Blogarchief

Posts tonen met het label angstaanjagend. Alle posts tonen
Posts tonen met het label angstaanjagend. Alle posts tonen

zaterdag 27 april 2013

Vernieuwing




Vernieuwing

‘Mevrouw, is dit een gewone gloeilamp?’ 

Het oude heertje – ik schat hem achter in de zeventig... begin tachtig, keurig in het pak, compleet met hoed en zondagse jas- duwt me een lamp onder mijn neus. 

‘Ja hoor meneer, dit is een gewone gloeilamp. 60 watt en met een kleine fitting.’ 

’60 watt kleine fitting,' herhaald hij afwezig, duidelijk elders met zijn gedachten. Hij schuift zijn hoed iets naar achteren en krabt zich even achter zijn oor. 

‘Die moet ik hebben… maar weet u echt zeker dat het geen spaarlamp is?’ 
‘Nee meneer, dit is echt een gewone gloeilamp.’
'En uh, ook geen ledlamp?'
'Nee hoor, dit is écht een gewone ouderwetse gloeilamp.' Verzeker ik hem.
’Dus deze gaat gewoon kapot en niet pas na een jaar of tien?’ 

Ik kijk hem even verbaast aan. 
‘Nee meneer, deze gaat zeker geen tien jaar mee,'  niet goed wetend of dit een goede of slechte mededeling is. Het wordt me al snel duidelijk. Hij schuift zijn hoed weer terug op zijn voorhoofd en kijkt tevreden. 

‘O, gelukkig, een lamp die me zal gaan overleven lijkt me namelijk een erg deprimerende gedachte.’

Tja, in die gedachte kan ik me wel vinden… niet elke vernieuwing blijkt een verbetering.

© Ingrid Punt april 2013



maandag 25 maart 2013

Castratie



Castratie

De oude dierenarts van Loen
wist echt niet meer wat hij moest doen,
want zijn praktijk liep uiterst slecht,
hij zat al maanden zonder poen.

Van Loen wou héél snel incasseren
‘uw hond is vreselijk agressief’
ik raad u aan hem te castreren...
oom Geert nam dat advies voor lief.

Maar tante Door, echt die bevroor,
wilde hun hond niet zo bezeren,
want voor een reu is het knap sneu
als hij de liefde moet ontberen.

Zij was dus niet gemotiveerd,
zag die castratie heel niet zitten,
het leek haar echt totaal verkeerd,
liep driftig op oom Geert te vitten.

Die zette door en Tante Door,
ze huilde door... tranen met tuiten,
vond het zo zielig voor hun reu
die naar zijn mannelijkeid kon fluiten.

Hun hond was niet meer agressief,
zelfs teckels konden hem belagen.
en ook totaal niet assertief
liet zich door alle honden plagen.

Maar stiekem zinde hij op wraak
-hoe kon zijn baas hem zo mismaken-
hapte oom Geert vol in zijn kruis
en liet zijn zaakje hem goed smaken.

Nu de moraal van dit verhaal...
-Het interesseert van Loen geen biet-
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt
doe dat dus ook een ander niet.”


© Ingrid Punt maart 2013


maandag 18 februari 2013

Herkenning van het kwaad



Herkenning van het kwaad


Ze kreunt en wrijft in haar ogen… barstende hoofdpijn. Het is aardedonker, haar keel voelt gortdroog en het bed onder haar hard en klam. Haar hoofd… wat is er gebeurt? Flarden van herinneringen schieten door haar hoofd. O ja, ze had een lift gekregen, dát was het.

Haar hersenen maken overuren als ze probeert zich het hele gebeuren voor de geest te halen. Rob, ‘haar vriend’ en zij hadden ruzie, eigenlijk om iets onzinnigs. Maar het liep nogal hoog op, en boos had ze haar jas en sjaal gepakt. Buiten had ze nog wat doelloos in de regen gelopen, maar toen? Haar hoofd bonkt. ‘Kom op Camilla, denk na.’ Koplampen die haar verblinden, een auto die stopt, een man. Maar verder zitten er gaten in haar geheugen.

Ze pijnigt haar brein... maar tevergeefs. Waarom kan ze zijn gezicht niet voor zich halen?…Auw… dat hoofd. Haar smaakpapillen registreren een fris scherpe smaak als ze haar droge lippen likt, pepermunt. De scherpe smaak lijkt haar geheugen te activeren en ze ziet zijn handen aan het stuur geklemd, vlak voordat hij een pepermuntje aanpakt. Zijn knokkels schemeren wit door zijn huid en verraden zijn gespannenheid. Alleen de contouren van zijn gezicht krijgt ze duidelijk, maar die bezorgen haar de kriebels. Er was iets vreemds aan hem, maar wat?

Phil Collins. Ach, natuurlijk, hij had de radio aan staan. ”In the air tonight,” ze had het altijd al een goed nummer gevonden. Weer schiet er een stekende pijn door haar slaap. Voorzichtig brengt ze haar hand naar de zijkant van haar hoofd en voelt een flinke buil. Heeft ze zich gestoten… Rob heeft haar toch niet geslagen? Hij was soms een eigenwijze blaaskaak maar slaan… dat nooit. Haar hart bonkt in haar keel én in haar slaap, heeft die vent haar geslagen? Dat gezicht, ze weet zéker dat ze hem had herkend, maar waarvan? Haar hart lijkt nu uit haar borst te springen.

Langzaam maar zeker schuiven de puzzelstukken in elkaar. Beslagen ramen, een stoplicht. Ze had een tijdje rustig naast hem gezeten tot ze voelde hoe hij haar observeerde. Toen ze hem liet weten hem ergens van te kennen werd hij nerveus. En die nervositeit sloeg op haar over. Nadat ze hem de reden van haar late wandeling had onthuld leek het alsof hij zich aan haar begon te ergeren. Hij had de eerstvolgende afslag genomen en iets gemompeld over een lekke band. Nadat hij de auto eindelijk tot stilstand had gebracht stapte hij uit…

Haarscherp ziet ze de krant nu weer op Rob’s tafel liggen. Ze had zich net in het artikel verdiept tot de ruzie met hem tussenbeide kwam. Haar onderbewustzijn heeft de foto en de bijbehorende letters opgezogen. De letters dansen voor haar ogen, tot ze zich vastzetten op haar netvlies. Wegens goed gedrag vrijgekomen. Ophef, omdat de psychiaters het niet eens werden. De één verklaarde hem genezen, de ander vreesde herhaling. In blinde paniek had ze de auto uit willen vluchten, maar het laatste dat haar ogen registreerden was de schep die na een flinke zwaai de zijkant van haar hoofd raakte.

Opstaan, nu… ze wil overeind komen maar stoot haar hoofd. Eindelijk beseft ze dat ze niet in bed ligt. De kilte en de muffe lucht die ze inademt zetten al haar zintuigen op scherp. Dit kan niet waar zijn. Als ze de ruwe harde houten wanden aan weerszijden van haar lichaam voelt realiseert ze zich eindelijk wat er gaande is. Begraven… hij heeft haar levend begraven…als een dolle stier begint ze tegen de wanden en het deksel te trappen en te duwen maar er is geen beweging in te krijgen…

Hij gooit de schep in de achterbak, raapt Camilla’s sjaal van de vochtige grond en drukt hem tegen zijn gezicht. Een zweem van rozen beneemt hem bijna de adem. Jammer, hij had haar willen sparen. Maar tijdens het gezeur over haar vriend wist hij het zeker. Zij was net als Monica uitverkoren. De sjaal zou een ereplaats aan de muur van zijn flat krijgen. Zijn eerste trofee, er zullen er ongetwijfeld nog vele volgen. Dat gapende gat in zijn binnenste moet worden gevuld. Met Monica was hij de fout in gegaan, dat zou hem niet meer overkomen. Hier, diep in dit grote verlaten bos zijn de dieren zijn enige getuigen, en die praten niet. Hij neuriet een dwaas kinderliedje waarna een harde lach zijn auto vult. 

Sinds zijn vrijlating is hij eindelijk tevreden met zichzelf… voorlopig…

© Ingrid Punt


donderdag 7 februari 2013

Het recht in eigen hand




Het recht in eigen hand

Zijn ogen staren naar zijn trillende met bloed besmeurde handen, zijn  adem gaat gejaagd. Blinde paniek dwingt zijn hart tot een razend tempo. 

‘Doe open vuilak!’ klinkt een donkere mannenstem vlak voor zijn deur. Dan klinkt een flinke harde roffel tegen het strak geschilderde hout. Het gebonk en geschreeuw gaan nog even door, maar dan lijkt de strijd beslecht. Hij dankt god op zijn blote knieën dat hij een maand of wat geleden de deur heeft laten vervangen voor een zwaarder exemplaar. Een vooruitziende blik? Wie zal het zeggen.  

‘Viezerik, we krijgen je wel. ‘ Het is weer even stil, en met ingehouden adem legt hij na enige aarzeling zijn gehavende oor voorzichtig tegen de deur. Er klink gestommel en gefluister aan de andere kant. Maar hoe hij zich ook in spant, hij hoort niet duidelijk wat er gezegd wordt. Hij snelt de kamer in terwijl  zijn bloed zich een weg vanaf zijn gescheurde oor naar zijn nek baant. Telefoon, handdoek, hij aarzelt even, wat heeft prioriteit. 

‘Doe die deur open klootzak!’ klinkt het weer en het gebonk tegen zijn voordeur gaat nu onverminderd door. Het geluid  wordt harder en doffer alsof er nu met een zware balk tegen zijn voordeur wordt gebeukt.
Met trillende vingers tikt hij 112 in. 

‘112 alarmcentrale, wie wilt U spreken, politie, brandweer of ambulance?‘ 
‘Wat kan mij het schelen, stuur voor mijn part alles, want als het nog lang gaat duren heb ik ze alle drie wel nodig. 
‘Rustig blijven meneer, zijn er ook gewonden bij?’ 
‘Er staan een aantal kerels voor mijn deur die me willen molesteren, gewond? Ja, Ik ben net op straat door ze te grazen genomen, schiet een beetje op alstublieft.‘ 

Hij vertelt haar het adres terwijl het gejoel en geschreeuw buiten luider wordt. Het lijkt wel alsof er meerder raddraaiers zijn bijgekomen. 
‘Blijft U aan de lijn meneer ik verbind U door met de politie.'

De avond begon zo goed. Hij had zijn vriendin opgehaald en samen waren ze naar één of andere Franse speelfilm geweest – De Vrais Mensonges of zoiets- Hij had niets met Franse speelfilms en het romantische gezwijmel had hem al helemaal niet kunnen boeien. Maar in tegenstelling tot haar vorige jaloerse, overheersende vriendje gunde hij Merel dat verzetje. Hij vond haar lief en aandoenlijk als ze zo geëmotioneerd raakte. De film had indruk gemaakt en direct daarna wilde ze naar huis. Had hij maar geluisterd. Maar hij moest en zou nog even naar zijn stamkroeg. Na dat Franse gezever nog even lekker een biertje drinken met zijn vrienden. Aan de bar zat een vreemde vent, druk bezig met zijn mobiel. De hele avond had hij al het gevoel gehad dat die kerel hem observeerde met zijn broeierige ogen, maar verder had hij er geen aandacht aan geschonken. Het was gezellig en het bier smaakte hem goed, te goed. Zo goed zelfs, dat Merel hem vriendelijk toch resoluut de deur wees nadat de taxi hen bij haar thuis had afgezet. Ze wilde geen aangeschoten vent in bed en na een kop sterke koffie kon hij vertrekken.

Het was een mooie heldere avond en hij besloot naar huis te lopen. De frisse avondlucht deed hem goed en een aantal straten verder voelde hij zich al een stuk beter. Eerst merkte hij hun voetstappen niet eens op, tot hij zijn pas versnelde en de personen achter hem zijn voorbeeld volgden. De straat was donker en verlaten en de rechtopstaande haren in zijn nek deden hem besluiten niet achterom te kijken maar zijn pas nog enigszins te versnellen. De plotselinge, harde greep om zijn schouder belette hem verder te lopen en voor hij zich kon verweren kreeg hij een flinke dreun tegen zijn onderkaak. Terwijl hij zijn evenwicht verloor, zag hij in een waas drie mannen tegenover hem staan. Hun gezichten stonden hard en gevoelloos. Alleen de flink uit de kluiten gewassen kerel die hem de dreun gaf en over zijn pijnlijke vuist wreef had een razende blik in zijn ogen.  Het was de man uit het café  

‘Het is hem wel degelijk jongens, kom op, grijp hem.’ Riep zijn belager.  
‘Wat moeten jullie van me? ‘ wist hij nog verbaast uit te brengen voor de kerel hem weer een dreun – nu tegen zijn oor-  gaf.  
‘Als jullie geld willen, mijn portemonnee zit in mijn achterzak.’ Maar de harde ogen van zijn tegenstander stonden genadeloos. 
‘Je geld, laat me niet lachen man, hier viespeuk, wat heb je hierop te zeggen?’ Hij duwde hem zijn mobiel, onder zijn neus. 
'Hier kijk dan vuilak, kijk wat je hebt aangericht.’ 

Op het display van zijn mobiel stond een foto van hem met daaronder de tekst –wie herkent deze pedofiel- Met daaronder een misselijkmakend verhaal over wat hij zou hebben aangericht. Even was hij met stomheid geslagen, hoe kwamen ze aan zijn foto, en sterker nog, hoe kwam zijn foto bij dit walgelijke artikel. Zijn hersenen draaiden op volle toeren. Wie zou er zo’n hekel aan hem kunnen hebben en hem zoiets aan kunnen doen. Veel tijd om erover na te denken had hij niet, want de kerels trokken hem alweer overeind. Maar eer één van zijn belagers hem nog een dreun kon verkopen, wist hij zich los te rukken.  Hij rende voor zijn leven. Want dat ze hem wilden lynchen  was hem wel duidelijk. Na een wilde, angstaanjagende achtervolging  wist hij uiteindelijk, buiten adem zijn huis te bereiken.

De deur kraakt nu onder het gewicht van de zware houten balk, en na nog een aantal stoten begeeft deze het uiteindelijk. De mannen stormen naar binnen en trekken hem aan zijn haren de straat op. Buiten is het geschreeuw inmiddels oorverdovend en er blijken nog meer gekken op de herrie te zijn afgekomen. De gezichten –zowel van de mannen als de vrouwen- zijn vertrokken in razernij en niemand toont mededogen. ‘Grijp dat monster’ krijst een ijzige vrouwenstem, en de mensenmenigte sluit zich al snel om hem heen. Hij voelt de schoppen, stompen en handen die aan hem trekken. Maar net als hij denkt dat zijn laatste minuut geslagen heeft hoort hij de sirene’s. Hij krijgt nog een flinke trap in zijn zij en na een laatste vuistslag tegen zijn  slaap verliest hij het bewustzijn. Het pistoolschot dat daarop volgt ontgaat hem.


Zijn advocaat komt naar hem toe om hem de hand te schudden. Zijn teleurstelling is groot. Meer zat er niet in en de strafmaat voor het vergrijp valt hem tegen. Over vervroegde vrijlating bij goed gedrag nog maar te zwijgen. ‘Een uit de hand gelopen grap’ had het ex-vriendje van Merel het genoemd. Het is niet zo moeilijk om iemands naam te besmetten wanneer je een zieke geest hebt. Je knipt en plakt wat aan elkaar, en plaatst het op het internet. Er zijn altijd wel meelopers te vinden die je op kunt hitsen en dingen kunt laten doen waar je zelf het lef niet voor hebt. In een groep voelt een lafaard zich veilig. De bedompte lucht in het gebouw valt hem nu pas op. Hij is toe aan frisse lucht. Behendig haalt hij de rem van zijn voorwiel en rijdt met zijn rolstoel naar de lift. 

Binnen enkele jaren kunnen ze gewoon weer verder met hun leven… zij wel.

© Ingrid Punt februari 2013





donderdag 28 juni 2012

Duistere Signalen...

In dit bericht zijn er een aantal fragmenten geplaatst uit de verhalen van de auteurs in deze bundel. Lees en huiver!
.

Reddende engel..
Ingrid Punt

Na een tijdje naast hem te hebben gezeten merkt ze dat hij steeds verder van de gangbare weg afdwaalt. Hij kijkt schichtig en transpireert hevig. De afslag die hij neemt leidt naar een verlaten parkeerplaats. “Waar gaan we heen?” Ze voelt de paniek door haar lijf schieten als hij de bestelbus tot stilstand brengt en zijn vette bezwete lijf naar haar toe draait. “Er moet wel iets tegenover staan,” lispelt hij in haar oor. Ze kijkt naar de vadsige kop en zijn bruine tanden lachen haar gretig toe. Haar hersenen werken op volle toeren....

Dit is mijn inzending... wil je de fragmenten van mijn medeschrijvers/sters lezen of wil je weten hoe mijn verhaal afloopt? Dat kan door de link aan te klikken en eventueel de bundel te bestellen bij schrijfatelier Alicia.

http://schrijfatelieralicia.wordpress.com/2012/06/08/duistere-signalen-ontvangen-een-bundel-met-bloedstollende-verhalen-bestellen-9/

En dit is de cover en achterflap van de bundel ‘Duistere Signalen’.