Blogarchief

zaterdag 12 augustus 2017

Achtergrondmuziek



Ergeren jullie je ook zo aan de achtergrondmuziek in sommige winkels? Nou, ik wel. De tijd van James 'over' Last ligt gelukkig ver achter me, maar over het algemeen is het te hard, te saai of gewoon vreselijk irritant.

Maar vandaag was het echt genieten. De zwoele stem van Marvin Gay zweefde door de winkel, ik vergat waarvoor ik eigenlijk kwam en blij verrast neuriede ik mee, "Whoa, ahhh, mercy mercy me, oh things ain't what they used to be, no no ...
Where did all the blue skies go?"
Ik zat er net lekker in, toen ik plotseling door een winkelmedewerker op mijn schouder werd getikt. 

"Mevrouw, uw telefoon gaat over."
"Mijn telefoon ... nee hoor!"
"Jawel."
"Echt niet!"
"Jawel!!!" Schreeuwde hij, om de muziek - die inmiddels steeds luider werd en door de hele winkel schalde - enigszins te overtroeven en hij wees naar mijn tas.

Met een kop als vuur, graaide ik in mijn tas op zoek naar mijn jengelende mobiel, terwijl ik me realiseerde dat ik de avond ervoor mijn ringtoon had omgezet ... Whoa, ahhh, mercy mercy me ... 
Hoezo versuft? 


Puntje augustus 2017




woensdag 29 juni 2016

Moeder


Dirk bestelt twee koffie, hangt zijn jas aan de kapstok, pakt de krant en neemt plaats aan één van de houten tafeltjes. Zijn vrouw schuift op de stoel tegenover hem. De oude huiskat springt op haar schoot en begint vrijwel direct te spinnen.
Zo zitten hij en zijn vrouw zwijgend tegenover elkaar. Zij aait de kat en hij leest de krant en dan met name de sportpagina. Dit vormt al veertien jaar hun dagelijks ritueel.

'Wat een wedstrijd!' Zijn de enige woorden die Dirk's mond zo nu en dan ontsnappen. Zij heeft niets met sport. Dansen is haar passie, maar haar laatste dans was lang geleden.

'Ik ga even naar het toilet, Dirk.'
'Goed moeder.'
"Moeder," waarom noemt hij haar niet gewoon bij haar naam ... Marga, of schat desnoods, maar verdorie geen moeder! Ze wil ook helemaal geen koffie. Nijdig duwt ze de kat van haar schoot en loopt naar het toilet.

Geërgerd kijkt ze in de grote, confronterende spiegel aan de toiletdeur. Haar ergernis maakt plaats voor verbazing, als ze de letters in de spiegelrand ziet. Die waren haar nog nooit opgevallen. Met moeite weet ze de letters te ontcijferen ... "Moeder!!!"
Wat er op dat moment met haar gebeurt, geen mens zal het ooit weten. Nam de duivel bezit van haar, of waren het hormonen?

Driftig begint ze in haar wangen te knijpen, tot er een blos verschijnt. Ze trekt de spelden uit haar dot en schudt wild haar krullen los. Haastig rommelt ze in haar handtas en vist er een nagelschaartje uit. Behoedzaam knipt ze de onderste reep stof van haar rok. Goedkeurend kijkt ze naar haar benen. Haar vest, propt ze in haar handtas en haar blouse knoopt ze open tot aan de welving van haar borsten. 'Die mogen er ook nog best zijn,' mompelt ze tevreden tegen haar spiegelbeeld.

'Maak er maar één koffie en één dubbele whiskey van,' fluistert ze naar de serveerster. Heupwiegend loopt ze terug naar het tafeltje, waar Dirk nog steeds nietsvermoedend zijn krant leest.

De bestelling wordt geserveerd, maar hij kijkt niet op of om. Marga neemt een flinke slok whiskey. De brandende vloeistof baant zich een weg door haar slokdarm. Zo, dat is sterk spul. Bij de tweede slok gaat het al beter. De derde slok voelt vertrouwt, en de rest van het goedje giet ze gulzig naar binnen. Een weldadige warmte maakt zich van haar meester. De huiskat voelt nattigheid en maakt zich snel uit de voeten.

'Ik ga even een muziekje opzetten,' lalt Marga met dikke tong. Dirk knikt afwezig en leest verder. Zijn aangeschoten eega wenkt de serveerster voor nog een dubbele, en gooit wat munten in de Jukebox. Na haar tweede Whiskey begint de alcohol zijn tol te eisen. Ze schopt haar schoenen uit en danst frivool langs de tafeltjes. De cafégasten reageren verbaast, maar zodra iemand aanmoedigend begint te klappen, klimt Marga op een stoel. Voor iemand het haar kan beletten, springt ze van de ene op de andere tafel en danst tussen de vaasjes met droogbloemen alsof haar leven ervan afhangt.

Dirk schrikt eindelijk op uit zijn krant. Inmiddels staat zijn vrouw met hoogrode konen in haar ondergoed, zwaaiend met haar blouse als een volleerde toreador. 'Olé!' gilt ze luid en haar blouse belandt in Dirks verbijsterde gezicht. Het ritueel herhaalt zich nogmaals, maar dan met haar bh.

'Gaat het weer een beetje met u, meneer?'
vraagt de serveerster bezorgd, als ze hem een glaasje water geeft.
Dirk heeft net moeten toezien hoe moeder door twee broeders werd afgevoerd. 
Haar gekrijs ging hem door merg en been ... 'IK BEN JE MOEDER NIET!'
Hij schudt zijn hoofd en neemt trillend een slokje water.

Puntje juni 2016

woensdag 18 mei 2016

Krankjorum


Krankjorum

'Het is stil in mijn hoofd.'
'Stil?'
'Ja stil ... doodstil, ik kan een speld horen vallen. Niet te harden zo stil.
We moesten maar 's een pilletje proberen zei mijn dokter laatst. Doktoren zijn gek op pilletjes. Alles wat maar enigszins afwijkt, moet een pilletje. Vaak is het middel erger dan de kwaal.' 

'Helpt muziek niet?' ik wijs naar het koptelefoontje dat hij even daarvoor op de toonbank heeft gelegd.'
'Ach, het maakt het wel eventjes dragelijk, maar dan mis ik toch mijn eigen achtergrondkoortje en de gezelligheid. We hadden altijd zo'n lol met zijn allen.
Nu begrijp ik wat ze bedoelen met het empthy nest syndroom.

Wat maakt het nou uit als ik in me eigen sta te lullen en te lachen?Iedereen met een mobieltje doet tegenwoordig toch hetzelfde? Ik was mijn tijd gewoon ver vooruit zeg maar. Of je nou wel of niet krankjorum bent, geen mens ziet nog het verschil. 

'Weet je wat het ergste is? 
Er komt ook niks meer uit mijn handen. Schilderen, schrijven, componeren ... niks meer. Als een zombie zit ik op de bank met een kerkhof in mijn hoofd in plaats van een speeltuin. Ja, het is stil ... eenzaam en kleurloos. Hij zucht, 'ik mis mijn stemmen, het waren verdorie wel mijn beste vrienden. Zo hoeft het leven voor mij echt niet meer.' 

'Ach joh, ze zijn heus niet weg, ze liggen gewoon te slapen. 
'Zou je denken?'
'Ja joh, die pil houdt ze lekker onder zeil. Ik ben natuurlijk geen dokter, maar je zegt net zelf al, het middel is vaak erger dan de kwaal. 

Na een paar weken zie ik hem weer.
'En?' Vraag ik.
Zijn ogen lichten op en zijn duim gaat omhoog. 'Ze zijn weer thuis!' 

Puntje mei 2016

zaterdag 26 maart 2016

Toeval

"Toeval is logisch"
  ~Johan Cruijff 1947-2016~


Toeval 

Hallo, mag ik jou iets vragen? ... ben jij toevallig de broer van Esther?'
'Esther? ... nee ... maar het toeval wil, dat ik dat wel vaker hoor ... dat ik op iemand lijk dus.' 
'Jeetje, ik had toch écht kunnen zweren dat je haar broer was!'
'Nee echt niet, maar wel toevallig, want ik wilde jou ook net iets vragen. 
Ben jij toevallig de zus van Mirjam?' 
'Mirjam? ... nee, ik heb geen zus.' 
'Nou, de zus van Mirjam heeft toevallig net zulk haar als jij.'
'Nou nee hoor, ik ken zelfs geen Mirjam ... maar wel toevallig, 
want ik hoor dus ook vaak dat ik op iemand lijk.'
'Goh, wel toevallig dat we dat allebei hebben.'
'Zeker toevallig.'


Puntje maart 2016

zaterdag 20 februari 2016

Look a like



Look a like

"Weet je op wie jij lijkt?"
"Nou, zegt u het eens!"
Het was me al opgevallen dat de man me al enige tijd aan stond te staren. Blijkbaar heb ik een alledaags gezicht, want het is me wel vaker overkomen dat ik op iemand schijn te lijken. Dat kan variëren van een Amerikaanse actrice - van wie ik de naam niet zal noemen omdat het Goldy Hawn is-
een Nederlandse zangeres -van wie ik de naam niet zal noemen omdat haar genre niet bepaald mijn genre is- 
tot het buurmeisje van hiernaast. Echt verbazen doet de vraag me dan ook niet.

"Jij lijkt op Tatjana Simic."
"Op wie?!" 
Mijn mond valt open van verbazing.
Deze vergelijking had ik nog niet eerder gehoord. Terloops dwaalt mijn blik naar mijn voorgevel, om te controleren of er zich daar, sinds vanochtend enige verandering heeft voorgedaan. Maar ze zijn nog steeds van hetzelfde bescheiden formaat. Wachtend op de clou -tevens anticlimax- staar ik hem schijnbaar onnozel aan.
"Ja zo heet ze toch?"
"Volgens mij wel." piep ik onzeker.
"Ja, ik weet niet of je dat als een compliment opvat?"
Tja, dat wist ik op dat moment eigenlijk ook niet.

Als ik even later op het bankje bij de bushalte neerplof, overkomt me nagenoeg hetzelfde.
"Weet je van wie jij wel wat weg hebt?" vraagt de man naast me op het bankje.
"Tatjana Simic?!" gok ik.
"Wie?"
"Tatja ... ach laat maar."
Het schaamrood stijgt me naar de kaken als de man luid begint te lachen. Jajaaa, ho maar, ik weet wat mijn tekortkomingen zijn. Het zweet breekt me uit als zijn aanhoudende, bulderende lach de aandacht begint te trekken van onze medereizigers. Gelukkig komt de bus eraan.
Snel stap ik in. Als de chauffeur me terug roept "hé dame!" kijk ik geschrokken naar mijn kaartje, "ik heb toch ingecheckt?"
"Weet je wel op wie jij lijkt?"
"Ja daaaaaag!!!"

Puntje februari 2015





vrijdag 9 oktober 2015

Stadsmensen



Stadsmensen

'Wist jij dat er een verbod komt om koeien op stal te laten? Het mag straks alleen nog bij hoge uitzondering.'
'O, dus alleen als een koe ziek is of zoiets?'
'Zoiets ja.' 
'Maar ik zie hier geen koeien meer op het land staan, dus die staan vast weer op stal!'
'Die zijn geslacht!'
'Nee?!'
'Ja! ... dat geeft weer ruimte voor de konijnen. Kijk, daar zit een hele roedel ... of kudde, hoe heet zoiets?!' 
'Hmmm ... ik heb mijn bril niet op, maar ik hoor gak, gak, het zouden best wel eens ganzen kunnen zijn.'
'Zou het?'
'Ja ... wedden dat die koeien ook gewoon op stal staan?!!!'

Puntje oktober 2015 



'

zondag 9 augustus 2015

Manke rukker



Manke rukker

IJmuiden schijnt al een tijdje opgeschrikt te worden door een rennende rukker. Hoe de man deze twee activiteiten weet samen te voegen is me sowieso een raadsel ... mannen zijn nu eenmaal niet zo bedreven in multitasken. 

Op zich is een potloodventer natuurlijk niets nieuws. Op de lagere school kregen wij al het advies om een potloodventer - die soms rond hing in de buurt van de school - heel hard uit te lachen. Na één gezamenlijke lach-kanonnade, droop hij letterlijk, met zijn staart tussen de benen af.

De jaren gleden voort en we hebben hem nooit meer terug gezien. In die tijd woonde ik met mijn ouders en broer, in een smalle, stille straat. Eigenlijk was het meer een brede steeg. Ik belande in de puberteit, en het uitgaansleven lonkte. Moeders blijven moeders en mijn moeder vond het prettig als er na het uitgaan vriendinnen bleven slapen, zodat ik 's avonds niet alleen over straat hoefde. Dat lukte - om verschillende redenen- niet altijd.

Maar ook al was ik niet groot, ik bezat voldoende jeugdige overmoed. Die overmoed had me al vaker uit benarde situaties gered. Op zekere avond moest ik - onvoorzien - alleen naar huis lopen. Het was al laat en nergens brandde nog licht, maar bang was ik niet. Dit was mijn straat en ik was bijna thuis. Het geluid van mijn voetstappen weerkaatste tegen de donkere huizen.

Terwijl ik het licht van één van de weinige lantaarnpalen naderde, hoorde ik vanuit het niets ineens zware voetstappen achter me. Vast en zeker een buurman, concludeerde ik en stelde ik mezelf gerust. 

Het stemmetje in mijn hoofd verbood me om te kijken, maar sommeerde me wel de pas te versnellen. De voetstappen achter mij deden hetzelfde. 'Niet kijken eer je bij de voordeur bent,' zei het stemmetje weer. Ik gehoorzaamde en nogmaals versnelde ik mijn pas. De voetstappen achter mij, volgden wederom mijn voorbeeld en dreigden me in te halen. 

Hoewel mijn nekharen inmiddels overeind stonden, probeerde ik mezelf nog steeds te sussen. Een buurman, heus ... wie loopt er anders op dit tijdstip in deze verlaten straat? Gelukkig, onze voordeur kwam in zicht en het touwtje dat uit de brievenbus hing, deed mijn zelfvertrouwen groeien.

Eindelijk was ik thuis. Snel gaf ik een ruk aan het touw, de voordeur ging open en voor mij lag de veiligheid van een donker trapgat. De voetstappen achter mij stokten en een snelle, hitsige ademhaling liefkoosde mijn oor. De deur, die ik nu in paniek achter me probeerde te sluiten, ondervond hevige weerstand.

'Doe open!' klonk een hese mannenstem. Nu durfde ik me om te draaien en keek ik in een paar vale, vochtige varkensogen, welke leken te verdrinken in een bleek, pokdalig gezicht. Hij was hier op uit geweest, constateerde ik aan zijn zwarte hoody en dito Joggingbroek en schoenen. 

'Hier!' klonk zijn schorre stem dwingend en ik wist waar 'hier' op duidde. Met al mijn kracht duwde ik nogmaals tegen de deur in een poging mijn belager buiten te sluiten, maar hij was te sterk. 'Mam... maaaaam!' gilde ik het donkere portaal in. Geschrokken door mijn geschreeuw, maakte hij zich uit de voeten. Met mijn laatste beetje overmoed keek ik hem na, terwijl hij als een gewond dier de straat uit hinkte. 

Dus een rukker die rent?
Echt niet! 

Ingrid Punt augustus 2015