Blogarchief

Posts tonen met het label Interessant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Interessant. Alle posts tonen

donderdag 12 april 2012

Bed time story "Wat te doen als je puber op stap gaat"


Bed time story ..."Wat te doen als je puber op stap gaat"


“Hallo lieve moeder” zoon kijkt me aan op een manier waarmee hij me als klein jongetje al om zijn vinger wist te draaien. Een blik die tegenwoordig alleen nog maar voor zijn vriendinnetjes bestemd is dus ik voel me voor even vereerd. Normaal gesproken noemt hij me gewoon bij mijn voornaam dus wanneer het woordje moeder valt voel ik sowieso al nattigheid. Maar ik speel het spel –want dat is het – gewoon mee en vraag “zeg het eens zoon.” “heb je misschien een paar euries voor me?”

Ja hoor, als ik het niet dacht. Er is die avond een feest en de entree is drie euro. Dat valt me op zich nog mee maar als ik hoor tot hoe laat het feest gaat duren krijg ik alweer vlekken in mijn nek. “Vijf uur, zo laat “Ja, maar het is zaterdagavond, kom op… en ik heb vakantie.” Is zijn tegenargument. Zijn vrienden die inmiddels gearriveerd zijn hebben zich tot nu toe wijselijk op de vlakte gehouden en staan er een beetje schaapachtig bij te lachen. Tot de grootste oppert, “ ik let wel op hem hoor mevrouw, ik ben de oudste hé.” Ik kijk naar zijn ondeugende gezicht en zucht “tsja dat is een hele geruststelling.” De vrienden beloven mee terug te komen en blijven slapen, dat scheelt.

“Nou vooruit dan maar… wel bij elkaar blijven en geen domme dingen doen. Vooral dat laatste klinkt behoorlijk idioot want wat zijn domme dingen? De preek die ik er normaal gesproken aan toevoeg laat ik dus ook maar achterwege omdat ik nu al weet dat ik wordt onderbroken met een ja ja, natuurlijk niet, we zijn niet dom. Zijn vader die tot nu toe gniffelend achter zijn krant zat verscholen doet nu ook even een duit in het zakje door ze na te roepen “geen dingen doen die ik ook niet zou doen! “ en na mijn venijnige blik… “wat?! Ach laat die jongen toch, hij loopt niet in zeven sloten tegelijk. ” Het wordt voor mij weer een onrustige nacht, maar dat mag uiteraard geen argument zijn om hem thuis te houden en ik weet het naar bed gaan uit te stellen tot een uur of één.

Als er naast me al een heel bos is weggevaagd lig ik nog steeds klaarwakker met twee waakzame oren en één oog op de wekker gericht. Half twee, dat schiet lekker op. Vaders hebben het toch maar gemakkelijk. Terwijl ik me nog maar eens omdraai probeer ik niet te denken aan alle rampen die er over de hele wereld gebeuren. Ik probeer me te concentreren op het gesnurk naast me en doezel zelfs even weg. Dan schrik ik wakker van de buitendeur en het zachte gefluister in de gang. Ik kijk op de wekker – halfdrie- schiet snel in mijn duster en vind het stel in de keuken.

“Wat is er gebeurt?” vraag ik geschrokken. “oh niets, er was niet zoveel aan en we hadden honger.”
“Hij heeft zich keurig gedragen hoor mevrouw” zegt de grootste met het ondeugende gezicht en zet zijn tanden in een broodje pindakaas met hagelslag –volgens pubers een perfecte combinatie-. Ik kijk naar zoonlief die met een glimlach rond zijn mond een eitje staat te bakken. Jajaaaaa…. natuurlijk. “Oké jongens, maak het niet te laat en denk aan de buren dus het geluid een beetje dempen alsjeblieft. “Ja moeder,” klinkt het nu in koor en gerust stap ik weer in bed. Manlief is aan het volgende bos bezig en voordat ik door slaap overmand wordt denk ik lachend aan een stukje dat ik van de week ergens las.

© Copyright Ingrid Punt April 2012


~~~~
“Onze jeugd heeft tegenwoordig een sterke hang naar luxe, heeft slechte manieren, minachting voor het gezag en geen eerbied voor ouderen. Ze geven de voorkeur aan kletspraatjes in plaats van training… Jonge mensen staan niet meer op als een oudere de kamer binnenkomt. Zij spreken hun ouders tegen, houden niet hun mond in gezelschap, en tiranniseren hun leraren.”

Socrates (ca. 470 – 399 v. Chr.)
~~~~






vrijdag 30 maart 2012

Jonge aanplant...


Jonge aanplant


Een mooie riante bungalow in een keurige buurt. De makelaar had hem snel weten te overtuigen, alle voorzieningen bij de hand en een gigantische tuin op het zuiden. Vooral dat laatste sprak hem erg aan want na zijn pensioen had hij zich op het tuinieren willen storten. Het zou een klein paradijs worden en hij keek nu al uit naar de gezellige etentjes die hij in die tuin zou geven voor zijn vrienden en kennissen. Ze zouden hem roemen vanwege zijn exclusieve planten en prachtig aangelegde vijver met koi karpers. Een groot gedeelte van de tuin wilde hij gaan gebruiken als moestuin.

Ja, hij zag het buitenleven al helemaal zitten. Na jarenlang in een flat gewoond te hebben zou zijn ultieme droom nu eindelijk uitkomen. Ergens in januari had hij het koopcontract getekend en er toen niet bij stil gestaan dat de grote oude eik van de buurvrouw zijn droom zomers compleet in de schaduw zou leggen. Ondanks al zijn gezwoeg lieten door gebrek aan zonlicht zijn mooie exclusieve planten het snel afweten. Daar gingen zijn gezellige etentjes buiten. Niemand had zin om op een mooie zonnige dag in een donkere kille kale tuin te gaan zitten, om over zijn moestuin maar te zwijgen. Alleen zijn vijver tierde welig en zijn dure karpers groeiden als kool onder zijn verzorgende handen.

Voorzichtig had hij getracht zijn buurvrouw over te halen de boom te laten verplaatsen. Zo een klein dementerend fragiel oud vrouwtje moest geen al te groot obstakel vormen. Hij had zelfs royaal aangeboden voor de kosten op te draaien. Compleet hysterisch was ze geworden. “Oude bomen mocht je niet verplaatsen” schreeuwde ze hem venijnig toe. De andere buren hadden hem verwijtend aangekeken en voor de goede verstandhouding had hij er verder het zwijgen toegedaan.Gerechtelijke stappen ondernemen zag hij niet zitten, dat ging hem veel te lang duren en de gealarmeerde buren zouden hem dan helemaal met de nek aankijken.

Nee… hij moest het recht maar in eigen hand nemen en slim en onopvallend te werk gaan. Buurvrouw is zo doof als een kwartel, dus ’s nachts is het een fluitje van een cent om een paar gaatjes in die oude eik te boren. Vol laten lopen met wat gif en het leed is geleden. Voorzichtigheid was wel geboden, want de buurman van de overkant -vanwege zijn bemoeizucht ook wel de buurtconciërge genaamd- hield alles en iedereen vanachter zijn gordijnen nauwlettend in de gaten.

Als de schemer die avond goed en wel heeft ingezet klimt hij over de schutting en legt zijn oor even tegen buurvrouw’s slaapkamerraam. En ja hoor, in haar slaap weet ze zelfs een heel bos om te leggen. Hij klopt even bemoedigend tegen de bewuste boom. “Zo ouwe jongen, daar ga je… tot in de pruimentijd.” Hij zet zijn handboor in de bast, draait een paar flinke gaten, laat het gif erin lopen en dekt de gaten weer af met een paar stukken schors. Dit herhaalt zich een aantal nachten, tot hij op een keer bijna betrapt wordt door de buurtconciërge die zijn hondje uitlaat.

“Zo buurman, nog laat op pad, ga je klussen?” de buurtconciërge kijkt geammuseerd naar het plastic tasje van de Praxis waarin hij zijn moordwapens heeft verstopt. Het verzinnen van een zinnige verklaring blijft hem gelukkig bespaart want het scharminkel dat buurman aan zijn hondenriem heeft gekoppeld begint te rillen en te piepen. “Jaja… je hebt ’t koud he, even snel een plasje en dan gaan we weer naar het vrouwtje.” Hij knikt en loopt snel terug naar de overkant met het piepende scharminkel voor zich uit. Poeh…. Dat scheelde niet veel.

Na een aantal weken gaat de boom zienderogen achteruit, de buurvrouw klaagt over zure regen en hij lacht in zijn vuistje. Wanneer hij op een dag zijn vette karpers in de eeuwige schaduw staat te voeren hoort hij de buurvrouw gillen “van onderen” De schaduw verplaatst zich alvorens geheel te verdwijnen en onder luid gekraak stort de grote oude eik ineen. In zijn ondergang neemt de reus de hoge schutting met zich mee en hij weet nog net het vege lijf te redden door er als een haas vandoor te gaan en zich te verschansen achter de keukendeur. Zuchtend en kreunend eindigt de gigant in zijn vijver. De karpers liggen her en der verspreid op het gras en terrastegels en happen naar zuurstof. Zijn tuin is één grote ravage, de vijver verwoest en de karpers leggen één voor één het loodje.

De verzekering weigert de schade te dekken en beroept zich op overmacht en buurvrouw zegt haar spaarcentjes nu hard nodig te hebben voor jonge aanplant. Als na een aantal weken hard werken de laatste resten van de boom uiteindelijk zijn verwijdert en zijn tuin weer een klein beetje toonbaar is rijd er een vrachtwagen van het tuincentrum voor. Buurvrouw is zo blij als een kind als de jonge aanplant -wat een grote notenboom blijkt te zijn- geplaatst word.

“Geweldig hé buurman, deze kan maar zo’n twaalf meter hoog worden dus het zal mijn tijd wel duren “ en met een triomfantelijk lachje trekt ze de tuindeur achter zich dicht terwijl zijn laatste koi karper het loodje legt.


© Copyright Ingrid Punt maart 2012





woensdag 21 maart 2012

Ruis...



Ruis


De schimmen in jouw hoofd zijn taai 
je kunt hen niet verbannen. 
Ze pijnigen je dag én nacht 
maar jij blijft je vermannen. 

De stemmen doen vaak met hen mee 
het blijft een zwaar gevecht. 
Jouw rust wordt je nog niet gegund, 
de strijd nog niet beslecht. 

De bodem van de put is hier, 
je wordt het strijden moe. 
Jij loopt dit rondje al zo lang 
maar niemand vraagt je hoe... 

Dit is jouw eindeloze strijd, 
begrijpen doet geen één. 
Jouw onrust maakt je radeloos 
je voelt je zielsalleen. 

Je heft het glas een laatste maal 
de dood mag jou nu halen, 
de prijs die jij daarvoor betaald 
geen mens mag daar naar talen. 

Het leven is niet altijd goed 
en soms een blauwe ruis.... 
Je krijgt de rust die je verdient.... 
jij bent nu eindelijk thuis.




© Copyright Ingrid Punt 10 december 2011


dinsdag 20 maart 2012

Vrij...



Vrij


Vannacht zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij. 

Ik kon het niet geloven, 
de dood had je gehaald... 
Jij kon het niet verklaren, 
je had je prijs betaald. 

Je leek me zielsgelukkig. 
Dat was best lang gelee. 
Begrijpen deed je ‘t ook niet, 
je had geen flauw idee. 

Je maakte je wel zorgen, 
of ik wel had gehad 
hetgeen je mij beloofde 
dat ging je aan je hart. 

Ik zei “vergeet het aardse, 
het is van geen belang. 
Zoals jij zit te stralen, 
je bent niet langer bang.” 

Voor mij was het bijzonder, 
ik zag de oude jij. 
Je praatte en je lachte, 
dat stemde me weer blij. 

Je zou een briefje schrijven. 
“Niet doen... dat doet hen zeer, 
want wie zou het geloven... 
je bent hier écht niet meer.” 

Het leek je niet te deren. 
Jij had dit zelf bepaald. 
En tijd zou het me leren, 
de dood was achterhaald. 

En dus zat jij weer naast me... 
gewoon... hier aan mijn zij. 
Je praatte en je lachte, 
en zei.... ik ben nu vrij...... 


© Copyright Ingrid Punt februari 2012

zaterdag 17 maart 2012

Helder moment...


Met mijn blik op oneindig, verstand op nul maar met alle zintuigen op scherp,
registreer ik jouw laatste gang...




Hout... witte bloemen en één rode roos,
zwarte schoenen op glimmende tegels,
een briesje... ruisende bomen,
een glanzend hek.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
knarsende kiezelstenen onder autobanden,
hoge ramen... weerkaatsend zonlicht,
auto’s die stoppen.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos,
twee pratende monden, een schaterlach,
een man met een pet in zijn handen…
zijn hoofd gebogen, broeierige warmte.
 
Hout... witte bloemen en één rode roos.
een toerist die een kaart leest,
een optrekkende brommer...
een stoplicht op rood, tramhalte.

Hout... witte bloemen en één rode roos,
een jonge moeder, twee blote babyvoetjes...
dood én leven in één blik gevangen,
een helder moment.


© Ingrid Punt augustus 2011

maandag 12 maart 2012

Tweesprong...



De makkelijkste weg... 
hij is mij niet gegeven. 

Want hindernissen op mijn pad, 
het hoort zo bij mijn leven. 

Ik hoor écht wel die stem die zegt; 
rechtdoor en sla niet af. 
Maar eigenwijs zoals altijd 
delf ik mijn eigen graf. 

De makkelijkste weg... 
ik zal er niet voor kiezen. 
Dan neem ik toch dat hobbelpad 
en ga misschien verliezen. 

Beklim weer hoge bergen, 
hoewel ik zeker weet... 
de lange weg die ik zal gaan 
mijn energie opvreet. 

De makkelijkste weg... 
zal dus nooit bij mij horen. 
Zou ik die keuze maken, 
ben ik pas écht verloren. 

Want ondanks de ravijnen, 
hoge bergen, diepe dalen. 
Neem ik steeds weer het risico 
dat ik zou kunnen falen. 

De makkelijkste weg... 
ik kijk er niet meer naar, 
want ondanks elke tegenslag 
is wat ik steeds ervaar... 

wanneer ik moe het eind bereik 
van wat ik was begonnen, 
kijk ik weer achterom en zie... 
ik heb het overwonnen.


Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

dinsdag 6 maart 2012

Lieve Juf deel 2...

Dat het een zwaar jaar zou worden, dat was duidelijk, maar zo zwaar? Bij vlagen was de sfeer in de klas niet te harden. De kinderen pasten zich allen aan op hun eigen manier. Sommige kinderen deden uitermate hun best om alles in juf’s ogen maar goed te doen en maar niet uit de toon te vallen. Ze namen bonbon’s en snoepjes voor juf mee en als ze tóch iets "fout" deden gaven ze gewoon een ander de schuld uit angst voor Juf's woede. De rest van de dag liepen ze strak in het gareel om 's middags uitgeput naar huis te kunnen gaan. Sommigen deden er letterlijk alles aan om vooral maar niet op te vallen en werden één met de wit gekalkte muren .Sommige kinderen waren uit veiligheidsoverwegingen op hand van de juf en vormden een muur tegen de kinderen die niet zo bij juf in de smaak vielen.

Pestgedrag werdt orde van de dag, maar dan vooral tegen de kinderen die het toch al moeilijk hadden om zichzelf in deze klas te kunnen zijn. Het waren vooral de kinderen die juf's valse trekjes zagen en Juf’s "goede bedoelingen" in twijfel durfden trekken. Mick was daar een goed voorbeeld van. Juf’s aversie tegen zijn doordringende en vooruitziende blik werd hem fataal en maakte van een zelfverzekerd, blijmoedig en opgewekt kind een onzeker, angstig, zielig hoopje ellende. Als Mick niet direct snapte wat juf bedoelde werd hij voor de hele klas belachelijk gemaakt. Was er iets gebeurd in de klas wat niet door de beugel kon, Mick had het gedaan, ook volgens de kinderen die op Juf’s hand waren. Het onderdeel van de witgekalkte muur hield wijselijk de mond. Met als gevolg dat Mick werd gezien als een stoorzender in de klas.

Er moesten volgens juf maatregelen tegen Mick worden getroffen door middel van muurtjes die om Mick heen geplaatst zouden worden want dan stoorde hij de klas niet zo en kon hij zich beter concentreren. "Met andere woorden… het was voor Mick’s eigen bestwil." Een bezoek aan een audioloog werd al snel geadviseerd want Mick luisterde niet of slecht. Mick bleek inderdaad doof... maar Oost-Indisch zoals de audioloog de moeder lachend gerust stelde. Mick’s moeder had al snel het spel van Juf door en verzette zich met hand en tand. Op oudergesprekken werd haar gevraagd hoe met Mick om te gaan. Haar advies om niet zo tegen Mick te schreeuwen omdat je als volwassene dan ook niet meer zou luisteren, werd afgedaan met het antwoord van juf, dat ze nóóit tegen de kinderen schreeuwde.

Hoe bizar is het dan als je als moeder bij toeval een paar dagen later op de gang loopt en vanuit de klas diezelfde perfecte juf als een viswijf tegen je kind tekeer hoort gaan, hij belachelijk wordt gemaakt tegenover zijn klasgenootjes en hij met de vloer gelijk wordt gemaakt op een manier die je je ergste vijand nog niet gunt.

De gesprekken met juf werden een regelrechte hel. Juf’s jarenlange ervaring stonden elk advies in de weg. Op brutaliteit kon ze hem niet betrappen maar Mick kon de dingen op zo’n duidelijke en volwassen manier formuleren dat Juf geen weerwoord had en dus letterlijk met een mond vol tanden voor de klas stond. Iets wat uiteraard niet handig is tegenover een klas met kinderen die de luiers net ontgroeid zijn. Buiten de lijntjes kleuren was in haar ogen geen vorm van eventuele creativiteit maar een duidelijke afwijking. Drukke kinderen zaten al snel aan de Ritalin, kinderen die het verschil tussen een "D" en een "T" niet snel genoeg doorhadden moesten naar speciaal onderwijs, en het witte plamuurwerk mocht fijn nog een jaartje overdoen.

Zo creëerde juf al snel haar perfecte klas, een klas die zij begreep. Een klas die bestond uit jaknikkers, verraders en angsthazen. Hoe het Mick verging? Het eerste jaar met zijn nieuwe juf had hij elke dag buikpijn. Kon hij ’s avonds niet in slaap komen, wilde hij ’s morgens zijn bed niet uit, ging huilend naar school, wilde hij haast niet eten, was misselijk, angstig en zelfs depressief. Toen bleek dat hij Juf Mia nog een jaar kreeg heeft hij gehuild alsof hij nooit meer zou stoppen. Maar toen kwam de ommekeer.

Hij was een jaar ouder, wijzer en had geleerd om zijn vooruitziende en doorgrondende blik ten volle te benutten. Hij heeft dat jaar overleefd en kwam er sterker uit. Hij heeft geleerd om op zijn gevoel te vertrouwen en dat mensen die hij instinctief al niet vertrouwd ook niet te vertrouwen zijn. Hij heeft zich verbaal goed weten te verweren. Dus juf Mia… bedankt, niet omdat je Mick het rekenen en lezen zo goed hebt bijgebracht maar vanwege het feit dat je hem hebt geleerd dat het met zijn mensenkennis wel goed zit!!!

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

maandag 5 maart 2012

Lieve Juf...

Overmoedig en blij stapt hij de klas binnen, de meeste kinderen kent hij nog van vorig jaar. Joost, Martijn, Lisa, Jasmijn en Geert… ze zijn er nog. Dat maakt het voor hem vertrouwd en de overgang van de kleutergroep naar groep drie nét iets makkelijker. De juf staat iedereen al op te wachten en ze lacht vriendelijk naar de ouders. Met uitgestoken hand stapt ze op zijn moeder af. 'Hallo, ik ben Mia Versluis, de juffrouw van groep drie.' Juf Mia Versluis staat bekend als een goede juffrouw. Een keurig geklede oudere dame en uiterst lief en vriendelijk. Het is een juffrouw die het klappen van de zweep duidelijk onder de knie heeft en haar zelfverzekerde blik verraad een jarenlange ervaring.


Ja… Juf Mia maakt een geweldige indruk. Hartelijk schud ze de binnen gekomen ouders de hand en beantwoord geduldig en vriendelijk hun vragen. Ze zakt door de knieën om de kinderen te begroeten en hun naam te vragen om ze vervolgens na een aai over hun bol een tafeltje te laten kiezen. Dan kijkt ze naar de kleine blonde jongen met de doordringende grijze ogen.

Vanaf het moment dat hij zijn wieg ontgroeid was -en misschien al ver daarvoor- wisten die ogen iedereen te doorgronden die op zijn pad kwam. Ongeacht iemands uiterlijk, hij "las" het karakter, goed of slecht en wist feilloos de zwakke plekken te vinden.

Juf hurkt naast hem neer en zegt vriendelijk, 'zo, en jij moet Mick zijn.' De heldere ogen van de jongen zien iets totaal anders dan die van zijn moeder. Deze juf kijkt streng en haar strakke mond forceert een glimlach die niet uit haar hart maar uit berekening voortvloeit. Haar hoogpolige truitje reikt tot haar kin, de keurige pliché-rok tot ver over de knie. Het lijkt alsof ze iets te verbergen heeft en Mick weet allang wat. Haar grijze haar is strak naar achteren samengebonden in een strenge staart. Zo’n wereld van verschil met de lieve kleuterjuffen die hij tot nu toe heeft gehad. Deze juf is overduidelijk vastberaden het rekenen en de Nederlandse taal er in te stampen bij deze kleine stukken onbenul.

Welkom Mick… ik ben Juf Mia, ze steekt lachend haar hand uit die Mick resoluut weigert. Mick staart haar doordringend aan. Hij kijkt diep in haar ziel en ziet dingen die hem én haar in elkaar doen krimpen. Juf is even van haar stuk gebracht en de glimlach rond haar mond bevriest… de aai over zijn bol vergeet ze… 'zoek maar vast een tafeltje waar je wil zitten Mick' zegt ze verward. Haar glimlach hersteld zich snel als ze zich omdraait en de andere ouders en kinderen welkom heet. De doordringende ogen van de kleine jongen prikken in haar rug, lijken dwars door haar heen te gaan en bezorgen haar kippenvel.

Ze worden opgeschrikt door de schoolbel. De ouders nemen afscheid en staan nog even lachend voor het raam te zwaaien. Mick kijkt zijn moeder even hulpeloos aan, 'ik wil hier niet blijven mam.' 'Doe niet zo gek Mick, het is gewoon weer even wennen... geloof me maar, straks vind je het hartstikke leuk.' 'Maar ze is niet aardig mam!' 'Ach, natuurlijk is ze aardig… iedereen zegt dat het zo’n lieve juf is. Jullie moeten gewoon even aan elkaar wennen.'

Ze knuffelt hem even en loopt als laatste de klas uit. Juf Mia sluit de deur achter haar. De blik in haar ogen wordt hard en met een venijnige stem zegt ze…. Zo… stelletje nietsnutten, het spelen is vanaf vandaag voorbij, we zullen wel eens zien wie hier de baas is. Ze kijkt Mick met een zelfgenoegzame blik aan… de toon is gezet, het wordt een zwaar jaar.

Copyright © Ingrid Punt Juli 2011

Voor deel 2... >>>KLIK<<<

vrijdag 17 februari 2012

Voor vandaag...





Voor vandaag…

sluit ik de luiken voor
vandaag geef ik niet thuis.
Voor vandaag niet te bereiken,
blijf ik schuilen in mijn huis.

Even niet te hoeven praten,
ik wil even nergens heen.
Even niets te hoeven horen…
even met mezelf alleen.

Oorlog, honger en ellende,
elke dag weer op tv
Probeer mezelf goed te beschermen
maar sla het op en draag het mee.
 
Alle zorgen, angst en tranen
onderhuids goed opgespaard,
zoeken nu hun weg naar buiten
mijn gemoed moet nu geklaard.

Al het leed van heel de wereld
als een stuwmeer om mij heen.
Laat de doorbraak nu maar komen,
ik ben er klaar voor naar het scheen.

Want vandaag versla ik draken,
verdrijf ik spoken, ruim ik op.
Weg met wanhoop en ellende
anders kost het mij m’n kop.

Morgen ben ik weer aanspreekbaar
schijnt de zon weer in mijn huis.
Maar vandaag sluit ik de luiken,
voor vandaag geef ik niet thuis.


Copyright © Ingrid Punt mei 2011



donderdag 16 februari 2012

Berusting 4...

Gedachteloos legt ze een bloemkool in haar winkelwagentje… een culinaire uitspatting of bloemkool… wat maakt het uit… hij proeft toch niet wat hij eet, althans dat idee heeft ze wel eens als ze hem alles zo naar binnen ziet schuiven… dus wat zal ze zich nog uitsloven. Als twee zombies zitten ze tegenover elkaar aan tafel, als ze tenminste al samen aan tafel zitten. Vaak genoeg eet ze alleen aan tafel en zit hij voor de tv met zijn bord op schoot. Al jaren hebben ze elkaar niets meer te melden. Eigenlijk was dit van het begin af aan al zo, maar ze was eigenwijs en wilde het hoe dan ook laten lukken. De caissière kijkt haar verveeld aan…. “koopzegels”… Ze schud haar hoofd, propt de spullen in haar tas en sjokt naar buiten. Als ze buiten een blik in de winkelruit werpt schrikt ze van haar spiegelbeeld. Wat een triest plaatje. Ze zet haar tas neer en bekijkt zichzelf iets nauwkeuriger. Haar grijze lokken hangen triest langs haar gezicht evenals haar mondhoeken. Ze is op… realiseert ze zich… en de eenzaamheid moe.

Ze moest hem hoe dan ook hebben en zie wat er van gekomen is. Vanaf het moment dat ze hem heeft weten te overreden dat ze bij elkaar hoorden was ze zielsgelukkig… dacht ze... “Dat ze bij elkaar hoorden”… wat een ironie… niets bleek minder waar. De rust en afstandelijkheid die ze vroeger zo aantrekkelijk aan hem vond verafschuwd ze nu. Zij praatte en hij luisterde…. “dacht ze.” Vanaf het moment dat ze erachter kwam dat het allemaal langs hem heen ging werd het écht stil in huis. Zij zweeg ook. Hij is wel tevreden met het leven dat ze samen leiden, en merkt niet eens hoe eenzaam zij zich voelt. Ze delen een huis, een tafel en een bed maar zijn mijlenver van elkaar verwijderd. Nergens wordt écht over gesproken, hij heeft ooit een muur om zich heen gebouwd en zij komt er niet doorheen. Zijn hart blijft koud en kil. Haar familie en vrienden ziet ze bijna nooit meer omdat hij het niet op kon brengen om met haar mee te gaan.” Koude drukte” noemde hij het. Maar ze kon geen smoesjes blijven verzinnen voor zijn afstandelijke gedrag en op een gegeven moment liet ze het zelf ook afweten. Ze heeft zich aangepast want hij gaf geen duimbreed toe en nu is ze net zo gesloten als hij.

Ze denkt terug aan het moment dat haar leven een keerpunt bereikte. Het moment dat hij weer eens niet op kwam dagen en zij hem dagenlang bleef bellen zonder dat hij opnam. Toen had ze het al kunnen weten. Maar ze wilde niet naar haar vrienden en haar eigen intuïtie luisteren. Ze wist dat hij zich niet kon binden. Ondanks dat, stelde ze alles in het werk om hem tóch weer te ontmoeten. Eindelijk gaf hij toe en ze vervloekt die dag nog steeds. Had ze zijn telefoonnummer maar gewist en was ze die dag maar met haar vriendin naar het strand gegaan. Één foute beslissing heeft haar lot bepaald en dit is er van gekomen. “Wat eten we?” vraagt hij zonder haar aan te kijken, meer uit gewoonte dan uit interesse. Ze antwoord niet, omdat haar antwoord hem toch Siberisch laat. Zwijgend zitten ze even later aan tafel. Als hij klaar is met eten staat hij op… ‘Vanavond maar eens vroeg naar bed’ zegt hij en loopt zonder haar antwoord af te wachten de kamer uit……
Ze knikt berustend.......


Copyright © Ingrid Punt augustus 2011


Wat eraan vooraf ging... >>> KLIK<<<

maandag 13 februari 2012

Berusting...


Kreunend kijkt hij op de wekker. Hij is klaarwakker en zou er nú eigenlijk uit moeten…. maar dat is nu net datgene dat hij niet op kan brengen. Hij draait zich geërgerd om en zuchtend geeft hij een paar flinke stompen in zijn kussen om vervolgens met zijn armen gekruist achter zijn hoofd naar het plafond te gaan liggen staren. Hij haat zichzelf voor hetgeen hij gaat doen, of liever gezegd hetgeen hij niet gaat doen.

In gedachten ziet hij haar staan. Nerveus kijkend op haar horloge. Zoals gewoonlijk weer veel te vroeg de minuten aftellend tot ze elkaar weer zien. Haar ogen lichten op zodra ze hem aan ziet komen en ze kijkt hem aan alsof hij met zijn overgewicht en rimpelige hoofd god’s mooiste creatie op aarde is. Zij ziet het angstige kind dat daar diep in hem verborgen zit, en daarmee komt ze te dichtbij. Ze is lief… mijn god wat is ze lief. En hij… hij zegt de verkeerde dingen, doet en laat de verkeerde dingen… hij is soms ronduit kwetsend tegen haar en toch blijft ze van hem houden... onvoorwaardelijk. Hij zal haar hart breken zoals hij dat al bij menige vrouw heeft gedaan. Het is geen kwade opzet… maar hij is bang. Bang om zich kwetsbaar op te stellen. Bang om afgewezen en bedrogen te worden. Bang om in de steek gelaten te worden.

Hij zou niets liever willen dan dat ze nu naast hem lag. Haar lange haren warrig om haar hoofd, haar zachte warme huid glimmend in het ochtendlicht dat door de gordijnen naar binnen valt. Haar lange wimpers trillend voor ze haar ogen langzaam opent en hem aankijkt met die liefdevolle lome blik. Ze kust en streelt hem zacht …. lacht en stapt traag uit bed, rekt zich uit als een lenige kat en vraagt of hij ook koffie wil. God, wat maakt ze hem gelukkig.

Tot nu toe was hij tevreden met zijn leven. Hij stond ’s morgens op … at, werkte, sportte, keek tv… had vrienden, een fijne familie en soms voor één avond een vrouw. Na zijn scheiding waren er wel de nodige vriendinnen, maar telkens weer liep het mis. Zodra de relatie vorderde en te intiem werd sloeg de angst om al zijn zekerheden kwijt te raken weer toe. Hij liet het uit voorzorg doodbloeden. Soms kwam hij gewoon niet meer opdagen of reageerde hij nergens meer op. Hij was er inmiddels een kei in geworden. Een kenner van het “met de botte bijl” beëindigen van een relatie. Sommige dingen mistte hij wel, maar hij vond het toch ook wel weer fijn om met niemand rekening te hoeven houden. Hij kan en wil zich niet meer binden… het doet te veel pijn, hij is te erg beschadigd.

Maar zij… zij zit in zijn hoofd. In gedachten ziet hij haar teleurgestelde en verdrietige ogen, de wekker verteld hem dat ze daar nu al zeker twintig minuten te lang staat. En dát ze er nog staat weet hij wel zeker. Hij ziet haar tranen en voelt haar pijn. Ze zal proberen hem te bellen… hij zal niet opnemen. Misschien stuurt ze hem een mail of brief… hij zal hem niet beantwoorden. Misschien belt ze ooit bij hem aan… hij zal niet open doen. En ooit…. Ooit komen ze elkaar misschien weer eens tegen. Hij zal vriendelijk naar haar knikken…… en zij…… zij knikt niet meer terug, daarvoor heeft hij haar té erg beschadigd. Dat is de prijs die hij moet betalen. Hij zal haar missen… God… wat zal hij haar missen… en zij hem… maar ooit zal de pijn weer plaatsmaken voor berusting. Berusting…… hij kan het weten.

Hij is daar al eens geweest………



Copyright © Ingrid Punt Augustus 2011

woensdag 25 januari 2012

Parkpret…



'Ontmoetingen tijdens een noodzakelijke vroege wandeling door het park…'

Twee dealende figuren inclusief bakfiets én agressieve hond.
Twee tegen een boom aan pissende dronken mannen.
Één door het lint gaande alcoholist met een aversie tegen afvalbakken.
Éen opgefokte joggende anabolenbom.

Tussenstand… 7

Éen verdwaalde hond.
Éen vrolijke, vriendelijke bietsende dronkaard.
Vier waggelende eenden.
Éen belegen hippie in vrolijk gekleurde waadbroek.
Drie jointjes draaiende jongens.

Dat brengt de stand op… 17

Maar ook één turkse papa met zoontje die het geheel samen ruimschoots goed maken:

Papa: Jij krijg ssstraks van dokter ’n prikje!
Zoontje: Ik wil geen prikje!!
Papa: ’s niet errug… ‘s maar un klein prikje…
Zoontje: Maar ik wil geen prikje!!!
Papa: Jij zegge… dokter… ik telle met prikje
Zoontje: Goed papa….
Papa: Jij gwoon telle…… 1… 2…… 4… 5……… 7…8…….10!!!
Zoontje: Goed papa… ik tel wel tot 3!!!


Dat geeft een score van 19… niet gek voor een wandelingetje van 10 minuten.

© Copyright Ingrid Punt oktober 2011

zaterdag 26 november 2011

Puberbrein...


Het heeft even geduurd maar na lang wikken en wegen ben ik er eindelijk achter... met een puber valt absoluut niet ‘normaal’ te communiceren, en wat misschien nóg belangrijker is... ze kunnen er niets aan doen. Het schijnt iets met nog niet volgroeide hersenen te maken te hebben. Met ‘normaal ’ bedoel ik, om en om het woord krijgen en dan ook nog naar elkaar luisteren. Maar na de eerste twee woorden van mijn kant, word ik overruled en krijg ik een negatieve ontlading over me heen waar geen speld meer tussen te krijgen is. Dus absoluut niet proberen want dit is zonde van de verspilde energie.

Uitslapen tot een uur of één, twee? ... ‘t schijnt heel normaal te zijn op die leeftijd, er wordt een stofje aangemaakt in de hersenen dat ervoor zorgt dat ze extra slaap nemen, wat weer nodig schijnt te zijn om de groei van de hersenen te bevorderen. Klinkt allemaal heel klinisch, maar het geeft mij persoonlijk een héél geruststellend gevoel. Een leeg geplunderde koelkast die even daarvoor nog behoorlijk gevuld was... een puberbrein heeft nu eenmaal véél voeding nodig. Als ik voorzichtig opper dat het misschien eens tijd wordt om een beetje orde in de chaos, ' lees zijn kamer' te scheppen, kijkt hij me aan of ik niet helemaal goed bij m'n hoofd ben, en op zo'n manier dat ik het angstige vermoeden begin te krijgen dat zoonlief misschien wel eens gelijk zou kunnen hebben. Chill moeder...... 'Ik ben inmiddels dus ook aan een nieuw woordenboek toe... boeie... duhhhh?'



Als ik m'n puberzoon zeg dat hij een warme trui aan moet trekken omdat het buiten toch wel érg koud is... loopt hij vervolgens in een enkel t-shirt naar buiten... om als de mussen dood uit de boom vallen een wollen muts op te zetten... 't schijnt dan nét mode te zijn. Mijn eerste gedachte was, 'gewoon dwars,' zoals ik me uit een ver verleden nog van mezelf weet te herinneren... maar niets is minder waar... relativeren kunnen ze nog niet, dus alle gevoelens worden heftiger beleefd... het ligt dus niet aan mij... ik ben niet persé een héél vervelende moeder.
Ik heb het inmiddels maar afgeleerd om commentaar te geven en slik snel m'n woorden in.

Tegenwoordig ben ik maar aan het onderhandelen geslagen... 12.00 uur thuis vindt mijn puber te vroeg... 2.00 uur is mij te laat en ergens halverwege ontmoeten wij elkaar... dat betekend voor mij 1.00 uur maar voor hem 1.30 uur... boeie... duhhhh......
Ik geef hem het gevoel dat hij de regie in handen heeft, en hij laat mij in de waan dat hij een gehoorzaam kind is en ik een goede moeder.

Ach, zolang we er beiden de humor nog van in kunnen zien, zal het allemaal wel los lopen, en komt het vást goed.


Copyright © Ingrid Punt 2010



vrijdag 4 november 2011

Communicatie...


Ondanks alle middelen die we anno 2010 tot onze beschikking hebben om met elkaar te communiceren, is het tegenwoordig huilen met de pet op ’tenminste dat is mijn mening’.
Het lijkt wel of we er met z’n allen steeds slechter in worden, en dan doel ik op het normale menselijke contact. Oké… vast of mobiel telefoonverkeer... sms… msn… mailen, hyven, facebook, twitter en weet ik wat er allemaal nog meer mogelijk is, ' ik maak me er zelf net zo schuldig aan ', we zijn er erg bedreven in... maar normaal een praatje maken met iemand...... is haast onmogelijk.

Misschien herken je dit wel: Je stapt bijvoorbeeld een lift in en zegt...‘goedemorgen’ ... tegen de persoon die al in de lift staat, waarop hij of zij zo neutraal mogelijk blijft kijken... dat wil zeggen langs jou heen, je dus z.g. niet ziet, je dus ook niet wil horen en je dus je al helemáál geen antwoord wil geven.
In het gunstigste geval wordt je aangekeken alsof je de persoon net een onzedelijk voorstel deed, maar in ieder geval... géén reactie.

Nu laat ik me niet zo snel ontmoedigen tegenwoordig, dus ik zeg nogmaals... ’goedemorgen’... waarop wéér geen reactie volgt. Die verwacht ik na de eerste keer ook al eigenlijk niet meer. ‘Nou dan niet’, zeg ik er tegenwoordig achteraan.
En het genoegen is geheel aan mijn kant om tijdens het verlaten van de lift nogmaals en heel hard te roepen, ‘Goedemorgen en ook een fijne dag'. Kinderachtig, ’t zal best, maar ik heb geen zin om me net zo autistisch, ‘want zo noem ik het’, te gaan gedragen.

Dat ik me er zo aan stoor komt waarschijnlijk ook omdat ik het zo anders gewend was met al m'n 'ouwe' buurtjes, maar die zijn er inmiddels bijna allemaal tussen uit geknepen. Maar die oude garde hield wél van een praatje of een lolletje zo op z'n tijd. Als je 'tante' Stien of 'ome' Cor een weekje niet had gezien, dan belde je aan om te vragen of alles in orde was. Als je geluk had kreeg je een relaas van minimaal een uur, en probeerde je ze al na een kwartier duidelijk te maken dat je nu toch écht naar je werk moest, en de rest van het verhaal wel tegoed hield... maar je wist in ieder geval wel wat er speelde. Ach, dat waren nog eens tijden.

Stel je eens voor... twee mensen, beiden druk met hun eigen mobiel in de weer, terwijl ze wel samen een tafeltje delen maar verzuimen om met elkáár te praten... sorry... ik kan er triest van worden.
Of je staat tegen iemand te praten die vervolgens z’n vinger tegen z’n mond legt om je duidelijk te maken dat hij of zij staat te telefoneren... vooral als je achter een kassa staat is dit ontzettend ergerlijk en ik zal die persoon dus ook vast niet meer ‘storen’ tijdens z’n gesprek, laat zijn boel de boel en help de eerstvolgende klant die me wel normaal te woord staat.

Er zit iemand naast je in de bus met een koptelefoontje op want je zal maar enkele minuten van je favoriete muziek moeten missen, en als je dan om je heen kijkt zit toch zeker 75% van de passagiers met zo’n zelfde koptelefoontje op... help... ik zit met een stelletje zombie's in de bus!!!
Het zijn van die momenten dat ik het gevoel heb dat ik in een slechte Science Fiction film ben beland... ik krijg dus écht de neiging om heel hard te gaan gillen.

Gebeurt het je nu één keer, oké, maar ik sta tegenwoordig perplex als ik eens een keer wél een vriendelijk ‘goedemorgen’ terug krijg, en dat maakt gelukkig dan ook wel meteen weer alles goed.
Want zeg nu zelf... je zou toch bijna aan jezelf gaan twijfelen.
Ik weet eerlijk gezegd ook niet of het nu te maken heeft met het feit dat ik in een grote stad woon.
Iedereen is toch vooral druk met zich zelf in de weer. Maar het valt mij wel op dat het buiten de hoofdstad over het algemeen toch nét iets beter gesteld is.
Misschien moet ik wel in Kolderwolder gaan wonen.


Persoonlijk sta ik er dus ook niet echt van te kijken als ik in de krant lees dat er weer ’s iemand 4 maanden of zelfs langer dood in huis heeft gelegen zonder dat ook maar iemand er weet van heeft gehad. Als mensen elkaar al niet normaal kunnen groeten of op z’n minst aankijken, dan weet je natuurlijk al helemaal niet wie er naast je woont. Laat staan of je er op let of de gordijnen van de buren zo nu en dan geopend zijn.
Ik ben misschien een zeur, maar ik maak me soms echt zorgen.

Ik moest het even kwijt!!!

© Ingrid Punt 2010