Blogarchief

Posts tonen met het label Romantiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Romantiek. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Onkruid deel 2...

De tafel staat netjes gedekt met haar mooiste damast, het antieke servies van oma - voor speciale gelegenheden- en haar mooie kristallen glazen. De ovenschotel staat te pruttelen, wat haar betreft kunnen ze nu wel komen. Ze heeft de jurk aangetrokken die haar het meest flatteert, haar kapsel weer een beetje gefatsoeneerd, ze wil vanavond geen modderfiguur slaan... ze kijkt in de spiegel en brengt nog een beetje lipstick aan. Het is bijna zeven uur… hij zal het toch niet in z’n hoofd halen om op het laatste nippertje weer af te bellen. Ze schenkt zichzelf maar vast een wijntje in want de zenuwen gieren door haar keel. Waar heeft ze haar sigaretten gelaten… tegenwoordig rookt ze alleen nog als ze erg gestrest is, en dit is duidelijk een noodgeval. Hoe zou ze zijn… 'Chantal,' als ze zijn verhalen moet geloven moet ze perfect zijn. Waarschijnlijk lang, slank en mooi, goed gekleed… wat haar haarkleur betreft tast ze in het duister. Zenuwachtig plukt ze aan de zoom van haar jurk, heb ik wel de juiste kleur kousen aan … Shit, wat voelt ze zich onzeker… Als ze nog een slok wijn neemt hoort ze zijn auto al voor de deur. Haar hart klopt in haar keel… niet voor het raam gaan staan, neemt ze zichzelf voor, dat staat zo onbeholpen. Ze probeert relaxed in de stoel te blijven zitten en slaat haar benen over elkaar, De zwarte pumps, die ze normaal nooit draagt omdat ze verrekte pijn doen steken aanvallend naar voren. Ze hoort ze lachend de gang binnen komen.

Als de deur eindelijk open zwaait kijkt ze in het vrolijke gezicht van een kleine gezette vrouw van middelbare leeftijd. Donkerbruin haar met hier en daar een grijs streepje. Spijkerbroek, stevige stappers en een foeilelijke rode slobberpullover. 'Hai, ik ben Chantal 'zegt ze terwijl ze haar stevige hand lachend onder haar neus duwt. 'O… hai Chantal,' zegt ze verward terwijl haar hand de stevige knuist van Chantal probeert te trotseren. 'Zo, uhhh, dus jij bent Chantal…' weet ze nog net dom uit te kramen. Ze moet zichzelf bedwingen om niet in een hysterisch gelach uit te barsten. Maar tegelijkertijd draaien haar hersens op volle toeren.
Hier klopt iets niet… heeft hij iemand anders zo ver kunnen krijgen om voor Chantal door te gaan. Ze werpt een blik op haar man, maar die is druk doende om een wijntje voor Chantal in te schenken, 'Zo,' zegt hij lachend, 'eindelijk kunnen jullie eens kennis met elkaar maken.'

De 'overspelige' echtgenoot neemt naast haar plaats terwijl hij haar een kus geeft.
'Zo schat… én… wat staat er op het menu?'

Copyright © Ingrid Punt 2010


Deel 3 >>>KLIK<<<

zaterdag 18 februari 2012

Liefdesspel...



Liefdesspel



De buren zijn nog steeds verliefd, 
echt waar…ik kan het weten 

Want gisteren rond een uur of twaalf 

werd zij op bed gesmeten. 


Gehijg, gekreun wat een kabaal 
’t geluid was niet te harden 
Hij… tweeennegentig en kaal 
scheurde haar pon aan flarden. 

Als beesten… gingen ze tekeer, 
ik kon er niet van slapen. 
Vanmiddag in de supermarkt 
liep ik nog steeds te gapen. 

Een buurvrouw fluisterde me toe, 
“heb je het al gehoord? 
die ouwe vent die naast jou woont 
heeft mooi z’n vrouw vermoord.” 

’t Arme mens… een hartaanval, 
mijn god wat een ravage. 
In plaats dat hij alarm slaat 
geeft hij haar hartmassage. 

De ambulance kwam veel te laat 
ze was al kassie wijle. 
Snap jij dat nou… die ouwe baas 
dat is toch niet te peile? 

Dat ouwetje was veel te broos, 
haar man kon haar niet helpen. 
De broeders waren machteloos, 
zijn tranen niet te stelpen. 

Wat leren we van dit verhaal? 
Al zijn het creaturen, 
blijf altijd kritisch en alert. 
het blijven wel je buren. 

Sla snel alarm, bel 112 
wanneer de buren hijgen… 
de kans bestaat als jij niet belt 
ze eeuwig zullen zwijgen.



 © Copyright Ingrid Punt februari 2012

maandag 13 februari 2012

Berusting...


Kreunend kijkt hij op de wekker. Hij is klaarwakker en zou er nú eigenlijk uit moeten…. maar dat is nu net datgene dat hij niet op kan brengen. Hij draait zich geërgerd om en zuchtend geeft hij een paar flinke stompen in zijn kussen om vervolgens met zijn armen gekruist achter zijn hoofd naar het plafond te gaan liggen staren. Hij haat zichzelf voor hetgeen hij gaat doen, of liever gezegd hetgeen hij niet gaat doen.

In gedachten ziet hij haar staan. Nerveus kijkend op haar horloge. Zoals gewoonlijk weer veel te vroeg de minuten aftellend tot ze elkaar weer zien. Haar ogen lichten op zodra ze hem aan ziet komen en ze kijkt hem aan alsof hij met zijn overgewicht en rimpelige hoofd god’s mooiste creatie op aarde is. Zij ziet het angstige kind dat daar diep in hem verborgen zit, en daarmee komt ze te dichtbij. Ze is lief… mijn god wat is ze lief. En hij… hij zegt de verkeerde dingen, doet en laat de verkeerde dingen… hij is soms ronduit kwetsend tegen haar en toch blijft ze van hem houden... onvoorwaardelijk. Hij zal haar hart breken zoals hij dat al bij menige vrouw heeft gedaan. Het is geen kwade opzet… maar hij is bang. Bang om zich kwetsbaar op te stellen. Bang om afgewezen en bedrogen te worden. Bang om in de steek gelaten te worden.

Hij zou niets liever willen dan dat ze nu naast hem lag. Haar lange haren warrig om haar hoofd, haar zachte warme huid glimmend in het ochtendlicht dat door de gordijnen naar binnen valt. Haar lange wimpers trillend voor ze haar ogen langzaam opent en hem aankijkt met die liefdevolle lome blik. Ze kust en streelt hem zacht …. lacht en stapt traag uit bed, rekt zich uit als een lenige kat en vraagt of hij ook koffie wil. God, wat maakt ze hem gelukkig.

Tot nu toe was hij tevreden met zijn leven. Hij stond ’s morgens op … at, werkte, sportte, keek tv… had vrienden, een fijne familie en soms voor één avond een vrouw. Na zijn scheiding waren er wel de nodige vriendinnen, maar telkens weer liep het mis. Zodra de relatie vorderde en te intiem werd sloeg de angst om al zijn zekerheden kwijt te raken weer toe. Hij liet het uit voorzorg doodbloeden. Soms kwam hij gewoon niet meer opdagen of reageerde hij nergens meer op. Hij was er inmiddels een kei in geworden. Een kenner van het “met de botte bijl” beëindigen van een relatie. Sommige dingen mistte hij wel, maar hij vond het toch ook wel weer fijn om met niemand rekening te hoeven houden. Hij kan en wil zich niet meer binden… het doet te veel pijn, hij is te erg beschadigd.

Maar zij… zij zit in zijn hoofd. In gedachten ziet hij haar teleurgestelde en verdrietige ogen, de wekker verteld hem dat ze daar nu al zeker twintig minuten te lang staat. En dát ze er nog staat weet hij wel zeker. Hij ziet haar tranen en voelt haar pijn. Ze zal proberen hem te bellen… hij zal niet opnemen. Misschien stuurt ze hem een mail of brief… hij zal hem niet beantwoorden. Misschien belt ze ooit bij hem aan… hij zal niet open doen. En ooit…. Ooit komen ze elkaar misschien weer eens tegen. Hij zal vriendelijk naar haar knikken…… en zij…… zij knikt niet meer terug, daarvoor heeft hij haar té erg beschadigd. Dat is de prijs die hij moet betalen. Hij zal haar missen… God… wat zal hij haar missen… en zij hem… maar ooit zal de pijn weer plaatsmaken voor berusting. Berusting…… hij kan het weten.

Hij is daar al eens geweest………



Copyright © Ingrid Punt Augustus 2011

vrijdag 10 februari 2012

Naar de Filistijnen...


Albert Alexandre Paul Raffio
Samson and Delilah 1874


Naar de Filistijnen


Ruim vijf jaar waren ze nu samen en vanaf het moment dat ze hem zag staan was ze compleet verloren geweest. Eigenlijk was hij verre van bijzonder, niet bijzonder knap... eerder een beetje pokdalig en grof... Niet bijzonder atletisch... eerder een beetje klein en gedrongen. Hij moest het hebben van zijn babbels, zijn zelfverzekerdheid én zijn schitterende zwarte krullenkop –waar hij apetrots op was- en ze viel als een blok voor hem. Én... het was wederzijds. Ze konden samen lachen, huilen, praten, hadden behoorlijk wat raakvlakken en in bed was het ook niet vervelend. Ja hun relatie had behoorlijk wat potentie... op welk gebied dan ook. Nee, ze had het niet beter kunnen treffen...... dacht ze. Maar na een jaar of drie begon het gedonder al. De eerste scheurtjes melden zich aan. Zijn ijdelheid begon hem parten te spelen en niet alleen hem, zij werd stapelgek van zijn aandachttrekkerij. Altijd maar bevestiging willen hebben op zijn ”knappe” uiterlijk. En die bevestiging zocht hij niet alleen bij haar.

Artemisia Gentileschi (1593-1653)



Had ze in de eerste instantie zijn geflirt nog wel grappig gevonden, later had ze het min of meer door de vingers gezien. Maar nu irriteerde het haar mateloos. En ook al was ze verre van jaloers, zijn gedrag begon behoorlijk extreme vormen aan te nemen. Ze konden niet over straat lopen of het was raak. Zodra hij een vrouw in het vizier had haalde hij allerlei capriolen uit om de aandacht op zichzelf te vestigen. Fluiten, roepen, knipogen, terwijl zij nota bene pal naast hem liep. Ze ergerde zich dood als hij weer eens bijna zijn nek verdraaide en niet alleen zijn zwarte krullen maar ook zijn ego streelde door het object van zijn fantasie na te fluiten. En maar hopen op een reactie, die vaak ook volgde maar meestal in negatieve zin.


Gerard van Honthorst (1590-1656)


Een gevoel van plaatsvervangende schaamte maakte zich van haar meester en hoewel ze probeerde zijn zielige gedrag te negeren was het al menig maal tot een uitbarsting gekomen van haar kant. Ze kreeg een hekel aan zijn... en nu ook aan haar eigen gedrag. Hij dreef haar tot wanhoop. Tot ze hem een keer ’s avonds in de badkamer betrapte en zag hoe hij zijn zwarte krullen stond te verven. Hij had haar niet gezien en stilletjes had ze de badkamerdeur weer gesloten. ’t Moest toch écht niet gekker worden. Ze lachte stilletjes in haar vuistje... kon ze... zou ze... ja, ze kon én ze zou haar snode plannetje ten uitvoer brengen als hij nog één keer......

Anthony van Dyck (1599-1641) ~Samson and Delilah~


Lang hoefde ze niet te wachten want de volgende avond was het al raak. Op het verjaardagsfeestje van haar vriendin was hij weer aardig op dreef. Elke vrouw die binnen kwam werd door haar echtgenoot gekeurd en goed genoeg bevonden om lijdend voorwerp te zijn van zijn overdreven geflirt. Haar vriendin schoot haar aan in de keuken. “zeg, word je dat nou nooit eens zat, dat ziekelijke geflirt van hem? ” Ze haalde alleen glimlachend haar schouders op, de tijd was rijp. Haar plannetje zou een kortstondig effect hebben, maar wellicht nét lang genoeg duren om hem tot inkeer te brengen. De avond na het feestje sloot hij zichzelf weer op in de badkamer en zij wist inmiddels waarom. Met moeite wist ze de grimas van haar gezicht te weren toen hij eindelijk de badkamer uitkwam. De volgende morgen werd ze wakker van het hevige gevloek van haar man. “Wat is er schat?” riep ze richting badkamer terwijl ze zijn ravenzwarte krullen van zijn hoofdkussen veegde.

"De zwarte haarverf belande in de vuilnisbak, naast zijn grote ego en de lege verpakkingen van haar ontharingsmiddel."



© Copyright Ingrid Punt december 2012

~Samson and Deliliah~   

Alexandre Cabanel (1823-1889)

 

zaterdag 28 januari 2012

Gluren…



Gluren

Reddeloos verloren was hij… vanaf het moment dat hij zag hoe elegant ze de sleutel in het slot stak van het appartement naast hem. Ze knikte even en lachte haar volmaakte tanden bloot, waarna ze hem een slanke perfect gemanicuurde hand toestak en met een donkere hese stem zei ‘Hallo…. Ik ben Brenda, ik heb het appartement naast je gehuurd.' Waarna ze haar lange ravenzwarte haar verleidelijk over haar ranke schouders gooide. In een oogwenk en een knipoog van haar donker omfloerste ogen stapte ze met haar lange in donkere nylons gehulde benen op haar hooggehakte pumps haar nieuw verworven appartement binnen. Hem achterlatend met een hevig gevoel van verlangen. Vanaf dat moment hield hij de deur naast hem en de buitendeur nauwlettend in de gaten.

Ed… zijn magere slungelige buurman was dus eindelijk met de noorderzon vertrokken. Niet dat hij erg veel last van de beste man had gehad. Ed was erg op zichzelf geweest. Afscheid nemen zat er dus waarschijnlijk niet in... hij haalt zijn schouders op, wat kan het hem ook schelen. Dit was uiteraard een hele verbetering. Gelukkig waren de appartementen niet al te best geïsoleerd waardoor de geluiden van de medehuurders nog wel eens doordrongen. Normaal gesproken kon hij zich hier nog wel eens aan ergeren. De buurman boven hem was pianoleraar en ze hadden afgesproken dat hij alleen op de uren dat hij naar zijn werk was les zou geven maar dat lukte helaas niet altijd. Zijn andere buurvrouw was een dame op leeftijd en slecht van gehoor waardoor haar tv nog wel eens iets te hard stond. Maar van Brenda probeerde hij elk geluidje op te vangen. Hoezeer hij ook zijn best deed … je kon een speld horen vallen.
Hij had ’s avonds al eens geprobeerd een glas tegen de muur aan te drukken... Niets. Terwijl hij zeker wist dat ze thuis was, want hij had het getik van haar hakken op de trap gehoord. Maar helemaal niets dus.

Hij weet inmiddels hoe laat ze ’s morgens de deur uitgaat, hoe laat ze weer thuis komt en dat ze van Chardonnay houd... hij had eens pal achter haar gestaan bij de slijter, waar hij een bijna onbedwingbare drang voelde om zijn gezicht in haar donkere haren te drukken… zijn neusgaten vulden zich met Narciso Rodriguez. Na menig uurtje in de parfumerie te hebben doorgebracht op zoek naar de lievelingsgeur van ‘zijn’ Brenda had hij die weten te achterhalen. Hij had haar al een paar keer aangesproken wanneer zij hem in haar strakke mantelpakje passeerde op de trap. Het appartement beviel haar prima wist hij nu en ja … het is vandaag heerlijk weer. Verder dan de nodige koetjes en kalfjes had hij nog niet durven gaan. Smoorverliefd was hij op haar en die verliefdheid had zulke vormen aangenomen dat hij zelfs zijn bank had verplaatst zodat deze tegen haar slaapkamermuur aanstond. Lange avonden op de bank met een glas in zijn handen … maar niets te horen. Dus ook geen herenbezoek…. dat stemde hem hoopvol.

Nadat hij haar ’s morgens weer heupwiegend naar haar auto heeft zien lopen weet hij plotseling wat hem te doen staat. Hij pakt zijn boor en stofzuiger en gaat aan de slag. Net boven de plint valt het vast niet op en met een spiegeltje kom je een heel end. Eindelijk... het gat is nu groot genoeg maar op het eerste gezicht niet echt opvallend. Even vraagt hij zich nog af waar hij mee bezig is als hij languit op de vloer ligt te klungelen met een scheerspiegel. Hij lijkt wel stapelgek. Maar als hij haar bed en nachtkasje in het vizier krijgt is de opwinding over wat hij vanavond kan verwachten te groot. Hij ruimt de rotzooi op, stoort zich nog even aan de piano van de bovenbuurman, maar verheugd zich tevens op de thuiskomst van zijn lief.

Hij kijkt op zijn horloge… ja hoor hij hoort haar auto de straat al in rijden, hij herkend het geluid uit duizenden. Wat ziet ze er weer sexy uit in haar dunne gebloemde niemendalletje, het jurkje verhult nauwelijks de contouren van haar volle borsten. Ze kijkt hem uitdagend aan met haar grote donkere ogen als ze hem ‘toevallig’ in de deuropening ziet staan ‘Hallo buurman,’ fluistert ze zachtjes met haar donkere hese stem en zijn hart maakt een sprongetje.
‘Hallo Brenda’ weet hij net zo hees uit te stoten, en hij wacht totdat ze de deur achter haar bevallige figuurtje heeft gesloten alvorens hij zich met zijn scheerspiegel naar de bank snelt.

Eerst maar eens luisteren… hij drukt het glas tegen de muur, maar zoals altijd niets te horen. Dan maar vast languit op de grond en afwachten maar. Hij draait de spiegel in een bepaalde ongemakkelijke stand evenals zijn hoofd en ja hoor daar doemt het bed plus nachtkastje op. Na wat voelt als een eeuwigheid -hij krijgt al kramp in zijn armen- ziet hij plots haar rode pumps naast het bed verschijnen. Zijn hart maakt een sprongetje als hij ziet hoe ze met de punt van haar ene schoen de andere schoen van haar voet trapt. Het zweet breekt hem uit. Haar voeten lijken zonder haar rode pumps een stuk groter. Ach, het past bij haar. Dan ziet hij hoe ze haar nylons laat zakken en die met haar lange slanke vingers van de vloer raapt. Zijn hart danst nu bijna uit zijn borst en na wat gestoei met de spiegel weet hij die zo te draaien dat hij haar gestalte in zijn totaliteit kan aanschouwen. Ze ritst haar jurk open en hij ziet haar stevige ronde billen. Zijn ogen raken vermoeid van het ongemakkelijke gestaar, maar hij durft zich niet te bewegen, bang voor ontdekking. Tergend langzaam maakt ze haar bh los en legt die voor zich op het nachtkastje. Vol verrukking kijkt hij naar de bh… toch zeker een volle cup E… dan ziet hij de wattenbolletjes die ernaast opgestapeld worden...... het zijn er veel.

Nou ja, een klein beetje smokkelen mag… met ingehouden adem draait hij de spiegel iets hoger… hij ziet behalve de ronde billen nu ook haar gespierde rug. Ze pakt de voorkant van haar lange weelderige zwarte lokken en trekt de hele haardos in een keer van haar hoofd. Kaal!! .........Ze is zo kaal als een biljartbal. Verstijfd van verbazing maar ook omdat hij al een tijdje in een vrij ongemakkelijke houding heeft gelegen ziet hij hoe Brenda zich lachend omdraait.


Ed!!!!!

© Copyright Ingrid Punt november 2011

zaterdag 14 januari 2012

Smooth...

Zodra ik op de boot stap komt alles weer bij me boven en hetzelfde gevoel van vrijheid blijheid overvalt me. Ik snuif de frisse zeelucht diep op in m’n stadslongen., om vervolgens te genieten van het schouwspel van de meeuwen die boven de boot cirkelen. Ze vliegen zó laag dat ik ze bijna aan kan raken en soms laten ze zich dragen op de wind om even vlak boven mijn hoofd tot stilstand te komen. Met hun kopjes schuin kijken ze me aan alsof ze mij net zo grappig vinden als ik hen. Na een korte pauze zweven ze schreeuwend verder op de wind. Als de boot eindelijk vertrekt vliegen ze mee tot aan de overkant alsof ze zich er persoonlijk van willen overtuigen dat alle passagiers veilig op het eiland aan komen. De temperatuur is de laatste dagen behoorlijk opgelopen en het wachten op de boot heeft me dorstig gemaakt. Het restaurant zit al behoorlijk vol maar ik besluit het er maar op te wagen en na een minuut of tien in een 'zo op het eerste gezicht' eindeloze rij loop ik eindelijk gewapend met dienblad,een flesje lauwe cola en een klef broodje kaas terug naar de tafeltjes. De meeste zijn inmiddels bezet maar na wat heen en weer gedrentel weet ik dan toch nog een plekje te bemachtigen.


'Wat neem jij,' vraagt het meisje aan het tafeltje tegenover me aan haar vriendin. 'Ik denk dat ik gewoon een broodje kaas neem'… 'gadverdamme!' haar vriendin trekt een vies gezicht, en na een blik op mijn kleffe broodje waar een zielig verlept blaadje sla uit hangt begrijp ik haar afgrijzen. 'Kom op zeg, we zijn op vakantie, neem een lekkere wrap met zalm of zo.' 'Ik houd niet van zalm, dat weet je' zegt haar vriendin quasi gechoqueerd. 'Nou oké dan géén zalm, maar je kunt toch wel iets anders nemen… een tosti met geitenkaas en honing of zoiets, ik bedoel… gewoon… iets anders…doe ‘s gek. Weet je wat… ik ga je verrassen.” Ze discussiëren nog even verder en vriendin 'zalm en geitenkaas' staat op en sluit zich aan in de rij en ik stort me glimlachend op mijn verlepte maaltijd. De twee doen me denken aan de eerste keer dat ik samen met een vriendin deze reis maakte. Het is nu zo’n vier jaar geleden dat ik samen met haar naar het eiland ging omdat we daar een huisje pal aan het strand hadden gehuurd. Achteraf gezien de mooiste vakantie van mijn leven omdat ik daar Ray tegenkwam.


De werkzaamheden van vriendin lieten het helaas niet toe om langer dan één week te blijven, en na haar op de kade te hebben uitgezwaaid had ik nog geen zin om alleen te zijn. Ik zie mezelf daar nog op het terras van het eetcafé zitten, de warmte was bijna niet te harden, ik draai m’n lange donkere haar in een staart, maak de bovenste knoopjes van m’n jurk los en wapper mezelf wat koelte met de menukaart toe … is het menu zo beroerd… Ik leg de kaart lachend op tafel ... Nee hoor, dat valt best m….. De woorden blijven steken in mijn keel als ik de man aankijk die voor mijn tafeltje staat. Hij is lang, slank, gespierd en heeft een gebruind hoofd met donkere krullen… maar dat is het allemaal niet zozeer, het zijn eerder zijn ogen die me zo van slag hebben gebracht. Donkere lieve ogen die me nu geamuseerd en een beetje spottend aankijken. Ik probeer mezelf tot de orde te roepen.

'Ik wil graag alleen iets drinken' weet ik zelfverzekerd uit te brengen. 'Alleen?' Vraagt hij, 'met z’n tweeën is het een stuk gezelliger.' Als ik opper dat het niet mijn gewoonte is om met een voor mij vreemde man een drankje te nuttigen, steekt hij mij zijn hand toe….'Ray'… van Raymond, maar jij mag Ray zeggen… zo, en nu ben ik geen vreemde meer voor je' zegt hij lachend, en voor ik het weet zitten we samen te lachen en te praten alsof we elkaar al jaren kennen, en de rest van de vakantie zijn we onafscheidelijk geweest. We hebben nog twee geweldige weken samen en de meegebrachte boeken tegen de eventuele verveling tijdens mijn laatste vakantiedagen blijven ongelezen in mijn koffer.

Het eerste afscheid viel ontzettend zwaar maar sindsdien reis ik meerdere keren per jaar af naar het eiland om de vakanties weer samen te zijn. Hij wil het eiland niet opgeven en ik ben verknocht aan de grote stad, maar ooit vinden we een compromis, zo houd ik mezelf voor.
Ray is op het eiland geboren, heeft er zijn familie, vrienden en zijn eetcafé pal aan het strand. In het verleden heeft hij de boel al eens verkocht om een vriendin achterna te reizen en dat liep niet goed af. Op het eiland heerst een totaal andere mentaliteit, hij heeft het geprobeerd maar kon niet wennen in een stad waar niemand elkaar kent en zelfs niet groet. Het maakte hem letterlijk ziek en mede daardoor liep de relatie op de klippen. Terug op het eiland moest hij alles weer opnieuw opbouwen. Dat wil ik hem besparen en vanaf het begin is hij er duidelijk over geweest, hij wil er blijven tot aan z’n dood. Maar ik heb mijn familie, vrienden en kennissen in de stad en hoewel dat op zich niet eens het probleem is wil ik mijn vader niet in de steek laten met wie ik samen een goed lopende winkel run. Hemel en aarde heb ik bewogen om Ray naar het vaste land te krijgen maar hij houd ondanks onze liefde voor elkaar voet bij stuk, en ik begrijp hem. Ooit vinden we een geschikte oplossing....


Mijn gemijmer wordt verstoord door een gezin dat naast me plaats heeft genomen. Het stel probeert hun zeurende en jengelende kinderen in het gareel te houden, wat niet écht schijnt te lukken want het gekrijs en gejengel wordt alleen maar erger. Het stel krijgt ruzie en de verwijten vliegen over en weer. De ruzie verloopt niet geheel geruisloos en het halve restaurant geniet mee, met als gevolg een boze vader, een zenuwachtige moeder, kinderen waar nu helemaal geen land meer mee te bezeilen is en ik… met een opkomende hoofdpijn. Ik probeer het nog even vol te houden en er niet op te letten. De twee giechelende meiden tegenover me hielden het al eerder voor gezien en na een tijdje wordt de drukte ook mij teveel en ik besluit om mijn inmiddels bijna warme cola op het zijdek te nuttigen. Met hun witte schuimkoppen glijden de golven krachtig langs de boot en het eiland komt al dichter bij. Reikhalzend probeer ik mijn Ray te herkennen tussen de mensen op de kade. Maar de drukte maakt het mij onmogelijk. De boot meert aan en ik loop als een mak schaap met de mensenmassa mee de kade op. Ik dring me tussen de elkaar begroetende mensen door terwijl ik op zoek ben naar een grote knappe man met een donkere krullenkop en lieve ogen, maar na een tijdje geef ik het zoeken op.


Ray is er dus niet om me op te halen constateer ik teleurgesteld maar berustend, het is schitterend weer dus vast ontzettend druk in de strandtent. Aan de overkant van de kade is een fietsverhuurbedrijf. Het is maar een klein kwartiertje flink doortrappen en met alleen een rugtas en een matige wind ben ik zo bij het huisje. Mijn spullen zijn zo uit gepakt, ik hang m’n kleding in de kast en duik onder de douche om de warmte van de reis van me af te spoelen, trek een luchtig zomerjurkje en slippers aan en wandel maar vast naar het strand dat op een steenworp afstand van het huisje ligt. De zon staat al iets lager, en de ergste hitte van de afgelopen dagen heeft plaats gemaakt voor een licht briesje waardoor de temperatuur nu bijzonder aangenaam is. Het vooruitzicht op een mooie zonsondergang voor mij en Ray op deze zwoele zomeravond stemt me gelukkig. Op het terras maken de meeste gezinnen zich al klaar om naar huis te gaan. De drukte van de dag maakt plaats voor een rustige relaxte sfeer. Ik stel me zijn verraste gezicht voor als ik al op het terras blijk te zitten als hij straks de bestelling op komt nemen, en ga aan het tafeltje op mijn favoriete plekje zitten en probeer nog even na te genieten van de laatste milde zonnestralen. De menukaart maakt het me niet écht moeilijk… ik heb zin in een frisse salade en een lekker koel drankje. Binnen wordt de apparatuur al vast klaargezet voor de band die straks zal gaan spelen. Het is nog niet druk en ik hoop niet dat het iets wil zeggen over de kwaliteit van de band. Elk bandje trekt zo z’n eigen publiek weet ik inmiddels.


Ik zet mijn zonnebril af, sluit mijn ogen en voel me loom worden door de milde zonnestralen op mijn gezicht. Terwijl ik nog even geniet van de warmte en het geroezemoes op de achtergrond wordt plotseling het zonlicht geblokkeerd omdat er iemand voor mijn tafeltje staat. Ray… enthousiast open ik mijn ogen... maar de teleurstelling is groot als ik het silhouet van de serveerster voor me zie. Goedemiddag… heb je al een keus kunnen maken… ze kijkt me vriendelijk aan... doe mij maar een salade en een ijsthee zeg ik terwijl ik de menukaart dichtklap. Is Raymond er nog niet, vraag ik haar terloops … Raymond… ze kijkt bedenkelijk… nee nog geen Raymond gezien… om vervolgens weg te lopen om mijn bestelling door te geven en ik slik de rest van mijn vragen in zak nog iets onderuit, schop mijn slippers van mijn voeten en sla mijn gebruinde benen over elkaar. Genietend luister ik naar het geluid van de meeuwen die het strand weer overnemen op zoek naar een lekker achtergebleven hapje. Na een tijdje komt ze terug met mijn bestelling en ik laat het me dit keer goed smaken. De band is inmiddels gaan spelen en ik geniet van het uitzicht en de muziek, die boven verwachting erg goed klinkt. De combinatie is wat mij betreft geweldig, een ondergaande zon, het geluid van de branding en een nummer van Santana op de achtergrond.


En opeens zie ik hem zitten, schuin tegenover me, de zon weerkaatst op zijn donkere krullen. Hij geniet net als ik van het uitzicht en net als ik hem wil roepen kruizen onze blikken elkaar, Ray… Zijn ogen beginnen te twinkelen en zijn glimlach verraad zijn blijdschap. De band speelt het intro van Samba pa ti en als de melancholieke klanken van de gitaarsolo door de strandtent klinken staan er al enkele stelletjes op de dansvloer. Raymond kijkt me vragend aan terwijl hij zijn hand naar me uit steekt… 'dansen?' Ik leg mijn hand in die van hem en laat me als in trance door hem de dansvloer op leiden. Zodra hij z’n armen om me heen legt voel ik me smelten. Ik voel de warmte van zijn handen door de dunne stof van mijn zomerjurk. Met mijn hoofd tegen z’n borst, alsof het daar hoort dringt de pittige bekende en vertrouwde geur van zijn after shave mijn neus binnen. Ik wil hem vragen waarom hij niet op de kade was maar hij smoort de vraag met een innige kus. Na de laatste gitaar akkoorden lopen we hand in hand over het strand naar de kustlijn. 'Waarom was je niet bij de boot, was het zo druk?, probeer ik nogmaals.' Ik kijk hem vragend aan, maar weer neemt hij me in z’n armen en overlaad me met z’n tedere kussen. De zon zakt steeds lager en kleurt het strand en de hemel oranje, ik zucht bij het zien van zoveel schoonheid. Stilzwijgend lopen we verder hoewel ik wel duizend vragen voor hem heb.

Hij staat stil en tovert een klein wit doosje uit z’n zak. Mijn handen beginnen te trillen terwijl ik het doosje probeer te openen. Ik aarzel even…wat nu verder… trouwen, en dan… hij hier en ik daar, dit kan en wil ik niet… Zou hij zich dan eindelijk hebben bedacht? Hij brengt zijn mond naar mijn oor… en ik voel alle bezwaren van me af glijden…'wil je nog iets drinken'… 'sorry?' 'wil je nog iets drinken?' Zijn stem lijkt een paar octaven hoger te worden…WIL JE NOG IETS DRINKEN!… ik open mijn ogen en kijk verschrikt in het verbaasde gezicht van de serveerster. Ik moet in slaap gevallen zijn. 'Jij was ver weg,' zegt ze lachend…'Ja, behóórlijk ver,' zucht ik opgelucht… op de achtergrond hoor ik de klanken van Smooth.

Copyright © Ingrid Punt juni 2011

zaterdag 7 januari 2012

Snijbonen...

‘Persoonlijk vind ik dat je gewoon moet kunnen zeggen wat je wilt. Kijk… je kan natuurlijk gewoon je mond houden en net doen alsof je alles maar leuk vind maar daar komt gewoon een keertje hommeles van. Vind je ook niet? Jij moet gewoon je eigen ding blijven doen en ik ook, en dan hoeft dat niet altijd samen… toch? ’ De man naast haar is het duidelijk met haar eens aan zijn kalende knikkende hoofd te zien. ‘Goh wat zullen we nemen, ik heb wel zin een lekker broodje en jij, wil jij ook een lekker broodje of wil je liever iets anders? Ik denk dat ik een lekker broodje bal neem, neem jij ook een broodje bal? Maar dan zonder mosterd, dat vind ik zó smerig, lust jij mosterd?’ De man naast haar knikt nog maar eens. ‘ En ik neem er een lekker glaasje wijn bij wat denk je? Het is mooi weer we hebben alle tijd van de wereld we zitten hier gezellig, ja… ik neem een lekker wijntje.’

‘Goh, wat gezellig hé Klaas, wie had dat nou kunnen denken, ik hoor m’n dochter vanmorgen door de telefoon nog zeggen. Wat nou ma… Klaas?’ Ik vind het wel fijn hoor zo samen op een terras. Henk deed dat ook wel hoor, maar dan alleen hé, dan zat ie gezellig met een kop koffie en een krantje. Maar altijd alleen… dat vond ie fijn hé… alleen. Weet je dat het al weer bijna twee jaar geleden is van Henk, dat is toch niet te geloven?’ De kalende man naast haar knikt weer en aait haar even over haar been, het kan hem duidelijk gestolen worden of het alweer twee jaar geleden is en dat broodje bal zal hem ook een rotzorg zijn, om over de mosterd maar te zwijgen. Ze kijkt hem van opzij even verrukt aan, knijpt haar ogen gelukzalig dicht en frunnikt wat aan de zilveren ketting om haar nek. ‘Goh Klaas, lekker zo hé… met dat zonnetje?’

‘ Kunnen we misschien even bestellen?’ vraagt ze als de serveerster langs hun tafeltje loopt. ‘Doe mij maar een broodje bal en een lekker wit wijntje… en jij Klaas? Klaas houd het bij een biertje. ‘Wil jij geen broodje?... ook geen broodje bal ?’ De man schud z’n kale hoofd en legt zijn hand op haar rug. ‘ Zeg Klaas, We kunnen straks wel lekker in de tuin gaan zitten, het is lekker weer en we hebben alle tijd. Ik heb nog snijbonen, spaghetti en ravioli en nog meer van die rotzooi. En ik heb nog vlees in de vriezer, dus ik heb genoeg eten in huis. De stoelen heb ik al schoongemaakt dus we kunnen zo gaan zitten, ik hoef niets meer te doen.’ En na een korte pauze, ‘ gezellig hé zo samen op een terras?’ Klaas knikt nog maar ’s en duwt zijn neus in z’n schuimkraag. ‘ Weet je wat klaas, ik betaal wel, dan betaal jij vanavond.’ Klaas is het nogmaals met haar eens. Ze rekent af en als ze van het terras aflopen. ‘ Weet je wat… we eten straks lekker snijbonen, wat denk je?’


Copyright © Ingrid Punt april 2011

dinsdag 6 december 2011

Haat versus liefde...


Haat versus liefde

Hoelang al heb ik met mezelf laten sollen, ik kán gewoon niet meer buiten je... zonder jou ben ik nergens, ik heb je nodig.
Helder denken lukt niet meer, m'n adem stokt en soms wakkeren de gloeiende kolen in m'n borst aan tot een laaiend vuur dat m'n lichaam en ziel verteerd... ik snak gewoon naar je.

Te lang heb jij m'n leven bepaald... het is uit, ik heb besloten zonder jou te kunnen.
Het is gewoon een kwestie van doorzetten en sterk zijn houd ik mezelf voor.
Ik probeer je te ontlopen en niet meer aan je te denken, maar ik houd alleen mezelf voor de gek. Er zijn écht wel momenten dat ik niet aan je denk en soms heb ik het gevoel dat ik eindelijk over je heen ben.
Maar dan uit het niets overvalt het me weer......

Het vuur in m'n borst laait weer op en is te heftig en alles overheersend, ik wil het niet, probeer er tegen te vechten, maar ik laat me wéér verleiden. Ik omhels je en mijn lippen vinden de jouwe... een storm raast door m’n lijf, blust het vuur en vult m’n hoofd en longen met alles wat ik nodig heb...... 'lucht'....
Zelfs je naam klinkt me als muziek in de oren......






Ventolin

© Ingrid Punt 2010





zondag 20 november 2011

Verrassing...

De drukte op de weg valt hem tegen. Inmiddels is het al kwart over zes en bij het idee dat hij nog zo’n driehonderd kilometer te gaan heeft, trapt hij het gaspedaal nog maar ’s flink in. De lichten langs de weg worden gereflecteerd door het gladde wegdek en bij het schijnsel ziet hij het blauw fluwelen doosje op de stoel naast hem liggen. Eindelijk is hij weer eens thuis met kerst, ze hebben al zoveel kerstdagen niet samen doorgebracht, dat hij er dit keer niet onderuit kon, én wilde. Nooit heeft ze er iets over gezegd, maar haar teleurgestelde blikken zeiden hem genoeg. Volgend jaar schat, suste hij haar… en hoewel ze wist dat het de zoveelste loze belofte was, knikte ze altijd instemmend. Als hij het doosje open klikt en de ring hem toe glinstert, repeteert hij nogmaals hardop hoe hij haar zal vragen. Het wordt warmer in de auto en de loomte overvalt hem… nog maar even een tussenstop bij het eerstvolgende tankstation.

Kwart over acht … ze moest er maar eens uitgaan, de slaap kan ze toch niet meer vatten.. Het bed ziet eruit alsof er een oorlog heeft gewoed, de nalatenschap van een slapeloze nacht. Terwijl ze de douche vast aanzet, denkt ze aan de komende kerstdagen. Eindelijk weer een samen. De verrassing die hij voor haar schijnt te hebben benauwd haar enigszins, maar gelijktijdig kan ze het zich ook niet voorstellen… ze kennen elkaar al zo lang, hij heeft zich nooit écht willen settelen… ook niet met haar. En hoewel ze wist dat het voor z’n werk was heeft ze vaak gedacht dat hij de kerstdagen bewust elders doorbracht, "no strings attached." Haar sombere gedachten spoelen weg met het warme water en als herboren slaat ze even later een handdoek om zich heen, ze weet het zéker… dit wordt hun mooiste kerst ooit.

Na een kop koffie en een slap broodje kaas stapt hij weer achter het stuur.. nog even en dan zien ze elkaar weer na drie weken. Z’n werk is altijd alles voor hem geweest maar hij wordt er niet jonger op en het wordt nu wel eens tijd dat hij zich gaat binden, en dan het liefst met haar… het blauwe doosje voelt als een belofte voor toekomstig geluk. Het begint te sneeuwen en het zicht wordt er niet beter op, maar de koplampen van z’n tegenliggers houden hem alert. Nog even doorjakkeren, en hij geeft nog maar eens een flinke dot gas.

Een dikke trui en jeans lijken haar geen overbodige luxe als ze met afgrijzen naar de neerdwarrelende sneeuw kijkt. Dat wordt lopen, want het zal wel spekglad zijn. Ze wil nog het één en ander voor vanavond in huis halen, een fles champagne zal ze voor de zekerheid ook maar meenemen denkt ze lachend. Ach… als haar verwachting niet wordt vervuld komt die fles een andere keer wel leeg. Ze pakt een flinke boodschappentas, en slaat de capuchon van haar donkere parka over haar hoofd.

In de stad zijn de straten zo mogelijk nog gladder dan op de snelweg en hij moet echt moeite doen om de auto in bedwang te houden. Nog maar een paar straten en dan is hij bij haar huis, hij ziet haar stralende gezicht al voor zich wanneer hij haar de ring om haar vinger schuift. Als hij eindelijk de straat indraait verliest hij de macht over het stuur en slipt eerst naar links, ketst tegen de stoeprand waarop hij met een flinke vaart op de rechterstoeprand af schiet. Vanuit z’n ooghoek ziet hij een schim uit het niets opdoemen en de klap die volgt beneemt hem de adem voor het zwart wordt voor z’n ogen.

Ze trekt de deur achter zich dicht en lacht naar een buurvrouw. Gaat U nog iets leuks doen met de kerst? Elk jaar dezelfde vraag waarop ook elk jaar hetzelfde antwoord volgt. “ Ik heb de boom al staan, en de kinderen komen allemaal eten, gezellig…” Ze kan het antwoord dromen. De buurvrouw klopt haar wollen muts uit, stampt de sneeuw van haar laarzen en waarschuwt haar dat het behoorlijk glad is, voordat ze naar binnen stapt. Inderdaad... het is nog gladder dan ze dacht en ze glibbert over de stoep, als ze haar capuchon iets omhoog trekt ziet ze in een flits een paar koplampen op zich afkomen, er is geen ontkomen meer aan. De motorkap geeft niet mee, en als een lappen pop schiet ze door de lucht waarna ze met haar hoofd tegen de stoeprand slaat. Als ze later hevig bloedend op straat ligt ziet ze met haar laatste heldere blik een ring over de stoep rollen, het glinsteren van het diamantje is het laatste dat ze zal zien.

Als het licht in haar ogen dooft weet ze dat de champagne niet voor niets zou zijn geweest.

Copyright © Ingrid Punt 2010

donderdag 27 oktober 2011

Liefde op het eerste gezicht...

Ik heb er dus nooit in gelooft... oké je ziet natuurlijk wel eens iemand in het voorbijgaan die je een tweede, of derde blik gunt... maar om dat nu meteen verliefdheid te noemen.
Maar na vandaag kom ik er op terug, het is me overkomen... als een donderslag bij heldere hemel, er was geen ontkomen meer aan.

Zodra ik de broodjeszaak binnen loop zie ik hem zitten. Een knappe verschijning, donker haar en dan die lichte ogen... een hemelse combinatie... en die ogen bleven me maar aanstaren.
Terug staren was het enige dat ik nog kon, wonderlijk, elkaar begrijpen zonder woorden.

Na een minuut of tien staren zonder onze blikken af te wenden, kwam hij dan eindelijk met soepele tred op me af en ging naast me zitten. Het voelde heel vertrouwd, alsof we elkaar al jaren kenden... woorden... nog steeds overbodig. Voor ik het wist zaten we innig tegen elkaar aan, de wereld om ons heen even vergetend.
Ik streelde z’n donkere haar, maar wist ook direct dat het niets kon worden tussen ons.
Er wachtte thuis al iemand op me en die zou hem vast niet tolereren.

Z’n lichte ogen keken me verbaast aan terwijl ik opstond, sorry... maar ik heb al een kat... hij stopte met spinnen en sprong verontwaardigd van m'n schoot. Met dezelfde soepele tred terug naar de plek waar ik hem bij binnenkomst trof.

Het mocht niet zo zijn......

© Ingrid Punt 2010






zaterdag 22 oktober 2011

Tot de dood ons scheidt...

Tot de dood ons sheidt


De klok die ze 's nachts zo haat, geeft alweer drie uur aan... ze draait zich nog maar eens om.
Ze kan de slaap weer eens niet vatten, slaap die ze zo nodig heeft want zonder slaap geen dromen. En juist die dromen zijn zo belangrijk omdat hun leven samen dan gewoon doorgaat.
De dagelijkse routine is nachtelijke routine geworden.
En hoewel het moment van ontwaken het pijnlijke besef met zich meebrengt dat ze alleen is, kan ze na zo’n droom de dag weer aan. Tijd heelt alle wonden zeggen ze, en aan de scherpe, alles overheersende pijn is inderdaad een eind gekomen, maar naarmate de tijd verstrijkt wordt het gemis steeds heviger, ze voelt zich steeds méér geamputeerd.

Haar herinneringen gaan weer met haar op de loop en beletten haar het slapen.
Terug denkend aan hun leven samen...... het was een goed leven met alle ups en downs die daarbij horen. Hij was goed voor haar en zij voor hem, ze waren een hecht team, en waren al zolang samen dat alles vanzelfsprekend leek. Hij vervult nog haar hele wezen, ze bekijkt zelfs de dagelijkse beslommeringen vaak door zijn ogen. Natuurlijk heeft hij geweten hoeveel ze van hem hield... maar voor haar gevoel heeft ze té weinig gezegd hoezeer ze hem waardeerde.
Ze komt haar dagen wel door, heeft haar kinderen, kleinkinderen en leuke vrienden en kennissen.
Maar thuiskomen is toch anders als er niemand meer op je wacht.
Haar hand voelt de lege onbeslapen plek naast haar en als ze een brok in haar keel voelt opkomen dwingt ze zichzelf om het bed uit te gaan, dit gedraai en getob heeft geen zin.

In de badkamer staart haar spiegelbeeld haar meedogenloos aan, ze werpt een kritische blik terug. Haar grijze haar omlijst een bleek gelaat met doffe ogen. Zo ziet ze haar wereld nu, alles is nog redelijk hetzelfde, maar alles mist tevens ook z’n glans.
Ze voelt de warmte van zijn handen weer op haar schouders en even ziet ze zichzelf met zijn ogen.
Een blozend gezicht met dikke donkere krullen, de stralende grijsgroene ogen en de verlegen glimlach. Ik ben nog steeds verliefd op je, hoort ze hem weer zeggen. Haar glimlach wordt breder, het is heerlijk om zo bijzonder voor iemand te zijn... hij was het zéker ook voor haar.

Terwijl hij haar terug de slaapkamer in leid, kijkt hij haar vanaf zijn foto geruststellend aan... ga maar lekker slapen... met haar gezicht in zijn kussen snuift ze zijn geur op die er allang niet meer is maar diep in haar geheugen gegrift staat. Zijn hand streelt zacht haar grijze haar, en met de warmte van zijn hand in de hare vallen ze samen in een diepe troostende slaap.

Eens zullen ze weer écht samen zijn.

© Ingrid Punt 2010

woensdag 12 oktober 2011

Flessenpost...



Flessenpost…

Begin oktober en een stralende zonnige dag. Zo zonnig was het de hele zomer nog niet geweest. De drukte op het strand had zich gesitueerd tot één plek dichtbij de strandtenten en strandopgang,. Alsof de badgasten het weer nog steeds niet vertrouwden en in geval van een eventuele snel naderende bui snel de biezen konden pakken. De rest van het strand lag er zo goed als verlaten bij. De zomerhuisjes stonden inmiddels weer in de winterstalling en een enkel achtergebleven meubelstuk herinnerde aan een verloren zomer. Er kwam een zwerm meeuwen voorbij en aan het geluid te horen waren ze net zo van slag door het plotselinge mooie weer als de badgasten.

Ondanks de zon - die nog behoorlijk krachtig aanvoelde - was het een beetje nevelig boven zee waardoor de illusie ontstond dat hemel en zee in elkaar verdronken en de zeilschepen in de verte leken te zweven.
En ook al wist je dat ze even verderop moest liggen, had Zandvoort zich verstopt onder een nevelige deken. De meeuwen zwoegden door de dampige lucht. Zelfs het geluid dat daarmee gepaard ging klonk anders dan op een zonnige zomerdag … moeizamer alsof ze zich opnieuw aan de onbetrouwbare natuur moesten aanpassen. Er dwarrelde een donzig pluisje naar beneden,. Het huppelde van kuil naar kuil alsof het blij was met haar pas verworven vrijheid en het er nu eindelijk eens van ging nemen. Haar gevleugelde gastheer bleek een nog jonge meeuw die onder luid protest zichtbaar met moeite meevloog met zijn oudere soortgenoten.

Ze kijkt naar haar benen die de hele zomer nog niet zoveel zonlicht hebben gezien als vandaag en nu lichtrood beginnen te kleuren. Een beetje bewegen kan misschien geen kwaad. Ze staat op, klopt het zand uit haar handdoek en propt hem in haar tas. Het stuk strand waar zij zit is redelijk rustig, op een enkele verdwaalde badgast na. Ze neemt zich altijd voor om zich elegant over het strand voort te bewegen – sommige vrouwen kunnen dat perfect- maar op de een of andere manier wil het haar nooit lukken. De eerste paar stappen gaan nog wel … gewoon je voeten zachtjes zijdelings weg laten draaien en je rug recht zien te houden. Dat gaat eigenlijk best wel lekker… gewoon goed nadenken bij elke stap die je zet.Tot een verscholen kuiltje een einde maakt aan haar elegantie en ze met haar kont achteruit bijna een noodlanding moet maken.

Zit die vent haar nu uit te lachen, ’t is niet goed te zien, of liever gezegd zij kan het niet goed zien… haar bijziendheid, de scherpe zon en zijn zonnebril maken het haar onmogelijk om er echt een oordeel over te vellen. Gelukkig heeft ze haar benen en kont snel weer onder controle en traag en geconcentreerd loopt ze verder… hoe dan ook ze zal hem en zichzelf wel even laten zien dat ze het toppunt van elegantie kan zijn.... Elegant door het zand... Voetje voor voetje, de schelpen ontwijkend loopt ze naar het hardere gedeelte van het strand. De kustlijn brengt redding, opgelucht haalt ze adem. Onbegrijpelijk waarom mensen niet even hun rotzooi opruimen als ze het strand verlaten. Ze trekt de fles die half verscholen ligt in het natte zand aan de hals naar boven, en net als ze hem in de grote gele afvalbak wil mikken ziet ze dat er een keurig opgerold briefje in zit.

Flessenpost, na haar verbazing slaat haar fantasie op hol. Misschien wel van een schip geworpen door een zeeman wiens schip ten onder ging, een noodkreet… of een schoolproject, -ze ziet het jongetje al voor zich. Zijn tong uit zijn mond om zijn worp kracht bij te zetten waarna hij met hoopvolle blik de fles nakijkt terwijl de golven hem langzaam wegdragen- De Engelse kust is ook een optie, misschien is het een liefdesbrief. Hoelang zou de fles er wel niet over hebben gedaan. Ze bekijkt de fles nog eens voor ze de kurk er uitpeutert. Gewoon een fles, niets bijzonders aan te zien. De brief die er keurig opgerold in zit wil er met geen mogelijkheid uit. Ze rommelt een beetje tussen het zand … een stokje… daar moet het mee lukken. Met een beetje gepoer en gepeuter weet ze uiteindelijk de brief eruit te vissen. Met trillende vingers van opgewonden spanning rolt ze hem open. De letters zijn sierlijk en met grote halen en lussen geschreven, even kijkt ze er vol bewondering naar tot eindelijk de betekenis van de letters tot haar doordringen.










Koffie, Suiker, Thee
En neem ook even sigaretten mee……
En als je niet weet welke, vraag je het eerst maar even aan die lachende vent met die zonnebril.
XXX Jan




"Shit"… Als door een bij gestoken kijkt ze om zich heen op zoek naar die lachende vent met die zonnebril. Bingo… die vent die haar net al zat uit te lachen komt haar richting uit…"Marlboro!"
"Sorry?" vraagt ze gepikeerd…
"Marlboro" … klinkt het nogmaals met ingehouden lach.
Nijdig duwt ze hem de fles in zijn handen en baant zich zonder op haar pas verworven elegantie te letten een weg richting strandafgang… nog nooit heeft een woord zo’n dubbele betekenis gehad.
"Ohhhhh" … hoort ze de lachende man nog achter zich,"je had je gezicht moeten zien… onbetaalbaar."


© Copyright Ingrid Punt oktober 2011