Blogarchief

Posts tonen met het label Ergernis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ergernis. Alle posts tonen

zaterdag 12 augustus 2017

Achtergrondmuziek



Ergeren jullie je ook zo aan de achtergrondmuziek in sommige winkels? Nou, ik wel. De tijd van James 'over' Last ligt gelukkig ver achter me, maar over het algemeen is het te hard, te saai of gewoon vreselijk irritant.

Maar vandaag was het echt genieten. De zwoele stem van Marvin Gay zweefde door de winkel, ik vergat waarvoor ik eigenlijk kwam en blij verrast neuriede ik mee, "Whoa, ahhh, mercy mercy me, oh things ain't what they used to be, no no ...
Where did all the blue skies go?"
Ik zat er net lekker in, toen ik plotseling door een winkelmedewerker op mijn schouder werd getikt. 

"Mevrouw, uw telefoon gaat over."
"Mijn telefoon ... nee hoor!"
"Jawel."
"Echt niet!"
"Jawel!!!" Schreeuwde hij, om de muziek - die inmiddels steeds luider werd en door de hele winkel schalde - enigszins te overtroeven en hij wees naar mijn tas.

Met een kop als vuur, graaide ik in mijn tas op zoek naar mijn jengelende mobiel, terwijl ik me realiseerde dat ik de avond ervoor mijn ringtoon had omgezet ... Whoa, ahhh, mercy mercy me ... 
Hoezo versuft? 


Puntje augustus 2017




zaterdag 5 juli 2014

Fai-retail - uitverkoop

"De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht."
Mahatma Gandhi Indiaas politicus 1869-1948



Fai-retail - uitverkoop

'Nee, die hoef ik niet, veel te klein ... ' mompelt ze terwijl ze de pan - die net door een andere klant retour is gebracht en nog op de toonbank staat - kritisch bekijkt.
'Sorry?'
'Ik wil deze niet want hij is me te klein. Je weet, als wij koken pakken we het groots aan.'
Met -wij- doelt ze op haar culturele achtergrond.
Ik knik bevestigend en kijk naar de hoeveelheid spullen die ze om zich heen heeft verzameld en vraag me af hoe ze al die tassen mee gaat nemen.
Terwijl ik met de eerstvolgende klant afreken hoor ik haar plotseling snauwen.

'Afblijven, die is van mij!'
'Nee hoor, jij wilde hem niet!'
'Wel waar, ik had hem daar alleen maar even neer gezet.'

Vertrouwend op een goede afloop laat ik de twee verder bakkeleien.

'Hier die pan!'
'Nee, nu is ie van mij!'
'Ik ga niet met jou in discussie dame, hij is van mij, klaar!'
'En nu geef je mij die pan want anders...!'

De 'dames' staan nu wild aan de pan te trekken en geen van beide geeft ook maar een duimbreed toe. Voor ze elkaar echt in de houtgreep nemen besluit ik in te grijpen.

Hun hebzuchtige klauwen zijn niet bedacht op mijn reddingsactie. Gebruik makend van hun verbazing weet ik de pan snel los te wrikken en zet hem met een klap weer terug op de toonbank.
Twee verhitte gezichten kijken me verbluft aan.

"Luister dames, ik ben actief lid van het Pannenbevrijdingsfront en deze pan heeft net asiel aangevraagd."
'Ja maar ...' Probeert de vrouw van de vele tassen.
'Nee, hij gaat eerst een tijdje in quarantaine!' zeg ik resoluut.

'Wie kan ik helpen?!'

© Ingrid Punt juli 2014

woensdag 15 mei 2013

Motje




Motje

In de kamer vliegt een motje,
en net als ik haar vangen wil,
duikt ze midden in een dotje
spinrag … ‘t plakt, dus nog vrij pril.

Zou ik haar nog kunnen redden
van een nare, wisse dood?
’t  Is te laat, de webbewoner
trekt haar naarstig in zijn schoot.

Grote enge spinnenpoten
kapselen het motje in,
even denk ik … oh wat tragisch,
‘t motje heeft vast een gezin.

Maar dan zie ik plots een gaatje
in mijn mooie nieuwe vest,
en dan denk ik ‘Oh, ik haat je”
motje hebt ’t zelf verpest!

© Ingrid Punt Mei 2013


maandag 13 mei 2013

Happy ending


Happy ending


‘Ik denk dat ik vierendertig neem, Foe jong hai, dat is ei, daar kunnen ze niet zo veel aan verpesten toch?’ Klaas neemt nog een flinke trek aan zijn sjaggie en drukt hem dan uit in de glazen asbak. 
‘Ei kan je thuis ook eten Klaas, ik denk dat ik drieenveertig neem, dat is Chiauw chieuw. Dat is varken met dat rode goedje erover heen. Ja, ik ga voor het varken,’ Zegt Truus, met zo’n zelfverzekerde blik alsof ze net de hele veestapel aan een vakkundige inspectie heeft onderworpen.

‘Snap jij trouwens waarom ze die maaltijden altijd nummeren Klaas?’ 
‘Omdat ze geen Nederlands spreken Truus, en lezen kunnen ze het al helemaal niet. Dan is het toch makkelijker als je de maaltijden een nummer geeft. Dan hoef je niet na te denken, je laat de mensen gewoon een nummer aanwijzen. 

‘Het is trouwens wel een gedateerd restaurant zeg. Kijk dan Klaas, alles is bruin geschilderd, de vloerbedekking helemaal kaal en dan die armoedige versleten kleedjes op tafel. Echt vergane glorie.‘ 
Klaas zucht, ‘ja, volgens mij heeft Chiang Kai Shek hier zelfs nog gegeten.’ 
Truus slaat snel de kaart open, wat is dat voor nummer?’ 
‘Wat kan het je schelen Truus, we komen hier om te eten, niet om te kijken of Jan de Bouvrie zo af en toe een vorkje komt prikken.’

De serveerster komt de bestelling opnemen. 
‘Zo, die prijzen liegen er niet om, zegt Klaas terwijl hij zijn menukaart dichtslaat en hem aan haar terug geeft. ‘Zou dat met of zonder happy ending zijn vraagt hij richting Truus, die een kleur van oor tot oor krijgt. De serveerster blijft hem vragend, maar vriendelijk aankijken, haar notitieblok en pen strijdbaar in de aanslag. ‘Doe maar één vielendeltig en een dlieenveeltig’ zegt Kees luid en op zijn manier goed articulerend, terwijl hij de serveerster diep in de ogen kijkt. Ze noteert de bestelling, knikt beleefd en loopt naar de keuken. 
‘Moest dat nou?’ vraagt Truus beschaamd. 
‘Ach, geloof me nou, ze heeft er geen woord van begrepen. Die mensen wonen hier al jaren maar hebben nooit Nederlands geleerd. Maaltijdnummers Truus… dat is niet voor niets.’

Na enige tijd worden de maaltijden geserveerd. 
‘Sambal bij?’ vraagt Klaas schaterlachend aan de serveerster. 
‘Sambal ja?’ Ze knikt vriendelijk, pakt een sambal-potje van een andere tafel, zet die voor Klaas zijn neus, en maakt zich uit de voeten. Klaas laat het zich onder luid gesmak goed smaken. Het versleten, maar fris witte damast wordt door hem niet gespaard en ziet er binnen de kortste keren uit als een slachtveld. De serveerster loopt zo nu en dan vriendelijk knikkend langs hun tafeltje om te zien of alles naar wens is.  

‘Klaas, moet je nu zien hoe dat kleed er uit ziet!’ 
’Wat maakt dat nou uit, ik betaal er toch voor en ze hebben vast wel een mooie Chinese wasmachine, die gasten maken alles na. Miele is er niets bij, geloof me nou maar.
‘Mag ik zo van U de lekening mevlouw?’ 
Truus weet niet hoe ze het heeft en duwt haar gezicht diep in haar servet van schaamte. 
‘Wat nou?’ vraagt hij wanneer Truus hem kwaad aan kijkt. ‘Maak je niet zo druk mens, ze snapt er toch niets van.’

Even later schuift de serveerster een schoteltje met de rekening en een paar pepermuntjes onder Kees zijn neus. 
‘Heeft het u allemaal gesmaakt meneer, aan het kleed te zien wel hé? Geeft niets hoor, we hebben een geweldige wasautomaat, een Miele is er niets bij.’ 
Haar Nederlands blijkt perfect en Kees krijgt een kop als vuur. Hij graait de rekening van het schoteltje, mompelt wat onbeholpen en tast flink in de buidel, met ter compensatie voor zijn onbenul daar bovenop een vette fooi. 
‘Dank u wel, we hebben geen happy ending maar u mag wel een extra pepermuntje nemen. En dan wens ik u nog een fijne voortzetting van de avond’ glundert de serveerster. Kees is nu zo rood als een biet. De serveerster knipoogt naar Truus en loopt naar het volgende tafeltje. 

‘Sambal bij ... ja?…’

© Ingrid Punt 2013


donderdag 9 mei 2013

Illusie



Illusie


Nu je mij niet meer kunt raken
en ik eindelijk ben verlost,
zie ik klaar …  en o zo helder
wat een tijd het heeft gekost.

Raadselachtig, onbetrouwbaar,
fictie, wazig, nooit paraat,
onbestemd en twijfelachtig
droombeeld … zonder ruggengraat.

Hersenschim kwam tot bedaren
waar hij lang en breed regeerde,
bleek na veel verspilde jaren
die illusie… de verkeerde.

Door dat vage zelfbedrog
-veel geleerd, ik ben er nog-
kwam dan eindelijk de conclusie ...
er is meer dan een illusie.


© Ingrid Punt mei 2013


vrijdag 19 april 2013

Familiedrama

Op een mooie zondagmiddag bij opa en oma in de tuin...

Laat ik even voorop stellen, ik hou ontzettend veel van mijn broer en had me geen betere broer kunnen wensen. Maar zoals het nu eenmaal gaat met broertjes en zusjes, een gezonde dosis tweestrijd is altijd aanwezig. En dat is goed, zo moet het ook zijn. Dat maakt je sterk en leert je hoe je met elkaar om moet gaan.
Dus broer...




Familiedrama

Oma kneed het koekjesdeeg
en opa bakt ze bruin,
terwijl mijn lieve broer en ik
zoet spelen in de tuin.

Broerlief speelt met een bootje
fijn ...... hij is de kapitein,
maar achter dit tafereeltje
schuilt een berg van vuig venijn.

Waarom mag hij de boot
en ik die saaie, stomme  pop,
haar kleren zijn te groot
en dan die domme poppekop.

Daarnet draaide hij voor de
grap haar benen uit de kom,
verknipte al haar krullen, 
keek toen niet meer naar haar om.

Nu lacht hij nog, dat stomme joch
wil nooit zijn speelgoed delen...
maar molt altijd mijn poppen
nét als ik er mee wil spelen.

Broerlief speelt met het bootje
dat nu plotseling slagzij maakt
dan legt de boot het loodje
zo… ik heb mijn pop gewraakt.

Oma kneed het koekjesdeeg
en opa bakt ze bruin...
terwijl een drama zich voltrok
daar midden in hun tuin.


© Ingrid Punt april 2013

zondag 17 februari 2013

Herhaalrecept


Soms loop je tijdens je dagelijkse beslommeringen tegen een bron van ergernis aan.
Iedereen moet er wel eens aan geloven en vaak is het een kwestie van even diep ademhalen.


Herhaalrecept 

‘U bent verbonden met het gezondheidscentrum … alleen voor spoedgevallen toets u 1. U wordt zo snel mogelijk te woord gestaan. Belt u voor assistenten en huisartsenhulp? toets 2, belt u voor een herhaalrecept? toets 3, belt U voor fysiotherapie? toets 4, voor vaccinatie-bureau Nederland? toets 5. Voor alle overige informatie, toets 9.’

Heerlijk zo’n keuzemenu. Meestal zijn ze me -mede dankzij de monotone en slaapverwekkende stem van de spreekster- binnen de eerste minuut al kwijt. Maar het is voor een goed doel  (medicijnen) dus ik kies voor 3. 'U luistert naar de herhaalreceptenlijn. Alleen via deze lijn kunt U een herhaalrecept bestellen. Spreekt u na de piep rustig en duidelijk uw naam, tel.nr. geb. datum, medicijn en apotheek in.

Zo, dat is een berg informatie,. Ik vertrouw er maar op dat ik de volgorde kan onthouden en heb nu al medelijden met alle bejaarden die ongetwijfeld van dezelfde dienst gebruik dienen te maken. Ik wacht op de piep… PIEP… ‘Naam, Ingrid Punt,’ uhhh, wat wilde die monotone stem nog meer weten, o ja, mijn telefoonnummer en geboortedatum. Ik articuleer luid en duidelijk. Nee ik laat me niet opjagen en probeer rustig te spreken, zoals Sien Saai me heeft opgedragen. Maar waarschijnlijk té rustig, want als ik de naam van de medicijnen en de apotheek in wil spreken blijkt de verbinding al verbroken. Ik probeer het nogmaals en dit keer lukt het me om binnen de tijd alle gevraagde informatie te verstrekken. 

Helaas, de volgende dag blijk ik de test niet te hebben doorstaan, want ik krijg de verkeerde medicijnen in mijn schoot geworpen. En ik mag er ook nog eens dik voor betalen, zegge en schrijve vijfentwintig euro… tel uit je winst.

‘Maar deze crème heb ik niet besteld.’
‘Maar deze crème hebben we door gekregen via de receptenlijn. We hadden het niet op voorraad dus we moesten het speciaal voor U bereiden, vandaar de prijs.’
‘O, dus omdat de receptenlijn niet goed werkt mag ik voor de kosten opdraaien?’
‘Nou mevrouw, zo moet u het niet zien, maar u moet de crème wel nemen want anders zitten wij met de kosten.’
‘Nou dat is dan jammer, maar ik betaal niet voor medicijnen die ik niet besteld heb en niet gebruik.’

Om een lang verhaal kort te maken, ja en nee werdt een lange strijd, die ik overigens won, dat dan weer wel. Maar ik kreeg wel een aantekening bij mijn naam – ik voelde me een crimineel- zodat ik in de toekomst eerst gebeld zou worden voor er ter plekke een medicijn voor me bereid zou worden. Nou, daar kon ik wel mee leven.
Nu wil het geval dat ik vandaag weer een herhaalrecept nodig had en de naam van het medicijn niet meer wist.
Tja, ik ben ook geen achttien meer. Nakijken kon ook niet omdat ik de verpakking al had weggemikt. Om misverstanden, crommunicatie en het mede veroorzaken van de oplopende ziektekosten te voorkomen, besloot ik om het dit keer -voor de zekerheid- via één van de doktersassistenten af te handelen.

‘U bent verbonden met het gezondheidscentrum … alleen voor spoedgevallen toets u 1, U wordt zo snel mogelijk te woord gestaan.Belt u voor assistenten en huisartsenhulp? toets 2, belt u voor een herhaal recept? toets 3, belt U voor fysiotherapie? toets 4, voor vaccinatiebureau Nederland? toets 5. Voor alle overige informatie, toets 9.
Jaja…. Oké. dit maal kies ik voor toets 2 –de assistente dus- …

‘Goedemiddag, waarmee kan ik U van dienst zijn?’
‘Goedemiddag, U spreekt met Ingrid Punt. Ik bel voor een herhalingsrecept waarvan ik de naam niet meer kan achterhalen. Misschien kunt U me helpen en het even voor me na kijken?’
‘Zucht… U moet de receptenlijn bellen want het is half twee, om twee uur sluiten we, het is nu druk en er staan zéker nog vijftien mensen in de wacht.’
‘Ja mevrouw, maar ik zeg U net dat ik de naam van de medicijnen niet meer weet en hoop dat U het misschien even voor me na kunt kijken, omdat het eerder fout is gegaan.’
‘Zucht ‘
Ik word nu breeduit de les gelezen, en wel in een tijdsbestek waarin ze alle vijftien mensen die in de wacht stonden – plus hun buren, vrienden, familieleden en en vage kennissen, verder had kunnen helpen.
‘U moet tóch de receptenlijn bellen.’ voegt ze er tenslotte strijdlustig aan toe. Ik moet haar nageven, er zit een kop op.

‘Mevrouw, ik vertel U net dat ik al eens eerder de verkeerde medicijnen heb ontvangen, en ik probeer op deze manier misverstanden te voorkomen, want … wat moet dat allemaal wel niet kosten en wie gaat dat betalen?’
‘Dubbele zucht… momentje graag.’

Na, wat een eeuwigheid lijkt te duren, heeft ze het gevonden en op mijn vraag of ze het bewuste recept misschien door wil zenden naar de apotheek –kwestie van één druk op één knop- volgt een driedubbele zucht.
‘Ach, waarom niet, ik ben nu toch al bezig.’ Zucht ze er venijnig achteraan.
Gelukkig, er is eindelijk licht aan het eind van de tunnel. Ik bedank haar voor haar tijd, luisterend oor, inlevingsvermogen, hulpvaardigheid, flexibiliteit en geduld en wens haar een prettige voortzetting van de dag.
‘Uhhh?’
‘Ja… dat bedoel ik!!!’ ;-)

© Copyright Ingrid Punt Januari 2013

donderdag 7 februari 2013

Het recht in eigen hand




Het recht in eigen hand

Zijn ogen staren naar zijn trillende met bloed besmeurde handen, zijn  adem gaat gejaagd. Blinde paniek dwingt zijn hart tot een razend tempo. 

‘Doe open vuilak!’ klinkt een donkere mannenstem vlak voor zijn deur. Dan klinkt een flinke harde roffel tegen het strak geschilderde hout. Het gebonk en geschreeuw gaan nog even door, maar dan lijkt de strijd beslecht. Hij dankt god op zijn blote knieën dat hij een maand of wat geleden de deur heeft laten vervangen voor een zwaarder exemplaar. Een vooruitziende blik? Wie zal het zeggen.  

‘Viezerik, we krijgen je wel. ‘ Het is weer even stil, en met ingehouden adem legt hij na enige aarzeling zijn gehavende oor voorzichtig tegen de deur. Er klink gestommel en gefluister aan de andere kant. Maar hoe hij zich ook in spant, hij hoort niet duidelijk wat er gezegd wordt. Hij snelt de kamer in terwijl  zijn bloed zich een weg vanaf zijn gescheurde oor naar zijn nek baant. Telefoon, handdoek, hij aarzelt even, wat heeft prioriteit. 

‘Doe die deur open klootzak!’ klinkt het weer en het gebonk tegen zijn voordeur gaat nu onverminderd door. Het geluid  wordt harder en doffer alsof er nu met een zware balk tegen zijn voordeur wordt gebeukt.
Met trillende vingers tikt hij 112 in. 

‘112 alarmcentrale, wie wilt U spreken, politie, brandweer of ambulance?‘ 
‘Wat kan mij het schelen, stuur voor mijn part alles, want als het nog lang gaat duren heb ik ze alle drie wel nodig. 
‘Rustig blijven meneer, zijn er ook gewonden bij?’ 
‘Er staan een aantal kerels voor mijn deur die me willen molesteren, gewond? Ja, Ik ben net op straat door ze te grazen genomen, schiet een beetje op alstublieft.‘ 

Hij vertelt haar het adres terwijl het gejoel en geschreeuw buiten luider wordt. Het lijkt wel alsof er meerder raddraaiers zijn bijgekomen. 
‘Blijft U aan de lijn meneer ik verbind U door met de politie.'

De avond begon zo goed. Hij had zijn vriendin opgehaald en samen waren ze naar één of andere Franse speelfilm geweest – De Vrais Mensonges of zoiets- Hij had niets met Franse speelfilms en het romantische gezwijmel had hem al helemaal niet kunnen boeien. Maar in tegenstelling tot haar vorige jaloerse, overheersende vriendje gunde hij Merel dat verzetje. Hij vond haar lief en aandoenlijk als ze zo geëmotioneerd raakte. De film had indruk gemaakt en direct daarna wilde ze naar huis. Had hij maar geluisterd. Maar hij moest en zou nog even naar zijn stamkroeg. Na dat Franse gezever nog even lekker een biertje drinken met zijn vrienden. Aan de bar zat een vreemde vent, druk bezig met zijn mobiel. De hele avond had hij al het gevoel gehad dat die kerel hem observeerde met zijn broeierige ogen, maar verder had hij er geen aandacht aan geschonken. Het was gezellig en het bier smaakte hem goed, te goed. Zo goed zelfs, dat Merel hem vriendelijk toch resoluut de deur wees nadat de taxi hen bij haar thuis had afgezet. Ze wilde geen aangeschoten vent in bed en na een kop sterke koffie kon hij vertrekken.

Het was een mooie heldere avond en hij besloot naar huis te lopen. De frisse avondlucht deed hem goed en een aantal straten verder voelde hij zich al een stuk beter. Eerst merkte hij hun voetstappen niet eens op, tot hij zijn pas versnelde en de personen achter hem zijn voorbeeld volgden. De straat was donker en verlaten en de rechtopstaande haren in zijn nek deden hem besluiten niet achterom te kijken maar zijn pas nog enigszins te versnellen. De plotselinge, harde greep om zijn schouder belette hem verder te lopen en voor hij zich kon verweren kreeg hij een flinke dreun tegen zijn onderkaak. Terwijl hij zijn evenwicht verloor, zag hij in een waas drie mannen tegenover hem staan. Hun gezichten stonden hard en gevoelloos. Alleen de flink uit de kluiten gewassen kerel die hem de dreun gaf en over zijn pijnlijke vuist wreef had een razende blik in zijn ogen.  Het was de man uit het café  

‘Het is hem wel degelijk jongens, kom op, grijp hem.’ Riep zijn belager.  
‘Wat moeten jullie van me? ‘ wist hij nog verbaast uit te brengen voor de kerel hem weer een dreun – nu tegen zijn oor-  gaf.  
‘Als jullie geld willen, mijn portemonnee zit in mijn achterzak.’ Maar de harde ogen van zijn tegenstander stonden genadeloos. 
‘Je geld, laat me niet lachen man, hier viespeuk, wat heb je hierop te zeggen?’ Hij duwde hem zijn mobiel, onder zijn neus. 
'Hier kijk dan vuilak, kijk wat je hebt aangericht.’ 

Op het display van zijn mobiel stond een foto van hem met daaronder de tekst –wie herkent deze pedofiel- Met daaronder een misselijkmakend verhaal over wat hij zou hebben aangericht. Even was hij met stomheid geslagen, hoe kwamen ze aan zijn foto, en sterker nog, hoe kwam zijn foto bij dit walgelijke artikel. Zijn hersenen draaiden op volle toeren. Wie zou er zo’n hekel aan hem kunnen hebben en hem zoiets aan kunnen doen. Veel tijd om erover na te denken had hij niet, want de kerels trokken hem alweer overeind. Maar eer één van zijn belagers hem nog een dreun kon verkopen, wist hij zich los te rukken.  Hij rende voor zijn leven. Want dat ze hem wilden lynchen  was hem wel duidelijk. Na een wilde, angstaanjagende achtervolging  wist hij uiteindelijk, buiten adem zijn huis te bereiken.

De deur kraakt nu onder het gewicht van de zware houten balk, en na nog een aantal stoten begeeft deze het uiteindelijk. De mannen stormen naar binnen en trekken hem aan zijn haren de straat op. Buiten is het geschreeuw inmiddels oorverdovend en er blijken nog meer gekken op de herrie te zijn afgekomen. De gezichten –zowel van de mannen als de vrouwen- zijn vertrokken in razernij en niemand toont mededogen. ‘Grijp dat monster’ krijst een ijzige vrouwenstem, en de mensenmenigte sluit zich al snel om hem heen. Hij voelt de schoppen, stompen en handen die aan hem trekken. Maar net als hij denkt dat zijn laatste minuut geslagen heeft hoort hij de sirene’s. Hij krijgt nog een flinke trap in zijn zij en na een laatste vuistslag tegen zijn  slaap verliest hij het bewustzijn. Het pistoolschot dat daarop volgt ontgaat hem.


Zijn advocaat komt naar hem toe om hem de hand te schudden. Zijn teleurstelling is groot. Meer zat er niet in en de strafmaat voor het vergrijp valt hem tegen. Over vervroegde vrijlating bij goed gedrag nog maar te zwijgen. ‘Een uit de hand gelopen grap’ had het ex-vriendje van Merel het genoemd. Het is niet zo moeilijk om iemands naam te besmetten wanneer je een zieke geest hebt. Je knipt en plakt wat aan elkaar, en plaatst het op het internet. Er zijn altijd wel meelopers te vinden die je op kunt hitsen en dingen kunt laten doen waar je zelf het lef niet voor hebt. In een groep voelt een lafaard zich veilig. De bedompte lucht in het gebouw valt hem nu pas op. Hij is toe aan frisse lucht. Behendig haalt hij de rem van zijn voorwiel en rijdt met zijn rolstoel naar de lift. 

Binnen enkele jaren kunnen ze gewoon weer verder met hun leven… zij wel.

© Ingrid Punt februari 2013





donderdag 3 januari 2013

Ei




Ei


Ik heb een probleem… nou ja, probleem. Het is soms lastig, vooral met de feestdagen. Aangezien we die inmiddels alweer achter de rug hebben ga ik nu eindelijk eens met de billen bloot. Niet schrikken, het is eerder een luxe probleem dan levensbedreigend. Maar toch, oké ik gooi het er maar uit… ik kan niet inpakken.

Dan heb ik het met name over cadeautjes. Ik bak er écht helemaal niets van. Een koekenpan weet ik te transformeren tot een voetbal en Vice versa. Begin ik bij het eerste presentje nog vol goede moed, en heb ik na een tijdje de smaak te pakken, na een stuk of tien pietluttige, goed bedoelde, tijdrovende, vreemd gevormde niemendalletjes schiet de klad er al aardig in. Het hangt uiteraard ook nog wel eens van de vorm af. Recht, of vierkant vormt nog niet zo’n probleem. Maar o wee, als de vorm ook maar enigszins afwijkt. 

Aangezien ik in een winkel werk, zie ik de klanten soms kijken. Vooral op mijn vingers en daarna met afkeurende blikken. Natuurlijk heb ik de smoezen wel klaar. Een zere vinger, papier te dik, papier te dun, papier te groot, cadeau te klein. Ik frommel de misbaksels snel in een tasje. In het ergste geval frommel ik er een extra stuk papier bij voor de Crea Bea's thuis.

Tegen de feestdagen moet ik er aan geloven wanneer de rollen huis, tuin en keukenpapier vervangen worden door het luxe Sint of Kerstpapier. Nu laat ik me niet zo snel uit het veld slaan en ik verheug me bij voorbaat al op die verbaasde gezichten. 
“Is het een cadeau, zal ik het voor U inpakken?’
’Nou graag, dat scheelt me weer een hoop werk.’ 
Ze moesten eens weten, lach ik vol leedvermaak in mijn vuistje.



De dag voor Kerst is het over het algemeen ontzettend druk en de rij is talrijk. De dame tegenover mij is druk met haar mobiel en zet een vaas voor mij op de toonbank. 
‘Cadeautje’ roept de druk telefonerende dame zonder mij een blik waardig te gunnen. Haar mobiel eist al haar aandacht op. Zou ik de dame in kwestie op een normale werkdag negeren – om haar de nodige privacy te gunnen- en de klant achter haar helpen, nu ben ik blij dat ze mij niet op de vingers kijkt. Oké, ik monster de vaas en vertrouw op mijn timmermansoog terwijl ik het vrolijk glimmende, feestelijke papier afscheur.De onwillige vaas wikkel ik eerst in een dikke laag beschermend papier tegen het breken. Ja, kennis is macht. Het zal niet de eerste keer zijn dat de klant, eer hij of zij de winkel verlaat het pakketje laat stuiteren. Even rammelen, nee gelukkig, het was geen kristal. Klinkt leuk, maar zolang de buitendeur nog niet gepasseerd is kunnen we er weer een nieuwe tegen aan gooien,Wanneer de vaas goed verpakt is tegen eventuele breukschade, maak ik het pakketje af met het feestelijke omhulsel. Nog een laatste stukje plakband ‘ é voilà’ Dacht ikzelf dat het eindresultaat er best mocht wezen, de mobiele dame kijkt plotseling geschrokken naar wat eens een vaas was. 

‘Het lijkt wel een ei.’zegt ze met stijgende verbazing, daarbij de persoon aan de andere kant van haar mobiel compleet vergetend.
‘Sorry mevrouw, maar de cursus – inpakken voor gevorderden- begon rond Pasen. 
Les 2 en 3 –kerst en overige feestdagen – heb ik gemist omdat ik griep had. 
Haar mond valt open terwijl ze rood aanloopt en ik zie haar twijfelen, boos worden, lachen, een kwinkslag of net doen of mijn neus bloed. Ik laat haar nog even spartelen en trek een onschuldig gezicht. Haar mond zakt nog verder open en ik geniet nog even na van de daardoor ontstane, niet nozele uitdrukking. Terwijl ik een rolletje papier voor haar oprol - mocht ze thuis nog een plotselinge creatieve aanval krijgen- kiest ze uiteindelijk eieren voor haar geld en grist het paasei van de toonbank. 


‘Dag mevrouw, fijne feestdagen’ roep ik haar na terwijl de volgende klant zich aandient. 
‘Is het een cadeautje? ‘ vraag ik de man voor mij.  
‘Uh.. ja… uhh…nee… uhhh… ja, maar ik pak het zelf wel in.‘ 


Ach, inpakken… het is een kunst. Maar mocht je, zo rond de Pasen nog iets leuks in willen laten pakken?





© Copyright December 2012

zaterdag 8 december 2012

Kerstversiering

Kerstversiering...

'Klaas ... wat doen we met moeder dit jaar?'
Klaas kijkt zijn vrouw verbaast aan 'Wat doen we met moeder dit jaar?' 
Als hij eerlijk antwoord zou geven zouden ze hem waarschijnlijk direct opsluiten. De kerstdagen én oud en nieuw inbegrepen, bivakkeert zijn schoonmoeder - al sinds hij zich kan heugen - een volle week bij hen. Dit jaar zal dat niet anders zijn. Bij de gedachte zakt zijn humeur naar het nulpunt. Want je kan alles van zijn schoonmoeder zeggen, maar een gezellig mens, makkelijk in de omgang en subtiel, horen geen van drieën in het rijtje thuis.

Vanaf het moment dat hij bij haar een stap over de drempel waagde was het hem al duidelijk, hij viel niet in de smaak, en dat is nog zachtjes uitgedrukt.
Sterker nog, er deugde eigenlijk helemaal niets aan hem. Zijn uiterlijk, zijn loopje, zijn kleding, zijn baan, zijn afkomst, hij kon gewoon geen goed doen. Deed hij in het begin nog zijn uiterste best om het beeld dat ze van hem had in positieve zin te veranderen, inmiddels heeft hij de moed allang opgegeven. Hij zit zijn tijd met haar wel uit.

'Hallo ma, alles goed ma, wil je iets drinken ma, zit je lekker ma, zal ik je zo naar huis brengen ma?' 
Vooral dat laatste gaat hem ontzettend makkelijk af en bij de gedachte dat hij haar op de terugweg flink kan laten schrikken door zo nu en dan flink gas te geven om vervolgens op de rem te trappen doet hem grijnzen. Dat moet hij haar nageven, ze weet het beste in hem naar boven te halen.

Het is nieuwjaarsdag en z’n schoonma kijkt hem na een volle week getreiter vanaf haar troon hooghartig aan. 'Hoe is het nu op je werk, al promotie gemaakt of hang je daar nog steeds de loopjongen uit?' ze werpt een veelzeggende blik op haar dochter. Maar die doet zoals gewoonlijk of haar neus bloed. Hij begrijpt eens te meer waarom zijn nimmer gekende schoonvader ooit met de noorderzon is vertrokken. Verbolgen kijkt hij toe hoe zijn vrouw suikerzoet de klontjes aangeeft en de angst dat ze ooit op haar moeder zal gaan lijken slaat hem om het hart.

Wanneer z’n vrouw de lege kopjes naar de keuken brengt, sist z’n schoonmoeder hem toe dat hij een klein miezerig mannetje is en dat in haar ogen altijd zal blijven. Ze slaakt een diepe zucht en vraagt zichzelf hardop af wat haar dochter ooit in hem heeft gezien. Ze had zo veel beter kunnen krijgen. Hij haalt zijn schouders op en met een vaag lachje rond zijn mond helpt hij zijn venijnig mopperende schoonmoeder in haar jas.
'Schat, ik breng je moeder even naar huis en ik breng meteen de kerstversiering even naar de schuur.'

Als hij een paar uur later fluitend met een volgeladen steekwagen richting schuur loopt, vraagt hij zich af wat hij volgend jaar met kerst zal gaan doen. Twee weken Bahama’s lijkt hem wel wat. Met een vette erfenis moet dat zeker lukken. Hij zet de zware, bijna onhandelbare doos achter in de schuur, waarna hij de deur sluit om die voorlopig niet meer te openen.

Copyright © Ingrid Punt 2010

maandag 26 november 2012

Egotrip naar Spanje




Egotrip naar Spanje

Mijn lieve sint wat een gezeur
sinds wij hebben gekozen,
stelt hij van Rutte ons teleur,
kunnen we hem nog lozen?

Zieltjes winnen voor de strijd,
maar na die tijd… vergetelheid.
Toe neem die Samsom ook maar mee,
dan beiden kielhalen op zee.

Die domme lach van enge Mark,
Ondanks dat we bezwijken
haalt hij ons gierend onderuit
en gaat zelfs over lijken.

Want mevrouw Jansen had een bult
en legde plots het loodje
haar dokter treft geen enkele schuld
zag haar nooit in haar blootje.

Die bult van haar was niet zo groot
maar koste een vermogen.
Zij had geen geld en is nu dood,
Mark heeft geen mededogen.

Samsom lacht stiekem in zijn vuist,
weet Rutte te bespelen.
Wij moeten bloeden voor een puist
’t kan Diederik niets schelen.

Dus heel misschien mijn lieve sint
Kunt u het tij nog keren.
Want nivelleren staat gelijk
aan niets meer te verteren.

Ach, Spanje maak je borst maar nat
met twee lachende dwazen.
En vraag niet ’Wie maakt ons nog wat?’
dat stel neemt je te grazen.

We zitten samen op de wip,
links, rechts, of in het midden.
De politiek één egotrip
dus laat ons samen bidden.

© Copyright Ingrid Punt november 2012



vrijdag 30 maart 2012

Jonge aanplant...


Jonge aanplant


Een mooie riante bungalow in een keurige buurt. De makelaar had hem snel weten te overtuigen, alle voorzieningen bij de hand en een gigantische tuin op het zuiden. Vooral dat laatste sprak hem erg aan want na zijn pensioen had hij zich op het tuinieren willen storten. Het zou een klein paradijs worden en hij keek nu al uit naar de gezellige etentjes die hij in die tuin zou geven voor zijn vrienden en kennissen. Ze zouden hem roemen vanwege zijn exclusieve planten en prachtig aangelegde vijver met koi karpers. Een groot gedeelte van de tuin wilde hij gaan gebruiken als moestuin.

Ja, hij zag het buitenleven al helemaal zitten. Na jarenlang in een flat gewoond te hebben zou zijn ultieme droom nu eindelijk uitkomen. Ergens in januari had hij het koopcontract getekend en er toen niet bij stil gestaan dat de grote oude eik van de buurvrouw zijn droom zomers compleet in de schaduw zou leggen. Ondanks al zijn gezwoeg lieten door gebrek aan zonlicht zijn mooie exclusieve planten het snel afweten. Daar gingen zijn gezellige etentjes buiten. Niemand had zin om op een mooie zonnige dag in een donkere kille kale tuin te gaan zitten, om over zijn moestuin maar te zwijgen. Alleen zijn vijver tierde welig en zijn dure karpers groeiden als kool onder zijn verzorgende handen.

Voorzichtig had hij getracht zijn buurvrouw over te halen de boom te laten verplaatsen. Zo een klein dementerend fragiel oud vrouwtje moest geen al te groot obstakel vormen. Hij had zelfs royaal aangeboden voor de kosten op te draaien. Compleet hysterisch was ze geworden. “Oude bomen mocht je niet verplaatsen” schreeuwde ze hem venijnig toe. De andere buren hadden hem verwijtend aangekeken en voor de goede verstandhouding had hij er verder het zwijgen toegedaan.Gerechtelijke stappen ondernemen zag hij niet zitten, dat ging hem veel te lang duren en de gealarmeerde buren zouden hem dan helemaal met de nek aankijken.

Nee… hij moest het recht maar in eigen hand nemen en slim en onopvallend te werk gaan. Buurvrouw is zo doof als een kwartel, dus ’s nachts is het een fluitje van een cent om een paar gaatjes in die oude eik te boren. Vol laten lopen met wat gif en het leed is geleden. Voorzichtigheid was wel geboden, want de buurman van de overkant -vanwege zijn bemoeizucht ook wel de buurtconciërge genaamd- hield alles en iedereen vanachter zijn gordijnen nauwlettend in de gaten.

Als de schemer die avond goed en wel heeft ingezet klimt hij over de schutting en legt zijn oor even tegen buurvrouw’s slaapkamerraam. En ja hoor, in haar slaap weet ze zelfs een heel bos om te leggen. Hij klopt even bemoedigend tegen de bewuste boom. “Zo ouwe jongen, daar ga je… tot in de pruimentijd.” Hij zet zijn handboor in de bast, draait een paar flinke gaten, laat het gif erin lopen en dekt de gaten weer af met een paar stukken schors. Dit herhaalt zich een aantal nachten, tot hij op een keer bijna betrapt wordt door de buurtconciërge die zijn hondje uitlaat.

“Zo buurman, nog laat op pad, ga je klussen?” de buurtconciërge kijkt geammuseerd naar het plastic tasje van de Praxis waarin hij zijn moordwapens heeft verstopt. Het verzinnen van een zinnige verklaring blijft hem gelukkig bespaart want het scharminkel dat buurman aan zijn hondenriem heeft gekoppeld begint te rillen en te piepen. “Jaja… je hebt ’t koud he, even snel een plasje en dan gaan we weer naar het vrouwtje.” Hij knikt en loopt snel terug naar de overkant met het piepende scharminkel voor zich uit. Poeh…. Dat scheelde niet veel.

Na een aantal weken gaat de boom zienderogen achteruit, de buurvrouw klaagt over zure regen en hij lacht in zijn vuistje. Wanneer hij op een dag zijn vette karpers in de eeuwige schaduw staat te voeren hoort hij de buurvrouw gillen “van onderen” De schaduw verplaatst zich alvorens geheel te verdwijnen en onder luid gekraak stort de grote oude eik ineen. In zijn ondergang neemt de reus de hoge schutting met zich mee en hij weet nog net het vege lijf te redden door er als een haas vandoor te gaan en zich te verschansen achter de keukendeur. Zuchtend en kreunend eindigt de gigant in zijn vijver. De karpers liggen her en der verspreid op het gras en terrastegels en happen naar zuurstof. Zijn tuin is één grote ravage, de vijver verwoest en de karpers leggen één voor één het loodje.

De verzekering weigert de schade te dekken en beroept zich op overmacht en buurvrouw zegt haar spaarcentjes nu hard nodig te hebben voor jonge aanplant. Als na een aantal weken hard werken de laatste resten van de boom uiteindelijk zijn verwijdert en zijn tuin weer een klein beetje toonbaar is rijd er een vrachtwagen van het tuincentrum voor. Buurvrouw is zo blij als een kind als de jonge aanplant -wat een grote notenboom blijkt te zijn- geplaatst word.

“Geweldig hé buurman, deze kan maar zo’n twaalf meter hoog worden dus het zal mijn tijd wel duren “ en met een triomfantelijk lachje trekt ze de tuindeur achter zich dicht terwijl zijn laatste koi karper het loodje legt.


© Copyright Ingrid Punt maart 2012





zondag 18 maart 2012

Chaos…



Chaos

Hij walste in en uit haar hart, 
het deed hem echt geen sier. 
Want hoeveel pijn hij haar ook deed, 
de deur bleef op een kier. 

Het interesseerde hem geen biet, 
minachtte haar gevoel. 
De puinhoop die hij achterliet, 
hij miste nooit zijn doel. 

Zonder pardon, zonder excuus, 
hij denderde naar binnen.… 
zette haar wereld op zijn kop 
zij kon hem slechts beminnen. 

Totdat haar hart in opstand kwam, 
hij bleef zich maar misdragen. 
Zelfs toen liet zij hem nog begaan 
al bleef het aan haar knagen. 

Haar hart zei… stop dit trek ik niet, 
we gaan hier aan kapot. 
Ze zag het licht, gaf hem de bons 
en deed de deur op slot.



©copyright Ingrid Punt oktober 2011

maandag 12 maart 2012

Tweesprong...



De makkelijkste weg... 
hij is mij niet gegeven. 

Want hindernissen op mijn pad, 
het hoort zo bij mijn leven. 

Ik hoor écht wel die stem die zegt; 
rechtdoor en sla niet af. 
Maar eigenwijs zoals altijd 
delf ik mijn eigen graf. 

De makkelijkste weg... 
ik zal er niet voor kiezen. 
Dan neem ik toch dat hobbelpad 
en ga misschien verliezen. 

Beklim weer hoge bergen, 
hoewel ik zeker weet... 
de lange weg die ik zal gaan 
mijn energie opvreet. 

De makkelijkste weg... 
zal dus nooit bij mij horen. 
Zou ik die keuze maken, 
ben ik pas écht verloren. 

Want ondanks de ravijnen, 
hoge bergen, diepe dalen. 
Neem ik steeds weer het risico 
dat ik zou kunnen falen. 

De makkelijkste weg... 
ik kijk er niet meer naar, 
want ondanks elke tegenslag 
is wat ik steeds ervaar... 

wanneer ik moe het eind bereik 
van wat ik was begonnen, 
kijk ik weer achterom en zie... 
ik heb het overwonnen.


Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

dinsdag 6 maart 2012

Lieve Juf deel 2...

Dat het een zwaar jaar zou worden, dat was duidelijk, maar zo zwaar? Bij vlagen was de sfeer in de klas niet te harden. De kinderen pasten zich allen aan op hun eigen manier. Sommige kinderen deden uitermate hun best om alles in juf’s ogen maar goed te doen en maar niet uit de toon te vallen. Ze namen bonbon’s en snoepjes voor juf mee en als ze tóch iets "fout" deden gaven ze gewoon een ander de schuld uit angst voor Juf's woede. De rest van de dag liepen ze strak in het gareel om 's middags uitgeput naar huis te kunnen gaan. Sommigen deden er letterlijk alles aan om vooral maar niet op te vallen en werden één met de wit gekalkte muren .Sommige kinderen waren uit veiligheidsoverwegingen op hand van de juf en vormden een muur tegen de kinderen die niet zo bij juf in de smaak vielen.

Pestgedrag werdt orde van de dag, maar dan vooral tegen de kinderen die het toch al moeilijk hadden om zichzelf in deze klas te kunnen zijn. Het waren vooral de kinderen die juf's valse trekjes zagen en Juf’s "goede bedoelingen" in twijfel durfden trekken. Mick was daar een goed voorbeeld van. Juf’s aversie tegen zijn doordringende en vooruitziende blik werd hem fataal en maakte van een zelfverzekerd, blijmoedig en opgewekt kind een onzeker, angstig, zielig hoopje ellende. Als Mick niet direct snapte wat juf bedoelde werd hij voor de hele klas belachelijk gemaakt. Was er iets gebeurd in de klas wat niet door de beugel kon, Mick had het gedaan, ook volgens de kinderen die op Juf’s hand waren. Het onderdeel van de witgekalkte muur hield wijselijk de mond. Met als gevolg dat Mick werd gezien als een stoorzender in de klas.

Er moesten volgens juf maatregelen tegen Mick worden getroffen door middel van muurtjes die om Mick heen geplaatst zouden worden want dan stoorde hij de klas niet zo en kon hij zich beter concentreren. "Met andere woorden… het was voor Mick’s eigen bestwil." Een bezoek aan een audioloog werd al snel geadviseerd want Mick luisterde niet of slecht. Mick bleek inderdaad doof... maar Oost-Indisch zoals de audioloog de moeder lachend gerust stelde. Mick’s moeder had al snel het spel van Juf door en verzette zich met hand en tand. Op oudergesprekken werd haar gevraagd hoe met Mick om te gaan. Haar advies om niet zo tegen Mick te schreeuwen omdat je als volwassene dan ook niet meer zou luisteren, werd afgedaan met het antwoord van juf, dat ze nóóit tegen de kinderen schreeuwde.

Hoe bizar is het dan als je als moeder bij toeval een paar dagen later op de gang loopt en vanuit de klas diezelfde perfecte juf als een viswijf tegen je kind tekeer hoort gaan, hij belachelijk wordt gemaakt tegenover zijn klasgenootjes en hij met de vloer gelijk wordt gemaakt op een manier die je je ergste vijand nog niet gunt.

De gesprekken met juf werden een regelrechte hel. Juf’s jarenlange ervaring stonden elk advies in de weg. Op brutaliteit kon ze hem niet betrappen maar Mick kon de dingen op zo’n duidelijke en volwassen manier formuleren dat Juf geen weerwoord had en dus letterlijk met een mond vol tanden voor de klas stond. Iets wat uiteraard niet handig is tegenover een klas met kinderen die de luiers net ontgroeid zijn. Buiten de lijntjes kleuren was in haar ogen geen vorm van eventuele creativiteit maar een duidelijke afwijking. Drukke kinderen zaten al snel aan de Ritalin, kinderen die het verschil tussen een "D" en een "T" niet snel genoeg doorhadden moesten naar speciaal onderwijs, en het witte plamuurwerk mocht fijn nog een jaartje overdoen.

Zo creëerde juf al snel haar perfecte klas, een klas die zij begreep. Een klas die bestond uit jaknikkers, verraders en angsthazen. Hoe het Mick verging? Het eerste jaar met zijn nieuwe juf had hij elke dag buikpijn. Kon hij ’s avonds niet in slaap komen, wilde hij ’s morgens zijn bed niet uit, ging huilend naar school, wilde hij haast niet eten, was misselijk, angstig en zelfs depressief. Toen bleek dat hij Juf Mia nog een jaar kreeg heeft hij gehuild alsof hij nooit meer zou stoppen. Maar toen kwam de ommekeer.

Hij was een jaar ouder, wijzer en had geleerd om zijn vooruitziende en doorgrondende blik ten volle te benutten. Hij heeft dat jaar overleefd en kwam er sterker uit. Hij heeft geleerd om op zijn gevoel te vertrouwen en dat mensen die hij instinctief al niet vertrouwd ook niet te vertrouwen zijn. Hij heeft zich verbaal goed weten te verweren. Dus juf Mia… bedankt, niet omdat je Mick het rekenen en lezen zo goed hebt bijgebracht maar vanwege het feit dat je hem hebt geleerd dat het met zijn mensenkennis wel goed zit!!!

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

maandag 5 maart 2012

Lieve Juf...

Overmoedig en blij stapt hij de klas binnen, de meeste kinderen kent hij nog van vorig jaar. Joost, Martijn, Lisa, Jasmijn en Geert… ze zijn er nog. Dat maakt het voor hem vertrouwd en de overgang van de kleutergroep naar groep drie nét iets makkelijker. De juf staat iedereen al op te wachten en ze lacht vriendelijk naar de ouders. Met uitgestoken hand stapt ze op zijn moeder af. 'Hallo, ik ben Mia Versluis, de juffrouw van groep drie.' Juf Mia Versluis staat bekend als een goede juffrouw. Een keurig geklede oudere dame en uiterst lief en vriendelijk. Het is een juffrouw die het klappen van de zweep duidelijk onder de knie heeft en haar zelfverzekerde blik verraad een jarenlange ervaring.


Ja… Juf Mia maakt een geweldige indruk. Hartelijk schud ze de binnen gekomen ouders de hand en beantwoord geduldig en vriendelijk hun vragen. Ze zakt door de knieën om de kinderen te begroeten en hun naam te vragen om ze vervolgens na een aai over hun bol een tafeltje te laten kiezen. Dan kijkt ze naar de kleine blonde jongen met de doordringende grijze ogen.

Vanaf het moment dat hij zijn wieg ontgroeid was -en misschien al ver daarvoor- wisten die ogen iedereen te doorgronden die op zijn pad kwam. Ongeacht iemands uiterlijk, hij "las" het karakter, goed of slecht en wist feilloos de zwakke plekken te vinden.

Juf hurkt naast hem neer en zegt vriendelijk, 'zo, en jij moet Mick zijn.' De heldere ogen van de jongen zien iets totaal anders dan die van zijn moeder. Deze juf kijkt streng en haar strakke mond forceert een glimlach die niet uit haar hart maar uit berekening voortvloeit. Haar hoogpolige truitje reikt tot haar kin, de keurige pliché-rok tot ver over de knie. Het lijkt alsof ze iets te verbergen heeft en Mick weet allang wat. Haar grijze haar is strak naar achteren samengebonden in een strenge staart. Zo’n wereld van verschil met de lieve kleuterjuffen die hij tot nu toe heeft gehad. Deze juf is overduidelijk vastberaden het rekenen en de Nederlandse taal er in te stampen bij deze kleine stukken onbenul.

Welkom Mick… ik ben Juf Mia, ze steekt lachend haar hand uit die Mick resoluut weigert. Mick staart haar doordringend aan. Hij kijkt diep in haar ziel en ziet dingen die hem én haar in elkaar doen krimpen. Juf is even van haar stuk gebracht en de glimlach rond haar mond bevriest… de aai over zijn bol vergeet ze… 'zoek maar vast een tafeltje waar je wil zitten Mick' zegt ze verward. Haar glimlach hersteld zich snel als ze zich omdraait en de andere ouders en kinderen welkom heet. De doordringende ogen van de kleine jongen prikken in haar rug, lijken dwars door haar heen te gaan en bezorgen haar kippenvel.

Ze worden opgeschrikt door de schoolbel. De ouders nemen afscheid en staan nog even lachend voor het raam te zwaaien. Mick kijkt zijn moeder even hulpeloos aan, 'ik wil hier niet blijven mam.' 'Doe niet zo gek Mick, het is gewoon weer even wennen... geloof me maar, straks vind je het hartstikke leuk.' 'Maar ze is niet aardig mam!' 'Ach, natuurlijk is ze aardig… iedereen zegt dat het zo’n lieve juf is. Jullie moeten gewoon even aan elkaar wennen.'

Ze knuffelt hem even en loopt als laatste de klas uit. Juf Mia sluit de deur achter haar. De blik in haar ogen wordt hard en met een venijnige stem zegt ze…. Zo… stelletje nietsnutten, het spelen is vanaf vandaag voorbij, we zullen wel eens zien wie hier de baas is. Ze kijkt Mick met een zelfgenoegzame blik aan… de toon is gezet, het wordt een zwaar jaar.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

Voor deel 2... >>>KLIK<<<

donderdag 16 februari 2012

Berusting 4...

Gedachteloos legt ze een bloemkool in haar winkelwagentje… een culinaire uitspatting of bloemkool… wat maakt het uit… hij proeft toch niet wat hij eet, althans dat idee heeft ze wel eens als ze hem alles zo naar binnen ziet schuiven… dus wat zal ze zich nog uitsloven. Als twee zombies zitten ze tegenover elkaar aan tafel, als ze tenminste al samen aan tafel zitten. Vaak genoeg eet ze alleen aan tafel en zit hij voor de tv met zijn bord op schoot. Al jaren hebben ze elkaar niets meer te melden. Eigenlijk was dit van het begin af aan al zo, maar ze was eigenwijs en wilde het hoe dan ook laten lukken. De caissière kijkt haar verveeld aan…. “koopzegels”… Ze schud haar hoofd, propt de spullen in haar tas en sjokt naar buiten. Als ze buiten een blik in de winkelruit werpt schrikt ze van haar spiegelbeeld. Wat een triest plaatje. Ze zet haar tas neer en bekijkt zichzelf iets nauwkeuriger. Haar grijze lokken hangen triest langs haar gezicht evenals haar mondhoeken. Ze is op… realiseert ze zich… en de eenzaamheid moe.

Ze moest hem hoe dan ook hebben en zie wat er van gekomen is. Vanaf het moment dat ze hem heeft weten te overreden dat ze bij elkaar hoorden was ze zielsgelukkig… dacht ze... “Dat ze bij elkaar hoorden”… wat een ironie… niets bleek minder waar. De rust en afstandelijkheid die ze vroeger zo aantrekkelijk aan hem vond verafschuwd ze nu. Zij praatte en hij luisterde…. “dacht ze.” Vanaf het moment dat ze erachter kwam dat het allemaal langs hem heen ging werd het écht stil in huis. Zij zweeg ook. Hij is wel tevreden met het leven dat ze samen leiden, en merkt niet eens hoe eenzaam zij zich voelt. Ze delen een huis, een tafel en een bed maar zijn mijlenver van elkaar verwijderd. Nergens wordt écht over gesproken, hij heeft ooit een muur om zich heen gebouwd en zij komt er niet doorheen. Zijn hart blijft koud en kil. Haar familie en vrienden ziet ze bijna nooit meer omdat hij het niet op kon brengen om met haar mee te gaan.” Koude drukte” noemde hij het. Maar ze kon geen smoesjes blijven verzinnen voor zijn afstandelijke gedrag en op een gegeven moment liet ze het zelf ook afweten. Ze heeft zich aangepast want hij gaf geen duimbreed toe en nu is ze net zo gesloten als hij.

Ze denkt terug aan het moment dat haar leven een keerpunt bereikte. Het moment dat hij weer eens niet op kwam dagen en zij hem dagenlang bleef bellen zonder dat hij opnam. Toen had ze het al kunnen weten. Maar ze wilde niet naar haar vrienden en haar eigen intuïtie luisteren. Ze wist dat hij zich niet kon binden. Ondanks dat, stelde ze alles in het werk om hem tóch weer te ontmoeten. Eindelijk gaf hij toe en ze vervloekt die dag nog steeds. Had ze zijn telefoonnummer maar gewist en was ze die dag maar met haar vriendin naar het strand gegaan. Één foute beslissing heeft haar lot bepaald en dit is er van gekomen. “Wat eten we?” vraagt hij zonder haar aan te kijken, meer uit gewoonte dan uit interesse. Ze antwoord niet, omdat haar antwoord hem toch Siberisch laat. Zwijgend zitten ze even later aan tafel. Als hij klaar is met eten staat hij op… ‘Vanavond maar eens vroeg naar bed’ zegt hij en loopt zonder haar antwoord af te wachten de kamer uit……
Ze knikt berustend.......


Copyright © Ingrid Punt augustus 2011


Wat eraan vooraf ging... >>> KLIK<<<

dinsdag 14 februari 2012

Berusting 2 ...


Het beloofd een stralende dag te worden, met hoog oplopende temperaturen volgens de voorspellingen. Haar vriendin had haar de avond ervoor nog gebeld om te vragen of ze vandaag mee wilde naar het strand. Maar dit heeft ze beleefd doch resoluut afgeslagen, er moesten vandaag maar eerst eens spijkers met koppen worden geslagen. Zij is veel te vroeg maar ze heeft zich voorgenomen als hij weer te laat is geen minuut langer meer te wachten. Verveeld laat ze zich op een bankje vallen, ze is moe en had liever iets langer in haar bed willen blijven liggen. Maar ze wilde perse op tijd komen, het zal er toch een keer van moeten komen … al veel te lang heeft ze het uitgesteld, ze gaat er kapot aan en vandaag zal ze hem dat ook zeggen.

Na tien minuten grassprietjes en boterbloemen te hebben bewonderd heeft ze er genoeg van. In de verte ziet ze een man met een hond aankomen. Ze zal nog even wachten tot ze voorbij haar bankje zijn en dan zal ze hem bellen. Wie denkt hij wel niet dat hij is. Zijn ontwijkende smoezen en kwetsende opmerkingen is ze meer dan zat. Veel te vaak heeft hij haar nu laten zitten en op haar hart getrapt, hij houd totaal geen rekening met haar gevoelens, ze heeft ook wel eens behoefte aan een schouder of een troostend woord maar dan geeft hij niet thuis. Ze vist haar mobiel uit haar zak en zoekt zijn naam op in het display… even staart ze naar zijn nummer. De hond draait inmiddels nerveus snuffelend om het bankje om vervolgens zijn poot op te tillen. Nou ja zeg… “wegwezen jij” snauwt ze de hond toe terwijl ze zijn baasje die zonder te blikken of te blozen doorloopt een verontwaardigde blik na werpt.

Dan dringt het tot haar door dat ze zich al een tijdje zo heeft gevoeld… onzichtbaar en onbelangrijk.Iemand om tegen aan te zeuren en te zeiken… een soort van Klaagmuur. Ze is zijn geëmmer over zijn angsten en problemen meer dan zat, ze kan het niet meer opbrengen om hem constant uit die sombere buien te trekken. Het voelt alsof hij al haar energie en levenslust opzuigt en ze langzaam met hem de afgrond in wordt getrokken.


Als hij een therapeut wil moet hij er maar één zoeken. Ze heeft het geprobeerd maar zij kan hem niet redden… hij laat haar niet toe… niet echt. Haar horloge geeft inmiddels twintig minuten over de afgesproken tijd aan. Hij maakt het haar op deze manier wel erg gemakkelijk. Ze kijkt nog even besluiteloos naar zijn nummer om vervolgens op wissen te drukken . Eindelijk is ze er klaar mee… ze toets het nummer van haar vriendin in… “hallo, met mij… geld je aanbieding voor dat dagje strand nog?” Glimlachend stopt ze even later haar mobiel weer in haar tas.

Berusting……… maar niet voor haar!!!

Copyright © Ingrid Punt Augustus 2011


Wat er aan vooraf ging... >>>KLIK<<<