Blogarchief

Posts tonen met het label mensen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mensen. Alle posts tonen

donderdag 27 december 2012

Onwennig





Onwennig


Elke dag komen ze wel even langs. 

Hij, 85 jaar oud, kromgebogen. Zij, 86 jaar oud en net zo kromgebogen. Altijd vergezeld door hun vale, krakende boodschappenwagentje dat de tand des tijds net zo goed heeft weten te doorstaan als zijzelf. Ze houden elkaars hand stevig vast. Zij is de baas, ze verteld hem wat ze nodig hebben. Hij is de beheerder van de portemonnee en de financiën.

Ze zijn op elkaar ingespeeld, hij en zij. Maken elkaars zinnen af en vullen elkaar perfect aan en altijd handje in handje. Zo maken ze ook weer gelijktijdig aanstalten om de winkel te verlaten. Al 63 jaar zijn ze samen en het is vertederend om twee mensen zo samen te zien. Lieve mensen, vriendelijk tegen iedereen, maar vooral tegen elkaar.

Vandaag was hij alleen, oud, kromgebogen, met zijn vale, krakende boodschappenwagentje. Met zijn handen wist hij geen raad. Bijna hulpeloos, ‘ zijn dit theedoeken of vaatdoeken ?’ vraagt hij me zachtjes. Geen overleg met haar, ‘hebben we die nu wel of niet nodig?’ Onzeker en dralend.
Nee, ze was niet ziek. Onverwachts, zo ineens, een hartstilstand. ‘Je kan er niets meer aan doen, ‘zegt hij met een trieste blik. ‘Nee, natuurlijk kan je er niets meer aan doen, maar het is wel een hard gelach na 63 jaar samenzijn.’

‘Ik kook wel voor mezelf hoor’ stelt hij mij gerust. ‘Ik mocht nooit koken, maar ik keek altijd stiekem over haar schouder mee,’ zegt hij met een vage glimlach. ‘Tja, het leven gaat door.’ Maar zijn blik is mat en er moet nog een hoop geregeld worden. ‘Ja hoor, ik ga de deur wel uit, ik zal wel moeten, de boodschappen en zo.’

Het beheer van zijn portemonnee is nog steeds als vanouds en hij rekent kundig en tot op de cent nauwkeurig de theedoeken af. ‘Dank je, voor je medeleven. Je ziet me van de week wel weer. ‘ Met kromgebogen rug loopt hij de winkel uit, het krakende vale boodschappenwagentje protesterend achter hem aan, zijn vrije hand onwennig, eenzaam, diep weggestoken in zijn jaszak.


© copyright Ingrid Punt december 2012

zaterdag 8 september 2012


De mensen van Weleer...



De mensen van weleer… 
ze deelden ooit mijn leven,
nu zij er niet meer zijn blijft het voor mij
 een vreemd gegeven.
Eens deelden wij iets met elkaar, ‘t behoord nu tot ’t verleden,
laat me niet meer misleiden, want
ik leef nu in het heden.
dan is er plots een geur, geluid, soms zie ik hen weer staan,
maar weet, het leven draait wel door
ik moet ze laten gaan.
gevoelens van weleer… ik wil het niet vergeten
‘niet doen, je doet jezelf zo’n pijn’
is mij wel eens verweten.
‘ach, laat het toch, toe denk vooruit, laat los, wees nu eens sterk’
ik doe mijn best, probeer het echt
totdat ik weer bemerk…
de mensen van weleer… ik blijf zo aan ze hangen,
herinneringen aan wat was, doet
mij naar hen verlangen.
het voelde veilig en vertrouwd, ik meende ze te kennen,
nu moet ik verder zonder hen en kan
daar slecht aan wennen.
de mensen van weleer…  je kunt het toch niet dwingen
hun liefde en hun energie blijven
mij nog omringen.
vergeet hen niet, dan maar verdriet, als ik aan ze blijf denken
ga mij het niet verbieden, omdat
ik iemand zou krenken.
de mensen van weleer… je kunt ze niet onttronen,
ze zijn een onderdeel van mij, blijven
mijn hart bewonen.

© Copyright september 2012