punt juli 2013 





zondag 23 juni 2013

Slank


Slank

Gezette Gre uit Wijk aan zee
leed gruwelijk aan obesitas,
ze schaamde zich, ze zat er mee,
te dik, al sinds de kleuterklas.

Snoepjes, taart en chocola,
appeltaart, gevulde koeken,
ijs, patat, vanillevla,
haar discipline ver te zoeken,

Diëten hield ze nooit lang vol,
haar maag liet vrij snel van zich horen,
dan sloeg haar eetlust weer op hol
en vrat ze meer dan ooit tevoren.

Een bobbel hier, een vetrol daar,
een maagverkleining was haar streven
door corpulentie in  gevaar, 
dat vetschort moest nu snel verdreven.

Die eerste weken… niets te klagen
haar maag -nog slechts een speldenkop-
deed ‘t monster vraatzucht snel vervagen,
ze hield niets binnen, was doodop.

De ingreep leek welhaast te slagen
-de kilo’s vlogen er van af -
haar benen konden haar weer dragen.
totdat haar hart het plots begaf.

Ranke Gre uit Wijk aan Zee
wist haar figuurtje onbetwist,
verlost van vet en dik tevree …
ligt toch maar mooi slank in haar kist.



© Ingrid Punt juni 2013





zaterdag 25 mei 2013

Vreemd




Vreemd

Aan de tafel in de keuken
zit een oude grijze vrouw,
diep verzonken in gedachten,
ze lijkt totaal niet meer op jou.

Even kijkt ze op… afwezig
schenkt zich traag een kopje thee,  
de theepot ooit versierd met roosjes,
nu vergeelde craquelé.

Net als haar levenslust vergaan
-ouder worden is soms wreed-
maar blijft  krampachtig hangen aan,
-ontluistering- dat leven heet.

‘Wil je thee?’ vraagt ze attent
-een déjà vu van eeuwen terug-
dan alle normen onbekend,
keert ze me zwijgend, bot de rug.

Die lege blikken in haar ogen,
waaraan ik nog steeds wennen moet
vragen me soms om mededogen,
al hebben ze een vreemde gloed.

Bleek gerimpeld zijn haar handen,
broos en teer als die van jou
maar hoezeer ik ook mijn best doe
zij blijft voorgoed een vreemde vrouw.


© Ingrid Punt mei 2013


zondag 28 april 2013

Overbodig




Overbodig

Alleen en wat verloren
sta je eenzaam langs de kant,
een ieder gaat eraan voorbij
geen mens pakt nog jouw hand.

Je denkt weer terug aan vroeger
toen je jong was en geliefd,
vaak had een man je nodig,
oh... wat was je snel verliefd.

Dat waren mooie dagen
telkens wist je te bekoren,
nu rijdt men héél snel langs je heen,
de wind suist om je oren.

Geen mens die jou hier nog ziet 
staan... te oud en overbodig
hoe vaak jij hen geholpen hebt,
men heeft jou niet meer nodig.

Je weet het einde is nabij,
eens zullen ze je lozen,
het leven van een praatpaal
gaat nu niet meer over rozen.


© Ingrid Punt april 2013




zaterdag 27 april 2013

Verraad



Verraad

Jouw kinderen zie ik dagelijks lopen
helaas… jij bent er niet meer bij,
het lijkt of ze het zullen redden,
‘t gaat best wel goed… met allebei.

Maar toch blijft er iets aan me knagen,
als ik die twee zie, zie ik jouw
zorgzame blik en wil ik vragen…
“mis je hen niet, nog geen berouw?”

Altijd konden ze op je bouwen,
nu lijkt het of ze niet bestaan…
zo op het oog totaal vergeten,
ben je niet meer met hen begaan.

Misschien kom jij nog eens tot inkeer,
zal je ooit vragen hoe het gaat
wil je weer deel zijn van hun leven
maar dan is het wellicht te laat.

Jouw kinderen zie ik dagelijks lopen,
jij schittert door afwezigheid,
niets kunnen ze nog met jou delen
die trotse pa…  verleden tijd.


© Ingrid Punt april 2013

Vernieuwing




Vernieuwing

‘Mevrouw, is dit een gewone gloeilamp?’ 

Het oude heertje – ik schat hem achter in de zeventig... begin tachtig, keurig in het pak, compleet met hoed en zondagse jas- duwt me een lamp onder mijn neus. 

‘Ja hoor meneer, dit is een gewone gloeilamp. 60 watt en met een kleine fitting.’ 

’60 watt kleine fitting,' herhaald hij afwezig, duidelijk elders met zijn gedachten. Hij schuift zijn hoed iets naar achteren en krabt zich even achter zijn oor. 

‘Die moet ik hebben… maar weet u echt zeker dat het geen spaarlamp is?’ 
‘Nee meneer, dit is echt een gewone gloeilamp.’
'En uh, ook geen ledlamp?'
'Nee hoor, dit is écht een gewone ouderwetse gloeilamp.' Verzeker ik hem.
’Dus deze gaat gewoon kapot en niet pas na een jaar of tien?’ 

Ik kijk hem even verbaast aan. 
‘Nee meneer, deze gaat zeker geen tien jaar mee,'  niet goed wetend of dit een goede of slechte mededeling is. Het wordt me al snel duidelijk. Hij schuift zijn hoed weer terug op zijn voorhoofd en kijkt tevreden. 

‘O, gelukkig, een lamp die me zal gaan overleven lijkt me namelijk een erg deprimerende gedachte.’

Tja, in die gedachte kan ik me wel vinden… niet elke vernieuwing blijkt een verbetering.

© Ingrid Punt april 2013



dinsdag 23 april 2013

De K..koe



De K..koe 

Els is verdrietig,
want heimwee maakt ziek,
zij is een project van
de tosti-fabriek.

Geloei en gejammer om 't 
gemis van haar kind… maar
niemand die vraagt wat
of zij er van vindt.

Haar kalf is nu elders,
ze moesten zich schamen,
men heeft ze gescheiden na
vijf maanden samen.

Men vindt haar maar lastig
gejammer, gedoe…
omwonenden worden 
echt gek van die koe.

Verlaten en zielig,
alleen in de wei,
oh horror, straks komt
er een varkentje bij.

Dus heel binnenkort
is de tosti compleet
en alles weer rustig
toch vindt Els het wreed.

Els is verdrietig,
want heimwee maakt ziek,
zij is een project van
de tosti-fabriek.

© Ingrid Punt april 2013

Sippe-koe-loeit-buurt-wakker

zondag 7 april 2013

Lente



Voor...


Lente

De buurvrouw scheert haar benen
op een bankje op ’t balkon,
ze scheert zich met een knipmes,
hard staal glinstert in de zon.

het is een erfstuk van haar oom
daar had ze niet veel mee,
maar ‘t mes is uiterst scherp
dus het leek haar een goed idee.

’t is wel antiek, maar authentiek
dus wegdoen vond ze zonde…
het lag al jaren in de kast
‘t krijgt nu zijn tweede ronde.

het vindt zijn weg behendig
langs haar strakke, gladde huid
totdat het plotseling weg ketst
als het op een puistje stuit.

de buurvrouw schoor haar benen
een bloedbad niet te overzien…
ik trek snel de gordijnen dicht
en houd het voor gezien.


© Ingrid Punt April 2013

Na...







maandag 1 april 2013

Rendez vous




Rendez vous

De buurvrouw lapt de ramen
zoals ze vaker doet,
gedreven, kunstig, vlijtig…
zo’n zakdoek lapt best goed.

Bijzonder is haar duster
zo op dit vroege uur,
maar zijn dit wel haar ramen
en is dit wel haar muur?

’t Verhaal doet snel de ronde,
een rendez vous met Wim,
zijn vrouw –Ans- gaat op dinsdag
trouw naar bejaardengym.

Dus net als elke dinsdag
ging buurvrouw vroeg op pad
in nachthemd en in duster
ze moest zelfs nog in bad.

Het was best even schrikken…
Ans plotseling voor de deur,
de juffrouw van bejaardengym
had een gespierde scheur?

Buuf moest snel iets verzinnen
klom razendsnel uit ’t raam
een zakdoek bracht dé uitkomst
haar trof geen enkele blaam.

De buurvrouw lapt de ramen...
ook die van Ans en Wim.
En Ans? die is er blij mee
 vindt het een hele klim.

© Ingrid Punt april 2013

maandag 25 maart 2013

Castratie



Castratie

De oude dierenarts van Loen
wist echt niet meer wat hij moest doen,
want zijn praktijk liep uiterst slecht,
hij zat al maanden zonder poen.

Van Loen wou héél snel incasseren
‘uw hond is vreselijk agressief’
ik raad u aan hem te castreren...
oom Geert nam dat advies voor lief.

Maar tante Door, echt die bevroor,
wilde hun hond niet zo bezeren,
want voor een reu is het knap sneu
als hij de liefde moet ontberen.

Zij was dus niet gemotiveerd,
zag die castratie heel niet zitten,
het leek haar echt totaal verkeerd,
liep driftig op oom Geert te vitten.

Die zette door en Tante Door,
ze huilde door... tranen met tuiten,
vond het zo zielig voor hun reu
die naar zijn mannelijkeid kon fluiten.

Hun hond was niet meer agressief,
zelfs teckels konden hem belagen.
en ook totaal niet assertief
liet zich door alle honden plagen.

Maar stiekem zinde hij op wraak
-hoe kon zijn baas hem zo mismaken-
hapte oom Geert vol in zijn kruis
en liet zijn zaakje hem goed smaken.

Nu de moraal van dit verhaal...
-Het interesseert van Loen geen biet-
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt
doe dat dus ook een ander niet.”


© Ingrid Punt maart 2013


vrijdag 22 maart 2013

Palingsound



Palingsound

Yo nam Jan in de maling
want ze hield niet
echt van Paling.


© Ingrid Punt maart 2013


zaterdag 16 maart 2013

Verloren soldaat




Verloren soldaat

Ik zag je staan peinzen
en vroeg me zelf af,
was er nog wel iemand
die iets om je gaf.

Gebroken, geknakt,
gedrild en herschapen
zo maakte men jou tot een 
moordend wapen.

De dood was jouw missie,
er vielen er velen,
verwonden of doden,
het kon je niets schelen.

Een soldaat keert soms
terug als het zwarte schaap
die gruwelijke oorlog houd
hem uit zijn slaap.

Ooit zond men hem uit,
voor een strijd niet te winnen,
nu weet men niet wat men 
met hem moet beginnen.
  
Jouw helblauwe ogen
nog harder dan staal
verwensen de mensheid
nu cru, non verbaal.

De kilte is voelbaar
tot diep op het bot, 
je ziel zwaar beschadigd,
gehavend, kapot.

Men kijkt liever weg
van de dood in je ogen
een verloren soldaat
krijgt geen mededogen.


© Ingrid Punt maart 2013

donderdag 14 maart 2013

Je zegt...


Je zegt…

Je zegt; 
'Het is maar beter zo,
er was een goede reden,
genezing zat er niet meer in
hij heeft genoeg geleden.'

Je zegt; 
'Bij 't leven hoort de dood,
het zou me nog meer spijten
als ik hem niet gekend had,
niemand valt iets te verwijten.'

Je zegt;
'Vrienden en kennissen,
echt… iedereen was daar,
dat maakt het afscheid zonder
meer nu nét iets minder zwaar.'

Je zegt;
'Ik heb er vrede mee,
dit mocht niet langer duren,
een mens heeft in dit leven
soms te veel pijn te verduren.'

Je zegt;
'Het gaat wel goed ...!'
totdat verdriet je overmant.
Je zegt;
'Hoe kan ik zonder ...?'
als gevoel wint van verstand.


© Ingrid Punt 11 maart 2013


zondag 10 maart 2013

Vmbo-trui




Vmbo-trui


‘Meld jij je vast aan bij de balie? dan zoek ik een plaatsje.’
Na het vinden van drie vrije stoelen –één voor haar, één voor haar eega, en één voor de bagage- trekt de vrouw haar jas uit, vouwt deze binnenstebuiten en legt deze zorgvuldig op de stoel naast zich. Haar slungelige wederhelft  knijpt zijn ogen achter zijn dikke montuur tot spleetjes en loopt naar de Balie waar een bordje met vetgedrukte letters -oogheelkunde – aangeeft.

‘Pssst… Joost’
‘Ja wat?’ vraagt de slungel geiiriteerd.
‘Dat is oogheelkunde, je staat bij de verkeerde balie.’
Hij gluurt nog even over zijn bril naar het bordje en sjokt dan met zijn lange benen naar de Urologie-balie, waar de rij helaas aanzienlijk langer is.

Na eindelijk zijn verfrommelde verwijsbrief af te hebben gegeven, neemt hij plaats naast zijn vrouw.
‘Ik zou mijn jas maar uittrekken, als je straks buiten komt heb je er niets meer aan’
Joost zucht, maar volgt met enige tegenzin haar raad op.
‘Heb je nu alweer die vmbo-trui aan?’ vraagt ze geschrokken.
Joost vertrekt geen spier en blijft – alsof hij de vraag voelde aankomen- stoïcijns voor zich uitkijken.
‘Op dat feestje had je hem ook al aan.’
‘Nou en?’
‘Het is toch geen gezicht?!’
‘Hij zit gewoon lekker!’
‘Je had toch wel even een net jasje aan kunnen doen?!’
‘ik zou niet weten waarom’
‘Waarom? omdat dit er niet uitziet!’

Joost slaat zijn lange benen over elkaar, haakt zijn linkervoet achter zijn rechterkuit en besluit er verder het zwijgen toe te doen.
‘Heb je nog steeds zo’n pijn?’ verbreekt de vrouw na enige minuten de stilte.
‘Waaraan?’
‘Tja, waarom zitten we hier? ... je plasbuis!’
‘Alleen als ik plas.’
‘Nierstenen!’
‘Hoe weet jij dat nou?’
‘Gewoon logisch nadenken, ik garandeer je dat het nierstenen zijn.’
‘Laat maar dokter, mijn vrouw Magda heeft zojuist de diagnose gesteld, dus wat mij betreft kunnen we wel weer naar huis.’
‘Hé Joost, doe niet zo flauw. ’

Er verschijnt een vlotte vrouwelijke verpleegkundige in de deuropening en Joost kijkt haar verwachtingsvol aan. ‘Mevrouw Weltevree?’ Ze kijkt de wachtkamer rond, maar mevrouw Weltevree blijkt niet aanwezig. 
De verpleegkundige weet wel raad met dit soort incidenten en loopt met een zelfverzekerd gezicht terug naar de balie om even later meneer Swinkels om te roepen. Deze staat - duidelijk niet op zijn gemak- op, en loopt gedwee achter haar aan de spreekkamer  in.
‘Hé, dat kan toch niet kloppen, die man kwam veel  later binnen.’
‘Dat zegt toch niets Magda, wij zijn gewoon veel te vroeg.’

Maar wanneer er na meneer Swinkels, nog een mevrouw Dekker en ook nog een meneer Lodder naar binnen worden geroepen, is uiteindelijk voor Magda de maat vol.
‘Wij hadden toch een afspraak om tien over tien? Het is nu al vijf voor half elf, dat kan toch niet. Wat hebben die afspraken dan voor zin? Ik wacht nog héél even, maar als jij niet de eerstvolgende bent stap ik naar de balie.’

Joost zijn voet –maatje 46- schiet van achter zijn kuit vandaan en begint zenuwachtig te wiebelen.
’Stop daar eens mee,’ zegt Magda na het gewiebel enige tijd met een hoog irritatie-gehalte te hebben gadegeslagen.
‘Ik moet naar het toilet’ zegt Joost benepen.
‘Duidelijk nierstenen, of een blaasontsteking’
'Oh, Magda, alsjeblieft.’
‘Ga dan!’
‘Ja, zal je altijd zien, ben ik nét weg, word ik omgeroepen.’
‘Ga gewoon naar het toilet Joost, het duurt zo te zien nog wel even, ik let wel op.’

Joost staat zuchtend op en sjokt de bordjes "toilet" achterna.
Magda haalt een papieren zakdoekje uit haar tas en spreidt deze in haar met geruite plooirok bedekte schoot. Voor dit soort noodgevallen heeft ze altijd een appeltje en een mesje bij zich. Het appeltje wordt geschilt met een precisie, waardoor een bezoek aan de afdeling Urologie overbodig lijkt. Nierstenen, of een blaasontsteking, ze gaat ze eigenhandig te lijf. Dan komt Joost met een van pijn verhit gezicht aansjokken.

‘Alle Jezus , ik dacht dat ik dood ging, branden… niet normaal.’
‘Blaasontsteking… of nierstenen. Het tocht hier trouwens!’
‘Wat?’
‘Je gulp!’
‘Ik heb pijn Magda en jij maakt je druk om mijn gulp?'
Magda knikt tevreden, ‘Ja, ik denk toch eerder nierstenen. Hier, neem  een stukje appel, want als het zo doorgaat zitten we hier tegen etenstijd nog steeds op een houtje te bijten.’
'Appel, ik moet er even niet aan denken... ik heb pijn Magda!!!'

De vlotte verpleegkundige verschijnt weer in de deuropening, kijkt nog even naar de brief in haar handen en roept dan duidelijk articulerend  ‘me-neer Scheursss’
‘Ja Joost, jij bent aan de beurt’
Joost veert –zijn pijn vergetend- op als een jonge god bij het zien van de leuke verpleegster, maar vergeet dat zijn gulp nog steeds te wensen overlaat. Magda vat de koe bij de horens en ritst hem snel dicht. En passant, propt ze ook nog even snel zijn overhemd onder zijn "vmbo-trui."

‘O Joost, zeg meteen tegen die arts dat je vrouw vermoedt dat het nierstenen zijn!’ roept ze hem luid na. Joost kleurt nu net zo rood als het appeltje dat zijn vrouw net in haar ééntje heeft weggewerkt.

Met zijn slungelige ledematen weet hij zich nu helemaal geen raad meer. ’Zeikwijf!' sist hij meer tegen de deur, dan naar Magda, wanneer hij deze achter zich sluit.

Nierstenen, blaasonsteking of zeikwijf, ze zijn hier aan het juiste adres.

© Ingrid Punt maart 2013

woensdag 6 maart 2013

Tuinhuisje te koop


Tuinhuisje te koop

Besluiteloos staat ze met de miniaturen in haar handen. Voor welke moet ze nu kiezen, zal ze voor de mooie rode Harley Davidson Road king gaan of toch maar liever voor de zwarte Suzuki? Wat dat betreft zal ze toch echt zelf een keus moeten maken. Hé verdorie, hoewel hij persé een motor wilde, is ze er nooit diep genoeg op ingegaan om er achter te komen naar welk type zijn voorkeur uitging.
'Ach wat, we nemen de rode… die past ook wel mooi bij het interieur van het tuinhuisje.’ 
De verkoper kijkt haar vriendelijk aan ‘is het een cadeautje?’ 
‘Ja, laten we eens gek doen, gooi d’r maar een mooi papiertje om.’ Ze geeft de man een warme knipoog. ’Hebben we iets uit te pakken.’ 

Tja, dat tuinhuisje. Daar is het in feite allemaal mee begonnen. Gekregen van oma zaliger - als huwelijkscadeau. Als klein meisje bracht ze er al vele weekenden en vakanties door. Ontzettend spannend had ze het gevonden, om samen met oma in de grond te wroeten. Oma had haar wijsgemaakt dat ze misschien ooit nog wel eens een schat zou vinden. Maar de enige schat die uit de grond kwam, waren haar zelf verbouwde spruitjes. Net als elk ander normaal kind luste ze natuurlijk helemaal geen groenvoer. Maar haar eigen spruitjes propte ze kokhalzend naar binnen. Ze had er tenslotte niet voor niets zoveel energie in gestoken.


Oma werd slecht ter been, de tuin te veel werk, maar verkopen ... dat nooit. Dus het bedenken van een huwelijkscadeau was voor het oudje een fluitje van een cent. Twee vliegen in één klap. Dolgelukkig was ze geweest met het cadeau van oma, en haar kersverse echtgenoot vond het allemaal wel best. Toen de liefde nog hoogtij vierde, ging hij elke vrije dag mee om samen met haar in de aarde te wroeten. Tijdens de vakanties waren ze beiden druk bezig geweest het vervallen tuinhuis een flinke opknapbeurt te geven. Het was een paleisje geworden al zei ze het zelf, en ze hadden groenten te over. Na jaren kwam van de één op andere dag de kentering, haar man kreeg last van de midlife crisis, en niet zo’n beetje ook.


De spruitjes kwamen hem de neus uit, de sportschool kreeg ineens zijn voorkeur en zij zat alleen in haar tuin. Plotseling ging zijn interesse meer uit naar de borsten van de buurvrouw dan naar de koolraap. Ze zaten niet meer op één lijn en zijn grillige gedrag was voor haar niet langer te volgen. Een aantal lange, dramatische jaren had ze zijn rare ideeën en vreemde gedrag nog weten te dulden. Wilde hij eerst nog emigreren omdat hij het hier in Nederland zat was, vervolgens liep hij te zeuren om een boot. Uiteindelijk stond zijn besluit vast. Hij wilde een motor, maar zo’n ding kost natuurlijk geld. Hij begon te mokken als een klein kind, en uiteindelijk moest het tuinhuisje er wat hem betreft aan geloven. Volgens hem hadden ze er genoeg tijd en geld in geïnvesteerd en was de tijd nu aangebroken om daar de vruchten van te plukken. ‘Verkopen die handel’ zei hij bot. Hoe kon hij hun levenswerk zo verloochenen.

De maat was pas écht vol, toen ze zonder enig overleg het bord ‘Te koop’ in de tuin zag staan. Ze had hem opgebeld en gevraagd direct naar de tuin te komen. De woede in haar overslaande stem had hem doen besluiten toch maar weer eens zijn neus te laten zien. Dat het haar menens was, merkte hij pas toen ze hem met datzelfde bord finaal tegen de vlakte sloeg. Stuiptrekkend had hij tussen de friseesla en de radijsjes gelegen. Het gewroet in de aarde had haar geen windeieren gelegd maar spierballen waar menig bouwvakker jaloers op was. Ze had hem naar binnen gesleept en in zijn stoel gehesen, waar hij nu - na drie maanden - nog steeds kwijlend in zit. De buren hadden zo nu en dan nog wel eens naar hem geïnformeerd, vooral die rondborstige. Zonder van kleur te verschieten had ze hen wijsgemaakt dat hij last had van een mannenkwaaltje, want ach, daar had ze in feite niets aan gelogen.


Ze hijst hem een beetje rechtop in zijn stoel, knoopt een slab om zijn nek en veegt zijn mond schoon. ‘Zo schat, kijk eens wat ik voor je heb meegenomen?’ Ze scheurt het pakje open en zet het rode miniatuur recht voor hem op tafel, opdat zijn troebele ogen zich nog enigszins kunnen focussen. ‘Mooi hé lieverd, kan hij je goedkeuring wegdragen? Ik heb de bon bewaard hoor, dus ik kan hem altijd nog ruilen. Als jij je nu even vermaakt met je motor, dan haal ik nog even wat verse groenten. Wat wil je eten vanavond, rode kool of wortelen?’

© Copyright Ingrid Punt september 2012

maandag 4 maart 2013

Eetstoornis




Eetstoornis

Je voelt je lelijk, dik, onwaardig,
voldoet niet aan het ideaal.
Jouw spiegelbeeld doet eigenaardig,
jij bent je eigen aartsrivaal.

Waarmee kan jij die leegte vullen,
gebak, patat of frikandel?
Maar jouw probleem is niet zo simpel,
het woekert door … als een  gezwel.

Je schrokt, je schranst, je vreet
en bunkert,  je eigenwaarde onderuit,
maar weet dit feilloos te verbergen,
je kotst al jouw frustraties uit.

Die lege maag wordt een obsessie
en eten lijkt een groot gevaar,
nog lang niet toe aan een confessie,
natuurlijk moet je eten maar…

Steeds vaker geef jij er aan over,
je vreet en schranst dan in ’t geniep,
waarna je weer moet overgeven,
het vreet je op, je schaamt je diep.

Een weerzinwekkend, walgelijk
monster… dat is hoe jij jezelf ziet.
Je bent zo mooi, gewoonweg prachtig,
het doet verdriet, je ziet het niet.

Je weet je lichaam te verhullen,
dus niemand die je tegenwerkt.
Je holle ogen smeken ‘help me’
toch blijft het lang onopgemerkt.

Zo eenzaam, triest en zo onzeker,
professionele hulp vereist…
helaas te laat, wanneer de dood
jouw  weg geteerde lijf opeist.


© Ingrid Punt maart 2013